Aanvullend Adviesrapport - Vrije Universiteit Amsterdam pagina 2 NVAO | Aanvullend Adviesrapport ITK

  • View
    4

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Aanvullend Adviesrapport - Vrije Universiteit Amsterdam pagina 2 NVAO | Aanvullend Adviesrapport ITK

  • Aanvullend Adviesrapport

    Vrije Universiteit Amsterdam

    Instellingstoets kwaliteitszorg

    26 mei 2016

  • NVAO | Aanvullend Adviesrapport ITK Vrije Universiteit Amsterdam | 26 mei 2016 pagina 2

    Inhoud

    1 Samenvattend advies 3

    2 Inleiding en verantwoording 5 2.1 Samenstelling van de auditcommissie 5 2.2 Voorgeschiedenis 5 2.3 Opbouw van het adviesrapport 7

    3 Beoordeling van de voorwaarden 8 3.1 Voorwaarde 1 [gerelateerd aan standaard 3 van het

    Beoordelingskader ITK: Resultaten] 8 3.2 Voorwaarde 2 [gerelateerd aan standaard van het

    Beoordelingskader ITK: Verbeterbeleid] 12 3.3 Voorwaarde 3 [gerelateerd aan standaard 5 van het

    Beoordelingskader ITK: Organisatie- en

    beslissingsstructuur] 15 3.4 Van papier naar cultuur: zit de zorg voor kwaliteit ook ‘in

    de hoofden’? 17 3.5 Tot slot 18 3.6 Eindconclusie 18

    Bijlage 1: Samenstelling van de commissie met kort CV 19

    Bijlage 2: Programma van het locatiebezoek 21

    Bijlage 3: Overzicht van bestudeerde documenten 23

    Bijlage 4: Lijst met afkortingen 25

  • NVAO | Aanvullend Adviesrapport ITK Vrije Universiteit Amsterdam | 26 mei 2016 pagina 3

    1 Samenvattend advies

    De Vrije Universiteit Amsterdam heeft naar het oordeel van de auditcommissie op overtuigende

    wijze aangetoond dat zij integraal ‘in control‘ is ten aanzien van de zorg voor de kwaliteit van

    haar onderwijs.

    Onderzoek van de commissie - aan de hand van relevante documenten en gesprekken met

    betrokkenen uit alle lagen van de organisatie - heeft aangetoond dat de instelling heeft voldaan

    aan de drie voorwaarden die de NVAO verbond aan haar besluit d.d. 3 september 2014 tot het

    verlenen van de instellingstoets kwaliteitszorg.

    De instelling verdient een compliment voor hetgeen zij in een tijdsbestek van krap twee jaar

    heeft weten te realiseren, door over de hele breedte curriculumevaluaties en midtermreviews

    uitgevoerd te krijgen en de uitkomsten daarvan ook opgevolgd te zien in de reguliere cyclus

    van planning en control, van opleidings- tot en met instellingsniveau.

    Ook het risicomanagement is in de richting van onderwijskwaliteit verder uitgewerkt en

    aangescherpt. De instelling heeft echter met het ontworpen instrumentarium van

    risicosignalering nog maar weinig ervaringen kunnen opdoen. De commissie adviseert de

    instelling daarom goed in de gaten te houden of met het instrumentarium ook de mate van

    voorspelbaarheid kan worden bereikt die daarvan mag worden verwacht, met name bij de

    (her)accreditatie van opleidingen.

    In de periode die de instelling was gegeven om aan de gestelde voorwaarden te voldoen heeft

    zij verder kans gezien haar organisatie- en beslissingsstructuur op orde en operationeel te

    krijgen. Er zijn navolgbare keuzes gemaakt in de organisatiestructuur en die zijn daadkrachtig

    doorgevoerd. De gemaakte keuzes zorgen in de praktijk voor een goede balans tussen bottom-

    up en top-down processen in de besluitvorming. De vastgestelde en geïmplementeerde

    organisatie- en beslissingsstructuur stelt de instelling goed in staat om sturing te geven aan het

    door haar gevoerde kwaliteitsbeleid. De commisie heeft goede voorbeelden van concrete

    verbetermaatregelen aangetroffen die daarvan getuigen.

    Naast een verbetering op institutioneel en instrumenteel vlak heeft de commissie ook een

    verdere verbetering in de kwaliteitscultuur kunnen waarnemen.

    De ‘verbeterdynamiek’ die de commisie bij haar visitatie in 2014 in aanzet al aantrof is

    onmiskenbaar verder doorgetrokken. Uit de documenten die haar voor het locatiebezoek waren

    aangeleverd en de gesprekken die zij bij die gelegenheid heeft gevoerd kwam een beeld naar

    boven van openheid, eerlijkheid en bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen. Het

    onderling vertrouwen is toegenomen waardoor men elkaar ook op verantwoordelijkheid durft

    aan te spreken. De werkcultuur lijkt veranderd van gesloten naar open.

    De commissie heeft daarnaast verschillende voorbeelden aangetroffen van initiatieven, bottom-

    up uit de organisatie, om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en de professionaliteit

    van het (docerend)personeel te vergroten, zowel op onderwijskundig vlak als op het punt van

    bestuurlijk leiderschap.

    De commissie beveelt de instelling aan alles in het werk te stellen om het ‘momentum’ in de

    beleving van de kwaliteitszorg, die met de ITK is bereikt, vast te houden, onder meer door -

    waar mogelijk - verdere initiatieven tot onderwijsvernieuwing en -verbetering te stimuleren en te

    faciliteren.

  • NVAO | Aanvullend Adviesrapport ITK Vrije Universiteit Amsterdam | 26 mei 2016 pagina 4

    Op grond van de postieve bevindingen waartoe de commissie ten aanzien van de drie

    geformuleerde voorwaarden komt - zoals nader uitgewerkt in het achterliggende rapport -

    adviseert de auditcommissie het bestuur van de NVAO de aanvraag voor een instellingstoets

    kwaliteitszorg van de Vrije Universiteit Amsterdam in z’n geheel positief te beoordelen.

    Den Haag, 26 mei 2016

    Namens de auditcommissie ITK Vrije Universiteit Amsterdam

    Prof. dr. ir. J.M.M. Ritzen mr. dr. Th.L. Bellekom

    voorzitter secretaris

  • NVAO | Aanvullend Adviesrapport ITK Vrije Universiteit Amsterdam | 26 mei 2016 pagina 5

    2 Inleiding en verantwoording

    2.1 Samenstelling van de auditcommissie

    De auditcommissie kende de volgende samenstelling:

     Prof. dr. ir. J.M.M. Ritzen, Professor in International Economics of Science, Technology and

    Higher Education aan de Universiteit Maastricht, UNU-Merit/Graduate School of

    Governance, voormalig Minister OCW en Voorzitter van het college van bestuur van de UM

    (voorzitter);

     F.E.J. Boeding, [op het moment van benoeming als commissielid] student masteropleiding

    Communicatie & Organisatie aan de Universiteit Utrecht 1 (student-lid);

     Prof. dr. T van Haaften, voormalig vice-rector magnificus Universiteit Leiden en hoogleraar

    Taalbeheersing van het Nederlands (lid);

     Ir. E. Schaper MBA, algemeen directeur van de FNV, voormalig algemeen directeur

    Hogeschool van Hall Larenstein (lid);

     Prof. dr. M. Vervenne, oud-rector Universiteit Leuven (KU Leuven) en hoogleraar Faculteit

    Theologie en Religiewetenschappen (lid).

    Bij haar werkzaamheden werd de commissie ondersteund door:

     mr. dr. Th.L. Bellekom, als extern secretaris

    en

     F. Wamelink, beleidsmedewerker bij de NVAO, als procescoördinator

    Een CV van de commissieleden is opgenomen in Bijlage 1.

    2.2 Voorgeschiedenis

    Het onderhavige rapport is een vervolg op een eerder advies dat door de auditcommissie op 8

    juli 2014 werd uitgebracht in de vorm van het ´Adviesrapport Vrije Universiteit Amsterdam

    Instellingstoets Kwaliteitszorg’.

    De commissie had in dat rapport voorgesteld om ten aanzien van de VU een positief besluit

    instellingstoets kwaliteitszorg te nemen, maar dan wel onder voorwaarden.

    De commissie heeft in dat rapport geconcludeerd dat de instelling ten aanzien van de

    standaarden 1 en 2 van het Beoordelingskader ITK wel in voldoende mate ‘in control‘ was,

    maar dat aan de standaarden 3, 4 en 5 maar ten dele werd voldaan.

    De NVAO heeft bij besluit van 3 september 2014 het voorstel van de commissie overgenomen

    en aan de Vrije Universiteit Amsterdam een instellingstoets kwaliteitszorg verleend, voor een

    periode van twee jaar, onder de volgende voorwaarden:

     In relatie tot standaard 3 (Resultaten): de VU dient aan te tonen dat als onderdeel van de

    planning en control cyclus alle opleidingen een curriculumevaluatie hebben uitgevoerd.

    Daarnaast moet de midterm review uitgevoerd zijn voor die opleidingen waarvan de midterm

    valt in de periode waarin de voorwaarden gerealiseerd moeten worden (halverwege de

    looptijd van de accreditatie).

     In relatie tot standaard 4 (Verbetermaatregelen): de VU dient aan te tonen dat

    risicosignalering een duidelijke plek heeft gekregen in het Handboek onderwijskwaliteit, in

    1 Zij is inmiddels afgestudeerd in die opleiding.

  • NVAO | Aanvullend Adviesrapport ITK Vrije Universiteit Amsterdam | 26 mei 2016 pagina 6

    het onderwijsbeleid en in de onderwijspraktijk. De indicaties voor risico’s zijn duidelijk

    geformuleerd. De wijze waarop deze worden gerapporteerd ligt vast. Daarnaast wordt

    concreet aangegeven wat de werkwijze is bij gesignaleerde risico’s, wie verantwoordelijk is

    en op welke wijze wordt bewaakt dat gesignaleerde risico’s worden weggenomen. Tevens

    moet aantoonbaar gevolg gegeven zijn aan de resultaten van de midterm reviews en

    curriculumevaluaties.

     In relatie tot standaard 5 (Organisatie- en beslisstructuur): de VU dient een vastgestelde en

    geïmplementeerde beschrijving van de organisatie- en beslissingsstructuur te geven, met

    een reflectie op het bereiken van de doelen die daarmee worden beoogd; die structuur moet

    ook