Click here to load reader

Voortgangsrapportage 2013 Vraaggestuurd Programma Gezonde

  • View
    0

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Voortgangsrapportage 2013 Vraaggestuurd Programma Gezonde

Voortgangsrapportage 2013 Vraaggestuurd Programma Gezonde en Veilige Voeding (P202)TNO-rapport
TNO 2014 Rt03t1 Thema 3. Voeding VP Gezonde en Veilige Voeding Voortgangsrapportage 201 3
Datum
Auteur(s)
Autorisatie Dr. N
28 januari 2014
Dr. G. Houben lr. N. Clabbers Dr. R. Visschers Dr. lng. J.P. van der Lugt, MBA
124
Ministerie van Economische Zaken
Gezond Leven Utrechtseweg 48 3704 HE Zeist Postbus 360 3700 AJ Zeist
www.tno.nl
T +31 88 866 60 00 F +31 88 866 87 28 [email protected]
Functie (.-*\ane Handtekenin i- )J_
Alle rechten voorbehouderlr. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd eniof openbaar gemaakt door middel van druk, foto-kopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van TNO.
lndien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplíchtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor opdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het rNo-rapport aan direct belang-hebbenden is toegestaan.
o 2014 TNO
3.1
3.2
5
I nhoudsopgave
lnhoudsopgave............. ...............2
Topsector AgroFood Thema 1: Valorisatie van zijstromen, grondstoffen en mest.......... .................6 Enkele highlights uit 2013 ................. ..............6 Korte inleiding op Topsector Agri & Food Thema 1: Valorisatie van zijstromen, grondstoffen en mest...... .............8 Overzicht type projecten 201 3 ..... ... .. .... ..... .. . 1 1
Uitvoering in 2013, Resultaten ......................11 Samenvatting per project.................. ............12 Output en kennisoverdracht ......1S lnnovatie Programma's................ ..................15
AgroFood Thema 6: Gezondheid.............. ......................12 Enkele highlights uit 2013 .........12 Korte inleiding op AgroFood Thema 6: Ge2ondheid................ ............19 Overzicht type projecten 2013 ......................21 Uitvoering in 2013, Resultaten ......................22 Samenvatting per project.................. ............24 Output en kennisoverdracht..... .....................47 lnnovatie Programma's................ ...........,.....47
Ag roFood Thema 7: Prod ucttech nologie & Duu rzame maaktechnolog ie........ 48 Enkele highlights uit 2013 .........48 Korte inleiding op Topsector Agri & Food Thema 7 & 9: Producttechnologie & Duurzame maaktechnologie: Valorisatie van zijstromen, grondstoffen en mest ..... 50 Overzicht type projecten 201 3 ... .. ... ... ... ...... .. 54 Uitvoering in 2013, Resultaten ......................Ss Samenvatting per project.................. ............56 Output en kennisoverdracht ......78 lnnovatie Programma's................ ..................T8
AgroFood Thema 8: Voedselveiligheid.... ......................80 Enkele highlights uit 2013................. ............80 Korte inleiding op AgroFood Thema 8: Voedselveiligheid ....................82 Overzicht type projecten 2013 ... .. ...... .... ..... .. Bs Uitvoering in 2013, Resultaten ......................86 Samenvatting per project.................. ............87 Output en kennisoverdracht ....106 lnnovatie Programma's ................ .............. 106
5.3 5.4 5.5
7
7.1
TNO-rapport I TNO 2014 R10311 31123
2
lnleiding VP Gezonde en Veilige Voeding
Kofte inleiding op het Vraag gestuurde Programma Voeding
De overheid heeft zich als doel gesteld kennis en innovatie beter te koppelen aan
maatschappelijke vraagstukken bij de totstandkoming van vernieuwende producten
en diensten. Deze aanpak is in 2012 ingevuld door middel van Topsectorenbeleid,
waarbij in vraagsturing tot stand komt in de gouden driehoek overheid-
Kennisinstellingen-Bedrijfsleven. De Topsector roadmap wordt gebruikt voor de
jaarlijkse invulling van de VP strategie, de afstemming hierover vindt plaats in de
verschillende themacommissies in de Topsector. Een belangrijke leidraad bij het
vaststellen van het jaarprogramma2013 is daarbij het programma van eisen van de
overheid. ln het programma van eisen voor 2013 heeft de overheid bij monde van
de kennisarena Voeding aangegeven welke kennisvragen en kennisbehoefte zij
had met betrekking tot het rhema Voeding. Tevens zijn in 203 de eerste pps-en
van start gegaan die door middel van het call proces in het rKl AgroFood was
georganiseerd. Binnen TNo Gezond Leven, VP Voeding, wordt hier vanuit 3
proposities aandacht aan besteedt. Het gaat daarbij om de proposities:
. Gezonde voeding;
. Voedselveiligheid.
TNO heeft met haar proposities een heldere koppeling met de verschillende
thema's in de Topsector Agri&Food en op verzoek van de Topsector wordt langs
deze Thema's de rapportage opgesteld. Eind 2013 zijn rapportages opgesteld over
de verschillende afzonderlijke projecten. ln dit document wordt een rapportage
gegeven op propositie niveau. Deze rapportage heeft tot doel de betrokken
Ministeries en de Topsector Agri&Food op hoofdlijnen te informeren over de
voortgang en resultaten van de proposities.
Onderlinge afstemming en samenwerking
Vanuit het Ministerie van EZ wordt het onderzoek afgestemd en het TKI overleg en
met DLO. Beide instituten nemen allen een specifieke plaats in binnen het
toegepaste Voedingsondezoek in Nederland.
TNO voert voedingsonderzoek uit in een breed kennisportfolio Gezonde Voeding,
Voedselveiligheid en Voedingsproductie. Het afgelopen jaar is er vanuit de
verschillende kennisinstellingen verder gewerkt om de verschillende beleids-
terreinen bij elkaar te brengen en daarbij ook afstemming te bereiken in de
onderlinge samenwerking tussen de instituten. De vooziene projectsamenwerking
TNO-rapport I TNO 2014 R10311 5t123
met DLO is echter nog niet ingevuld door onderlinge verschillen in aansturing en
richtlijnen vanuit het Ministerie van Ez op het gebied van contractzaken.
onduidelijkheid in de werkwijze van TNo binnen het rKl is weggenomen door de
Memorandum of Understanding die is afgesloten met het TKl. Ook de transitienota
die door de verschillende partijen is opgesteld zal in 2014 gaan leiden tot een
verdere verbetering in de afstemming en samenwerking tussen TNO en DLO.
TNO-rapport I TNO 2014 R10311 6t123
3
3.1
3.1.1
J^, ^"
Topsector AgroFood Thema 1: Valorisatie van zijstromen, grondstoffen en mest
Enkele highlights uit 2013
ln 2014 is het FND-project VETtesS
afgerond, een samenwerkingsverband
(voorheen Stork). Doelstelling van het
project was het ontwikkelen van een
nieuwe generatie voorgebakken producten
kipnuggets en schnitzels, met een
aanzienlíjk lager vetgehalte maar met
behoud van de door consumenten zeer gewaardeerde eigenschappen, zoals
krokantheid en smaak. Deze producten worden in de praktijk industrieel
voorgebakken in frituurolie. Ze worden door de consument vlak voor consumptie
afgebakken in een heteluchtoven of nogmaals gefrituurd.
Het project heeft vooral het industriële voorbakken onder handen genomen.
Belangrijke resultaten zijn dat een optimalisatie van de samenstelling van het
beslag kan zorgen voor 15 tot25o/o reductie van het vetgehalte van het eindproduct,
met tegelijkertijd een aanzienlijke verbetering van de knapperigheid. Daarnaast is
vastgesteld dat met het gebruik van een nieuw bakproces op basis van oververhitte
stoom, het zogenaamde impingement stoomfrituren ook op industriële schaal in een
continu proces kan worden uitgevoerd. Naast duidelijke verbetering van de
gezonde samenstelling is dit alternatief voor de industrie aantrekkelijk, omdat voor
het afbakken geen olie meer nodig is.
Het project heeft zich gericht op de relatie tussen de samenstelling van het beslag,
de vetopname tijdens voorfrituren en de resulterende krokantheid, de belangrijkste
parameter van de productkwaliteit. ln een zogenaamd Experimental Design zijn de
verbanden vastgelegd; dit inzicht is ook voor bestaande productielijnen te benutten.
Dit geldt voor de onderzochte producten, maar tevens voor diverse andere
producten waarin beslag of deeg wordt gefrituurd. Het uiteindelijke vetgehalte en de
producteigenschappen zijn bepaald in een praktijksituatie, dus na bevroren opslag
en afbakken in een heteluchtoven. Een duidelijke relatie is vastgesteld tussen het
TNO-rapport I TNO 2014 R10311 7t123
vochtgehalte van de batter en de vetopname; hoe minder water in de batter, hoe
minder vetopname. Minder water geeft een dikker beslag. om dit te kunnen
venryerken zijn aangepaste aanbrengtechnieken ontwikkeld. Op deze manier kan in
de praktijk worden gewerkt met een beslagsamenstelling waarin minder vetopname
in bestaande voorbakprocessen plaatsvindt. Daarnaast kan de krokantheid
aanzienlijk worden verhoogd. Dit gaat uiteindelijk ten koste van het verlaagde
vetgehalte, maar op basis van de opgedane kennis is deze verhouding
klantspecifiek en gericht te optimaliseren.
Een tweede ontwikkellijn betrof het vervangen van voorfrituren door bakken in
oververhitte stoom of zeer vochtige lucht, die met hoge snelheden, impingement, op
het gebatterde product wordt geblazen. Hiermee is het mogelijk om het beslag te 'zetten' en, na afbakken in een oven, een goede krokantheid te bewerkstelligen. Dit
proces resulteert dus in een krokant product met een vetvrij beslag. De hiervoor
noodzakelijke aanpassingen van de procesvoering zijn in een pilot baklijn
gerealiseerd en vraagt om doorontwikkeling naar industriële schaal. Dit resultaat
kon alleen behaald worden door intensieve samenwerking tussen de deelnemende
bedrijven en TNo. Marel was verantwoordelijk voor het vormen van de nuggets, het
aanbrengen van het beslag en de pilot bakapparatuur, Euroma leverde de
verschillende beslagsamenstellingen en speelde een belangrijke rol in de ontwik-
keling daarvan, VloN heeft als penvoerder opgetreden en was als potentiële
producent van verbeterde kipnuggets en schnitzels geTnteresseerd.
300
vetopn ame va n ve rsch il len de
be sl ag sa m e n stel I i n g e n.
De eerste 4 resultaten betref-
fen frituren, waarb| het vet-
gehalte gereduceerd kan
impingement stoomfrituren,
toch een hoge krokantheid.
Figuur 2: Proefopstelling voor
frituren en impingement stoom-
Referentieproducten en de in VETlesS ontwikkelde producten, vetarm gefrituurd,
extra krokant gefrituurd en volledig vetvrij gebakken, zijn begin 2014 aan diverse
marktpartijen voorgelegd. Ze bieden interessante aanknopingspunten voor
aantrekkelijke nieuwe producten en productiewijzen.
Korte inleiding op Topsector Agri & Food Thema 1: Valorisatie van zijstromen, grondstoffen en mest
De toenemende wereldbevolking leidt tot een snel toenemende vraag naar voedsel.
Daarnaast leidt het toenemende welvaartsniveau in niet-Westerse landen, zoals
China en lndia, tot een sterke toename in de vraag naar voedingsproducten die van
oudsher een hoge carbon footprint hebben, zoals vlees en zuivel. Een derde
probleem is de wereldwijde toename overgewicht en diabetes als gevolg van de
verandering in de voedselconsumptie. De hieruit voortvloeiende voedselschaarste,
gezondheids- en milieuproblematiek kunnen alleen worden afgewend indien er iets
verandert aan de huidige manier van voedselproductie en -consumptie. Enerzijds
zullen productieprocessen efficiënter moeten worden, zowel wat betreft energie- als
materiaalgebruik. Dit betekent dat huidige ketens tot hogere valorisatie van
zijstromen moeten komen. ln veel gevallen zullen er geheel nieuwe processen
ontwikkeld moeten worden en zullen productieketens efficiënter moeten worden.
Anderzijds zal er meer gekeken moeten worden naar alternatieve voedingsbronnen
met een lagere carbon footprint. Hierbij kan gedacht worden aan plantaardige
eiwitten en materialen, geproduceerd met behulp van biotechnologie zoals algen en
schimmels. Om deze nieuwe materialen om te zetten in producten die aantrekkelijk
zin voor consumenten, is meer kennis over de eigenschappen van deze
ingrediënten nodig en zullen er nieuwe processen nodig z\n. De voedsel
gerelateerde gezondheidsproblematiek tenslotte vereist dat er aangepaste produc-
ten ontwikkeld worden die leiden tot een verbeterde gezondheid zonder af te doen
aan de smaakbeleving waar de consument vraagt en waar de industrie naar op
zoek is.
3.2.1
Het Vraaggestuurde Programma van TNO sluit goed aan bij de doelstellingen uit
Thema 1 van de deelpropositie 'Processing'. Voor het overzicht wordt hieronder het
totale VP EOP kort weergegeven.
O n derzoe kslij n Processi ng
Ontwikkelen van nieuwe en verbeterde processingmethoden waarmee een brede
variëteit aan primaire grondstoffen omgezet kan worden in voedingsbestanddelen
of -producten met een hoge toegevoegde waarde. De nieuwe technologie zal erop
gericht zijn een zeer hoge mate van controle te hebben over het materiaal en de
procescondities waaraan het wordt blootgesteld. De producteigenschappen en
functionaliteiten kunnen op deze w¡ze zeer nauwkeurig beTnvloedt worden.
Aansluitend bij de trends binnen de voedingsindustrie zullen de te ontwikkelen
methoden kosteneffectief zijn door het efficiënt gebruik van zowel energie als
grondstoffen. Verder zal de technologie een hoge mate van flexibiliteit bevatten
waardoor het mogelijk zal zun om snel te wisselen tussen verschillende
grondstoffen, recepturen en producten. Concrete uitwerking van dit doel vindt plaats
op de volgende onderdelen die vallen onder Topsectorthema's 1 (Valorisatie van
reststromen) en 9 (Duurzame Maaktechnologie):
a) Ontwikkeling van nieuwe en verbeterde processing-equipment, die efficiënter
en duurzamer gebruik van grondstoffen en energie mogelijk maakt;
b) ln-silico methoden om de invloed van samenstelling en productieproces op
kwaliteitsparameters snel te kunnen voorspellen;
c) opschaalbaarheid van processen en equipment naar pilot plant of productie;
d) Modellen en concepten die de implementatie van resultaten blj klanten
bespoedigen.
O nde rzoe ksl ij n Kwal iteit
Bepalen en verbeteren van de kwaliteit van voedselproducten in relatie tot de
gekozen ingrediënten, processing en organoleptische eigenschappen. Dit is
belangrijk voor de kwaliteit die consumenten ervaren bij het bepalen van hun
voedselkeuze. ln samenwerking met wuR en RlvM worden de grenzen van de
gezondheidswinst die mogelijk is op basis van herformulering bepaald. ln dit
programma bepalen we de ondergrenzen van zout en suikergehalte die nog door
consumenten geaccepteerd worden. Hiervoor ondezoeken we de relatie tussen de
ingrediëntsamenstelling, processing en textuur van voedingsmiddelen zoals snoep-
goed, vleeswaren etc. De focus is beperkt tot het beheersen van de essentiële
producteigenschappen en het vaststellen van de relatie tot de organoleptische
kwaliteit. Deze kennis zal worden gebruikt om bestaande technologieên zodanig
aan te passen dat onderdelen van het ontwikkelingstraject beter op elkaar aan-
3.2.2
TNO-rapport I TNO 2014 R1031 1 10 t 123
sluiten. Micromodellen van voedsel worden veel gebruikt voor specifieke
ontwikkeltrajecten, waardoor het moeilijk is om de technologie te vertalen naar
generieke inzichten. Het gebruik van deze micromodellen zal universeler worden
door de technologieën beter op elkaar aan te laten sluiten. Concrete uitwerking
vindt plaats op de volgende onderdelen die vallen onder Topsectorthema 7
(Product Technologie):
a) Ontwikkeling van screeningstools die kunnen worden ingezet om de humane
fysiologische respons op gezonde ingrediënten te kunnen optimaliseren m.b.t.
proces condities en samenstelling;
versterkers van smaak en geurstoffen en de fysische eigenschappen zoals
viscositeit kunnen kwantificeren;
c) Methoden die de microstructuur van voedsel kunnen bepalen en daarbij
relateren aan organoleptische eigenschappen;
d) Methoden om textuur, geur en smaak beter te bepalen op grond van de
fysische en chemische eigenschappen van ingrediënten en producten;
e) Vaststellen van de ondergrenzen van zout en suikergehalte die nog door
consumenten geaccepteerd worden (in samenwerking met WUR / RIVM).
3.2.3 Onderzoekslijn ingrediënten
Ontwikkelen van nieuwe en verbeterde ingrediênten die gezonder en functioneler
zijn en die voldoen aan moderne randvoonryaarden met betrekking tot clean label,
natuurlijke en duurzame venruerking. Door meer kennis over de chemische en
fysische eigenschappen van biopolymeren in voedsel te ontwikkelen, kunnen
ingrediênten worden ontworpen en geproduceerd die beter voldoen aan de eisen
van de moderne consument. Als voorbeeld kunnen chemische modificaties die nu
gebruikt worden om de kwaliteit van zetmeel te verhogen worden vervangen door
milde fysische processen als er voldoende kennis is over de structuur-functie
relaties van het zetmeel ingrediënt. Soortgelijke kennis kan ook gebruikt worden om
gezonde ingrediënten zoals prebiotica te verbeteren. Concrete uitwerking vindt
plaats op de volgende onderdelen die voornamelijk vallen binnen de
Topsectorthema's 7 (Product Technologie) en 9 (Duurzame Maaktechnologie):
a) ldentificatie van relevante bronnen en materialen;
b) Ontwikkeling kennis relatie materiaal - processing / treatment;
c) ldentificatie van relevante processing condities m.b.t. tot de gezondheid en
functionaliteit;
TNO-rapporl I TNO 2014 R1031'l 't1 I 123
Het TNO programma Efficiente Ontwikkeling en Productie van Hoogwaardig Voed-
sel draagt bij aan het Topsector thema "Valorisatie van zijstromen, grondstoffen en
mest". Voor 2013 ztjn de Topsector doelstellingen opgenomen in het lnnovatie-
(
Food 2013-10-01 9.pd0.
De PPS GAIA waarin gewerkt aan de bioraffinage van algen tot food en non-food
ingrediënten draagt bij aan de volgende specifieke doelstellingen van dit Thema:
. Een zo hoog mogelijke toegevoegde waarde creëren voor AgroFood bedrijven
door het efficiënte gebruik van dierlijke en plantaardige zijstromen en groene
grondstoffen, richting zo hoog mogelijke waarde van specifieke componenten
en inhoudsstoffen;
. Het ontwikkelen van nieuwe en aangepaste groene grondstoffen, gericht op
realisatie van kansen van de AgroFood sector in de biobased economy;
. Ontwikkeling van kleinschalige decentrale bioraffinage concepten voor dierlijke
en plantaardige grondstoffen en zijstromen die aansluiten op een centrale, meer
grootschaligere bioraffinage infrastructu u r.
Ook het project Flying Food en het doorlopende kennisinvesteringsproject
Sustainable Food Production dragen bij aan de doelstellingen van dit Thema. De
voortgangsrapportage van deze projecten wordt echter vermeld bij Thema 7 of
Thema 9, zoals weergegeven in de volgende overzichtstabel.
3.3 Overzicht type projecten 2013
Programma EOP Type project TKI.AF Thema*
# Partners
Deelprogramma C: lngredients
Getting Algae lngredients Applied TNO cofìnanciering 1 5 * Vena/jst naar doelstellingen binnen het innovatiecontract Topsector Agri&Food versie 2012.
Uitvoering in 2013, Resultaten
De voorbereiding van het programma Efficiënte Ontwikkeling en Productie van
Hoogwaardig Voedsel 2012 (e.v.) op basis van vraagsturing is goed voorlopen.
3.4
3.4.1
INO-rapport I TNO 2014 R10311 12 I ',123
De vraagarticulatie door en afstemming met de overheid was vergelijkbaar met het
voorgaande jaar georganiseerd. De interne voorbereiding verliep efficiënt. Alle
projecten waren tijdig voorbereid en konden op 1 januari2013 van start.
3.4.1.2 Bijstelling programma en voorbereiding 2013 e.v.
ln 2013 is actief bijgedragen aan de vraagsturing, programmering en voorbereiding
voor de kennis- en technologieontwikkeling binnen Nederland voor 2014 en verder.
TNO vezorgt voor het TKI Agri&Food het voorzitterschap van de themacommissie,
waarin door het bedrijfsleven de uitwerking van het innovatiecontract met
betrekking tot Thema kwaliteit en Thema processing aangestuurd wordt. Ook vindt
afstemming plaats met de Topsector Chemie met betrekking tot de Biobased
Economy en met Tuinbouw en Uitgangsmaterialen met betrekking tot uitgangs-
materialen en reststromen. Het programma is optimaal voorgesorteerd op de
prioritaire Thema's die op nationaal en Europees niveau voorzien worden door
onder andere de participatie in het Food Manufuture project.
3.4.1.3 Uitvoering en resultaten
De planning en uitvoering van het programma en de projecten in 2013 is door de
projectteams goed vormgegeven en op hoofdlijnen conform planning gerealiseerd.
Het faillissement van de firma lngrepo en het daardoor stilvallen van het
gezamenlijke project heeft tot aanzienlijke vertraging geleid in de ontwikkeling van
de bio raffinage technologie. Deze vertraging is echter weer voor een deel
ingelopen door het aanhaken van Algae Food en Fuels. De verwachting is dat de
pilot bio raffinage installatie in april 2014 operationeel zal zijn. De projecten zijn op
hoofdlijnen positief te beoordelen qua realisatie van resultaten, kwaliteit en
doelgerichtheid. De financiële realisatie is op hoofdlijnen volgens planning verlopen.
Alle projecten waren tijdig en adequaat gerapporteerd. ln 2013 is opnieuw tijd
geïnvesteerd in afstemming met de Topsector Agri&Food.
3.4.1.4 Conclusie en advies
Op grond van bovenstaande overwegingen wordt geconcludeerd dat het TNO
Onderzoeksprogramma voor Efficiënte Ontwikkeling en Productie van Hoogwaardig
Voedsel 2013 succesvol is voorbereid, uitgevoerd en gerapporteerd.
3.5 Samenvatting per project
ln het hierna volgende wordt per project aangegeven welk type project het betreftl,
wat de doelen van het project zijn, wat de belangrijkste beoogde mijlpalen en
resultaten voor 2013 waren, of en in hoeverre deze gerealiseerd zijn en wat de
output aan rapporten, artikelen, voordrachten e.d. was. Voor nadere details ten
TNO-rapport I TNO 2014 R10311 13 t 't23
aanz¡en van individuele projecten, zoals financiële details, doelgroepen en
samenwerking met stakeholders, kennistoepassing en -disseminatie, en details ten
aanzien van de output, wordt ven¡vezen naat de rapportages van de individuele
projecten.
EU-EFRO: Project met voonruaarden Europees Fonds Regionale Ontwikkeling
EU-fp7: Project met voorwaarden volgens EU-fp7
TIFN: Project met voon¡vaarden volgens Top lnstituut Food & Nutrition
TNO Cofinanciering: Project met voonruaarden volgens regeling TNO
TNO KIP: TNO Kennis lnvesteringsProject (doorlopend programma)
STW: Project met voonryaarden volgens Stichting Toegepaste Wetenschappen
3.5.1 Deelprogramma Algemeen
Het programmamanagement project voor de heft betrekking op het complete
vraag gestu urde programma. De samenvattin g wordt h ieronder weergegeven.
3.5.1.1 Programmamanagement, Kiemprojecten
Proiect Titel: Proqrammamanaqement. Kiemproiecten I voe' TNO-KIP Agri&Food Call 2012
N.v.t
Doel Dit project omvat het Management voor het Programma Efficiente Ontwikkeling van Hoogwaardig Voedsel en de aansturing / initiatie van ad hoc / KIEM-projecten I vernieuwing, in het bijzonder het verkennen en opstarten van pps-en in het kader van het Topsectorbeleid. Tot dit laatste behoorde een uitvoerige verkenning en voorbereiding voor het opzetten van Shared Research Programma's die in 2014 opqestart zullen worden.
Gerealiseerde mijlpalen en/of resultaten
Niet gerealiseerde mijlpalen en/of resultaten
Geen
3.5.2 DeelprogrammaC:lngredients
3.5.2.1 Getting Algae lngredients Applied (GAIA)
GAIA is een voortzetting van het TERM Bioraffinage project dat in 2012 gelopen
heeft. Er wordt in dit project internationaal samengewerkt met 5 partners. Het
project beoogt verschillende toepassingen van algen-ingrediënten mogelijk te
maken in samenspraak met de productietechnologie. Door de kwaliteitseisen van
de ingrediënten vanuit de toepassing te definiëren, zal het voor het eerst mogelijk
worden om diverse ingrediëntenstromen vanuit algenbiomassa te valoriseren. Het
project heeft inmiddels een S-tal partners. ln 2013 is gewerkt aan een mobiele
pilotplant die op verschillende locaties ingezet kan worden om de bioraffinage van
algenbiomassa te optimaliseren. Deze pilot zal in april 2014 operationeel zijn.
Proiect Titel: GAIA Tvoe TNO Cofinancierino. 5 oartners Agri&Food…