Click here to load reader

VOORTGANGSRAPPORTAGE ENERGIEVERBRUIK EN CO EMISSIE

  • View
    0

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of VOORTGANGSRAPPORTAGE ENERGIEVERBRUIK EN CO EMISSIE

VoortgangsrapportageOpgesteld door: H.J. Griffioen
Akkoord directie
1.2. Opdrachtgevers .................................................................................................. 3
1.3. Medewerkers ..................................................................................................... 3
1.5. Geïntegreerd zorgsysteem ................................................................................... 4
3.1. Begripsbepaling .................................................................................................. 6
3.3. Afwijkingen inventarisatie .................................................................................... 6
3.3. Groene energiebronnen ....................................................................................... 7
5.6. Interne communicatie ....................................................................................... 17
5.7. Externe communicatie ....................................................................................... 17
Pagina 3 van 20
1.0. BELEIDSVERKLARING
De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf streeft in haar beleid naar continuïteit en een gezond ren-
dement. Kwaliteit, Arbo en het Milieu hebben hoge prioriteit bij de uitvoering van haar beleid.
1.1. Missie en doelstellingen
In onze marktsegmenten willen wij een toonaangevende positie innemen. Daarom streven we
naar:
• Het leveren van een kwalitatief hoogwaardig product met een hoge bedrijfszekerheid.
• Een gezonde financiële positie waarbij continuïteit en winst van groot belang zijn.
• Het ten minste naleven van wet- en regelgeving, krachtens de Nederlandse wetgeving, op het
gebied van arbeidsbescherming.
• Het bieden van een plezierige en uitdagende werkomgeving aan medewerkers.
• Het toepassen van duurzaamheidprincipes in de bedrijfsvoering.
Zonder het belang van het realiseren van doelstellingen te schaden is er voortdurend aandacht
voor efficiëntie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden.
1.2. Opdrachtgevers
Een goede relatie met de opdrachtgevers heeft hoge prioriteit. Wij streven daarom naar het uitvoe-
ren van onze werkzaamheden conform de met de klant overeengekomen specificaties. Dit streven
mag niet in strijd zijn met het belang van veiligheid, gezondheid of belasting van het milieu.
1.3. Medewerkers
Procedures en werkinstructies zijn schriftelijk vastgelegd en verstrektraan alle medewerkers. Daar-
naast zijn wij ons bewust van de noodzaak tot het treffen van alle maatregelen om de veiligheid
van de eigen medewerkers en derden te waarborgen en (im)materiële schade te voorkomen.
Voortdurend wordt gewerkt aan verbetering van het kwaliteit, veiligheid- en milieubewustzijn van
onze medewerkers door middel van begeleiding en instructie. Van alle medewerkers wordt ver-
wacht dat zij een actieve houding verwacht ten aanzien van veiligheid, kwaliteit en arbeidsomstan-
digheden. Tevens verwachten we verantwoord handelen ten opzichte van het milieu.
1.4. Leveranciers en onderaannemers
satie. Kwaliteit, veiligheid, gezondheid en milieu zijn onder andere criteria welke van belang zijn bij
deze beoordeling. Hierdoor hebben wij voldoende zekerheid dat leveranciers en onderaannemers
kunnen voldoen aan de door ons gestelde eisen.
Pagina 4 van 20
1.5. Geïntegreerd zorgsysteem
Een managementsysteem is ontwikkeld om beleid ten uitvoer te brengen en doelstellingen te reali-
seren. Daarin worden zorg voor kwaliteit, veiligheid, gezondheid en milieu geborgd. De opzet van
het managementsysteem is van dien aard dat voldaan wordt aan de volgende certificeringsnor-
men:
In een handboek zijn procedures, richtlijnen en doelstellingen vastgelegd. Zowel beleid als doelstel-
ling zijn binnen de organisatie bekend en geïmplementeerd.
De voortgang van de gestelde doelstellingen ten aanzien van kwaliteit, veiligheid en milieu wordt
bewaakt door een coördinator. Deze coördinator is verantwoording schuldig aan de directeur en
heeft de volgende bevoegdheden:
• Vaststellen van problemen ten aanzien van kwaliteit, veiligheid en milieu.
• Vaststellen of aan het geïntegreerd zorgsysteem wordt voldaan.
• Aanbevelen van correctieve maatregelen.
16 december 2012
Pagina 5 van 20
2.1. Beschrijving organisatie
De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf is een dynamisch bedrijf met een brede ervaring op het
gebied van bestratingen, grondwerk, rioleringen, groenvoorzieningen en sloopwerkzaamheden. In
opdracht van (bouw)bedrijven, projectontwikkelaars, woningcorporaties en gemeentelijke overhe-
den wordt een breed scala aan werkzaamheden uitgevoerd. Daarbij staat kwaliteit en veiligheid
hoog in het vaandel. Dat betekent extra controle en zekerheid op al de inspanningen die in op-
dracht van onze opdrachtgevers worden uitgevoerd.
2.2. Verantwoordelijke personen
De heer W. de Groot is als algemeen directeur verantwoordelijke voor de rapporterende organisa-
tie. De rapportage wordt opgesteld onder verantwoording van de controller de heer H.J. Griffioen.
2.3. Organisatie grenzen
Holding B.V., Wijndrecht B.V. en De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf B.V..
Pagina 6 van 20
3.0. ANALYSE CARBON FOOTPRINT
3.1. Begripsbepaling
Indien in deze rapportage gesproken wordt over de organisatie wordt daarmee De Groot & Scha-
gen Aannemingsbedrijf B.V. aangeduid. Hiermee wordt eveneens aangeduid alle in de boudary op-
genomen gerelateerde ondernemingen.
De analyse carbon footprint is gebaseerd op de ISO 14064-1 norm. Conform deze norm is een on-
derverdeling gemaakt in drie categorieën CO2 emissie. Deze onderverdeling heeft betrekking op di-
recte CO2 emissies (scope 1), indirecte CO2 emissies (scope 2) en overige CO2 emissies (scope 3).
Elke scope is nader onderverdeeld in verschillende soorten CO2 emissies. Betreffende carbon foot-
prints zijn als bijlage bij deze voortgangsrapportage opgenomen.
3.2. Inventarisatie CO2 emissies
Per scope heeft voor zover van toepassing een inventarisatie van de CO2 emissies plaatsgevonden.
Deze inventarisatie maakt onderscheid in de verschillende soorten emissies. De inventarisatie is
vooralsnog niet geverifieerd door een Certificerende Instelling. De emissie conversiefactoren zijn
opgenomen in de CO2 footprint.
Scope 1
• Gasverbruik
• Verbruik brandstof bedrijfsauto’s
• Verbruik elektriciteit
Scope 3
Scope 3 is niet geïnventariseerd. Deze waarden maken derhalve geen onderdeel uit van deze rap-
portage.
3.3. Afwijkingen inventarisatie
Voor het verbruik van gas wordt jaarlijks eind november een afrekening van de leverancier ont-
vangen met daarop vermeld het verbruik van het afgelopen jaar op basis van opgegeven meter-
standen. Dit verbruik heeft betrekking op de periode medio november van enig jaar tot en met
medio november van het jaar daaropvolgend. Per kwartaal wordt het verbruik verkregen door het
opnemen van de meterstanden. Het totaal van de opgenomen meterstanden per kwartaal kan
enigszins afwijken van het verbruik vermeld op de afrekening. In het vierde kwartaal wordt het
Pagina 7 van 20
verbruik gecorrigeerd zodat het jaarverbruik in overeenstemming is met het verbruik zoals vermeld
op de jaarafrekening van de leverancier.
De gegevens voor de inventarisatie van het verbruik van brandstoffen zijn gebaseerd op de geau-
tomatiseerde materieeladministratie. Daarin wordt op basis van de ontvangen leveranciersfacturen
soort en hoeveelheden brandstof geregistreerd. Afwijkingen kunnen voorkomen voor zover brand-
stofverbruik buiten de materieeladministratie om rechtstreeks in de financiële administratie wordt
verwerkt. Als gevolg hiervan kunnen kleine afwijkingen ontstaan tussen de financiële administratie
waarin het totaal verbruik is vastgelegd en de materieeladministratie. Tevens kunnen kleine afwij-
kingen ontstaan door onjuiste invoer van factuurgegevens. Interne beheersmaatregelen dragen bij
aan het minimaliseren van genoemde afwijkingen.
Voor het verbruik van elektriciteit wordt jaarlijks eind november een afrekening van de leverancier
ontvangen met daarop vermeld het verbruik van het afgelopen jaar op basis van opgegeven me-
terstanden. Dit verbruik heeft betrekking op de periode medio november van enig jaar tot en met
medio november van het jaar daaropvolgend. Per kwartaal wordt het verbruik verkregen door het
opnemen van de meterstanden. Het totaal van de opgenomen meterstanden per kwartaal kan
enigszins afwijken van het verbruik vermeld op de afrekening. In het vierde kwartaal wordt het
verbruik gecorrigeerd zodat het jaarverbruik in overeenstemming is met het verbruik zoals vermeld
op de jaarafrekening van de leverancier.
Afgelegde kilometers zakelijke reizen met privé auto worden op basis van door medewerker inge-
diende declaraties vastgelegd in de loonadministratie. Uitbetaling vindt altijd plaats via de loon-
strook. Controle van de ontvangen vergoeding door de medewerker biedt voldoende zekerheid om-
trent de juistheid en betrouwbaarheid van de gegevens. Afwijkingen in de inventarisatie op basis
van de loonadministratie zijn derhalve zeer gering.
3.3. Groene energiebronnen
De door de leverancier Eneco geleverde stroom wordt gekwalificeerd als Ecostoom. Echter er zijn
geen gecertificeerde cijfers bekend met betrekking tot de CO2 emissie van deze stroom. Derhalve
kan niet vastgesteld worden of er sprake is van zogenaamde groene stroom en wordt gerekend als
ware het grijze stroom.
Pagina 8 van 20
4.0. REDUCTIEDOELSTELLING
De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf B.V. wenst zich te conformeren aan het regeringsbeleid om
de emissie van CO2 de komende 5 jaar met minimaal 2% per jaar te reduceren. Hierbij dient het
jaar 2011 als referentie jaar.
In het Energie- en CO2 management reductieplan zijn duidelijke taak- en doelstellingen opgenomen
om de gewenste reductie van CO2 te realiseren. In bijlage 2 van dit reductieplan is volgende sa-
menvatting hiervan opgenomen:
verlichting is vervangen
schakelen
01/07/13
t/m 2015
giezuinige modellen
adblue brandstoftoevoe-
ging aanschaffen
t/m 2015
lijk dubbelzijdig afdrukken
Elektriciteitsverbruik en Kopiëren en printen hebben betrekking op gebouwen. Het Brandstofver-
bruik is van toepassing op de projecten.
In de analyse zoals beschreven in paragraaf 5.2. wordt nader toegelicht of genoemde doelstellin-
gen en acties het gewenste resultaat hebben in termen van CO2 reductie.
Pagina 10 van 20
5.0. VOORTGANG
Medio 2012 is De Groot & Shagen gestart met de voorbereidingen voor certificering van het certifi-
caat niveau 3 conform de CO2 prestatieladder van SKAO. Als referentiejaar is 2011 genomen. Cer-
tificatie zal naar verwachting plaatsvinden in februari 2013.
5.1. Nulmeting
Het uitgangspunt voor de te realiseren CO2 reductie is het referentiejaar 2011. De CO2 gegevens
van betreffende jaar dienen als referentiewaarden voor de CO2 reductie.
2011
Diesel liter 56.313,00 176.541,25
Benzine liter 2.198,00 6.110,44
Diesel liter 148.253,00 464.773,15
Zakelijke reizen Benzine km 2.522,00 542,23
Diesel km 23.733,00 4.865,26
Emissie totaal - CO2 kg 783.998,54
94,81
0,69%
De CO2 gegevens over 2012 zijn conform de procedure gegevensverzameling geïnventariseerd en
vastgelegd.
2012
Aspen liter
Zakelijke reizen Benzine km 4.955,00 1.065,33
Diesel km 33.343,00 6.835,31
Emissie totaal - CO2 kg 739.580,18
38,08%
1,07%
0 50
100 150 200 250 300 350 400 450 500 550 600 650 700 750 800 850
C O
2 e
m is
si e
Scope 2 gerealiseerd
Scope 1 gerealiseerd
0 50
100 150 200 250 300 350 400 450 500 550 600 650 700 750 800 850
C O
2 e
m is
si e
20122012Q1 Q2 Q3 Q42013Q1 Q2 Q3 Q42014Q1 Q2 Q3 Q4201
15
725
ope 2 prognose Scope 1 gerealiseerd Scope 2 gere
17 Q1 Q2 Q3 Q4 2018 Q1 Q2 Q3 Q4 2019 Q1 Q2 Q3 Q4 2020 Q1
10 10 10
664 649 633
ope 2 prognose Scope 1 gerealiseerd Scope 2 gere
Pagina 14 van 20
015Q1 Q2 Q3 Q42016
9
618
CO2
gerealiseerd
5.3. Analyse
Deze analyse beschrijft de resultaten over 2012 in relatie tot het referentie jaar 2011.
Het verbruik van gas voor het verwarmen van het pand is als gevolg van een periode van zeer
strenge vorst in 2012 toegenomen. In beide jaren is gebruik gemaakt van dezelfde CV installatie.
Per einde 2012 is er geen voornemen de CV installatie te vervangen door een zuiniger type.
Het brandstof verbruik personenauto’s is toegenomen met 2.360,44 liter. Hierbij moet opgemerkt
worden dat er geen toename is van het aantal personenauto’s. De toename kan niet verklaart wor-
den uit een toename van de afstand naar de projecten. Mogelijk is het privégebruik toegenomen.
Echter het aantal privé kilometers wordt niet geregistreerd. Het is mogelijk dat de toename in rela-
tie tot het verbruik van benzine ten behoeve van het materieel berust op een onjuiste registratie.
Eén en ander in conform hetgeen beschreven in paragraaf 3.3.
Opvallend in het verbruik bestelauto’s, vrachtwagens en materieel is dat er sprake is van gelijkblij-
vende dan wel sterk afnemend verbruik. In relatie tot de toename van de omzet kan geconcludeerd
worden dat de toename van de omzet is gerealiseerd met gebruik van relatief minder capaciteit
materieel en gebruik van bestelauto’s. Er hebben geen noemenswaardige investeringen plaatsge-
vonden in materieel met een zuiniger verbruik.
Het elektriciteitsverbruik is stabiel. Voorgenomen investeringen in energie zuiniger verlichting in
het kantoorpand en het toepassen van bewegingssensoren in werkplaats en kantine zijn gereali-
seerd in 2013. De verwachting is dat als gevolg van deze investeringen het verbruik in de toekomst
zal afnemen. Ook andere investeringen in apparatuur met een zuiniger verbruik hebben nagenoeg
niet plaatsgevonden. In de toekomst worden de meeste aanwezige computers geleidelijk vervan-
gen door zo genaamde thin-clients. Als gevolg hiervan is de verwachting dat het verbruik in de
toekomst zal afnemen.
lijks woon-werkverkeer worden kilometers gedeclareerd voor reizen op en tussen projectlocaties.
De sterke toename wordt veroorzaakt door een toenemend aantal reizen op en tussen projectloca-
ties. Gedurende een aantal maanden hebben reizen plaatsgevonden op een uitgestrekt project
langs de Nederlandse snelwegen.
seerd.
Emissie totaal - CO2 kg
CO2 emissie per medewerker (fte)
ar 2011 is de doelstelling om de CO2 emissie met 2
ordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre deze doelstell
Soort Eenheid Aan
Diesel liter
Pagina 17 van 20
Op basis van voorgaande cijfers blijkt dat de CO2 emissie van De Groot & Schagen Aannemingsbe-
drijf B.V. in 2012 met 7,38% is afgenomen ten opzichte van het referentiejaar 2011. Hiermee is de
algemene doelstelling om de CO2 emissie met 2% per te reduceren gerealiseerd.
In relatieve zin ten opzichte van de omzet dient te worden opgemerkt dat deze ten opzichte van
2011 met 12,60% is toegenomen. De CO2 emissie per € omzet is daarentegen afgenomen met
17,75%. Dat wil zeggen dat op basis van de omzet de absolute CO2 emissie met 5,15% is afgeno-
men.
In relatieve zin ten opzichte van het aantal medewerkers (fte) dient te worden opgemerkt dat deze
ten opzichte van 2011 met 5,87% is afgenomen. De CO2 emissie per medewerker (fte) is afgeno-
men met 1,61%. Dat wilt dat gerelateerd aan het aantal medewerkers de absolute CO2 emissie
met 4,26% is toegenomen.
5.5. Initiatieven in de keten
De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf is lid van de branche organisatie MKB-Infra. Deze branche
organisatie participeert in het samenwerkingsverband Duurzaam GWW. Duurzaam GWW is een
samenwerkingsverband van een aantal organisaties in spoor-, grond-, weg- en waterbouw. Duur-
zaamheid meewegen bij alle fases in de levenscyclus van aanbestedingsprocedures is het uit-
gangspunt van Duurzaam GWW.
De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf wordt begeleid door Sublean Nederland. Zij nemen deel in
diverse initiatieven van de overheid op het gebeid van duurzaamheid en CO2 emissie reductie. Van
belang zijnde kennis en informatie dat voorkomt uit deze initiatieven wordt door Sublean Neder-
land gedeeld met haar klanten waaronder De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf.
5.6. Interne communicatie
In het personeelsblad is in algemene zin melding gemaakt van het voornemen om een certificering
CO2 Prestatieladder niveau 3 te behalen. Meer en gedetailleerde informatie wordt middels een brief
versterkt. De verzending van deze brief staat gepland in februari 2013. Medewerkers wordt hierbij
de mogelijkheid geboden individueel hun inbreng te hebben inzake het Energie- en CO2 beleid van
De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf. Eén en ander overeenkomstig het Communicatieplan.
5.7. Externe communicatie
Op de webpagina www.degrootschagen.nl/milieu.html is melding gemaakt van het voornemen om
een certificering CO2 prestatieladder niveau 3 te behalen. Tevens is het Energie- & CO2 manage-
ment en reductieplan, het Communicatieplan en een Voortgangsrapportage op deze webpagina ge-
publiceerd. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden individueel inbreng te hebben inzake het Ener-
gie- en CO2 beleid van De Groot & Schagen Aannemingsbedrijf. Eén en ander overeenkomstig het
Communicatieplan.
6.0. VOORUITBLIK
6.1. Audit
In januari 2013 zal de eerste milieu audit worden gehouden ter verkrijging van het certificaat CO2
Prestatieladder niveau 3. Tijdens deze audit wordt zo mogelijk het elektriciteitsverbruik vergeleken
met benchmark gegevens.
De werkzaamheden in 2013 zullen naar verwachting nauwelijks toenemen derhalve wordt geen
toename van de emissie verwacht ten aanzien van brandstofverbruik bestelauto’s en materieel.
Eveneens wordt geen toename verwacht van het brandstofverbruik personenauto’s. Dit verbruik
wordt min of meer stabiel verondersteld. Voor zover sprake is van investeringen zal de CO2 emissie
nadrukkelijk onderdeel uitmaken bij de keuze tussen alternatieven. Energie zuiniger alternatieven
leiden op termijn tot afnemende emissies.
In 2013 wordt de verlichting in het pand grotendeels vervangen door een energiezuiniger variant.
Tevens zullen op meerdere plaatsen bewegingssensoren worden aangebracht ter voorkoming van
onnodig brandende verlichting. Tevens zal onderzocht worden of een contract voor groene stroom
afgesloten kan worden. Voor zover sprake is van investeringen zal de mate van energiebesparing
nadrukkelijk onderdeel uitmaken bij de keuze tussen alternatieven. Deze en ander maatregelen
zullen in 2013 naar verwachting leiden tot een lager elektriciteitsverbruik.
Ten aanzien van zakelijke reizen wordt voor 2013 geen afname van het aantal kilometers ver-
wacht.
6.3 Interne communicatie
In het personeelsblad “De Grondslag” zal het personeel in de loop van 2013 verder worden geïn-
formeerd over het milieubeleid. Hierbij zal voornamelijk aandacht besteed worden aan de inhoud
van het Energie- & CO2 management en reductieplan. Tevens wordt aandacht besteed aan de
voortgang en het resultaat van de milieu audit in januari. Voor verdere informatie en documenten
wordt verwezen naar de website. Daarnaast zal door middel van een toolbox meeting in februari
2013 aandacht besteed worden aan het milieubeleid binnen De Groot & Schagen Aannemingsbe-
drijf. De machinisten gaan de cursus “Het nieuwe draaien” volgen. Deze cursus is vooral gericht op
het besparen van brandstof bij het werken met kranen en shovels.
Milieubeleid wordt een vast agendapunt voor de directie- en uitvoerdersvergaderingen. Tevens zal
het milieubeleid vast onderdeel uitmaken van het personeelsoverleg.
Pagina 19 van 20
Opdrachtgevers en anderen belanghebbende zullen via de website geïnformeerd worden over de
voortgang van de activiteiten in het kader van de reductie CO2 emissie. De reeds gepubliceerde do-
cumenten zullen periodiek geactualiseerd worden. Tevens wordt via nieuwsberichten op de website
onder andere melding gemaakt van investeringen met gunstiger specificaties ten aanzien van het
milieu.
Werkmaatschappij
12-12-2012
INLEIDING
Carbon Footprint staat synoniem voor CO2-voetafdruk of CO2-emissie inventaris: een maat voor de uitstoot van CO2 als gevolg van het gebruik van fossiele transport, gebruik van elektriciteit, verwarming, etcetera. brandstoffen in het verkeer, luchtvaart,
In het kader van de certificering CO2 prestatieladder dient er een uitsplitsing gemaakt te worden naar enerzijds de uitstoot die bewerkstelligd wordt door kantoor/fabriek en anderzijds de uitstoot t.b.v. projecten.
Dit document bevat een inventaris van de verbruiken van de energiestromen onderverdeeld in scope 1,2 en 3. Deze meting is in het kader van de ISO 14064-1 norm opgesteld.
2/92/9
6. Scope 3 n.v.t.
7. Samenvatting blz. 9
TOELICHTING
Onder scope 1 emissies vallen de (directe) emissies door de eigen organisatie, zoals emissies door eigen gasgebruik (bijv. gasboilers, warmtekrachtinstallaties en ovens). Ook emissies die verband houden met gebruik van bedrijfswagens (bijv. leasewagens en eigen vrachtwagens) vallen onder scope 1
Onder scope 2 emissies vallen de (indirecte) emissies die ontstaan door de opwekking van elektriciteit die de organisatie gebruikt, zoals emissies door centrales die deze elektriciteit leveren. Daarnaast rekent SKAO “Business air travel” en “Personal Cars for business travel” tot scope 2.
Onder scope 3 emissies vallen de (overige indirecte) emissies die het gevolg zijn van de activiteiten van het bedrijf (de organisatie) maar die voortkomen uit bronnen die geen eigendom zijn van het bedrijf, noch beheerd worden door het bedrijf. Voorbeelden zijn emissies die voortkomen uit de productie of levering van ingekochte materialen, de verwerking van het afval en het gebruik van het door het bedrijf aangeboden/verkochte werk, dienst of levering.
De basis voor deze definities is gegeven in het GHG-protocol, deel “a Corporate Accounting and Reporting Standard”, hoofdstuk 4 “Setting Operational Boundaries”.
4/94/9
Werkmaatschappij :
Telefoonnummer : 0653549967
Email : [email protected]
Website : www.degrootschagen.nl
Totaal 16.487 kg CO2 100%
6/9
Gas
Grijs Gas 5.278,00 m3 1,825 kg CO2/m 3 9.632,35 kg CO2
Scope 1
7/97/9
Grijze stroom 2010 en later 15.065,00 kWh 0,455 kg CO2/kWh 6.854,57 kg CO2
Scope 2
1) 6.854,575 kg CO2 +
Samenvatting
Project
12-12-2012
INLEIDING
Carbon Footprint staat synoniem voor CO2-voetafdruk of CO2-emissie inventaris: een maat voor de uitstoot van CO2 als gevolg van het gebruik van fossiele transport, gebruik van elektriciteit, verwarming, etcetera. brandstoffen in het verkeer, luchtvaart,
In het kader van de certificering CO2 prestatieladder dient er een uitsplitsing gemaakt te worden naar enerzijds de uitstoot die bewerkstelligd wordt door kantoor/fabriek en anderzijds de uitstoot t.b.v. projecten.
Dit document bevat een inventaris van de verbruiken van de energiestromen onderverdeeld in scope 1,2 en 3. Deze meting is in het kader van de ISO 14064-1 norm opgesteld.
2/92/9
6. Scope 3 n.v.t.
7. Samenvatting blz. 9
TOELICHTING
Onder scope 1 emissies vallen de (directe) emissies door de eigen organisatie, zoals emissies door eigen gasgebruik (bijv. gasboilers, warmtekrachtinstallaties en ovens). Ook emissies die verband houden met gebruik van bedrijfswagens (bijv. leasewagens en eigen vrachtwagens) vallen onder scope 1
Onder scope 2 emissies vallen de (indirecte) emissies die ontstaan door de opwekking van elektriciteit die de organisatie gebruikt, zoals emissies door centrales die deze elektriciteit leveren. Daarnaast rekent…