of 14/14
Inhoudstabel Dermatologie Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 1 Dermatologie 1) Onderzoek van huid a) Specifieke termen voor beschrijven vd huidafwijkingen i) Efflorescenties (huiduitslag) (1) Primaire effloriscenties (huiduitslag) (a) Niet boven huidniveau verheven (i) Macula (b) Boven huidniveau verheven (i) Compacte opbouw 1. Papel 2. Nodulus 3. Plaque 4. Urtica (kwaddel) (c) Niet compacte opbouw (i) Vesikel (ii) Bulla (iii) Pustula (2) Secundaire efflorisecties (a) Squamae (i) Pityriasiforme schilfering (ii) Psoriatiforme schilfering (iii) Lamellaire schilfering (b) Korst (c) Huiddefecten (i) Erosie (ii) Ulcus (d) Fissuur (e) Litteken (f) Atrofie (g) Sclerose (h) Hypertrofie of pachydermie (i) Dyschromie (j) Lichenificatie ii) Distributie en localisatie iii) Afmeting, vorm en configuratie 2) Bulleuze dermatosen

Dermatologie - wikimedica.medica.be · 2. Trichophytie 3. Kerion celsi 4. Favus (ii) Tinea barbae 1. Folliculitis-aspect 2. Sycosis barbae (parasitaria) 3. Kerion celsi (c) Sterk

  • View
    1

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Dermatologie - wikimedica.medica.be · 2. Trichophytie 3. Kerion celsi 4. Favus (ii) Tinea barbae...

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 1

    Dermatologie 1) Onderzoek van huid

    a) Specifieke termen voor beschrijven vd huidafwijkingen

    i) Efflorescenties (huiduitslag)

    (1) Primaire effloriscenties (huiduitslag)

    (a) Niet boven huidniveau verheven

    (i) Macula

    (b) Boven huidniveau verheven

    (i) Compacte opbouw

    1. Papel

    2. Nodulus

    3. Plaque

    4. Urtica (kwaddel)

    (c) Niet compacte opbouw

    (i) Vesikel

    (ii) Bulla

    (iii) Pustula

    (2) Secundaire efflorisecties

    (a) Squamae

    (i) Pityriasiforme schilfering

    (ii) Psoriatiforme schilfering

    (iii) Lamellaire schilfering

    (b) Korst

    (c) Huiddefecten

    (i) Erosie

    (ii) Ulcus

    (d) Fissuur

    (e) Litteken

    (f) Atrofie

    (g) Sclerose

    (h) Hypertrofie of pachydermie

    (i) Dyschromie

    (j) Lichenificatie

    ii) Distributie en localisatie

    iii) Afmeting, vorm en configuratie

    2) Bulleuze dermatosen

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 2

    a) Congenitaal: epidermolysis bullosa

    i) Epidermolysis bullosa simplex

    ii) Junctionele epidermolysis bullosa

    iii) Dystrofische epidermolysis bullosa

    b) Verworven bulleuze dermatosen

    i) Pemphigus vulgaris

    ii) Pemphigus vulgaris en pemphigus vulgaris ziektespectrum

    iii) Bulleus pemphigoid

    iv) Herpes gestationis

    v) Dermatitis herpetiformis

    vi) Lineaire IgA dermatose

    (1) Chronisch bulleus disease of childhood

    3) Acuut cutaan vasculaire aandoeningen

    a) Erythemen

    i) Gelokaliseerde erythemen

    (1) Erythema palmare

    (2) Fixed drug eruption

    (3) Erythema faciale

    (4) Erythema paranasale

    (5) Erythema perstans

    (6) Erythema als deel Raynaud

    (7) Erythema tgv fysische oorzaken

    ii) Gefigureerde erythemen

    (1) Erythema annulare centrifugum

    (2) Erythema gyratum repens

    (3) Erythema chronicum migrans

    (4) Erythema marginatum rheumaticum

    (5) Necrolytisch migratoir erytheem

    iii) Diffuse erythemen/exantheem (toxi-infectieus)

    (1) Mobiliform

    (2) Scalantina

    (3) Toxisch exantheem = exanthemische drugeruptie

    iv) Erythema exsudativa multiforme (EEM)

    v) Potentieel levensbedreigende aandoeningen


    (1) Stevens-Johnson Syndroom (SJS)

    (2) Toxische Epidermale Necrolyse (TEN)

    (3) Staphylococcal Scaldes-Skin Syndrome (SSSS)

    b) Urticaria (urtica)

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 3

    i) Fysische urticaria

    (1) Cholinergische urticaria

    (2) Dermografisme

    (3) Koude urticarua

    (4) Drukurticaria

    (5) Solaire urticaria

    (6) Contacturticaria

    ii) Hereditaire angioedeem

    iii) Anafylactische shock

    iv) Urticaria vasculitis

    c) Erythema nodosum

    d) Purpura en allergische vasculitis

    4) Eczemen = dermatitis

    a) Contactdermatitis

    i) Irritatiedermatitis (ICD)

    ii) Allergische contactdermatitis(ACD)

    iii) Orthoërgische dermatitis

    b) Atopische of constitutioneel eczeem of atopische dermatitis (AD)

    i) Behandelingsopties

    (1) Lichte AD (SCORAD < 15) = transiënt eczeem

    (a) Topische corticosteroïden

    (b) Topische calcineurine inhibitoren (TIM’s = TCI’s)

    (i) tacrolimus zalf, pimecrolimus crème

    (c) Antiseptica (inclusief zilver)

    (d) Niet-sederende antihistaminica (anti-H1) ??

    (2) Matige AD (SCORAD 15-40): eczeemopflakkeringen


    (a) Sederende antihistaminica (anti-H1): doxepine, hydroxyzine

    (b) UV therapie (UVB 311 nm, UVA1)

    (3) Ernstige AD (SCORAD > 40): persisterend eczeem 


    (a) Hospitalisatie 


    (b) Systemische immunosuppresiva 


    (i) PO corticosteroïden

    (ii) Cyclosporine A

    (iii) Azathioprine

    c) Seborrheïsche dermatitis = seborrheïsch eczeem

    i) 2 varianten volgens leeftijd

    (1) Volwassen leeftijd: vanaf puberteit

    (2) Zuigelingen (tot 6e levensmaand)

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 4

    ii) Scalp

    iii) Gelaat

    iv) Mediothoracaal

    (1) Follicaulair

    (2) Petaloïd

    (3) Eczemateus

    (4) Pityriasiform

    v) Flexuraal

    5) Papulosquameuze aandoeningen

    a) Psoriasis

    i) Psoriasis vulgaris

    (1) Psorasis ‘en plaques’

    (a) Psoriasis inversa

    (2) Psoriasis guttata

    (3) Psoriasis vd nagels

    (4) Psoriasis vd slijmvliezen: mond

    ii) Afwijkende vormen = psoriasis non-vulgaris

    (1) Psoriasis pustulosa

    (a) Gelokaliseerd

    (i) Psoriasis palmoplantaris

    (ii) Acrodermatitis continua van Hallopeau

    (iii) Gegeneraliseerde psoriasis pustulosa (GPP)

    (iv) Psoriasis erythrodermie

    (v) Psoriasis artropathica

    iii) Behandeling 


    (1) Lokale behandelingen

    (a) CCS

    (b) Vitamine D derivaten

    (c) Teer

    (d) Cignoline

    (e) Tazaroteen (topisch retinoïd)

    (f) Salicylzuur

    (g) Vochtinbrengende crèmes

    (h) Dithranol

    (2) Fysische behandelingen

    (3) Systemische behandelingen

    (a) Retinoïd

    (b) Methotrexaat

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 5

    (c) Cyclosporine

    (d) Fumaraat

    (e) Biologicals

    b) Lichen planus

    i) Primaire efflorescentie: papel

    ii) Orale lichen planus

    (1) Asymptomatisch type

    (2) Symptomatisch type

    (a) Erosief type

    (b) Bulleus type

    (c) Atrofisch type

    c) Andere papulosquameuze aandoeningen

    i) Pityriasis rosea

    ii) Pityriasis versicolor (PV)

    iii) Chronische superficiële dermatitis

    6) Acne vulgaris en rosacea

    a) Acne vulgaris

    i) Polymorf

    (1) Comedonen acne = retentionele acne

    (2) Papulopustuleuze acne

    (3) Acne cystica

    (4) Acne keloidalis

    (5) Atrofische, ingezakte littekens: icepick littekens

    ii) Klinische varianten

    (1) Acne excoriée

    (2) Acne neonatorum (infantum)

    (3) Contact-acne = acne venenata

    (a) Chlooracne

    (b) Teeracne(historisch)

    (c) Acne cosmetica

    (4) Fysische acne

    (a) “Syndroom van Favre Racouchot”

    (5) Acne door geneesmiddelen

    (a) Androgenen

    (b) Progestagenen

    (c) Steroïden

    (d) Anderen

    (6) Acne androgenetica

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 6

    iii) Behandeling

    (1) Isotretinoine

    (2) Topische retinoiden

    (3) Benzoylperoxide 


    (4) Azelaïnezuur

    (5) Salicylzuur

    (6) Topische antibiotica

    (7) Orale antibiotica

    b) Acne inversa = hidradenitis suppurativa

    c) Rosacea

    i) Klinische types

    (1) Erythemato-teleangiëctatische rosacea

    (2) Papulopustuleuze rosacea

    (3) Hypertrofische rosacea

    (4) Steroid rosacea

    (5) Oculaire rosacea

    ii) Behandeling

    (1) Lokaal

    (a) Metronidazole

    (b) Ivermectine 1% crème

    (2) Systemische behandeling

    (a) Tetracyclines

    (3) Bijkomende therapeutische opties

    (a) Brimonidine gel

    7) Infecties van de huid

    a) Bacteriële infecties

    i) Bacteriële infecties door overgroei van residente flora

    (1) Erythrasma

    (2) Trichomycosis palmellina

    (3) Pitted keratolyse

    (4) Behandeling

    (a) Lokale antiseptica

    (b) Lokale AB

    (c) Orale AB

    ii) Bacteriële infecties door S. aureus en/of S. pyogenes

    (1) Primaire huidinfectie (pyodermie)

    (a) Beperkt tot epiderm → impetigo

    (i) Niet-bulleuze impetigo = kleinblarig

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 7

    (ii) Bulleuze impetigo

    (b) Verdere uitbreiding naar huidaanhangsels

    (i) Folliculitis

    1. Ostiofolliculitis = ‘impetigo van Bockhardt’ 


    (ii) Furunkel

    (iii) Karbunkel

    (c) Nog diepere uitbreiding: diepere huidlagen 


    (i) Ecthyma

    (ii) Acute cellulitis

    (iii) Erysipelas

    1. Erysipelas bullosa

    2. Erysipelas faciitis

    (2) Secundaire huidinfectie

    (3) Huidafwijkingen bij systemische infecties

    b) 
Mycosen vd huid en slijmvliezen 


    i) Dermatofyten

    (1) Indeling volgens lokalisatie

    (a) Niet behaarde huid (niet telogeen behaarde huid)

    (i) Tinea corporis

    (ii) Tinea cruris

    (iii) Tinea faciei

    (b) Behaarde huid


    (i) Tinea capitis

    1. Microsporie

    2. Trichophytie

    3. Kerion celsi

    4. Favus

    (ii) Tinea barbae

    1. Folliculitis-aspect

    2. Sycosis barbae (parasitaria)

    3. Kerion celsi

    (c) Sterk gekeratiniseerde huid

    (i) Tinea pedis

    1. Vnl tinea pedis interdigitalis

    a. Simplex

    b. Complex

    2. Dyshidrotische tinea pedis (pustuleus)

    3. Erythematosquameus (hyperkeratotisch)

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 8

    4. Voetrug

    (ii) Tinea manuum

    (d) Nagels: Onychomycose

    (i) DLSO = ‘distale en laterale subunguale onychomycose’

    (ii) SWO = ‘superficiële witte onychomycose’

    (iii) PSO = ‘proxymale subunguale onychomycose’

    (iv) TDO = ‘totale dystrofische onychomycose’

    c) Gisten: candidosis

    i) Huid

    ii) Slijmvliezen

    (1) Oropharyngeaal / orale candidose

    (2) Genitale candidose bij de man: balanoposthitis

    d) Virale infecties

    i) Humane herpesvirussen

    (1) Herpes simplex type 1 en 2 


    (a) HSV type 1: meestal ‘boven de gordel’ 


    (b) HSV type 2: in 75% genitaal (‘onder de gordel’)

    (c) Abnormale verloopsvormen en complicaties

    (i) Inoculatie-infecties op andere plaats dan meest voorkomende plaatsen

    1. Herpetische keratoconjunctivitis

    2. Herpetische witvinger

    3. Eczema herpeticum

    4. Herpes gladiatorum

    (ii) Herpetische encefalitis 


    (iii) Herpes neonatorum

    (iv) Herpes in immuungedeprimeerden

    (v) Erythema exsudativum multiforme (EEM)

    (2) Varicella zoster virus (VZV)

    (a) Primo-infectie: varicella (‘chickenpox’)

    (b) Herpes zoster = reactivatie

    (i) Trigeminusgebied

    1. Zona oftalmica

    2. Zona maxillaris en mandibularis

    (c) Abnormale verloopsvormen en complicaties

    (i) Herpes zoster disseminatum

    (ii) Necrotische zoster 


    (iii) Aantasting motorische zenuwvezels

    (iv) Post-herpetische neuralgie

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 9

    ii) Humaan papilloma virus (HPV)

    (1) Cutaan


    (a) Verrucae vulgares: HPV-2 (57, 1, 4)

    (b) Verrucae planae: HPV-3 (10)

    (c) Verrucae plantares: voetzoolwratten

    (i) Corn warts (doornwratten): HPV-1

    (ii) Mozaiekwratten: HPV-2

    (d) Wratten bij beenhouwers: HPV-7


    (e) In immuungecompromitteerden (transplant): HPV-2, 4 


    (f) Verrucae filiformis 


    (2) Mucosaal


    (a) Verrucae anogenitales (genitale wratten) of condylomen

    (i) Condylomata acuminata: HPV-6 (11)

    (ii) Condylomata plana: vnl HPV-6, 10, 11, 16, 18

    (b) Orale verrucae

    iii) Infecties met pokkenvirussen (DNA virus): 3 types

    (1) Molluscum contagiosum virus 


    (2) Parapokkenvirus: orf / ecthyma contagiosum

    e) Seksueel overdraagbare aandoeningen 


    i) Viraal 


    (1) Genitale herpes simplex (HSV 2) 


    (2) Anogenitale wratten 


    ii) Bacterieel: syfilis 


    f) Parasitaire infecties

    i) In en op de huid: scabies

    (1) Scabies norvegica

    (2) (post)scbies noduli

    (3) Postscabies dermatitis

    ii) Op huid levend: insecten

    (1) Luizen

    (a) Hoofdluizen

    (b) Schaamluizen

    (c) Kleerluizen

    (2) Vlooien

    (3) Strophulus infantum (papular urticaria prurigo acuta)

    (4) Teken

    (5) Muggen, bijen, wespen

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 10

    8) Haarziekten

    a) Haartypes

    i) Lanugo

    (1) Hypertrichosis languinosa congenita

    (2) Hypertrichosis languinosa acquista

    b) Alopecia

    i) Niet-cicatricieel

    (1) Telogeen effluvium


    (2) Anageen effluvium


    (3) Alopecia androgenetica

    (4) Alopecia areata

    (a) Alopecia areata simplex

    (b) Ophiasis type

    (c) Alopecia areata totalis of universalis

    (5) Trichotillomanie

    9) Chronische wonde

    a) 
Veneus ulcus


    i) Ulcus

    ii) Varicositeiten en oedeem

    (1) Varicositeit

    (2) Oedeem

    iii) Trofische stoornisen

    (1) Stase dermatitis

    (2) Atrofie blanche 


    (3) Stase purpura = Angiodermite Purpurique en Pigmentée (APP)

    (4) Lipodermatosclerose = eindstadium

    iv) Complicaties 


    (1) Infecties 


    (2) Contactallergie 


    (3) Calcinosis subcutanea (/cutis) ‘postphlebetica’

    (4) Gewrichtsproblemen (ankylose enkel, knieën, heup)

    (5) Maligne ontaarding

    b) Arterieel ulcus

    c) Diabetisch ulcus

    10) Huidaantasting bij systeemziekten

    a) Lupus erythematosus

    i) Acute cutane LE = vlindererytheem

    ii) Subacute cutane LE

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 11

    (1) Annulaire vorm

    (2) Papulosquameuze vorm

    iii) Chronische cutane LE = discoïde lupus erythermatosus

    b) Dermatomyositis

    c) Systeemsclerose

    i) Huidafwijkingen

    (1) Raynaud

    ii) Morphea

    (1) Morphea circumscripta (‘plaque type’)

    (2) ‘en coup de sabre’

    (3) Lineaire morphea

    (4) Gegeneraliseerde morphea

    d) Vasculitis

    i) 
Cutane small-vessel vasculitis 


    ii) Cutane medium-vessel vasculitis


    (1) Asymmetrische, onderbroken livedo reticularis

    (2) Erythemateuze subcutane noduli 


    (3) Acrocyanose / ulceraties 


    11) Epidermale tumoren vd huid

    a) Goedaardige epidermale tumoren

    i) Verruca vulgaris = banale wrat

    ii) Verruca seborrhoica 


    iii) Keratoacanthoom

    b) Premaligne huidafwijkingen

    i) 
Actinische keratose 


    ii) In situ SCC’s 


    (1) Morbus Bowen

    (2) Ziekte van Paget

    (3) Extramammaire Paget

    c) Maligne epidermale tumoren

    i) 
BCC = basocellulair carcinoom

    (1) Nodulair BCC

    (2) Cicatricieel BCC

    (3) Oppervlakkig BCC 


    (4) Ulceratieve vorm

    (5) Gepigmenteerde vorm

    ii) SCC = spinocellulair carcinoom

    (1) Gedifferentieerd SCC

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 12

    (2) Ongedifferentieerd SCC

    12) Pigmentletsels

    a) Goedaardige pigmentletsels

    i) Lengito simplex

    ii) Melanocytaire naevi

    (1) Congenitale melanocyt naevi

    (a) Reuze congenitale naevi

    (2) Verworven melanocyt naevi 


    (a) Banale naevi


    (i) Junctionele neaus

    (ii) Samengestalde neavus

    (iii) Dermale naevus

    (b) Naevus van Spitz

    (c) Blauwe naevus

    (d) Dysplastische naevus

    (e) Halo naevus

    b) Maligne melanoom

    i) Superficieel spreidend maligne melanoom

    ii) Lentigo maligne melanoom

    iii) Acrolentigineus maligne melanoom

    iv) Nodulair maligne melanoom

    Pathologie 1) Histologie vd huid en basisbegrippen id huidpathologie

    a) Huid

    i) Functies

    ii) Samenstelling

    b) Inflammatoire huidpathologie

    i) Epidermale basisletsels

    ii) Dermale basisletsels

    iii) Basisletsels subcutis

    2) Bulleuze dermatosen

    a) 1. Waar is blaar gelokaliseerd?

    b) 2. Wat is samenstelling vh geassocieerd ontstekingsinfiltraat? 


    c) 3. Belangrijk: hoe is blaar ontstaan?

    i) Intra-epidermaal 


    (1) Oedeem

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 13

    (2) Acantholyse

    (3) Beide

    ii) Subepidermaal

    (1) Confluerende vaculopathie

    (2) Depositie van immuuncomplexen

    (a) Bulleus pemphigoid

    (b) Dermatitis herpetiformis

    (c) Lineaire IgA dermatose

    (d) Epidermolysis bullusa

    (3) Oedeem

    3) Histopathologie van psoriasis, eczeem en lichen planus

    a) Psoriasis

    b) Eczeem

    c) Lichen planus

    4) (Niet-melanocytaire) goedaardige en kwaadaardige tumoren vd huid

    a) Goedaardige huidtumoren

    i) Uitgaande van epidermale cellen

    (1) Keratinocyten (epitheelcellen)

    (a) Uitgaande van basaalcel: basaalcellig papilloom / seborrheïsche wrat

    (b) Uitgaande van plaveiselcel

    (i) (plaveiselcellig) papilloom

    (ii) Kerato-acanthoma

    (2) Melanocyten: naevi (zie verder)

    (3) Langerhans’ cellen: Langerhans’ cel histiocytose

    ii) Uitgaande van dermale cellen

    (1) Fibreuze tumoren

    (a) Dermatofibroma

    (b) Fibro-epitheliale poliep / skin tag / acrochordon

    (c) Keloid = abnormaal littekenweefsel

    (2) Vasculaire tumoren: angiomen / hemangiomen

    (3) Neurale tumoren: neurofibroma

    (4) Lymfoide tumoren: “lymfocyair infiltraat van de huid” (Pseudolymfoma, Jessner)

    b) Premaligne condities = pre-invasief

    i) Keratosen (in epidermis)

    ii) Ziekte van Bowen / erythroplasie van Queyrat = vorm van CIN

    iii) dysplastische naevus’ (zie pigmentletsels)

    c) Kwaadaardige tumoren


    i) Uitgaande van epidermale cellen

  • Inhoudstabel Dermatologie

    Dermatologie 2de Master GNK Daphné Vanderhaeghe 14

    (1) Epitheelcellen

    (a) “Basaal”cellig: basocellulair carcinoom

    (i) Nodulo-cystisch type

    (ii) Oppervlakkig type: vormt nesten van carcinoom

    (iii) Scleroserend of ‘morfeiform’ BBC

    (b) “Plaveisel”cellig = plaveiselcellig of spinocellulair carcinoom

    (2) Melanocyten: maligne melanoom

    (3) Merkel cellen: neuro-endocrien carcinoom (Merkel cel tumor)

    ii) Uitgaande van dermale cellen 


    (1) Fibroblasten: dermatofibrosarcoma protuberans 


    (2) Bloedvaten 


    (a) Angiosarcoma 


    (b) Kaposi sarcoom 


    (3) Lymfocyten (SALT): maligne lymfoom (non-Hodgkin)/mycosis fungoides

    (a) SCALT = skin associated lymofoid tissue


    (b) Mycosis fungoides

    5) Pigmentcelletsels

    a) Goedaardige tumoren

    i) Lentigo

    ii) Naevi

    (1) Klinische en morfologische types

    (a) Junctionele naevus

    (b) Samengestelde naevus 


    (c) Dermale naevus

    (2) Soorten naevi 


    (a) Verworven naevi = common naevi 


    (b) Congenitale naevi

    (c) Blauwe naevi

    (d) Spitz naevus

    (e) Dysplastische naevus

    b) Maligne melanoom

    i) Subtypes vh melanoom

    (1) Superficieel spreidend melanoom (SSM)

    (2) Lentigo maligna (LM) en lentigo maligna melanoom (LMM)

    (3) Acrolentigineus melanoom (AM)

    (4) Nodulair melanoom (NM)

    DermatologiePathologie