KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN - Binnenlands Bestuur ... KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN 2 Contactpersonen

  • View
    1

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN - Binnenlands Bestuur ... KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN 2...

  • KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN Verslagjaar 2016

    5 DECEMBER 2017

  • KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN

    2

    Contactpersonen

    CINDY GOORTS MSC Adviseur Milieu en Duurzaamheid

    T +31 (0)62706 1596

    M +31 (0)62706 1596

    E cindy.goorts@arcadis.com

    Arcadis Nederland B.V.

    Postbus 1018

    5200 BA 's-Hertogenbosch

    Nederland

    RENS KOLKHUIS TANKE Projectmanager

    M +31 (06)6 2706 0260

    E rens.kolkhuistanke@arcadis.com

    Arcadis Nederland B.V.

    Postbus 1018

    5200 BA 's-Hertogenbosch

    Nederland

  • KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN

    3

    INHOUDSOPGAVE

    KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN VERSLAGJAAR 2016 4

    Duurzame energie opwekking 4

    Energie-efficiency 7

    Reductie broeikasgassen 7

    Duurzaam inkopen 8

    Vervoer 9

    Aanbevelingen 10

    Status aanbevelingen Klimaatmonitor verslagjaar 2015 10

    Aanbevelingen Klimaatmonitor verslagjaar 2016 11

    Samenvatting voortgang doelstellingen Klimaatakkoord 11

    BIJLAGEN BIJLAGE A TOTALE CO2 KLIMAATVOETAFDRUK WATERSCHAPPEN 12

    BIJLAGE B INDIVIDUELE CO2 KLIMAATVOETAFDRUK WATERSCHAPPEN 15

    BIJLAGE C WIJZE BEREKENING CO2-KLIMAATVOETAFDRUK

    WATERSCHAPPEN 60

  • KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN

    4

    KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN VERSLAGJAAR 2016

    De Unie van Waterschappen (UvW) heeft in het voorjaar van 2010 met het Rijk een Klimaatakkoord

    getekend. In dit akkoord zijn de ambities van de waterschappen voor energie, klimaat en duurzaamheid

    vastgelegd. De verandering van het klimaat moet worden tegengegaan (mitigatie) en de kwetsbaarheid voor

    de gevolgen hiervan verminderd (adaptatie).

    Voor mitigatie zijn de afspraken vastgelegd in de Green Deal Energie die de Unie van Waterschappen maart

    2016 sloot met het Rijk. Met deze deal zijn de afspraken uit het SER Energieakkoord (2013) verder

    aangescherpt en zijn de meerjarenafspraken energie-efficiency verbetering (MJA3) verbreedt van de

    afvalwaterzuivering naar het hele waterschap. Het streven is gericht om in 2020 voor 40% zelfvoorzienend te

    zijn en in 2025 100% energieneutraal.

    Op hoofdlijnen zijn de doelstellingen uit het Klimaatakkoord als volgt:

    • 30% energie-efficiënter en zuiniger werken tussen 2005 en 2020.

    • 40% zelfvoorzienend door eigen duurzame energieproductie in 2020.

    • 30% minder uitstoot van broeikasgas tussen 1990 en 2020.

    • 100% duurzame inkoop in 2015.

    • De waterschappen verminderen de CO2-uitstoot van vervoerskilometers in het werkverkeer en in het

    woon-werkverkeer.

    De Klimaatmonitor brengt de tussentijdse voortgang in beeld van de geformuleerde ambities op het gebied

    van energie, klimaat en duurzaamheid. Hierin wordt zowel gerapporteerd op het niveau van het individuele

    waterschap alsook de totale waterschapssector. Iedere twee jaar vindt er een uitgebreide rapportage plaats.

    In de tussenliggende jaren (zoals deze versie van de Klimaatmonitor) wordt er alleen gerapporteerd over de

    voortgang van de doelstellingen. De voorliggende Klimaatmonitor Waterschappen heeft betrekking op de

    resultaten over het jaar 2016.

    Duurzame energie opwekking

    In het Klimaatakkoord hebben de waterschappen de doelstelling geformuleerd om in 2020 voor 40%

    zelfvoorzienend te zijn door de ontwikkeling van eigen duurzame energieproductie. Deze afspraak is in de

    Green Deal Energie bevestigd.

    In 2016 is het percentage eigen duurzame energieopwekking 32,6% van het totale energieverbruik. Het

    betreft hier de opwekking door het waterschap op eigen terrein (■) en de opwekking door het waterschap

    buiten het eigen terrein (■). De 40%-doelstelling is tot dusver voor 80% behaald.

    Daarnaast wordt er door derden op het terrein van de waterschappen nog 603 TJ aan energie opgewekt

    (waterschap is hierbij faciliterend ■), oftewel 6,5% ten opzichte van het totaal energieverbruik van de sector.

    Voor de MJA-monitoring mag hiervan een deel worden toegekend aan de waterschappen (zie hiervoor de

    „Sectorspecifieke toelichting EEP 2017-2020 MJA Waterschappen‟). Dit komt voor de opgegeven projecten

    veelal neer op 10%.

    Het vermoeden bestaat dat niet alle projecten van derden op terreinen van waterschappen zijn

    gerapporteerd in de huidige monitoringsronde, en dat het aandeel wat door derden op de terreinen van de

    waterschappen wordt opgewekt in werkelijkheid nog hoger is.

  • KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN

    5

    Figuur 1: Verloop duurzame energieopwekking periode 2005-2016 op sectorniveau

    Opmerking bij Figuur 1: Tot en met verslagjaar 2014 is het aandeel opwekking duurzame energie wat door het waterschap wordt opgewekt op het eigen terrein en buiten het eigen terrein gerapporteerd als één getal. Vanaf verslagjaar 2015 wordt er een uitsplitsing gemaakt naar eigen opwekking op het eigen terrein en eigen opwekking buiten het eigen terrein. Daarnaast is vanaf dat jaar ook voor het eerst de hoeveelheid opwekking door derden op het terrein van het waterschap gerapporteerd.

    De volgende figuur toont per waterschap het percentage opwekking van duurzame energie. Hierbij wordt

    onderscheid gemaakt in:

    • Eigen opwekking op eigen terrein ■;

    • Eigen opwekking buiten eigen terrein ■;

    • Opwekking door derden op terrein waterschap ■.

  • KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN

    6

    Figuur 2: Aandeel duurzame energieopwekking 2016 ten opzichte van totale energieverbruik per waterschap

    De sector is volop bezig met onderzoek naar en realisatie van duurzame energieprojecten. Zo zijn alle

    waterschappen betrokken bij de ontwikkeling van de Energiefabriek (winnen van energie uit afvalwater) en

    wordt flink geïnvesteerd in productie van biogas uit slib, windenergie en zonnestroom. De komende jaren

    (t/m 2020) investeren de waterschappen €150 - €200 miljoen in de opwekking van duurzame energie, blijkt

    uit de Investeringsagenda van waterschappen, gemeenten en provincies. Naast de samenwerking met

    gemeenten en provincies hebben de waterschappen een Energiecoalitie met Rijkswaterstaat gesloten om

    energiekansen in het waterbeheer optimaal te benutten.

  • KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN

    7

    Energie-efficiency

    Voor energie-efficiency wordt door de waterschapssector aangesloten bij de doelstelling uit het MJA3-

    convenant. De doelstelling is om in de periode 2005-2020 een energie-efficiencyverbetering te behalen van

    ten minste 30%, oftewel 2% per jaar. Energie-efficiency wordt hierbij gezien als energiebesparing (zowel

    binnen de inrichting als in de keten) en inzet van duurzame energie. Monitoring hiervan vindt plaats sinds

    2009. Tot op heden wordt de behaalde energie-efficiencyverbetering als gevolg van genomen

    energiebesparingsmaatregelen enkel gemonitord over het bedrijfsonderdeel afvalwaterzuivering. Volgend

    jaar (verslagjaar 2017) zullen ook de overige bedrijfsonderdelen worden meegenomen in de MJA-

    monitoring.

    In de periode 2009-2016 is de energie-efficiency met 36,1% verbeterd. Dit komt overeen met 4,5% per jaar.

    Hiervan is 2,9% het resultaat van besparingen in het proces en de keten. De intensivering van de eigen

    opwekking (■) bedroeg gemiddeld 1,6% per jaar. Deze energie-efficiency verbetering is nog exclusief de

    intensivering van de inkoop van duurzame energie (■ intensivering van gemiddeld 3,6% per jaar).

    Het aandeel duurzame energie (inkoop en opwekking) voor het bedrijfsonderdeel afvalwaterzuivering is in de

    periode 2005-2016 gestegen van 27% naar 109%. Dat dit percentage meer is dan 100% komt doordat de

    waterschappen zelf opgewekte elektriciteit aan het openbare net terug leveren of doorleveren aan derden.

    Figuur 3: Aandeel duurzame energie bedrijfsonderdeel afvalwaterzuivering conform MJA3

    Reductie broeikasgassen

    De ambitie is om de CO2-klimaatvoetafdruk van 1990 – 2020 met 30% te verminderen. Historische gegevens

    ontbreken echter om de reductie ten opzichte van 1990 vast te stellen. Om die reden is in 2013 gekozen

    voor een pragmatische oplossing door deze doelstelling gelijk te stellen aan een reductie van 200 kton CO2-

    equivalenten, en deze enkel te relateren aan de CO2-voetafdruk.

    Gekeken wordt hoeveel CO2-uitstoot er vermeden is door inkoop van groene stroom en de productie van

    biogas. Hieruit kan geconcludeerd worden dat in 2016 hiermee in totaal 218 kton CO2-uitstoot is vermeden.

    Dit is een reductie van 47% ten opzichte van de Klimaatvoetafdruk van 2005. Dit betreft 170 kton CO2 door

    de inkoop van groene stroom en 48 kton CO2 door de productie van biogas. Hiermee is de doelstelling

    behaald om 200 kton te reduceren.

    De totale CO2-klimaatvoetafdruk van de waterschappen is in de periode tussen 2013 en 2016 gedaald met

    15%. In 2016 is de totale Klimaatvoetafdruk 381 kton CO2. Dit komt overeen met de CO2-uitstoot van ruim

    48.000 huishoudens. Het grootste aandeel in de Klimaatvoetafdruk van de waterschappen is het

    energieverbruik (brandstof & elektriciteit) van de afvalwaterzuiveringen (43% van de totale CO2-uitstoot).

    0%