Handboek zelfredzaamheid vastgesteld door bestuur HANDBOEK (ZELF)REDZAAMHEID 3 Inleiding Dit handboek

  • View
    8

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Handboek zelfredzaamheid vastgesteld door bestuur HANDBOEK (ZELF)REDZAAMHEID 3 Inleiding Dit...

  • HANDBOEK (ZELF)REDZAAMHEID

    VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND

    VERSIE: OKTOBER 2010

  • H A N D B O E K ( Z E L F ) R E D Z A A M H E I D

    2

    Inhoud

    Inleiding 3

    1. Werkwijze Samenwerken 4

    2. Aansprakelijkheid bij het benutten van redzaamheid 9

    3. Checklist waarschuwen van de bevolking 20

    4. Checklist redden 24

    5. Checklist evacueren en opvang 28

    6. Checklist psychosociale nazorg 31

    Bijlage 1: competenties voor de professionele hulpverlener 32

    Bijlage 2: checklists DWI per functie 33

  • H A N D B O E K ( Z E L F ) R E D Z A A M H E I D

    3

    Inleiding

    Dit handboek gaat over de (zelf)redzaamheid van burgers in noodsituaties, en hoe je daar als professionele hulpverlener effectief mee om kunt gaan. Dit handboek biedt een beoordelings- kader voor het inzetten van en samenwerken met burgers en geeft tips en adviezen om de red- zaamheid van burgers slim te benutten in de hulpverlening.

    Definities

    Zelfredzaamheid betreft alle handelingen van burgers om crisissituaties te voorkomen en om zich-

    zelf tijdens crisissituaties te (kunnen) helpen en de gevolgen te beperken.

    Redzaamheid betreft alle handelingen van burgers, families, buurtnetwerken en organisaties om

    crisissituaties voor anderen te voorkomen en om anderen tijdens crisissituaties te (kunnen) helpen

    en de gevolgen te beperken.

    Burgerhulp of burgerparticipatie betreft alle handelingen van burgers op verzoek van hulpdiensten

    en overheden tijdens crisissituaties.

    Dit handboek bestaat uit 6 delen:

    � Deel 1 bevat het allesomvattende beoordelingskader voor het benutten van redzaamheid van burgers in noodsituaties, de zogeheten Werkwijze Samenwerken. Deze werkwijze biedt houvast bij het maken van een beoordeling over het gedogen, inzetten, en samen- werken met redzame burgers.

    � Deel 2 bevat informatie over de aansprakelijkheid bij het gedogen, inzetten, en samen- werken met burgers.

    � Delen 3 t/m 6 bevatten tips en adviezen om redzaamheid van burgers slim te gebruiken bij de hulpverleningsprocessen ‘redden’, ‘waarschuwen van de bevolking’, ‘evacueren en op- vang’ en ‘psychosociale nazorg.’

    Veel leesplezier!

    Projectteam (zelf)redzaamheid Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

  • H A N D B O E K ( Z E L F ) R E D Z A A M H E I D

    4

    1. Werkwijze Samenwerken

    Repressieve fase

    In deze Werkwijze Samenwerken worden de volgende onderwerpen behandeld:

    1. Definitie en doel 2. Algemene uitgangspunten 3. Randvoorwaarden 4. Hulpverlenende groepen burgers 5. Fasemodel 6. Overig

    1. Definitie en doel Het doel van de ´Werkwijze Samenwerken´ is versterken van de crisisbeheersing door het slim benutten en versterken van de redzaamheid van burgers en burgerhulp.

    Definities

    Zelfredzaamheid betreft alle handelingen van burgers om crisissituaties te voorkomen en om zichzelf tijdens crisissituaties te (kunnen) helpen en de gevolgen te beperken.

    Redzaamheid betreft alle handelingen van burgers, families, buurtnetwerken en organisaties om crisissituaties voor anderen te voorkomen en om anderen tijdens crisissituaties te (kunnen) hel- pen en de gevolgen te beperken.

    Burgerhulp betreft alle handelingen van burgers op verzoek van hulpdiensten en overheden tij- dens crisissituaties.

    Het gaat bij de ´Werkwijze Samenwerken´ om redzaamheid en burgerhulp (en niet om zelfred- zaamheid).

    De ´Werkwijze Samenwerken´ is bedoeld voor alle medewerkers van overheidsdiensten en ge- meentelijke organisaties met een formele functie in de crisisbeheersingsorganisatie van de Veilig- heidsregio Amsterdam – Amstelland (VRAA). Als er in de Werkwijze Samenwerken wordt gespro- ken van ‘een medewerker’ wordt deze groep bedoeld.

    De ‘Werkwijze Samenwerken’ treedt in werking op het moment dat er sprake is van een ernstig incident.

    2. Algemene uitgangspunten � Burgers en organisaties mogen tijdens noodsituaties slachtoffers helpen en de schade die

    door de ontstane noodsituatie is ontstaan helpen te beperken. � Medewerkers zijn tijdens crises bevoegd om die hulp toe te staan, te vragen en/of te ac-

    cepteren die zij noodzakelijk achten voor een effectieve crisisbeheersing. � De Werkwijze Samenwerken vormt een richtlijn bij de beoordeling die medewerkers ma-

    ken i.r.t. redzaamheid en burgerhulp, en geen kant en klaar antwoord. Er zijn altijd uitzon- deringen en onvoorziene omstandigheden mogelijk. Bovendien kan er een belangente- genstelling ontstaan tussen enerzijds een urgente hulpvraag en anderzijds de veiligheid van de hulpverlenende burger, waarop op voorhand geen definitief antwoord valt te ge- ven. Deze tegenstelling wordt – indien mogelijk – besproken in het COPI.

  • H A N D B O E K ( Z E L F ) R E D Z A A M H E I D

    5

    � De VRAA zorgt er voor dat door evaluaties van incidenten en oefeningen de bestaande uitgangspunten voor het benutten en versterken van redzaamheid en burgerhulp worden beoordeeld en indien nodig aangevuld.

    � De hulpdiensten en overheden in de VRAA hebben hun mogelijke aansprakelijkheid voor ontstane schade die ontstaat door samenwerking met burgers afgedekt via verzekerin- gen (zie notitie ‘Aansprakelijkheden en redzaamheid’).

    � Er kan een belangentegenstelling ontstaan tussen enerzijds het benutten en versterken van redzaamheid en burgerhulp en anderzijds het proces opsporing en het plaatsdelict- management. Belangentegenstelling worden besproken in het COPI. Het uitgangspunt is dat burgers helpen de gevolgen van een incident te beperken, en van de oorzaken van het incident afblijven. Daarnaast blijven de bestaande afspraken gewoon van kracht:

    o de politie zet het gebied dat van belang is voor opsporingsdoeleinden af. In dit gebied zijn hulpverleners, en dus ook burgers, niet aanwezig.

    o redden gaat voor opsporing.

    3. Randvoorwaarden Hulpdiensten en overheden mogen hulp toestaan, om hulp vragen en hulp accepteren, mits:

    3.1 Instemming - burgers het daar mee eens zijn. Uit onderzoek blijkt dat burgers zelf vrij scherp hun grens bepalen bij het verlenen van hulp1. Een burger moet niet gevraagd worden iets te doen waarvan hij of zij aangeeft het niet aan te kunnen of te willen.

    3.2 Veiligheid - de taak die wordt uitgevoerd of gevraagd wordt om uit te voeren voldoende veilig is. Dit betekent in ieder geval dat:

    � burgers geen taken verrichten die vanuit veiligheidsoverwegingen niet zijn toege- staan aan medewerkers van de crisisbeheersingsorganisatie van de VRAA;

    � burgers geen taken verricht waarvoor vanuit veiligheidsoverwegingen beschermende apparatuur en kleding nodig zijn.

    3.3 Toegevoegde waarde - de taak die wordt uitgevoerd of gevraagd wordt om uit te voeren

    een bijdrage levert aan de crisisbeheersing. Als er op geen enkele manier een capaciteitstekort is bij de hulpdiensten wordt er in prin- cipe geen gebruik gemaakt van redzaamheid en burgerhulp.

    Als een burger evident fouten maakt en het erger maakt dan het al is wordt hem of haar opgedragen te stoppen met die taak.

    3.4 Benodigde kennis & vaardigheden - de taak die wordt uitgevoerd of gevraagd wordt om uit te voeren geen specialistische kennis en/of vaardigheden vergt. Als een burger aangeeft over deze specialistische kennis en/of vaardigheden te beschik- ken, kan een uitzondering worden gemaakt. Er wordt dan om een bewijs gevraagd om aan te tonen dat hij of zij inderdaad over deze kennis en/of vaardigheden beschikt. Als hij of zij dat niet heeft, gaat vertrouwen voor controle, en kan worden besloten om hem of haar toch toe te laten. Wel worden de NAW-gegevens van deze persoon dan geregi- streerd.

    4. Hulpverlenende groepen burgers

    1 Factsheets burgerparticipatie, NIFV, 2010

  • H A N D B O E K ( Z E L F ) R E D Z A A M H E I D

    6

    4.1 Voeg in op bestaande structuren Als er een groep burgers spontaan hulp begint te verlenen wordt deze groep in principe niet van plaats veranderd en ook de interne communicatieafspraken en werkwijzen wor- den in beginsel niet veranderd. Het is wel toegestaan om bestaande structuren te veran- deren, maar het uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de al aanwezige organisatie en afspraken tussen de hulpbiedende burgers. ‘Reorganiseren’ tij- dens een crisis is namelijk vaak contraproductief.

    4.2 Legitimeer Manage de legitimiteit van de gegroepeerde hulpbiedende burgers, bijvoorbeeld door de plek waar ze werken toe te kennen, hesjes uit te delen, door met hen samen te werken, door hen toegang te verlenen tot het rampterrein, enz. (zie ook fasemodel).

    4.3 Vind natuurlijk leiderschap Identificeer de personen in de organisatie van hulpverlenende burgers die een centrale rol spelen in de interne en externe communicatie en werk met hen samen.

    5. Fasemodel In het fasemodel wordt per fase in de crisisbeheersing aangegeven hoe met redzaamheid en bur- gerhulp omgegaan dient te worden.

    Fase 1 Geen hulpdiensten

    Slachtoffers en omstanders beginnen met hulpverlening en crisisbestrijding.

    Fase 2 Eerste hulpverleners arriveren

    • Uitgangspunt: laat het gaan. • Redzame burgers worden niet weggestuurd, tenzij niet aan de randvoorwaarden wordt

    vo