of 137/137
Datum van kracht: 01-04-2016 Versie: 002 Documentnummer: RLN60561-1 © 2016 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. © 2016 Apart from the exceptions in or by virtue of the 1912 copyright law no part of this document may be reproduced or published by print, photocopying, microfilm or any other means without written permission from the author. model versie 2012 Assetmanagement Beherende instantie: AM Architectuur en Techniek Inhoud verantwoordelijke: Manager Treinbeveiligingssytemen Status: Definitief Richtlijn Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-tracé en Zevenaar Oost

Richtlijn - ProRail · Handboek MCN Handboek Machinist NS Reizigers,1-2-2014 Handboek MCN Na-slag Handboek Machinist, Naslagwerk NS Reizigers,1-2-2014 Handboek TRDL Handboek Treindienstleider

  • View
    383

  • Download
    7

Embed Size (px)

Text of Richtlijn - ProRail · Handboek MCN Handboek Machinist NS Reizigers,1-2-2014 Handboek MCN Na-slag...

Datum van kracht: 01-04-2016

Versie: 002

Documentnummer: RLN60561-1

2016

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

2016 Apart from the exceptions in or by virtue of the 1912 copyright law no part of this document may be reproduced or published by print, photocopying, microfilm or any other means without written permission from the author.

model versie 2012

Assetmanagement

Beherende instantie: AM Architectuur en Techniek Inhoud verantwoordelijke: Manager Treinbeveiligingssytemen Status: Definitief

Richtlijn

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 2 / 137

INHOUD

1 Revisiehistorie .......................................................................................... 42 Algemeen .................................................................................................. 5

2.1 Scope ...................................................................................................................................62.2 Leeswijzer ............................................................................................................................82.3 Referenties ...........................................................................................................................92.4 Definities en afkortingen ....................................................................................................112.5 Noten die algemeen van toepassing zijn ...........................................................................13

3 Gebruikersprocessen ............................................................................. 153.1 Vertrek en aankomst ..........................................................................................................15

3.1.1 [1] Oprijden naar een normaal ingestelde rijweg met bekende treinpositie .......................153.1.2 [2] Oprijden naar een ROZ-rijweg met bekende treinpositie .............................................193.1.3 [3] Vertrek met onbekende treinpositie vanaf een SMB ....................................................223.1.4 [4] Vertrek met onbekende treinpositie buiten zicht van SMB of lichtsein .........................263.1.5 [5] Passage van een SMB zonder MA ...............................................................................303.1.6 [6] Korte stop ......................................................................................................................333.1.7 [7] Wegzetten van een trein ...............................................................................................353.1.8 [44] Combineren.................................................................................................................37

3.2 Rijden .................................................................................................................................393.2.1 [8] Rijden over een normaal ingestelde rijweg ...................................................................393.2.2 [9] Keren .............................................................................................................................413.2.3 [10] Overgang van 'normaal rijden' naar 'rijden op zicht' ...................................................453.2.4 [11] Overgang van 'rijden op zicht' naar 'normaal rijden' ...................................................473.2.5 [12] Aanpassing remgedrag in geval van gladde sporen ..................................................49

3.3 Transities ............................................................................................................................513.3.1 [13] Transitie van level STM ATB naar level 2 ...................................................................513.3.2 [14] Uitgestelde transitie van level STM ATB naar level 2 .................................................543.3.3 [15] Transitie van level 2 naar level STM ATB ..................................................................573.3.4 [42] Transitie van level STM ATB naar level 2 met CS-sein ..............................................603.3.5 [16] Transitie van level STM PZB naar level 2 ...................................................................643.3.6 [17] Transitie van level 2 naar level STM PZB ...................................................................673.3.7 [45] Transitie van level 2 naar level 1 ................................................................................703.3.8 [46] Transitie van level 1 naar level 2 ................................................................................713.3.9 [18] Inrijden permanent rangeergebied vanaf level 2-beveiligd gebied .............................733.3.10 [19] Inrijden level-2 gebied vanuit permanent rangeergebied ...........................................75

3.4 Bijzondere passages ..........................................................................................................783.4.1 [20] De passage van een fasescheiding ............................................................................783.4.2 [21] De passage van een spanningssluis ..........................................................................803.4.3 [22] ETCS-trein die langs een ERTMS level 2 gebied rijdt ................................................82

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 3 / 137

3.5 Vrijgave rangeren ...............................................................................................................843.5.1 [23] Het geven en nemen van een VR-gebied ...................................................................843.5.2 [24] De lokale bediening van een wissel in een VR-gebied ...............................................873.5.3 [25] Rangeren binnen een VR-gebied ...............................................................................893.5.4 [26] Teruggeven en terugnemen van een VR-gebied........................................................91

3.6 Bediening van bijzondere elementen .................................................................................933.6.1 [27] De bediening van een dienstoverpad .........................................................................933.6.2 [28] Planmatige bediening van beweegbare waterkeringen ..............................................96

3.7 Herroepen ..........................................................................................................................993.7.1 [29] Het herroepen van een rijweg die aan een trein is toegekend ...................................99

3.8 Verstoringen .................................................................................................................... 1033.8.1 [30] Gang van zaken bij te laat beschikbaar komen vervolgrijweg. ................................ 1033.8.2 [31] De afhandeling van de treinenloop bij een tunnelincident ....................................... 1063.8.3 [32] Herstel van de treinenloop na een tunnelincident ................................................... 1093.8.4 [33] Het wegslepen van gestrand materieel ................................................................... 1123.8.5 [34] Verder rijden met buiten bedrijf gesteld ETCS-systeem na treinstoring .................. 1183.8.6 [35] De afhandeling van een noodremingreep n.a.v. balise-inconsistentie of CES ........ 1193.8.7 [36] De afhandeling van het wegvallen van de radioverbinding met het RBC ............... 1223.8.8 [37] De afhandeling van een STS-passage .................................................................... 1253.8.9 [38] De afhandeling van een trein uit Duitsland met warme as of wiel ........................... 1283.8.10 [39] De afhandeling van een trein uit Duitsland met hete as of wiel ............................... 132

A. Regionale variabelen ............................................................................ 137

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 4 / 137

1 Revisiehistorie

Datum Versie Hoofdstuk/ paragraaf

Wijziging

01-03-16 002 3.8.7.2 Opmaak processchema aangepast. 002 3.3.2.3 Vervallen noot 153 002 Zie rf Tekstuele correcties en verbeteringen doorgevoerd.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 5 / 137

2 Algemeen Dit document behandelt de gebruikersprocessen voor het rijden met treinen zoals die gelden voor het A15-trac van de Betuweroute en Zevenaar-Oost. Het toegepaste beveiligingssysteem betreft ERTMS Level 2. Er is geen conventioneel beveiligingssys-teem aanwezig; er staan geen seinen langs de baan maar SMB's. Het systeem voor Zevenaar Oost is gemplementeerd als uitbreiding van het systeem voor het A15-trac. Het bestaande systeem van het A15-trac is gepdatet conform het systeem toegepast op de Hanzelijn voor zover het puur ERTMS Level 2 functionaliteit betreft(*). Dit heeft aantal operationele consequenties waarvan de belangrijkste zijn:

Bij vertrek wordt geen 'Track Ahead Free' bevestigingsverzoek getoond maar wordt een OSMA voorgesteld.

De mogelijkheid om voor de treindienstleider om een rijweg 'tijdloos' te kunnen herroepen. Dit document vervangt [B&B-BR D0265] en is van toepassing vanaf het moment dat het nieuwe sys-teem in dienst is gesteld. Operationeel gebruik van het systeem is uitsluitend toegestaan voor zover dat niet tegenstrijdig is aan de procedures en regels gedefinieerd in dit document. De informatie in dit document beperkt zich tot het gebruik van het Nederlandse systeem. Er worden geen uitspraken gedaan over toepassing van de Duitse regelgeving. __________________ (*) Uitzondering hierop zijn de transities op de bogen. Er is besloten dat de transities van ATB naar ERTMS level 2 voorlopig niet gewijzigd worden. Dat betekent dat er een operationeel verschil is tus-sen de transitie bij Zevenaar en de overige transities.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 6 / 137

2.1 Scope Hieronder een schematische overzicht van de interactie van de gebruikers met het systeem voor zo-ver dit voor de context van dit document relevant is.

Figuur 1 Contextafbakening gebruikersinteractie

De machinist (of rangeerder) bedient de trein en interacteert met het treinsysteem via een bedienta-bleau. Het treinsysteem is in staat om zelfstandig, op basis van in het systeem aanwezige statusinformatie, uit veiligheidsoogpunt noodzakelijk geachte beperkingen op te leggen en remingrepen te doen. Trein- en walsysteem communiceren met elkaar via GSM-R (tweerichtingsverkeer) en balisegroepen (van wal naar trein). Er wordt gecommuniceerd over zaken als MA's treinposities en statusinformatie. Bij ERTMS Level 2 beperkt de communicatie via balisegroepen zich voornamelijk tot positie-informatie en wordt MA-gerelateerde informatie via GSM-R verstrekt. De treindienstleider geeft het systeem opdrachten en ontvangt meldingen uit het systeem dat via een terminal aangesloten is op het 'Procesleiding Rijwegen' systeem (PRL). Machinist en treindienstleider kunnen mondeling communiceren via GSM-R Telerail.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 7 / 137

Bij het vertrekgereed maken van de trein dient de machinist bepaalde gegevens in te voeren. Voor goederentreinen informeert de wagencontroleur de machinist over in te voeren treingegevens. Bij personenvervoer dient de machinist zelf te weten welke gegevens moeten worden ingevoerd op basis van de door de vervoerder te verstrekken richtlijnen. Een gebiedsverantwoordelijke kan d.m.v. een geven/nemen-protocol, met toestemming van de trein-dienstleider, met behulp van een bedienkastje, tijdelijk de controle over een afgebakend VR-gebied (het CUP) overnemen om rangeerders rangeerbewegingen te laten uitvoeren en wissels lokaal te laten bedienen. Een onderhoudsmonteur kan d.m.v. een geven/nemen-protocol, met toestemming van de treindienst-leider, tijdelijk de controle over de beweegbare waterkeringen overnemen en daarna de waterkeringen met behulp van de vrijgekomen sleutel sluiten en weer openen. Een overpadgebruiker kan met behulp van een bedienkastje aan weerszijden van het overpad, door middel van een geven/nemen-protocol, met toestemming van de treindienstleider tijdelijk de controle van het overpad overnemen. Incidentmeldingen van een tunneltechnische installatie, alsmede alarmmeldingen van beweegbare waterkeringen worden via een TTI-beeldscherm gemeld aan de treindienstleider. Alarmmeldingen van de in Duitsland gelegen hotboxdetectoren in het grensgebied worden getoond op monitor bij zowel bij treindienstleider als Fahrdienstleiter.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 8 / 137

2.2 Leeswijzer De kern van dit document wordt gevormd door hoofdstuk 3. Per paragraaf wordt een aspect behan-deld. In subparagrafen worden de aan dat aspect gerelateerde gebruikersprocessen behandeld. Doel van de gebruikersprocessen is te demonstreren hoe om dient te worden gegaan met functionali-teit van het systeem. Voor wat betreft de uitgewerkte scenario's is een keuze gemaakt uit concrete praktijksituaties waarbij gedemonstreerd en voorgeschreven wordt hoe de betrokken actoren dienen te reageren op bepaalde stimuli van het systeem. Voor de beschrijving van de uitgangssituatie is het soms noodzakelijk om te benoemen hoe wordt omgegaan met externe stimuli (bijvoorbeeld of er al dan niet een rijweg is ingesteld op het moment dat de machinist wil vertrekken); dit is echter niet bedoeld als voorschrift. De wijze waarop een gebruikersprocessen worden gepresenteerd is telkens hetzelfde:

1. Puntsgewijs worden de uitgangspunten opgesomd en, zo mogelijk, aan de hand van een situ-atieschets gevisualiseerd.

2. De interactie tussen betrokken functionarissen en systemen wordt weergegeven in de vorm van een gedragsketen. Daarbij wordt expliciet gemaakt wie waarop acteert en welke vervolg-acties dat initieert.

3. Aanvullende informatie en overige relevante opmerkingen worden in de vorm van noten opge-somd. Elke noot wordt uniek gedentificeerd door een nummer en wordt voorafgegaan door n of meer classificerende iconen met de volgende betekenis: = variant, = veilig-heidsrelevant en = informatief. Dezelfde noten kunnen op verschillende plekken worden aangehaald om te voorkomen wordt dat de lezer moet bladeren. De noten worden niet op numerieke volgorde opgesomd.

4. Aan het einde van elke paragraaf worden de voornaamste aandachtspunten per actor samen-gevat.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 9 / 137

2.3 Referenties De onderstaande documenten zijn geraadpleegd bij de totstandkoming van dit document. Document Titel Uitgave ABR Afkortingen en begrippenlijst Stichting Railalert, versie: 1.4, 2-

12-2013 B&B-BR D0265

Gebruikersprocessen B&B-BR, Het rijden van treinen op het A15-trac, TB/B&B-BR/D0265

ProRail, Versie 9.0, 01-04-2012

BID00001 Business Information Document Objectenstruc-tuur en Basislijst Objecten

Versie 010, 01/02/2013

CSM Verordening (EG) Nr 352/2009 van de Commis-sie betreffende de vaststelling van een gemeen-schappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en beoordeling (beter bekend als Common Safety Methods.)

ERA, 24-09-2009

Handboek MCN

Handboek Machinist NS Reizigers,1-2-2014

Handboek MCN Na-slag

Handboek Machinist, Naslagwerk NS Reizigers,1-2-2014

Handboek TRDL

Handboek Treindienstleider ProRail,1-8-2014

IRS Z.O. Interface Specification (IRS), Specification of the interface between the Dutch and German safety systems at Zevenaar Oost/Emmerich Step 1 (Step 1: ERTMS Level 2 Baseline 2.3.0d in The Netherlands)

TB/ZVN/D0041, Version 2.2, 11-2013

IVV Vertrag ber die Verknpfung der Infrastruktur zwischen DB Netz AG und ProRail.

ProRail, DB Netze, 1-5-2013

OVS ERTMS

Ontwerpvoorschrift ERTMS, OVS60040 ProRail, 003 v0.3

Seinenboek Seinenboek NS Reizigers 1 december 2011, NSR TSI CCS 2008

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 23 april 2008 tot wijziging van bijlage A bij Beschik-king 2006/679/EG betreffende de technische specificaties van het subsysteem besturing en seingeving van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem en bijlage A bij Beschikking 2006/860/EG betreffende de tech-nische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem besturing en seingeving van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsys-teem (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 1565) (Voor de EER relevante tekst) (2008/386/EG)

EC, 23-4-2008

TSI CCS 2012

BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 25 januari 2012 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van de subsystemen besturing en seingeving van het trans-Europese spoorwegsysteem (Kennisgeving geschied on-

EC, 2012

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 10 / 137

Document Titel Uitgave der nummer C(2012) 172) (Voor de EER rele-vante tekst) (2012/88/EU) BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 6 november 2012 tot wijziging van Besluit 2012/88/EU betreffende de techni-sche specificatie inzake interoperabiliteit van de subsystemen besturing en seingeving van het trans-Europese spoorwegsysteem (Kennisge-ving geschied onder nummer C(2012) 7325)(Voor de EER relevante tekst)(2012/696/EU)

TSI OPE Bijlage A van de bijlage behorende bij beschik-king nr. 2008/231/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2008 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem Exploitatie van het trans-Europese hogesnel-heidsspoorwegsysteem overeenkomstig artikel 6, lid, 1, van richtlijn 96/48/EG van de Raad en houdende intrekking van Beschikking nr. 2002/734/EG van de Commissie van de Euro-pese Gemeenschappen van 30 mei 2002 (PbEU L 84);

EC, 1-2-2008

Vervoer- en beheerplan

Kamerstuk 29984 nr. 258, Spoor: vervoer- en beheerplan

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Werkwijze TRDL

Werkwijze treindienstleider ProRail, 1-8-2014

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 11 / 137

2.4 Definities en afkortingen Term Verklaring Balisegroep Een (Euro)balise is baken in het spoor die bij ERTMS-systemen gebruikt

wordt voor communicatie van wal naar ETCS-trein. Balises worden in het spoor gelegd in groepen. Balises in dezelfde groep gaan uit van dezelfde referentielocatie.

Bedientableau Mens-machine interface tussen Machinist en ETCS-treinsysteem. CES 'Conditional Emergency Stop'. Voorwaardelijke noodremming. ERTMS func-

tionaliteit die ervoor zorgt dat de trein tot stilstand wordt gebracht voor een gedefinieerde locatie mits de trein die locatie nog niet gepasseerd is. Als de trein die locatie nog niet gepasseerd is wordt de trein tot stilstand gebracht met normale remming of noodremming afhankelijk van de snelheid van de trein en zijn afstand tot de locatie.

CS-sein Het CS-sein is een bloksein dat stop kan tonen net als normale hoofdseinen. De betekenis van de seinbeelden is: rood: stoptonend voor alle treinen; witte balk: stoptonend voor niet ETCS-treinen. Het CS-sein wordt toegepast bij de transities op de bogen.

DMI 'Driver Machine Interface'. De mens-machine-interface voor de machinist van een ETCS-trein.

EoA End of Authority. Het eindpunt van de door het walsysteem aan de ETCS-trein verstrekte rijautorisatie.

ERTMS European Rail Traffic Management System. De Europese standaard met betrekking tot de interoperabiliteit van de subsystemen besturing en seinge-ving van het trans-Europese spoorwegsysteem.

ETCS European Train Control System. Het treinbeveiligingssysteem toegepast bij ERTMS.

FSMA 'Full Supervision Movement Authority', oftewel ERTMS autorisatie voor nor-maal rijden.

GSM-R GSM-R(ail) is een systeem voor radiocommunicatie voor spoorwegen. het is gebaseerd op GSM, maar maakt gebruik van andere frequenties en heeft daarnaast extra functionaliteit, speciaal voor het gebruik in de spoorwegwe-reld. Het verzorgt het mobiele treinverkeer tussen treindienstleider en machi-nist (GSM-R Audio) en bij ERTMS (vanaf ERTMS level 2) de communicatie tussen trein- en walsysteem (GSM-R Data).

Mode FS Full Supervision Mode. Modus van de ETCS-trein waarbij de machinist in staat gesteld wordt om met FSMA te rijden.

Mode IS ISolation Mode. Modus van de ETCS-trein waarbij het ETCS-treinsysteem losgekoppeld is van de remleiding.

Mode NP No Power Mode. Modus van de ETCS-trein waarbij de ETCS-treinapparatuur spanningsloos is.

Mode OS On Sight Mode. Modus van de ETCS-trein waarbij de machinist in staat gesteld wordt om met OSMA op zicht te rijden.

Mode PT Post Trip Mode. Modus van de ETCS-trein na lossen noodrem. Mode SB Stand By Mode. Modus van de ETCS-trein bij inschakelen stuurstroom. Mode SH Shunting Mode. Modus van de ETCS-trein waarbij de machinist in staat

wordt gesteld om met gelimiteerde snelheid binnen een gelimiteerd gebied voor- en achteruit te rijden.

Mode SR Staff Responsible Mode. Modus van de ETCS-trein waarbij de machinist in staat gesteld wordt om met gelimiteerde snelheid een gelimiteerde afstand te rijden.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 12 / 137

Term Verklaring Mode TR Trip Mode. Modus van de ETCS-trein zolang de noodrem actief is. OSMA 'Movement Authority with On-Sight Mode Profile', oftewel ERTMS autorisatie

voor rijden op zicht. Pre-indicatie Vooraankondiging aanstaande snelheidsverlaging op DMI. RBC Radio Block Center. Een deelsysteem van ERTMS noodzakelijk voor het

rijden in ERTMS level 2 of hoger. Dit deelsysteem verzorgt onder andere de verstrekking van MAs aan treinen.

Rijweg Een pad over de railinfrastructuur van een sein naar een volgend sein. STS-pad In dit document gebruikte term ter aanduiding van een door de treindienstlei-

der te creren treinpad in situaties waarbij het beveiligingssysteem geen veilige rijweg kan garanderen.

Treindienstleider Persoon die verantwoordelijk is voor het regelen van de treindienst binnen een afgebakend deel van de infrastructuur.

ULB 'Uitsluitend Logische Bezetmelding'. Aanduiding voor fenomeen waarbij een beveiligingssectie zich niet meer bezet meldt, maar ten gevolge van het ge-bruikte volgordedwangmechanisme, nog wel door het beveiligingssysteem als bezet wordt weergegeven.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 13 / 137

2.5 Noten die algemeen van toepassing zijn Hieronder een opsomming van noten die van algemeen van toepassing zijn op de gebruikersproces-sen. (Deze worden niet herhaald in de notenparagraaf van de gebruikersprocessen.) 147 De machinist dient wegbekendheid te hebben.

10 Het is de machinist niet toegestaan een ander level te selecteren dan waarvoor het walsysteem geschikt is. Het gebruik van level 0 is niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan om een niet voor het level geschikte trein te loodsen.

149 Het is de machinist niet toegestaan om de door SR bewaakte snelheid of afstand te wijzi-gen.

139 Het is de machinist niet toegestaan om het level van de trein te wijzigen zolang er nog een MA aanwezig is.

154 De machinist mag pas start kiezen als is geconstateerd dat er geen andere trein staat tussen de op te starten trein en het eerstvolgende SMB of lichtsein in de richting waarin ver-trokken moet worden .Aan deze voorwaarde kan uiteraard ook invulling gegeven worden door de regel te hanteren dat het gehele vertrekgereed maken pas mag worden uitgevoerd als de constatering in kwestie is gedaan.

14 Om met MA onder ERTMS te kunnen rijden heeft de trein een geldige ERTMS-key no-dig. Er dient daarom op toegezien te worden dat na afronding van onderhoudswerkzaamhe-den de ERTMS-key weer aanwezig is.

105 Treinen die korter zijn dan 5 meter, niet sneller kunnen rijden dan 40 km/uur, of een aslast hebben van meer dan 25 ton zijn niet toegelaten op het A15-trac en Zevenaar Oost. Bij treinen met een aslast van meer dan 22,5 ton dient een maximumsnelheid van 80 km/uur opgegeven te worden.

2 De door de machinist voor vertrek in te voeren driver-id is niet relevant voor het functione-ren van het walsysteem. Gebruik ervan wordt daarom overgelaten aan de vervoerder.

112 Het systeem gaat ervan uit dat de treingegevens correct worden ingevoerd. Dat de ge-gevens juist zijn is van veiligheidsbelang; ze worden namelijk onder andere gebruikt om het remgedrag va de trein te voorspellen.

76 Als een trein voor het eerst vertrekgereed wordt gemaakt (bijvoorbeeld na opzending) dient er op gelet te worden dat de RBC-gegevens zijn ingevoerd opdat het treinsysteem in staat is om radiocontact te maken met de juiste RBC. Het gaat hierbij om het telefoonnummer, de landcode, het netwerk-id en het id van de RBC ter plaatse.

156 Als de trein om wat voor reden dan ook niet volgens plan kan vertrekken, dient de ma-chinist de treindienstleider daarover te informeren. Als de trein niet in het vereiste level kan rijden, is vertrek niet toegestaan.

114 Bij het invullen van de treingegevens is het van belang er rekening mee te houden de maximum snelheid van de trein niet dusdanig laag in te stellen waardoor de trein een snel-heidsingreep zou krijgen wanneer deze als gevolg van de snelheidsopbouw vanwege een afgaande helling deze limiet zou overschrijden.

116 Met een trein die 'voor een SMB staat' wordt bedoeld: De trein staat op dusdanige afstand van het SMB dat het nummer vanuit de cabine

van de machinist goed leesbaar is, en Tussen de voorzijde van de trein en het SMB bevindt zich geen wissel en geen SMB

in tegenrichting. 5 Het is de machinist niet toegestaan om zonder toestemming in SR op te te rijden naar

SMB of lichtsein. 118 Het feit dat een SR-voorstel niet bevestigd hoeft te worden zodra er een OS-MA be-

schikbaar komt is een punt dat momenteel nog niet duidelijk in de ERTMS-specificatie is vast-gelegd (ref. ERA CR388).

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 14 / 137

66 Het is de machinist niet toegestaan om de override-functie te activeren zonder aanwijzing STS. De enige uitzondering hierop is het verder rijden na wegvallen van de radioverbinding waarvoor een toestemming volstaat (zie [36]).

26 Het activeren van de override-functie vanuit mode PT is niet toegestaan. 140 Het is de machinist niet toegestaan een stoptonend lichtsein te passeren zonder aanwij-

zing STS. Ook niet ook als de trein in het bezit is van een MA. 144 Het is de machinist niet toegestaan een SMB te passeren zonder MA of aanwijzing STS.

11 Rijden met een trein zonder bediende cabine voorop is niet toegestaan. 12 Voor rijden in SR geldt een door het systeem opgelegde maximum snelheid van 40

km/h (V_NVSTFF). 55 Het is de machinist niet toegestaan om de maximum snelheid voor rijden in SR

handmatig aan te passen. 13 Voor rijden in OS geldt een door het systeem opgelegde maximum snelheid van 40

km/h (V_NVONSIGHT). 49 De machinist dient te allen tijde tevoren op de hoogte te zijn gesteld dat een rijweg 'op

zicht' wordt ingesteld. Bij vertrek krijgt de machinist namelijk ook een OS-voorstel voor de afstand tot het eerstvolgende SMB nadat de positie van de trein bij het walsysteem bekend wordt en er een rijweg vanaf het eerstvolgende sein is ingesteld. Daarbij wordt geen onder-scheid gemaakt tussen een normale rijweg of een ROZ-rijweg: in beide gevallen dient de ma-chinist de overgang naar OS nmalig te bevestigen. Overigens gelden bij 'rijden op zicht' onder ERTMS dezelfde regels als bij ATB.

20 De beschikbare rijweg dient lang genoeg te zijn om onnodige hinder voor de machinist te voorkomen. Dat wil zeggen: voor treinen die 80 km/h rijden 1900m en voor hogere snelheden 2250m. Hiermee wordt voorkomen dat de machinist onnodig geconfronteerd wordt met voor-aankondigingen van aanstaande snelheidsingrepen die dan vervolgens weer wegvallen zodra de MA verlengd is.

4 Indien bij de overgang naar FS of OS op een bepaalde locatie de melding 'Entry in FS' of 'Entry in OS' getoond wordt, dient de machinist er rekening mee te houden dat de bestaan-de snelheidsbeperking geldt totdat de achterzijde van de trein de betreffende locatie gepas-seerd is.

106 Voor rijden in SH geldt een door het systeem opgelegde maximum snelheid van 40 km/h (V_NVSHUNT).

138 Voor wat betreft de aanwijzingen 'AKI/AHOB/AOB', 'Voorzichtig Rijden' en 'Snelheid Begrenzen' wijzigt de gang van zaken onder ERTMS Level 2 niet. Ook voor wat betreft de storingsafhandeling van in ERTMS Level 2 gebied gelegen overwegen verandert er niets.

143 Als het instellen van een rijweg mislukt omdat een wissel niet in controle komt dan ver-zoekt het systeem de treindienstleider de rijweg te herroepen.

68 In geval van een onverwachte remingreep dient de machinist de trein tot stilstand te brengen en contact op te nemen met de treindienstleider.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 15 / 137

3 Gebruikersprocessen 3.1 Vertrek en aankomst

Deze paragraaf behandelt de gebruikersprocessen gerelateerd aan vertrek en aankomst van de trein in een gebied waar uitsluitend ERTMS Level 2 beschikbaar is.

3.1.1 [1] Oprijden naar een normaal ingestelde rijweg met bekende treinpositie Dit gebruikersproces illustreert het oprijden naar een normaal ingestelde rijweg in ERTMS Level 2 in geval dat de treinpositie bekend is. Dit doet zich voor als de trein weer dient te vertrekken zonder dat de stroomvoorziening van de trein uitgeschakeld is geweest.

3.1.1.1 Uitgangspunten 1. Het in de trein opgeslagen level is 2 2. De trein heeft een geldige ERTMS-key. 3. De treinsamenstelling is gereed voor vertrek. 4. De positie van de trein is geldig en bij de RBC bekend. 5. De voorafgaand aan het vertrek in te voeren treingegevens zijn beschikbaar. 6. De trein staat opgesteld binnen ERTMS Level 2 gebied, voor een SMB. 7. Tussen SMB en trein liggen geen wissels die niet zijn vastgelegd of niet in controle zijn. 8. Op het moment dat de machinist klaar is om te vertrekken is er nog geen rijweg ingesteld. 9. Vanaf het SMB wordt een normale rijweg ingesteld.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 16 / 137

3.1.1.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 17 / 137

3.1.1.3 Noten

1 Normaal hoeft de machinist voor vertrek alleen de in de trein opgeslagen gegevens te bevestigen aangezien het treinsysteem deze onthoudt zolang de stroomvoorziening van de trein blijft ingeschakeld.

9 Zolang de odometrie van de trein voldoet aan de gestelde nauwkeurigheidseisen zal een trein die in OS een SMB of lichtsein nadert van waaraf een normale rijweg is ingesteld om-schakelen naar FS zodra het SMB of lichtsein gepasseerd wordt. Werkt de odometrie echter onnauwkeuriger, dan kan het voorkomen dat de trein na het passeren van het SMB of licht-sein nog een stukje in OS rijdt.

17 Bij vertrek in level 2 met bekende treinpositie stelt het systeem OS voor, mits zich tussen trein en sein geen wissel of sein bevindt of er een (rest)rijweg is vastgelegd over het wissel of tegenseinsen, en er een rijweg vanaf het SMB is ingesteld. Als niet aan deze criteria is vol-daan stelt het systeem SR voor.

50 De situatie waarbij dat de treinapparatuur in afwachting is van de bevestiging op een SR-voorstel en er ondertussen een OS-voorstel komt dat het getoonde voorstel overschrijft wordt momenteel nog niet door alle treintypes juist afgehandeld. Raadpleeg hiervoor de door de leverancier van de treinapparatuur te leveren informatie.

51 Als de trein bij vertrek binnen ERTMS Level 2 gebied niet reeds in ERTMS Level 2 staat of, af als de trein niet beschikt over het vereiste RBC-id en -telefoonnummer, dan dient de machi-nist deze te verstrekken voorafgaand aan het invoeren c.q. bevestigen van de opgeslagen treingegevens.

108 Als er vanwege een storing aan het walsysteem geen radioverbinding beschikbaar is kan alleen in SR worden gereden. De machinist dient er daarbij rekening te houden dat snel-heidsbeperkingen niet worden afgedwongen door het systeem.

3.1.1.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Als de machinist toestemming vraagt om te vertrekken verzoeken te wachten tot rijweg be-schikbaar komt en daarna rijweg instellen.

Machinist:

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 18 / 137

Controleren en bevestigen of corrigeren gegevens in DMI. Niet bevestigen SR-voorstel, maar wachten op OS-voorstel.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 19 / 137

3.1.2 [2] Oprijden naar een ROZ-rijweg met bekende treinpositie Dit gebruikersproces illustreert het oprijden naar ROZ-rijweg in ERTMS Level 2 in geval dat de trein-positie bekend is. Dit doet zich voor als de trein weer dient te vertrekken zonder dat de stroomvoorzie-ning van de trein uitgeschakeld is geweest en er sprake is van een bezetting binnen de ingestelde rijweg.

3.1.2.1 Uitgangspunten 1. Het in de trein opgeslagen level is 2 2. De trein heeft een geldige ERTMS-key. 3. De treinsamenstelling is gereed voor vertrek. 4. De positie van de trein is geldig en bij de RBC bekend. 5. De voorafgaand aan het vertrek in te voeren treingegevens zijn beschikbaar. 6. De trein staat opgesteld binnen ERTMS Level 2 gebied, voor een SMB. 7. Tussen SMB en trein liggen geen wissels die niet zijn vastgelegd of niet in controle zijn. 8. Vanaf het SMB wordt ROZ-rijweg ingesteld. 9. De machinist is klaar om te vertrekken.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 20 / 137

3.1.2.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 21 / 137

3.1.2.3 Noten

17 Bij vertrek in level 2 met bekende treinpositie stelt het systeem OS voor, mits zich tussen trein en sein geen wissel of sein bevindt of er een (rest)rijweg is vastgelegd over het wissel of tegenseinsen, en er een rijweg vanaf het SMB is ingesteld. Als niet aan deze criteria is vol-daan stelt het systeem SR voor.

8 Als de machinist bij vertrek een OS-voorstel ontvangt dient hij zich er van te vergewis-sen of rijden op zicht tevens voorbij het te passeren SMB geldt. OS hoeft namelijk slechts n keer bevestigd te worden.

50 De situatie waarbij dat de treinapparatuur in afwachting is van de bevestiging op een SR-voorstel en er ondertussen een OS-voorstel komt dat het getoonde voorstel overschrijft wordt momenteel nog niet door alle treintypes juist afgehandeld. Raadpleeg hiervoor de door de leverancier van de treinapparatuur te leveren informatie.

51 Als de trein bij vertrek binnen ERTMS Level 2 gebied niet reeds in ERTMS Level 2 staat of, af als de trein niet beschikt over het vereiste RBC-id en -telefoonnummer, dan dient de machi-nist deze te verstrekken voorafgaand aan het invoeren c.q. bevestigen van de opgeslagen treingegevens.

3.1.2.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Als de machinist toestemming vraagt om te vertrekken verzoeken te wachten tot rijweg be-schikbaar komt en daarna rijweg instellen.

Machinist:

Controleren en bevestigen of corrigeren gegevens in DMI. Niet bevestigen SR-voorstel, maar wachten op OS-voorstel.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 22 / 137

3.1.3 [3] Vertrek met onbekende treinpositie vanaf een SMB Dit gebruikersproces illustreert het vertrek van een trein in ERTMS Level 2 in geval dat de treinpositie ongeldig of onbekend is. Dit doet zich voor nadat de stroomvoorziening van de trein uitgeschakeld is geweest.

3.1.3.1 Uitgangspunten 1. Het in de trein opgeslagen level is 2 2. De trein heeft een geldige ERTMS-key. 3. De treinsamenstelling is gereed voor vertrek. 4. Bij de RBC is de positie van de trein niet bekend of niet geldig. 5. De voorafgaand aan het vertrek in te voeren treingegevens zijn beschikbaar. 6. De voor de aanmelding bij de RBC benodigde netwerkregistratiegegevens zijn beschikbaar. 7. De trein staat opgesteld binnen ERTMS Level 2 gebied, vlak voor een SMB. 8. Vanaf het SMB wordt een normale rijweg ingesteld. 9. De machinist is klaar om te vertrekken. 10. Er is een FSMA is beschikbaar op het moment dat de trein het SMB passeert (zie noot 135).

Hieronder een voorbeeldsituatie bij vertrek vanaf een wachtspoor bij Zevenaar Oost.

Nadat de trein een balisegroep passeert meldt de trein zijn positie ten opzichte van die balisegroep aan de RBC. Het pijltje met de t geeft aan dat het enige tijd kost voordat de trein een FSMA van de RBC ontvangt in reactie op het verstuurde positiebericht. De weergegeven balisegroep ligt vlak voor het SMB.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 23 / 137

3.1.3.2 Procedure

TreinsysteemTreindienstleider Machinist

1Schakelt stuurstroom in.

2

3

24

Geeft opdracht om normale rijweg in te stellen van spoor 815 naar spoor KL4.

23

Verifieert dat rijweg van spoor 815 naar spoor KL4 is vastgelegd.

21

Walsysteem

22

Geeft toestemming om te vertrekken en verstrekt aanwijzing STS voor SMB 5124.

4

Wagencontroleur/vervoerder

11Beschikbaar stellen in te voeren treingegevens.

25

Bevestigt SR.

26

Omschakeling naar SR.

Vraagt toestemming om te mogen vertrekken en aanwijzing STS om SMB 5124 te mogen passeren.

Stelt vast dat de trein voor SMB 5124 staat.

19

17

Bevestigt of wijzigt driver-id.

Kiest invoer treingegevens

Kiest start.

13

12

18

Toont opgeslagen treingegevens ter wijziging of bevestiging.

20

6

Bevestigt verbinding.5

Treingegevens.

7Meldt acceptatie trein.

In afwachting van keuze.

9

Verzoekt MA.

Autoriseert SR.

SR-voorstel.

Toont opgeslagen driver-id ter invoer of bevestiging.

10

Bevestigt of wijzigt treingegevens.

8

In afwachting van start.

16

Trein in SB

(Vervolgd op volgende pagina.)

Meldt treinpositie onbekend.

14Bevestigt treingegevens.

15

Verbindt met RBC met opgeslagen id en telefoonnummer.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 24 / 137

3.1.3.3 Noten

1 Normaal hoeft de machinist voor vertrek alleen de in de trein opgeslagen gegevens te bevestigen aangezien het treinsysteem deze onthoudt zolang de stroomvoorziening van de trein blijft ingeschakeld.

3 Communicatie met de wagencontroleur is alleen nodig bij gewijzigde samenstelling of be-lading van een goederentrein. De machinist van een personentrein dient via zijn vervoerder te weten welke gegevens hij moet invoeren.

6 De override-functie is alleen beschikbaar bij stilstand (V_NVALLOWOVTRP). Nadat de machinist de override-functie activeert heeft hij 60 sec de tijd (T_NVOVTRP) en 200m de ruimte (D_NVOVTRP) om met de voorzijde van de trein de balisegroep vlak achter het SMB te passeren waarbij de snelheid niet boven 15 km/h mag komen (V_NVSUPOVTRP). Als het niet lukt binnen die marges is het noodzakelijk om vanuit stilstand opnieuw de override-functie te activeren. Alvorens de machinist dit doet dient hij zich ervan te vergewissen dat de aanwijzing STS nog steeds geldt.

7 Het moment waarop de rijweg wordt ingesteld is niet essentieel voor het proces. Dit kan dus net zo goed eerder of later plaatsvinden, zolang het maar gebeurt voordat de balisegroep gepasseerd wordt.

9 Zolang de odometrie van de trein voldoet aan de gestelde nauwkeurigheidseisen zal een trein die in OS een SMB of lichtsein nadert van waaraf een normale rijweg is ingesteld om-schakelen naar FS zodra het SMB of lichtsein gepasseerd wordt. Werkt de odometrie echter onnauwkeuriger, dan kan het voorkomen dat de trein na het passeren van het SMB of licht-sein nog een stukje in OS rijdt.

15 Het gebruik van SH binnen het treinverkeersgebied (d.w.z. buiten een VR-gebied) is niet toegestaan. Als bij vertrek de treinpositie onbekend is zal de RBC de trein echter bij aanmel-ding niet afwijzen. In plaats daarvan zal deze tot stilstand gebracht worden bij passage van de eerstvolgende SMB. De reden dat SH bij aanmelding niet wordt afgewezen is dat de RBC er geen weet van heeft of de trein in een gebied staat waar SH is toegestaan (zoals dat bijvoor-beeld het geval is op het container uitwisselpunt op het A15-trac van de Betuweroute).

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 25 / 137

17 Bij vertrek in level 2 met bekende treinpositie stelt het systeem OS voor, mits zich tussen trein en sein geen wissel of sein bevindt of er een (rest)rijweg is vastgelegd over het wissel of tegenseinsen, en er een rijweg vanaf het SMB is ingesteld. Als niet aan deze criteria is vol-daan stelt het systeem SR voor.

135 Als bij het vertrek met onbekende positie de trein het SMB passeert zonder dat er een FSMA beschikbaar is (hetgeen niet uit te sluiten is aangezien dat een kwestie van timing is), dan is het vervolg afhankelijk van het feit of er een vervolgrijweg beschikbaar is:

Is er geen vervolgrijweg beschikbaar is dan stelt het systeem SR voor; Is er wel een vervolgrijweg beschikbaar dan stelt het systeem OS voor en dient de

rest van de ingestelde rijweg met OS MA afgereden te worden. 110 Regionaal geldende waardes ("national values") worden door het walsysteem naar het

treinsysteem gestuurd (zie bijlage van dit document). Zolang de trein die nog niet ontvangen heeft gaat het treinsysteem uit van de aanwezige waardes. De machinist dient daar rekening mee te houden.

3.1.3.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Geven toestemming om te vertrekken. Verstrekken aanwijzing STS om SMB te mogen passeren.

Machinist:

DMI data-entry. Hierbij dient de machinist zich te baseren op de door de vervoerder aan hem te verstrekken informatie. Voor goederentreinen geldt daarenboven dat invoer in overeen-stemming moet zijn met de door de wagencontroleur verstrekte informatie met betrekking tot treinsamenstelling en -belading.

Niet vertrekken in SR zonder toestemming. Override-functie niet activeren zonder aanwijzing STS. Bevestigen OS-voorstel.

Wagencontroleur:

Verstrekken van de door de machinist op de DMI in te voeren gegevens met betrekking tot samenstelling en belading van de goederentrein.

Vervoerder:

Beschikbaar stellen van de gegevens die de machinist voor vertrek nodig heeft.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 26 / 137

3.1.4 [4] Vertrek met onbekende treinpositie buiten zicht van SMB of lichtsein Dit gebruikersproces illustreert het vertrek van een trein in ERTMS Level 2 in geval dat de treinpositie ongeldig of onbekend is, en waarbij de trein niet voor een SMB staat. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij herstart na stranding van een trein.

3.1.4.1 Uitgangspunten 1. Het in de trein opgeslagen level is 2 2. De trein heeft een geldige ERTMS-key. 3. De treinsamenstelling is gereed voor vertrek. 4. Bij de RBC is de positie van de trein niet bekend of niet geldig. 5. De voorafgaand aan het vertrek in te voeren treingegevens zijn beschikbaar. 6. De voor de aanmelding bij de RBC benodigde netwerkregistratiegegevens zijn beschikbaar. 7. De trein staat opgesteld binnen ERTMS Level 2 gebied, op een locatie buiten zichtafstand van

een SMB. D.w.z. op een dusdanige afstand dat de machinist het nummer van het SMB niet kan lezen.

8. Tussen SMB en trein liggen geen wissels die niet zijn vastgelegd of niet in controle zijn. 9. Vanaf het SMB wordt een normale rijweg ingesteld. 10. De machinist is klaar om te vertrekken.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij vertrek vanaf een wachtspoor bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 27 / 137

3.1.4.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 28 / 137

TreinsysteemTreindienstleider MachinistWalsysteem

28

Houdt snelheid onder 40 km/h.

Baliselocatie.27

29

Treinpositie.

Autorisatie OS met FSMA vanaf SMB 5124.

30

31

Omschakeling naar OS. FSMA vanaf SMB 5124.

Trein passeert eerste balisegroep voorbij laatste tegensein of wissel voor SMB 5124.

(Vervolg van vorige pagina.)

24

Vertrekt en blijft met een snelheid rijden die hij verantwoord acht, doch niet sneller dan 40 km/h.

Toestemming om te mogen vertrekken.

25

Bevestigt SR.

26

Omschakeling naar SR.

Geeft opdracht om normale rijweg in te stellen van spoor 815 naar spoor KL4.

23

Verifieert dat aansluitende rijweg van spoor 815 naar spoor KL4 is vastgelegd.

22

20

Zet verder aan, rekening houdend met baanvaksnelheid en maximum snelheid toegestaan voor trein.

34

35

Omschakeling naar FS

Trein passeert SMB 5124.

33

32

OS-voorstel

Bevestigt OS.

3.1.4.3 Noten

1 Normaal hoeft de machinist voor vertrek alleen de in de trein opgeslagen gegevens te bevestigen aangezien het treinsysteem deze onthoudt zolang de stroomvoorziening van de trein blijft ingeschakeld.

7 Het moment waarop de rijweg wordt ingesteld is niet essentieel voor het proces. Dit kan dus net zo goed eerder of later plaatsvinden, zolang het maar gebeurt voordat de balisegroep gepasseerd wordt.

9 Zolang de odometrie van de trein voldoet aan de gestelde nauwkeurigheidseisen zal een trein die in OS een SMB of lichtsein nadert van waaraf een normale rijweg is ingesteld om-schakelen naar FS zodra het SMB of lichtsein gepasseerd wordt. Werkt de odometrie echter onnauwkeuriger, dan kan het voorkomen dat de trein na het passeren van het SMB of licht-sein nog een stukje in OS rijdt.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 29 / 137

15 Het gebruik van SH binnen het treinverkeersgebied (d.w.z. buiten een VR-gebied) is niet toegestaan. Als bij vertrek de treinpositie onbekend is zal de RBC de trein echter bij aanmel-ding niet afwijzen. In plaats daarvan zal deze tot stilstand gebracht worden bij passage van de eerstvolgende SMB. De reden dat SH bij aanmelding niet wordt afgewezen is dat de RBC er geen weet van heeft of de trein in een gebied staat waar SH is toegestaan (zoals dat bijvoor-beeld het geval is op het container uitwisselpunt op het A15-trac van de Betuweroute).

16 Alvorens de treindienstleider de machinist toestemming geeft te vertrekken met een trein die niet direct voor een lichtsein of SMB staat, dient de hij zeker te stellen dat het pad vanaf de trein tot aan het eerstvolgende lichtsein of SMB vast ligt. Dit is het geval als de trein de desbetreffende locatie d.m.v. rijweginstelling bereikt heeft en er nog sprake is van een rest-rijweg. Als dat niet het geval is dan dient de treindienstleider eerst een veilig pad te creren (d.w.z. STS-pad of ROZ-rijweg over de trein).

17 Bij vertrek in level 2 met bekende treinpositie stelt het systeem OS voor, mits zich tussen trein en sein geen wissel of sein bevindt of er een (rest)rijweg is vastgelegd over het wissel of tegenseinsen, en er een rijweg vanaf het SMB is ingesteld. Als niet aan deze criteria is vol-daan stelt het systeem SR voor.

83 Als er bij het vertrekgereed maken van de trein een storing in het treinsysteem optreedt, dan wordt dit zichtbaar gemaakt op de DMI. In geval van een ophefbare storing voert de ma-chinist de handelingen uit zoals beschreven in de gebruikshandleiding van de ETCS-treinapparatuur. Als de storing niet herstelbaar is dan mag de trein niet vertrekken.

110 Regionaal geldende waardes ("national values") worden door het walsysteem naar het treinsysteem gestuurd (zie bijlage van dit document). Zolang de trein die nog niet ontvangen heeft gaat het treinsysteem uit van de aanwezige waardes. De machinist dient daar rekening mee te houden.

3.1.4.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Geven toestemming om te vertrekken. Machinist:

DMI data-entry. Niet vertrekken in SR zonder toestemming. Bevestigen OS-voorstel.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 30 / 137

3.1.5 [5] Passage van een SMB zonder MA Dit gebruikersproces illustreert de passage van een SMB met trein in ERTMS Level 2 in geval dat de trein geen MA heeft. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als het instellen van een normale of ROZ-rijweg vanwege een storingssituatie niet mogelijk is.

3.1.5.1 Uitgangspunten 1. De trein heeft een MA die eindigt bij een SMB. 2. Vanaf het SMB waarbij de MA eindigt creert de treindienstleider een STS-pad.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 31 / 137

3.1.5.2 Procedure

3.1.5.3 Noten

1 Normaal hoeft de machinist voor vertrek alleen de in de trein opgeslagen gegevens te bevestigen aangezien het treinsysteem deze onthoudt zolang de stroomvoorziening van de trein blijft ingeschakeld.

3 Communicatie met de wagencontroleur is alleen nodig bij gewijzigde samenstelling of be-lading van een goederentrein. De machinist van een personentrein dient via zijn vervoerder te weten welke gegevens hij moet invoeren.

6 De override-functie is alleen beschikbaar bij stilstand (V_NVALLOWOVTRP). Nadat de machinist de override-functie activeert heeft hij 60 sec de tijd (T_NVOVTRP) en 200m de ruimte (D_NVOVTRP) om met de voorzijde van de trein de balisegroep vlak achter het SMB te passeren waarbij de snelheid niet boven 15 km/h mag komen (V_NVSUPOVTRP). Als het niet lukt binnen die marges is het noodzakelijk om vanuit stilstand opnieuw de override-functie te activeren. Alvorens de machinist dit doet dient hij zich ervan te vergewissen dat de aanwijzing STS nog steeds geldt.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 32 / 137

17 Bij vertrek in level 2 met bekende treinpositie stelt het systeem OS voor, mits zich tussen trein en sein geen wissel of sein bevindt of er een (rest)rijweg is vastgelegd over het wissel of tegenseinsen, en er een rijweg vanaf het SMB is ingesteld. Als niet aan deze criteria is vol-daan stelt het systeem SR voor.

3.1.5.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Verstrekken aanwijzing STS om SMB te mogen passeren. Machinist:

Override-functie niet activeren zonder aanwijzing STS.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 33 / 137

3.1.6 [6] Korte stop Dit gebruikersproces illustreert de gang van zaken voor een korte stop van de trein.

3.1.6.1 Uitgangspunten 1. De trein is in het bezit van een MA. 2. De trein maakt een korte stop. 3. Er wordt een vervolgrijweg ingesteld 4. De trein vervolgt zijn rit.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij een wachtspoor te Zevenaar Oost.

3.1.6.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 34 / 137

3.1.6.3 Noten 60 Een trein die in het bezit is van een MA ontvangt een update van zijn MA zodra er een aan-

sluitende vervolgrijweg beschikbaar komt zolang de trein in radioverbinding staat met de wal (RBC). Komt echter een vervolgrijweg pas beschikbaar (nadat de aanvraag is gedaan) terwijl of nadat de stuurstroom afgeschakeld is geweest, dan dient de procedure zoals beschreven bij [1] doorlopen te worden.

3.1.6.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Geen. Machinist:

Zo mogelijk stuurstroom ingeschakeld laten.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 35 / 137

3.1.7 [7] Wegzetten van een trein Dit gebruikersproces illustreert het wegzetten van een trein binnen ERTMS Level 2 gebied.

3.1.7.1 Uitgangspunten 1. De trein is in het bezit van een MA die eindigt bij het SMB waarvoor de trein opgesteld dient te

worden. Hieronder een voorbeeldsituatie bij een wachtspoor te Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 36 / 137

3.1.7.2 Procedure

Treinsysteem Machinist

2

Schakelt stuurstroom af.3

Walsysteem

4

8

7

Meldt End of Mission.

Schakelt stroomvoorziening af.

Trein in SB.

5

Trein in bezit MA tot SMB 5124.

Brengt trein tot stilstand voor SMB 5124.

6

MA vervalt.

Opgeslagen treingegevens en positie van de trein gewist.

1

Machinist zet remming in.

Trein in NP.

Alleen indien noodzakelijk.

7

Opdracht om verbinding te verbreken.

Verbreekt verbinding met RBC.

3.1.7.3 Noten

18 Het is uit veiligheidsoverwegingen wenselijk dat de stroomvoorziening van de trein zo mogelijk ingeschakeld blijft. De trein kan dan immers in OS in plaats van in SR vertrekken.

3.1.7.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Machinist:

Zo mogelijk stroomvoorziening ingeschakeld laten.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 37 / 137

3.1.8 [44] Combineren Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken bij het combineren van materieel op een als combi-neerspoor ingerichte locatie.

3.1.8.1 Uitgangspunten 1. Een locomotief staat opgesteld voor een SMB voor een combineerspoor. 2. Uit tegengestelde richting nadert een trein die in het bezit is van een FSMA die eindigt bij het

tegensein vr de locomotief. 3. De locomotief dient te combineren met de tegemoet komende trein.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 38 / 137

3.1.8.2 Procedure

3.1.8.3 Noten

44 Na koppelen schakelt de toestand van de niet tractie voerende locomotief automatisch over van mode SB naar mode SL, mits deze is uitgerust met een zogenaamde 'train line'. Is dat niet het geval dan dient de betreffende locomotief handmatig worden afgekoppeld van het remsys-teem.

61 Het instellen van een ROZ-rijweg naar een naderende trein is alleen mogelijk op combineersporen en uitsluitend nadat de naderende trein het laatste SMB in tegengestelde richting geheel is gepasseerd. Zolang de stuurstroom van de naderende trein nog niet is afge-schakeld vervalt de FSMA naar een OSMA op het moment dat de ROZ-rijweg er in komt. De-ze functionaliteit is uitsluitend bedoeld als vangnet: het is de treindienstleider niet toegestaan de ROZ-rijweg in te stellen zolang hij nog niet heeft zekergesteld dat de naderende trein stil staat op de combineerlocatie ter voorkoming van een kop-kop botsing. Dit zekerstellen kan bijvoorbeeld door de machinist van de naderende trein te vragen terug te melden wanneer hij op de combineerlocatie tot stilstand is gekomen.

3.1.8.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 39 / 137

Wachten met instellen van de ROZ-rijweg totdat zeker is gesteld dat de trein waarmee ge-combineerd wordt stil staat.

Machinist:

Afschakelen stuurstroom na tot stilstand komen op combineerlocatie.

3.2 Rijden Deze paragraaf behandelt de gebruikersprocessen gerelateerd aan het rijden van de trein binnen een gebied waar alleen ERTMS Level 2 aanwezig is.

3.2.1 [8] Rijden over een normaal ingestelde rijweg Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor het rijden met een trein binnen een gebied waar uitsluitend level 2 aanwezig is.

3.2.1.1 Uitgangspunten 1. De trein rijdt binnen ERTMS Level 2 gebied over een normaal ingestelde rijweg. 2. De trein is in het bezit van een FSMA. 3. Er wordt een vervolgrijweg ingesteld.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij de tunnel te Zevenaar.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 40 / 137

3.2.1.2 Procedure

3.2.1.3 Noten

67 Na een ongeplande stop waarbij de trein langer dan 2 minuten stil heeft gestaan is het de machinist niet toegestaan om weer verder te rijden zonder toestemming van de treindienst-leider, ook al houdt de trein zijn MA.

73 Indien de machinist constateert dat een storing een mogelijke trein-gerelateerde oor-zaak heeft dient hij dat te melden aan zijn vervoerder.

75 Indien de machinist constateert dat een storing een mogelijk wal-gerelateerde oorzaak heeft dient hij dat te melden bij de treindienstleider.

80 Een MA eindigt (behoudens na herroepen) niet bij een SMB dat binnen een gebied staat waarbinnen een stopverbod geldt. Bijvoorbeeld: Sophiatunnel SMB 4762 (spoor ZL).

3.2.1.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Tijdig instellen vervolgrijweg ter voorkoming pre-indicatie op DMI machinist. Machinist:

Onder ERTMS level 2 dient de machinist uit te gaan van cabinesignalering in plaats van de aspecten van seinen langs de baan.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 41 / 137

3.2.2 [9] Keren Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor het keren met een trein binnen een gebied waar uitsluitend level 2 aanwezig is. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen in de situatie waarbij een locomotief van spoor moet wisselen om zich naar een weg te slepen gestrande trein te kunnen begeven.

3.2.2.1 Uitgangspunten 1. Een trein of losse locomotief dient te keren. 2. De machinist is op de hoogte van de details van de rangeerbeweging. 3. Het spoor is beschikbaar voor het uitvoeren van deze rangeerbeweging. 4. De voorzijde van de kerende trein komt niet voorbij de grens van het ERTMS level 2 gebied.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 42 / 137

3.2.2.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 43 / 137

Treinsysteem Duits systeemWalsysteemTreindienstleider FahrdienstleiterMachinist

25

(Vervolg van vorige pagina.)

Geeft opdracht om normale rijweg in te stellen van spoor EZ naar spoor 822.

34

35

Meldt dat trein gereed is om te vertrekken vanaf SMB 5152. Stelt vast dat de trein voor SMB 5152 staat.

32

30

31

33

Verzoekt MA.

Autoriseert SR.

SR-voorstel.

Kiest start.

26

28

27

Treingegevens.

Acceptatie treingegevens.

Bevestigt treingegevens.

In afwachting van start.

29

47

43

45

Ruimt restrijweg spoor EZ op.

Verifieert dan spoor onbezet is.

46Informeert dat rangeeractiviteiten op spoor EZ zijn beindigd en dat maatregelen opgeheven kunnen worden.

48

Beindigt maatregel waarmee sein 3368 in stand stop gehouden wordt.

Spoor EZ niet langer bezet.

44

37OS-voorstel

38

Vertrekt met snelheid onder 40 km/h

Autorisatie OS gevolgd door FSMA vanaf SMB 5152.

Achterzijde van de trein voorbij SMB 5152.

42

Zet aan conform snelheidsprofiel.

Voorzijde van de trein voorbij SMB 5152.

41Omschakeling naar FS.

Inkomen rijweg.

36

Bevestigt OS

39 Omschakeling naar OS.FSMA vanaf SMB 5152.

40

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 44 / 137

3.2.2.3 Noten 7 Het moment waarop de rijweg wordt ingesteld is niet essentieel voor het proces. Dit kan

dus net zo goed eerder of later plaatsvinden, zolang het maar gebeurt voordat de balisegroep gepasseerd wordt.

40 In geval van keerbewegingen bij de Nederlands-Duitse grens bij Zevenaar waarbij het kerende materieel voorbij het laatste Nederlandse SMB komt, dient de Fahrdienstleiter tevo-ren worden genformeerd over de keerbeweging opdat hij in staat gesteld wordt het onnodig activeren van de Duitse overweginstallaties te voorkomen. De aankondiging voor deze Duitse overweginstallaties komt namelijk op het moment dat de trein een aankondigingslocatie pas-seert terwijl er een rijweg voorbij het laatste Nederlandse SMB is ingesteld.

43 Nadat een trein een keerbeweging maakt kan er, afhankelijk van de locatie, een restrijweg achterblijven (het gedeelte vanaf waar de trein tot stilstand kwam tot aan het eerstvolgende SMB in de oorspronkelijke rijrichting). Opruimen van zo'n restrijweg kan op twee manieren:

door een expliciete opdracht aan het beheersysteem ('opheffen ULB'), of door de voor de eerstvolgende trein in de oorspronkelijke rijrichting een rijweg 'op

zicht' in te stellen waarna het spoor vrij komt zodra de betreffende trein gepasseerd is.79 Na het keren van een trein blijft geen restrijweg achter als de trein geheel binnen een

keer- of combineer- en splitsspoor staat. 115 Indien in geval van een keerbeweging binnen ERTMS Level 2 gebied de voorzijde van de

trein de transitielocatie passeert volgt de transitie van level 2 naar level STM. En vice versa zal de trein afhankelijk van het level dat vereist is voor de andere rijrichting op de locatie waar de trein tot stilstand gekomen is in level 2 of in level STM moeten starten. In geval van starten in level STM zal de trein bij terugkeer dan weer de transitie naar level 2 maken.

64 In geval een trein die bij de landsgrens van Nederland naar Duitsland net de transitie naar STM PZB heeft gemaakt, dient de dient de machinist er rekening te houden dat de trein bij vertrek na het keren, totdat een balisegroep is gepasseerd, nog in het bezit van de in Duits-land geldende National Values. De machinist dient zich echter op Nederlands grondgebied te houden aan de waardes die gelden voor de Nederlandse National Value's. Met name geldt dit voor de override-functie die in Duitsland beschikbaar is als de trein rijdt met een snelheid van onder de 40 km/h terwijl deze in Nederland alleen bij stilstand beschikbaar is: De functie mag dan ook op Nederlands grondgebied alleen worden geactiveerd vanuit stilstand (zie noot 6 voor details).

3.2.2.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Informeren Fahrdienstleiter in geval van geplande rangeerbeweging op het grensspoor. Fahrdienstleiter:

Nemen maatregel ter voorkoming onnodig activeren Duitse spoorweg bij landsgrens, Machinist:

Indien bij vertrek SR voorgesteld wordt contact opnemen met treindienstleider opdat deze een rijweg instelt waarmee de trein in OS kan vertrekken.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 45 / 137

3.2.3 [10] Overgang van 'normaal rijden' naar 'rijden op zicht' Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor het omschakelen van 'normaal rijden' naar 'rijden op zicht'.

3.2.3.1 Uitgangspunten 1. Een trein rijdt met FSMA over een normaal ingestelde rijweg. 2. Er wordt een ROZ-vervolgrijweg ingesteld. 3. De machinist is genformeerd omtrent de reden van het op zicht rijden.

Hieronder een voorbeeld op het A15-trac die ter hoogte van Duiven de tunnel Zevenaar nadert.

3.2.3.2 Procedure

De trein is binnen het bevestigings-venster voor SMB 4762 binnen en de snelheid van de trein is lager dan 40 km/h.

TreinsysteemTreindienstleider MachinistWalsysteem

8

Rijdt op zicht verder met snelheid onder 40 km/h.

9

Omschakeling naar OS. OSMA vanaf SMB 4762.

Geeft opdracht een ROZ-rijweg in te stellen van spoor ZE1 naar spoor ZE2.

3

2

Verlenging MA met OSMA vanaf SMB 4262 tot SMB 4272.

5

6OS-voorstel.

7Bevestigt OS.

1

Trein rijdt in FS.

Onthoudt vervolg OSMA; trein blijft bewaken tegen EoA ter hoogte van SMB 4762.

Inkomen rijweg.

4

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 46 / 137

3.2.3.3 Noten 46 In geval er sprake is van een ROZ-vervolgrijweg krijgt de machinist een voorstel voor om-

schakelen naar OS op een moment dat de machinist nog voldoende tijd heeft om dit te beves-tigen voordat de trein het sein passeert. Het voorstel wordt echter niet getoond voordat de trein met een snelheid lager dan 40 km/h rijdt.

47 Als de machinist bij nadering van een ROZ-rijweg het OS-voorstel niet bevestigt, komt de trein tot stilstand voor het sein omdat het begin van de OS-rijweg als EoA met release-speed van 0 km/h bewaakt wordt. De trein kan in OS verder rijden nadat de machinist het voorstel alsnog bevestigt.

3.2.3.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Machinist dient te allen tijde tevoren te zijn genformeerd omtrent de reden van het op zicht rijden.

Machinist:

Bevestigen OS.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 47 / 137

3.2.4 [11] Overgang van 'rijden op zicht' naar 'normaal rijden' Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor het omschakelen van 'rijden op zicht' naar 'normaal rijden'.

3.2.4.1 Uitgangspunten 1. Een trein rijdt met OSMA over een ROZ-rijweg. 2. Er wordt een normale vervolgrijweg ingesteld.

Hieronder een voorbeeld op het A15-trac voor een trein die ter hoogte van Duiven de tunnel Zeve-naar nadert.

3.2.4.2 Procedure

3.2.4.3 Noten

Er zijn geen aanvullende noten.

3.2.4.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Geen.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 48 / 137

Machinist: Geen.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 49 / 137

3.2.5 [12] Aanpassing remgedrag in geval van gladde sporen Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor aanpassing van het remgedrag in geval van gladde sporen. De algemene werkwijze voor gladde sporen in stop-/doorsituaties (overwegen vlak achter seinen) zoals beschreven in het handboek machinist blijft hier buiten beschouwing. De hier beschreven pro-cedure heeft uitsluitend betrekking op het gebruik van de mogelijkheid om in de ETCS-trein bij de berekening van de remcurve rekening te houden met de gladspoorconditie (glad-spoor-knop). Hierbij speelt de treindienstleider geen rol maar informeert de vervoerder de machinist omtrent de conditie van de sporen.

3.2.5.1 Uitgangspunten 1. De vervoerder waarschuwt de machinist dat de sporen glad zijn. 2. De voorziening om rekening te houden met gladheid van het spoor is beschikbaar in het be-

treffende materieeltype.

3.2.5.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 50 / 137

3.2.5.3 Noten 59 In geval van gladde sporen houdt het ETCS-systeem op de trein rekening met een tot

70% verminderde remcapaciteit. Het gebruik van deze functionaliteit wordt overgelaten aan het oordeel van de machinist c.q. de reglementering van de vervoerder. Daarenboven gaat het hierbij om een ondersteunende functie. Het is dus niet zo dat dit garandeert dat een trein in geval van glijden niet voorbij zijn EoA kan komen.

119 Bij het activeren van de glad-spoor-functie dient de machinist er rekening mee te houden te voorkomen dat dit onbedoeld leidt tot een remingreep. Dat zou namelijk het geval kunnen zijn als de nieuw berekende remcurve erin zou resulteren dat de trein niet meer voor EoA tot stil-stand kan komen.

25 Op locaties waar de National Value voor (de)activering van de gladspoorconditie (Q_NVDRIVER_ADHES) wijzigt van "toegestaan" in "niet toegestaan", wordt de gladspoor-functie automatisch gedeactiveerd. Dit doet zich voor bij de transitie vanaf Nederland naar Duitsland alwaar de Nederlandse National Values worden vervangen door de Duitse.

3.2.5.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Machinist:

Het ETCS-systeem biedt in geval van gladde sporen ondersteuning door daar bij de remcur-veberekening rekening mee te houden.

Vervoerder:

Waarschuwen machinist in geval van gladde sporen.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 51 / 137

3.3 Transities

3.3.1 [13] Transitie van level STM ATB naar level 2 Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor een ETCS-trein die een met ERTMS Level 2 beveiligd gebied inrijdt vanuit een met ATBEG beveiligd gebied. Het gaat hierbij om de transitie waarvan het ontwerp gebaseerd is op [OVS ERTMS].

3.3.1.1 Uitgangspunten 1. De trein rijdt binnen ATBEG beveiligd gebied in SN onder level STM ATB. 2. De trein is geschikt voor ERTMS Level 2. 3. De trein beschikt over een ERTMS-key voor het ERTMS Level 2 gebied. 4. De treingegevens zijn bij vertrek correct ingevoerd. 5. Het spoor is beschikbaar. 6. De rijweg na de transitie wordt tijdig ingesteld.

Ad 6.) Als deze rijweg niet tijdig wordt ingesteld treedt de situatie op zoals beschreven bij [14]. Hieronder een voorbeeldsituatie bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 52 / 137

3.3.1.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 53 / 137

TreinsysteemWalsysteemTreindienstleider Machinist

25

Omschakeling naar Level 2 en MA zichtbaar.

24

Trein passeert transitielocatie.

(Vervolg van vorige pagina.)

21

22

Verzoek om transitie naar level 2 te bevestigen.

Bevestigt transitie naar level 2.

23

Trein passeert bevestigingslocatie.

Bevestiging transitie opgeslagen.

3.3.1.3 Noten

21 De machinist dient de transitie naar 5 seconden na passage van de transitielocatie te be-vestigen. Als de machinist niet tijdig bevestigt vindt een bedrijfsremming plaats. De rem wordt pas vrijgegeven nadat de machinist alsnog de transitie bevestigt.

22 Wanneer de machinist van een conventionele trein het CAB-bord waarneemt dient hij de trein tot stilstand te brengen en contact op te nemen met de treindienstleider. Het is niet de bedoeling dat een conventionele trein daar terecht komt (daarenboven wordt passage van het CAB-bord technisch gemitigeerd).

23 Het is niet uitzonderlijk als een transitie bij een post- of PPLG-grens plaatsvindt. In dat ge-val is de treindienstleider, onder wiens verantwoordelijkheid de rijweg waarmee een beveiligd gebied verlaten wordt is ingesteld, mogelijk een ander dan degene onder wiens verantwoorde-lijkheid het anders beveiligde gebied wordt ingereden.

45 In het transitiegebied van ATB naar ERTMS Level 2 is de aanwezigheid van ATB-code voorbij een bepaald sein soms afhankelijk van de ingestelde rijweg: Als de rijweg leidt naar ERTMS Level 2 gebied is er geen ATB-code aanwezig; als de rijweg leidt naar ATB-gebied is dat wel het geval.

3.3.1.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Tijdig instellen vervolgrijweg ter voorkoming pre-indicatie op DMI machinist. Machinist:

Bevestigen transitie binnen 5 sec na passeren transitielocatie. Verschuiven focus van lichtseinen naar cabinesignalering. Trein zonder ETCS dient na passage van het CAB-bord niet verder te rijden.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 54 / 137

3.3.2 [14] Uitgestelde transitie van level STM ATB naar level 2 Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor het vertrek vanaf ATB-gebied richting een sein waarachter een ERTMS Level 2 gebied begint zoals dat het geval is bij vertrek vanuit spanningsloze toestand vanaf Zevenaar richting Zevenaar Oost. Let wel: dit specifieke voorbeeld is een uitzonderlijke situatie. Normaal maakt een trein op een voor de transitie gelegen station alleen een korte stop in welk geval de machinist geen data-entry hoeft te doen en de trein zich reeds in STM ATB bevindt.

3.3.2.1 Uitgangspunten 1. Een trein staat spanningsloos opgesteld langs een perron binnen ATB-gebied voor een sein

waarachter ERTMS Level 2 gebied ligt. 2. De trein is geschikt voor ERTMS Level 2 baseline 2. 3. De trein heeft een geldige ERTMS-key. 4. De bij vertrek in te voeren treingegevens zijn beschikbaar. 5. De trein dient volgens plan te vertrekken. 6. Er wordt een normale vertrekrijweg ingesteld.

Ad. 1. In geval van een korte stop wordt de transitie genitieerd door de RBC nadat deze de treinposi-tie ontvangen heeft. Zie[13] voor een voorbeeld. Hieronder een voorbeeldsituatie.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 55 / 137

3.3.2.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 56 / 137

3.3.2.3 Noten

1 Normaal hoeft de machinist voor vertrek alleen de in de trein opgeslagen gegevens te bevestigen aangezien het treinsysteem deze onthoudt zolang de stroomvoorziening van de trein blijft ingeschakeld.

3 Communicatie met de wagencontroleur is alleen nodig bij gewijzigde samenstelling of be-lading van een goederentrein. De machinist van een personentrein dient via zijn vervoerder te weten welke gegevens hij moet invoeren.

22 Wanneer de machinist van een conventionele trein het CAB-bord waarneemt dient hij de trein tot stilstand te brengen en contact op te nemen met de treindienstleider. Het is niet de bedoeling dat een conventionele trein daar terecht komt (daarenboven wordt passage van het CAB-bord technisch gemitigeerd).

108 Als er vanwege een storing aan het walsysteem geen radioverbinding beschikbaar is kan alleen in SR worden gereden. De machinist dient er daarbij rekening te houden dat snel-heidsbeperkingen niet worden afgedwongen door het systeem.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 57 / 137

150 Indien het sein waarin de transitie naar ERTMS level 2 plaatsvindt met aanwijzing STS in SR gepasseerd dient te worden dient de machinist dient de trein voor de balisegroep voor het CAB-bord tot stilstand te brengen waarop activering van de beschikbaar gekomen override-functie bevestigd dient te worden. Hierna kan de balisegroep en het CAB-bord gepasseerd worden. In de regel ligt deze balisegroep op een afstand van 2 seconden baanvaksnelheid voor het CAB-bord. NB. Het is de machinist toegestaan op basis van de voor het lichtsein afgegeven aanwijzing STSoverride te kiezen bij de balisegroep voor het CAB-bord, zonder dat hiervoor nog een aparte Aanwijzing STS nodig is.

3.3.2.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Geen. Machinist:

Vanaf ATB-gebied te allen tijde in level STM-ATB vertrekken, ook als de rijweg eindigt in ERTMS Level 2 gebied.

Trein zonder ETCS dient trein tot stilstand te brengen bij passage CAB-bord. Omdat de transitie naar level 2 niet direct bij het sein plaatsvindt kan de trein vanaf het sein tot

de transitie maximaal 40 km/h rijden. Verschuiving focus van lichtseinen naar cabinesignalering.

3.3.3 [15] Transitie van level 2 naar level STM ATB Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor een ETCS-trein die een met ATBEG beveiligd gebied inrijdt vanuit een met ERTMS level 2 beveiligd gebied. Het gaat hierbij om de transitie waarvan het ontwerp gebaseerd is op [OVS ERTMS].

3.3.3.1 Uitgangspunten 1. De trein rijdt binnen ERTMS level 2 beveiligd gebied in FS. 2. De trein heeft een STM voor ATB. 3. De treingegevens zijn bij vertrek correct ingevoerd. 4. Het spoor is beschikbaar.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij Zevenaar Oost.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 58 / 137

3.3.3.2 Procedure

3.3.3.3 Noten

21 De machinist dient de transitie naar 5 seconden na passage van de transitielocatie te be-vestigen. Als de machinist niet tijdig bevestigt vindt een bedrijfsremming plaats. De rem wordt pas vrijgegeven nadat de machinist alsnog de transitie bevestigt.

23 Het is niet uitzonderlijk als een transitie bij een post- of PPLG-grens plaatsvindt. In dat ge-val is de treindienstleider, onder wiens verantwoordelijkheid de rijweg waarmee een beveiligd gebied verlaten wordt is ingesteld, mogelijk een ander dan degene onder wiens verantwoorde-lijkheid het anders beveiligde gebied wordt ingereden.

133 Per locatie waar de transitie van level 2 naar level STM ATB plaatsvindt verschilt de rela-tieve locatie van de seinen. Er zijn echter geen operationele verschillen.

3.3.3.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

Geen. Machinist:

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 59 / 137

Bevestigen transitie binnen 5 sec na passeren transitielocatie. Verschuiven focus van cabinesignalering naar lichtseinen.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 60 / 137

3.3.4 [42] Transitie van level STM ATB naar level 2 met CS-sein Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor een ETCS-trein die een met ERTMS Level 2 beveiligd gebied inrijdt vanuit een met ATBEG beveiligd gebied waarbij een CS-sein wordt gepas-seerd. Het gaat hierbij om de transities op de bogen van het A15-trac bij Meteren en bij Elst waarvan het ontwerp hiervan niet gebaseerd is op [OVS ERTMS]. In het transitiegebied wordt ook een spanningssluis gepasseerd. Deze is echter als apart gebruikers-proces beschreven ([21]) en wordt daarom hier weggelaten.

3.3.4.1 Uitgangspunten 1. De trein rijdt binnen ATBEG beveiligd gebied in SN onder level STM ATB. 2. De trein is geschikt voor ERTMS Level 2. 3. De trein beschikt over een ERTMS-key voor het ERTMS Level 2 gebied. 4. De treingegevens zijn bij vertrek correct ingevoerd. 5. Het spoor is beschikbaar.

Hieronder is een voorbeeldsituatie voor de C-tak ter hoogte van de aansluiting Meteren.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 61 / 137

3.3.4.2 Procedure

TreinsysteemWalsysteemTreindienstleiderPost Utrecht MachinistTreindienstleider

Post Kijfhoek

22

18

Trein passeertaankondigings-locatie.

17

Passeert sein 402.

11

10Bouwt verbinding met RBC op

met gegeven id en telefoonnummer.

Trein passeert balisegroep BG1.

12

13

Bevestigt verbinding.

Treingegevens.

14

Acceptatie trein.

9Opdracht om verbinding met RBC op te bouwen met gegeven id en telefoonnummer.

19

Transitieopdracht & MA tot SMB 4240.

Aankondiging transitie naar level 2.

20

Transitielocatie en MA opgeslagen.

16Neemt waar dat sein 402 uit stand stop is.

Sein 4190 gaat naar groen.

(Vervolgd op volgende pagina.)

3 Geeft opdracht om normale rijweg in te stellen van spoor CK naar spoor CC1.

4

5Geeft opdracht om normale rijweg in te stellen van spoor CC1 naar spoor CC2.

6

8

Inkomen rijweg CC1-CC2.

Genitieerd door Post-post koppeling

Inkomen rijweg CK-CC1.

7

Sein 4190 wordt geel; seinen 402 en 122 worden groen.

Inkomen rijweg CC2-521.

Geeft opdracht om normale rijweg in te stellen van spoor CC2 naar spoor 521.

21

23

2

Passeert sein 122.

1Neemt waar dat sein 122 uit stand stop is.

15

Trein passeert BG 2.

Concludeert dat trein de eerstvolgende is die zal passeren: Sein 4212 toont CS-aspect

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 62 / 137

3.3.4.3 Noten

125 Op transitielocaties van level STM ATB naar ERTMS Level 2 worden situatieafhankelijk adviessnelheidslichtseinen geplaatst. Deze zijn bedoeld om de transitie vloeiend te laten ver-lopen opdat voorkomen wordt dat de trein een remingreep krijgt op het moment dat deze om-schakelt naar level 2. De adviessnelheid is zichtbaar zolang het CS-sein stoptonend is. (Toe-gepast bij Meteren van spoor 93 naar EE en van spoor CJ naar EE, en Elst van spoor BC naar KK2 en van spoor 92 naar KK2; niet toegepast bij Kijfhoek en Zevenaar).

126 Op transitielocaties van level STM ATB naar ERTMS Level 2 wordt normaal een grenssein geplaatst. Indien de lengte van het aankondigingsgebied te kort is, is het grenssein virtueel. Het sein voorafgaand aan het grenssein is hieraan rood-rood geschakeld bij Meteren en Elst.

127 Daar waar bij de transitielocaties van level STM ATB naar ERTMS Level 2 sprake is van een virtueel grenssein kunnen de rijweg naar het grenssein en de rijweg vanaf het grenssein alleen met hetzelfde kenmerk (normaal of op zicht) worden ingesteld.

128 In de uitzonderlijke situatie waarbij een trein in het transitiegebied vertrekgereed wordt gemaakt terwijl de voorzijde van de trein zich bevindt tussen de grens en het CS-sein, en er voorbij het CS-sein een rijweg is ingesteld, krijgt de trein een OSMA maar is het CS-sein stop-tonend. De machinist mag in dit geval het CS-sein dus niet passeren zonder aanwijzing STS.

129 In de uitzonderlijke situatie waarbij er tot aan het CS-sein in het transitiegebied een ROZ-rijweg wordt ingesteld en er is sprake van een spoorbezetting in de sectie voorafgaand aan het CS-sein (dat doet zich bijvoorbeeld voor bij koppeling aan een gestrande trein), toont het CS-sein een witte balk nadat de naderende trein de aankondigingsbalisegroep passeert.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 63 / 137

130 Als bij de transitie van level STM ATB naar ERTMS Level 2 het toeleidende sein geel-knipper toont en het laatste lichtsein is uit stand stop krijgt een trein geen MA voorbij het grenssein indien:

er sprake is van een fysiek grenssein, of er sprake is van een virtueel grenssein EN er is een sectiebezetting is tussen toelei-

dend sein en grenssein.Dit betekent dat een trein die in deze situatie de grens dient te passeren voorbij het grenssein tot stilstand zou worden gebracht, ondanks het feit dat het laatste lichtsein bij passage uit stand stop was. Deze operationeel onwenselijke si-tuatie kan worden vermeden door vanaf het laatste lichtsein geen rijweg maar een STS-pad te creren, en machinist het stoptonend sein met aanwijzing STS te laten passeren. N.b.: als in de situatie van het virtuele grenssein de sectiebezetting niet door een sectiestoring maar door een ULB veroorzaakt wordt, kan een STS worden voorkomen door de functie 'ULB opheffen' uit voeren voordat de rijweg binnen ERTMS-gebied wordt ingesteld.

151 In de situatie waarbij er een rijweg is ingesteld maar de ETCS-trein geen contact heeft met de RBC, blijft het CS-sein stoptonend. Dat komt omdat het beschikbaar zijn van een MA een voorwaarde is voor het uit stand stop komen van het CS-sein.

150 Indien het sein waarin de transitie naar ERTMS level 2 plaatsvindt met aanwijzing STS in SR gepasseerd dient te worden dient de machinist dient de trein voor de balisegroep voor het CAB-bord tot stilstand te brengen waarop activering van de beschikbaar gekomen override-functie bevestigd dient te worden. Hierna kan de balisegroep en het CAB-bord gepasseerd worden. In de regel ligt deze balisegroep op een afstand van 2 seconden baanvaksnelheid voor het CAB-bord. NB. Het is de machinist toegestaan op basis van de voor het lichtsein afgegeven aanwijzing STSoverride te kiezen bij de balisegroep voor het CAB-bord, zonder dat hiervoor nog een aparte Aanwijzing STS nodig is.

132 Bij de transities bij Meteren, Elst en Zevenaar valt de systeemgrens samen met de post-grens (post/post-koppeling). Bij Kijfhoek is dat niet het geval.

3.3.4.4 Voornaamste aandachtspunten per actor Treindienstleider:

De functionaliteit bij de transities van STM ATB naar level 2 op de bogen van het A15-trac wijkt af van die van de transitie bij Zevenaar. Dit komt uitsluitend tot uiting in uitzonderlijke si-tuaties.

Machinist:

Bij de transities van STM ATB naar level 2 op de bogen van het A15-trac zijn CS-seinen ge-plaatst.

Verschuiving focus van lichtseinen naar cabinesignalering.

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 64 / 137

3.3.5 [16] Transitie van level STM PZB naar level 2 Dit gebruikersproces beschrijft de gang van zaken voor een ETCS-trein die een met level 2 beveiligd gebied inrijdt vanaf een met PZB beveiligd gebied.

3.3.5.1 Uitgangspunten 1. De trein rijdt binnen PZB beveiligd gebied in SN onder level STM PZB. 2. De trein is geschikt voor ERTMS Level 2. 3. De trein beschikt over een ERTMS-key voor het ERTMS Level 2 gebied. 4. De treingegevens zijn bij vertrek correct ingevoerd. 5. Het spoor is beschikbaar.

Hieronder een voorbeeldsituatie bij de Duits-Nederlandse grens te Zevenaar Oost.

GSM

-RN

L

CA

B

3363

14

33V6

1

3361

5134

5122

5152

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richtlijn versie 002 pag. 65 / 137

3.3.5.2 Procedure

RLN60561-1

Gebruikersprocessen 'rijden met treinen' - A15-trac en Zevenaar Oost

Richt