Click here to load reader

Handboek waarnemingen

  • View
    308

  • Download
    8

Embed Size (px)

Text of Handboek waarnemingen

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    InhoudHoofdstuk 1. Meetstation algemeen

    1. Inleiding11

    2. Variabelen13

    3. Soortwaarneemstation15

    4. Conditiesmetbetrekkingtotdeinrichtingvanhetmeetterreinvaneen weerstation17

    5. Ruimtelijkeverdelingvandemeetstationsenderepresentativiteitvande waarnemingen19

    6. Proceduresmetbetrekkingtotinspectie,onderhoudenbeheervaneen weerstation111 6.1 inspectie111 6.2 technischonderhoud111 6.3 toezicht111

    Referenties113

    Bijlage1Schetsautomatischweerstation115

    Bijlage2KaartNederlandseweerstationsenneerslagstations1-17

    Bijlage3Nederlandseweerstations119

    Bijlage4Nederlandseneerslagstations(ca.325handregenmeters)1-21

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    1. Meetstation algemeen1.1 Inleiding

    Missieknmi:(Uitknmi-brochureknmi,meerdanweer,augustus1999)

    Het knmi is onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in de vorm van agentschap en telt ongeveer vijfhonderd medewerkers. Het instituut richt zich als ht nationale kenniscentrum op het gebied van weer, klimaat en seismologie volledig op publieke taken:

    . weersverwachtingen en waarschuwingen

    . monitoren van het klimaat

    . inwinnen en leveren van meteorologische data en infrastructuur

    . modelontwikkeling

    . luchtvaartmeteorologie

    . wetenschappelijk onderzoek

    . publieksvoorlichting Bovenvermeldetakenzijnverdeeldovereenaantalsectorenbinnenhetknmi.EenvandesectorenisWaarnemingenenModellen.Demissievandezesectorisalsvolgtgeformuleerd:(UitSectorplanwm2000,april2000)

    De sector Waarnemingen en Modellen (wm) is verantwoordelijk voor de beschikbaarstelling van de meteorologische basisgegevens en voor de klimatologische voorlichting, aan zowel interne als externe afnemers.De meteorologische basisgegevens, zowel aktueel als historisch, omvatten:. waarnemingen, verkregen door meting, door visuele waarneming, via remote sensing of ingewonnen uit externe bronnen. uitvoer van atmosferische en oceanografische modellen, verkregen door verwerking van eigen modellen of verkregen van buitenlandse instituten.

    Daarnaast ontwikkelt de sector gebruikersspecifieke toepassingen en modellen ter verwerking van de basisgegevens.

    Om de kwaliteit van de produkten naar internationale maatstaven te waarborgen en moderne ontwikkelingen te blijven volgen en implementeren wordt binnen de sector wm het nodige onderzoek en ontwikkelwerk (R&D) uitgevoerd. Hiermee onderhoudt de sector wm de benodigde kennis en expertise op het gebied van de basisgegevens en hun toepassingen.

    De sector wm stelt deze kennis en expertise beschikbaar aan zowel interne als externe afnemers.

    VoorvloeienduitbovenbeschrevenmissiesentaakstellingenwordendoorhetknmiMeteorologischeWaarnemingenverricht.Dezezijnnoodzakelijkomietstewetentekomenoverhetweerenhetklimaat.

    1 - 1

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    Inditverbandkunnengenoemdworden:

    . synoptischemeteorologie;

    . waarschuwingbijgevaarlijkweer,bijvoorbeeldstorm,zwarewindstoten, zwareneerslag,onweer,hagel,sneeuw,ijzel,extreemhogeoflage temperaturen(adhoc);. waarschuwingvoorgezondheidsrisicosbijbepaaldeweersituaties,bij voorbeeldluchtverontreiniging,hogeUV-instraling,e.d.(adhoc);. maritiemeberichtgeving;. luchtvaartmeteorologieen-klimatologie;. inwinnendatat.b.v.klimatologieenverledenweeranalyses(bijv.voor weerreconstructiesingevalvanschadeofcalamiteiten);. inwinnendatat.b.v.analyseenverificatiemodellen(Hirlam,golfmodel- len,statistischemodellen,e.d.).

    HetNederlandsemeetnetomvatapparatuurvanhetknmi,deKoninklijkeLuchtmacht(Klu),deKoninklijkeMarine(km)enRijkswaterstaat(rws).Hetmeetnetbestaatuitca.55weerstationsophetlandenopdeNoordzee.Opdezestationswordenwaarnemingenen(automatische)metingenverrichtvanweervariabelen.Daarnaastbeschikthetknmiovereenapartmeetnetvanmeerdan320stations,waarvrijwilligewaarnemersdagelijksactiefzijnmethetmetenvanneerslag.Voortsheefthetknmidebeschikkingovereen220meterhogemastinCabauwtenbehoevevanmeteorologischewaarnemingenindegrenslaagvandeatmosfeer.Opdeknmi-vestiginginDeBiltwordenradio-sondesaanweerballonnenopgelatenvoormetingenindehogereluchtlagen.DewaarneemstationsenhetinstrumentariumvoldoenaandeeisendiedeoverkoepelendeWereldMeteorologischeOrganisatie(wmo)stelt(ref.3,4,5).Deknmi-afdelingMeetsystemenbeheermsbeneenteamvanstati-onsinspecteursbewakendekwaliteitvandewaarnemingendoorregelmatigetoetsingvanmeetapparatuurendeomgevingvandemeetlokatie.Dewaarneemdatawordtzorgvuldiggeverifieerd,gevalideerd,opgeslagenenbewerktvoorveletoepassingen.

    1 - 2

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    1.2 Variabelen

    Hetknmiverrichtwaarnemingenwaaruitdewaardenc.q.codesmetbetrek-kingtotdevolgendeweervariabelenkunnenwordenvastgesteld:. Temperatuur(diversehoogtesbovenaard-ofzeeoppervlak). Atmosferischedrukofluchtdruk. Vochtigheidofrelatievevochtigheid,dauwpuntstemperatuur. Windsnelheiden-richting. Neerslag(hoeveelheidenduur),sneeuwdek. Zonnestraling(kortgolvig,UV-a,UV-b,zonneschijnduur). Horizontaalzicht. Verdamping. Bodemvocht,bodemtemperatuur(diversedieptes). Bovenluchtdruk,temperatuur,vochtigheid. Bovenluchtwind. Weersgesteldheid(presentweather,pastweather). Wolken(typen,soorten,hoogte)enbedekkingsgraad. Ozon. Samenstellingatmosfeer. Zeewatertemperatuur. Zeegolvenendeining(hoogte,richting,periode). BliksemDewaarnemingenzijninhetalgemeengroundbaseddatwilzeggenvindenplaatsopofaanhetaardoppervlakc.q.zeeoppervlak.Eenaantalweervariabe-len(temperatuur,rel.atievevochtigheid,wind,druk,e.a.)wordtookopgroterehoogtengemeten:- metbehulpvanballonoplatingenenradiosonde (totmeerdan15kmhoogte);- opdiverseniveausaandemeetmastvanCabauw(tot200mhoogte).Meteorologischewaarnemingenvindeninprincipecontinuplaats,waarbijdewaarneemfrequentiekanvarirenvaneenfractievaneensecondetotperiodesvan24uur.Waarnemingengeschiedenmetbehulpvaninstrumenten,handmatig,visueelofauditief.Bijeenaantalweervariabelenwordteenwaardenietrechtstreeksvastgesteld,maarafgeleiduitandere,welrechtstreekswaargenomenc.q.gemetenvariabelen.Voorbeeldenzijnverdamping(berekenduittemperatuurenglobalezonnestra-ling),dauwpuntstemperatuur(berekenduittemperatuurenrelatievevochtig-heid),zonneschijnduur(berekenduitglobalekortgolvigestraling).

    Belangrijkeweersinformatiewordtverkregendoormiddelvanremotesensingtechnieken(bijv.radarsystementenbehoevevandetectiebuien),satellietwaarnemingen,waarnemingenvanafschepenca200schepenondernederlandsevlag,metingenopzeeboeienenwaarnemingenvanafvliegtuigen(amdars).Hoewelhetinallegenoemdegevallengaatomwaarnemingendieonderverantwoordelijkheidvanhetknmigeschiedenofwaarhetknmi(mede)bijbetrokkenisc.q.gebruikvanmaakt,valtdebeschrijvingvaneenenandervooralsnogbuitenhetbestekvandithandboek.

    1 - 3

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 20001 - 4

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    1.3 Soort waarneemstation

    Hetwaarneemnetvanhetknmi(Nederland,Noordzee)omvatdevolgendetypenmeteorologischestations:a)Bemandweerstation:visueleeninstrumentelewaarnemingen;b) Automatischweerstation(aws):uitsluitendinstrumentelewaarnemigen;c) Windpaal:instrumentelewaarnemingenvanuitsluitendwindrichtingen snelheid;d) MeetmastCabauw:instrumentelewaarnemingenopdiversehoogtestot 200m.e) neerslagstations:(handmatige)waarnemingenneerslaghoeveelheiden sneeuwdek;f) bliksemdetectiemasten:waarnemingenvanonweersontladingen.

    Kenmerkendvooreenmeteorologischstationis,dataldaardebetrokkenvariabelenmetregelmaatwordengemetenc.q.waargenomenteneindeeen(realtime)beeldtekrijgenvandeactueleweersituatieindezeregio.Dewaar-neemgegevensvaneenweerstationwordenophetknmiinDeBiltingezameld,gevalideerd(opbasisvanvastgelegde,objectieveprocedures)ensystematischgearchiveerdmethetoogoplatereanalysesvanspecifiekegebeurtenissenenvoorklimatologischedoeleinden.Tevenswordteenselectievandegegevensgebruiktvooranalyseenverificatievanoperationeleweermodellen.

    Hetknmi-netomvatnogeenaantalstationsalwaarook(continu)metingenvanweervariabelenplaatsvindendochuitsluitendtenbehoevevanspecifieklokaledoeleinden:- automatischeweerstationsopvliegveldentenbehoevevanmetingenzicht, wolkenhoogte,wind,temperatuur,vochtigheid,druk,e.d.;- automatischeweerstationsopeenaantalkilometersafstandvan luchthavenSchiphol,dezogehetenmistpoststations,tenbehoevevan metingenvanzicht,windsnelheiden-richting,temperatuurenrelatieve vochtigheid.

    1 - 5

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 20001 - 6

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    1.4 Condities met betrekking tot de inrichting van het meetterrein van een weerstation

    Devolgendeconditiesmetbetrekkingtotdeinrichtingvanhetmeetterreinvaneenweerstationwordengesteld:a) Indiensprakeisvaneenbemandstation,waarduszowelvisueleals instrumentelewaarnemingenplaatsvinden,dandienenaldezewaarne mingeninprincipeopdezelfdegeografischelocatieenwaarneemhoogte tegeschieden.Deonderlingeafstandvaneventueelafzonderlijkewaar- neemlokatiesopnstationisinprincipenietmeerdanmaximaal500 meter(uitzonderingenopgrondenvaninfrastructureleaardo.m.lucht havens).Dezeconditieisvereistteneindederealisatievaneensynoptisch weerbeeld(waarinallevariabeleninprincipeonderlingsamenhangen)te waarborgen.b) Demeetinstrumentenbijeenbemandstation,c.q.ineen Automatischwaarneemstationwordenvanwegebovengenoemd criterium,waarnemingeninprincipeopdezelfdegeografischelocatieen waarneemhoogte,opeenbeperktoppervlakgenstalleerd.Geletopde vereisteinfrastructurelevoorzieningen,alsmededekostenvanhetkavel heefteenmeetterreineenoppervlaktevan225300m2.Deonderlinge afstandvandeafzonderlijkemeetinstrumentenendespreidingervan overhetmeetterreiniszodanigdatdemetingenvanalleweervariabelen insamenhang,adequaatenconformdespecifiekeeisenkunnenworden uitgevoerd.Dezevoorwaardebetreftookde10meterwindmast,dieopof directnaasthetmeetterreinisgesitueerd.Bijeenaantalmeetstations vanhetknmiisdewindmastopenigeafstandvanhetmeetterrein geplaatstvanwegede(te)grotewindspecifiekeruwheidindedirecte omgevingvanhetmeetterrein.Dezeafstandtothetmeetterreinisechter inprincipenietgroterdan500meter.c) Hetbinnengedeeltevanhetmeetterreinisvolkomenvlak,behoudenshet taludrondomdeputvoordeneerslagmetingen.Hetterreinisbedekt metkortgras(hoogte 4cmen10cm).Inhetbijzonderisdezeeisvan toepassingopdedirecteomgevingvandesensorvoorwaarnemingvande 10cmtemperatuur.Indeperiodeapril-septemberzaltenminste1xper weekgemaaidmoetenworden,watneerkomtopongeveer28maaibeur tenpergrasseizoen.d) Eenmeetterreinisomheindmeteenhekwerkomonbevoegdenteweren. Deomheiningis,afhankelijkvandelokatie,eentransparanthekwerk. Demazenzijn(minimaal)20cm2endehoogtevanhethekismaximaal 2m.Dezematenzijnvereistomdemetingenzominmogelijkdoorhet hekwerktelatenbenvloeden.e) Desitueringvandemeetinstrumentenbinnenhetterreiniszodanigte zijndatdeinstrumentenelkaarnietverstoren.Voorbeelden: . Destralingsmeterbehoefteenvrijezonnebaan,bijdeopstellingvan deandereinstrumentenzaldaardusrekeningmeemoetenworden gehouden. Deneerslagmetingisgevoeligvoorobstakelsindedirecteomgeving (ziebetreffendehoofdstuk).Hetverdientdaaromdevoorkeurde meetapparatuurvoordeneerslagmetingenzovermogelijkvanafhet hekwerkenanderemeetinstrumententesituerenmetnamevanafde windmast.Denabijeomgevingvanhetmeetterreinmoetvrijzijnobjectendiedemetin-genkunnenbenvloeden.Ditgeldtookvoormobieleobstakels,bijvoorbeeldgeparkeerdeofpasserendeautos,hijskranen,taxinde,landendeof

    1 - 7

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    opstijgendevliegtuigen,e.d..

    Hetknmihanteertdevolgenderichtlijnen:- ophetgebiedmeteenstraalvan25meterrondomhetmeetterrein mogengeengewassenen/ofbeplantingenwordengeteeldc.q.geplaatst dieeenhoogtevan0,5mtebovengaan;- ophetgebiedmeteenstraalvan50meterrondomhetmeetterrein mogengeengewassenen/ofbeplantingenwordengeteeldc.q.geplaatst dieeenhoogtevan1,5mtebovengaan;- ophetgebiedmeteenstraalvan100meterrondomhetmeetterrein mogengeenobstakelszoalsbomenenstruikenwordengeplaatst;- ophetgebiedmeteenstraalvan400meterrondomhetwaarneemterrein mogengeenobstakelszoalsschurenofanderegebouwenofbossen wordenaangelegd.

    Deconditiesmetbetrekkingtotdetypenwaarneemstationswindmast,specifiekeneerslagstationsenbliksemdetectiemastwordenbeschrevenindedesbetreffendehoofdstukkenvanhetHandboek.

    1 - 8

  • Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

    1.5 Ruimtelijke verdeling van de meetstations en de representativiteit van de waarnemingen

    Bepalendvoordematevanrepresentativiteitvandewaarnemingenisdedoelstellinghetverkrijgenvanadequateinformatieoverweerenklimaat(grootschalig,lokaal).

    Voorbeelden:a) Synoptischewaarnemingenhebbenmedetotdoelgrootschalige weersystemeninkaarttekunnenbrengen(realtimeenvoor klimatologie).Tevensvormenzijdebasisvooreenadequateanalyseen verificatievandeoperationeleweermodellen.Dezecriteriabepalenin sterkematederuimtelijkeverdelingvandewaarneemlokatiesoverons landenhetcontinentaleplat,inclusiefdekeuzevandetemeten elementeninhetmeetnet.b) Ininternationalevoorschriftenwordtgestelddatdewindwaarnemingen (snelheid,richting)opeenluchthavenrepresentatiefmoetenzijnvoorde touchdownzonevaneenlandingsbaan(ref.6).Indepraktijkbetekentdit datdewindmetingengeschiedenopzokortmogelijkeafstandvandit puntopdebaan(100200meter).

    DeverdelingendeonderlingeafstandvandemeetpuntenwindsnelheidenrichtinginNederlandzijngebaseerdopstatistischonderzoekvanWieringa(ref.1).Uitditonderzoekbleekdatineenhomogeenlandschapeenwindsnel-heids-gradintvan5%overeenafstandvan30kminslechts10%vandegevallenwordtoverschreden.Dezenauwkeurigheidgeldtalsadequaatvoorhetrealiserenvaneenruimtelijkebeschrijvingvanhetwindgedragen-klimaatinNederlanddoormiddelvaninterpolatie.Eenenanderimpliceerteengridvanhetwindmeetnetmeteendiagonaalvan2x30km=60km.Aandekust(Noordzee,Waddenzee,IJsselmeer)enineenmeerheterogeenlandschap(Zeeuwsewateren,Limburg)iseenfijnergridnoodzakelijk.

    Uiteindelijkishethuidigemeetnetgeconcretiseerdopbasisvanonderstaandeaspecten:a) hetvoorstelvanBuishandtenaanzienvandekeuzevandetemeten variabeleninhetwaarneemnet(ref.2);b) debovenbeschrevenWieringa-normvoorwindmetingen;c) hetknmi-beleidomtestrevennaarstandaardisatievandemeetstations;d) specifieklokaleeisen.Bijnoodzakelijkeverplaatsingvaneenstationisdenieuwelokatiezodaniggesitueerddatmetbovenstaandeaspectenrekeningisgehouden.Deruimtelijkeverdelingishierbijnietverstoord.Indepraktijkbetekentdezeeisdat,medeafhankelijkvanhettypelandschap,eennieuwelokatieopeenhemelsbredeafstandvanbijvoorkeurnietmeerdanca.5kmvandeoudelokatiezalzijn.

    Teneindederepresentativiteitvandemetingenvoorgrootschaliggebruik(synoptischemeteorologie,klimatologie)tegaranderen,mogendewaarne-mingenindedirecteomgeving(straalvan500meterrondhetmeetterrein)nietverstoordwordendoorspecifieklokaleobjecten.Binnendezestraalisvooriedermeetstationhettypeomgevingendeterrein-ruwheidinallerichtingenhomogeenenconsistent(terbeoordelingvandeinspecteur).Uitzonderingenzijndestationsaandekust.Bijdezestationsissprakevan2omgevingssectoren:wateroppervlakeneenlandoppervlak.

    1 - 9

  • Metbetrekkingtotdeafzonderlijkesectorengeldtweldebovengeduideeisvanhomogeniteitenconsistentie.Dehoeveelheidenintensiteitvandeneerslagkunnenbijonstabieleatmos-ferischeomstandighedenzeersterklokaalbepaaldzijn.Hetmeetnetvoorditelementvereistdaaromeenveelgroteredichtheid:ruwweg1neerslagstationper100km2.Derepresentativiteitenlandelijkeverdelingvandespecifiekeneerslagstationswordtbeschreveninhethoofdstukneerslag.

    1 - 10 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 11

    1.6 Procedures met betrekking tot inspectie, onderhoud en beheer van een weerstation

    6.1 InspectieEenweerstationwordtminimaaltweemaalperjaarbezochtdooreeninspec-teurvandeafdelingOperationeleWaarnemingen(ow)vanhetknmi(veldenKoninklijkeLuchtmachtendemeetstationsopdeNoordzeeeenmaalperjaar).Dezevoertdeinspectieuitconformproceduresdiezijnvastgestelddoorwm/owenaldaarwordenbewaakt.Metnamewordtgecontroleerdofdemeetom-standighedenvoldoenaandehierbovenenperelementgesteldecondities.Ondermeerdevolgendezakenpasserenderevue:. Hoeisdeverzorgingvanhetmeetterrein(o.a.hetbijhoudenvanhetgras enhetverwijderenvaneventueelonkruid,e.d.),vandemeetopstellingen, desensoren.. Watisde(ontwikkelingvande)omgevingvanhetwaarneemterrein: begroeiing,gebouwen,andereobstakels.. Hoefunctionerendeoperationelesensoren:isereeneventueleafwijking vandemeetwaardentenopzichtevandegelijktijdigdooreen (gecalibreerde)testsensorgeregistreerdewaarden.Zonodigvindtadhoc,opaangevenvangebruikersvanwaarnemingen,eentussentijdse(deel-)inspectieplaats.

    NaaraanleidingvandebevindingentijdenshetinspectiebezoekwordtInsa/MeetsystemenBeheer(msb)opgedragendeeventueelnoodzakelijkeactiesteondernemen.Tevenssteltdeinspecteurvanoweeninspectierapportopdatterinformatiewordttoegezondenaanbetrokkenen.

    6.2 Technisch onderhoudDeafdelingInsa/msbisverantwoordelijkvoorhettechnischbeheerenonderhoudvansiam(ref.7)eninstrumentenineenweerstation.Belangrijkeaspecteninditverbandzijn:. vervangingvandesensorenvoordathunijktermijnverloopt;. vervanging,c.q.reparatievansensorenenandereapparatuurindiende statuscontroleindesiamdaartoeaanleidinggeeft;. vervanging,c.q.reparatievansensorenenandereapparatuuropindicatie vaneeninspecteurStationsbeheerwm/ow,c.q.gebruikers (m.n.wm/kd, wa)viaStationsbeheerwm/ow;. statusvanhetweerstationvolgensdenormenvandeccm-werkgroep SynoptischWaarneemnetwerkNederland:primair,secundair, additioneel(ref.8);NauitvoeringvangenoemdeactiesrapporteertInsa/msbterugaanStationsbe-heerwm/ow(dievervolgensdegebruikersinkennisstelt).

    6.3 ToezichtHettoezichthoudenopeenweerstationwordt(inprincipedagelijks)ver-zorgddoordeeigenaarvanhetwaarneemterrein(burgerluchthaven,agrarir,KoninklijkeLuchtmacht,KoninklijkeMarine,enz.).Eventueeldelegeertdeeigenaardittoezichtaaneenindebuurtwonendeparticulieroffirma.Belangrijkeaspecteninditverbandzijn:. hetonderhoudvanhetterrein(grasmaaien,verwijderenonkruid,e.d.);. hetschoonhoudenvandeinstrumenten(verwijdereneventuelevuilaan- slagofrijpopdestralingsmeter,verwijderenvuilofsteentjesuitdeinlaat vandeneerslagmeter,schoonhoudenvandeneerslagmelder, schoonvegenvandeschotelsopdetemperatuurmetersenvochtigheid- meter,enz.);

    Handboek Waarnemingen; 1.Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • . toezichthoudeninverbandmeteventueelongewenstbezoekof vandalisme; alertzijnopeventueleveranderingenindeomgeving(nieuwbouw, beplanting,e.d.)enditdirectmeldenaanStationsbeheerwm/ow.Metdedaartoeaangesteldefunctionarissenzijn(contractueelvastgestelde)afsprakengemaaktinzakedevereisteactiviteiten.

    1 - 12 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • Referenties

    1) J.Wieringa,InrichtingvanhetKnmi-windmeetnet,knmi-memo75-652 (unpublishedmanuscript),november1975(ihbpar.5,pag.15en16);

    2) T.A.Buishand,Keuzevantemetenelementeninhetvoorgesteldenetwerk vansynoptischeenklimatologischelandstations,knmi-document (unpublishedmanuscript),november1987(par.2);

    3) WorldMeteorologicalOrganization,1996:wmo-No.8,Guideto meteorologicalinstrumentsandmethodsofobservations,6thedition, 1996(i.h.b.Hoofdstuk3);wmo,Genve,1996.

    4) WorldMeteorologicalOrganization,1973,InternationalMeteorological Tables,wmo-No.188inhetbijzondertabel3.9overicao standaardatmosfeer);wmo,Genve,1973.

    5) StatementofoperationalaccuracyrequirementsoflevelIIdata, accordingtowmocodessynop, ship, metarandspeci;AnnexX vanwmono.807(cimo xi)

    6) InternationalCivilAviationOrganization1998:MeteorologicalService forInternationalAirNavigation,InternationalStandardsand RecommendedPractices,Annex3totheConventiononInternational CivilAviation,13thedition;icao,Montreal,Canada,1998.

    7) knmi1997:x-siam-specificatie,J.R.Bijma,knmi-Insa,knmi- document,InsaDocumentnummerID-30-015;knmi,DeBilt,1997.

    8) Eindrapportageccm-werkgroepSynoptischWaarneemnetwerk Nederland,DeBilt,november1996.

    1 - 13 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 14 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 15

    Bijlage 1Schets automatisch weerstation (voorbeeld: Stavoren)

    A

    D

    FG

    CB

    E

    H I

    J

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 16 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 17

    Bijlage 2Kaart Nederlandse weerstations en neerslagstations

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 18 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 19

    Bijlage 3Nederlandse weerstations

    WMO-nr Naam N.B. O.L.06210 Valkenburg 5211 042506225 IJmuiden 5228 043406229 Texelhors 5300 044306235 DeKooy 5255 044706239 F-3 5451 044406240 Schiphol 5218 044606242 VlielandLH 5315 045706247 Bloemendaal 5225 043306248 Wijdenes 5238 051006249 Berkhout 5239 045906250 Terschelling 5322 051306251 HoornTerschelling 5323 052106252 K13/A 5313 031306254 MeetpostNoordwijk 5216 041806260 DeBilt 5206 051106265 Soesterberg 5208 051706267 Stavoren 5253 052306268 Houtribsluizen 5232 052606269 Lelystad 5227 053206270 Leeuwarden 5313 054606271 StavorenHaven 5253 052106273 Marknesse 5242 055306275 Deelen 5204 055306277 Lauwersoog 5325 061206278 Heino 5226 061606279 Hoogeveen 5244 063106280 Eelde 5308 063506283 Hupsel 5204 063906285 Huibengat 5334 062406286 NieuwBeerta 5312 070906290 Twenthe 5216 065406308 Cadzand 5123 032306310 Vlissingen 5127 033606311 Hoofdplaat 5123 034006312 Oosterschelde 5146 033706313 VlaktevdRaan 5130 031506315 Hansweert 5127 040006316 Schaar 5139 034106319 Westdorpe 5114 035006320 LEGoeree 5156 034006321 EuroPlatform 5200 031706323 Wilhelminadorp 5132 035406324 Stavenisse 5136 040006330 HoekvHolland 5159 040606331 Tholen 5131 040806340 Woensdrecht 5127 042006343 Geulhaven 5153 041906344 Zestienhoven 5157 0427

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 20

    06348 MeetmastCabauw 5158 045606350 GilzeRijen 5134 045606356 Herwijnen 5152 050906370 Eindhoven 5127 052506375 Volkel 5139 054206377 Ell 5112 054606380 ZuidLimburg 5055 054706391 Arcen 5130 0612

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 21

    WMO-nr. Stationsnaam

    06210 Valkenburg

    06225 IJmuiden

    06229 Texelhors

    06235 De Kooy

    06239 F-3

    06240 Schiphol

    06242 Vlieland

    06247 Bloemendaal

    06248 Wijdenes

    06249 Berkhout

    06250 Terschelling

    06251 Hoorn Terschelling

    06252 K13/A

    06254 Meetpost Noordwijk

    06260 De Bilt

    06265 Soesterberg

    06267 Stavoren

    06268 Houtribsluizen

    06269 Lelystad

    06270 Leeuwarden

    06271 Stavoren Haven

    06273 Marknesse

    06275 Deelen

    06277 Lauwersoog

    06278 Heino

    06279 Hoogeveen

    06280 Eelde

    06283 Hupsel

    06285 Huibertsgat

    06286 Nieuw Beerta

    06290 Twenthe

    06308 Cadzand

    06310 Vlissingen

    06311 Hoofdplaat

    06312 Oosterschelde

    06313 Vlakte van de Raan

    06315 Hansweert

    06316 Schaar

    06319 Westdorpe

    06320 LE Goeree

    06321 Euro platform

    06323 Wilhelminadorp

    06324 Stavenisse

    06330 Hoek van Holland

    06331 Tholen

    06340 Woensdrecht

    06343 Geulhaven

    06344 Zestienhoven

    06348 Meetmast Cabauw

    06350 Gilze Rijen

    06356 Herwijnen

    06370 Eindhoven

    06375 Volkel

    06377 Ell

    06380 Zuid Limburg

    06391 Arcen

    automatischvisueel

    automatisch: niet in SYNOP, wel sensorvisueel en automatisch (als bemanning afwezig)

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 22 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 23

    Bijlage 4Nederlandse neerslagstations (ca. 325 handregenmeters)

    Nummer Naam NB OLN680 Aalten 5155 634N458 Aalsmeer 5216 446N572 Abcoude 5216 459N089 Akkrum 5303 549N664 Almelo 5221 640N678 Almen 5209 618N560 Amerongen 5160 527N910 Ammerzoden 5145 513N441 Amsterdam 5222 455N835 Andel 5147 503N171 Anjum 5323 608N068 StAnnaParochie 5317 540N227 AnnaPaulowna 5252 450N744 AnnaJacobapolder 5138 407N905 StAnthonis 5138 553N543 Apeldoorn 5214 558N069 Appelscha 5258 621N923 Arcen 5129 611N541 Arnhem 5160 556N140 Assen 5300 636N461 Barendrecht 5152 432N580 Barneveld 5209 534N573 Beekbergen 5210 557N973 Beek 5056 549N561 Benschop 5200 456N832 BergenOpZoom 5130 415N234 Bergen 5241 441N087 Bergumerdam 5311 601N453 Bergschenhoek 5159 429N210 Beverwijk 5229 440N366 Biddinghuizen 5230 540N738 Biervliet 5120 341N550 DeBiltUniversiteitsweg 5206 511N353 Blokzijl 5244 557N447 DenBommel 5143 417N669 Borculo 5206 630N442 Boskoop 5205 441N907 Boxtel 5135 520N705 Breskens 5124 333N464 Brielle 5154 409N736 Brouwershaven 5144 353N974 Buchten 5103 548N017 DenBurg 5303 448N763 Cadzand 5122 324N021 Callantsoog 5250 442N844 Capelle 5141 459N235 Castricum 5233 439N834 Chaam 5130 452N019 DeCocksdorp 5309 452

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 24

    N549 Culemborg 5156 513N354 Dedemsvaart 5236 627N591 Deelen 5204 554N449 Delft 5201 422N141 Delfzijl 5319 656N331 Denekamp 5223 702N908 Deurne 5127 546N677 Deventer 5216 610N911 Dinther 5139 529N462 Dirksland 5145 405N667 Doetinchem 5159 618N067 Dokkum 5320 560N509 Doorn 5203 520N459 Dordrecht 5149 441N073 Drachten 5307 606N364 Dronten 5233 551N588 Duiven 5157 602N327 Dwingeloo 5249 625N979 Echt 5105 555N224 Edam 5231 503N161 EeldeN 5307 635N596 Eemnes 5217 517N154 Eenrum 5322 628N090 Eernewoude 5308 557N915 Eersel 5121 515N557 Eerbeek 5207 604N155 Eext 5300 645N950 EijsdenBreust 5047 543N902 Eindhoven 5125 529N919 EindhovenVb 5128 522N350 Elburg 5227 550N570 Elspeet 5218 547N333 Emmen 5247 653N348 Emmeloord 5243 546N221 Enkhuizen 5243 517N665 Enschede 5212 655N514 Epe 5221 560N980 Epen 5046 554N831 Esbeek 5128 508N136 Ezinge 5317 627N084 Ezumazijl 5322 609N143 Finsterwolde 5312 706N026 Formerum 5324 518N326 Frederiksoord 5251 612N584 Geldermalsen 5153 516N899 Gemert 5133 541N673 Gendringen 5152 621N338 Giethoorn 5243 604N892 Giersbergen 5139 509N152 Gieterveen 5302 650N843 GilzeRijen 5133 456N838 Ginneken 5134 446N446 Goedereede 5150 358N836 Gorinchem 5150 459N082 Gorredijk 5300 604

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • 1 - 25

    N443 Gouda 5201 443N434 GrootAmmers 5156 450N139 Groningen 5311 635N752 Haamstede 5141 343N582 Hamersveld 5209 525N571 Harskamp 5209 544N516 Harderwijk 5223 534N066 Harlingen 5311 526N238 DeHaukes 5253 456N079 Heeg 5258 536N760 SHeerenhoek 5128 346N328 Heerde 5223 602N435 Heemstede 5221 438N340 Heino 5226 616N967 Heibloem 5117 554N217 Heiloo 5236 445N896 Helmond 5129 537N672 Hellendoorn 5223 627N645 Hengelo(Gld) 5204 618N668 Hengelo(ov) 5215 649N830 Herwijnen 5149 509N078 Herbayum 5311 530N679 Herwen 5153 606N569 Heumen 5146 550N477 HoekVanHollandMolenpad 5159 409N010 Hollum 5326 538N687 Holten 5218 628N480 Honselersdijk 5200 415N332 Hoogeveen 5243 628N249 Hoogkarspel 5241 510N839 Hoogerheide 5126 419N438 Hoofddorp 5219 442N222 Hoorn 5239 503N257 Hoogwoud 5244 458N564 Hulshorst 5221 542N688 Hupsel 5204 638N451 Ijsselmonde 5154 433N913 Ijsselsteyn 5129 553N335 Ijsselmuiden 5234 557N081 Joure 5259 549N735 Kapelle 5129 357N767 Kapellebrug 5115 404N444 Katwijk 5211 425N737 Kerkwerve 5141 351N349 Klazienaveen 5245 660N764 Kloosterzande 5123 402N841 Klundert 5140 432N077 Kollum 5317 609N252 Kolhorn 5247 454N022 DeKoog 5306 447N025 DeKooy 5255 447N567 KootwijkRadio 5211 549N076 Kornwerderzand 5304 520N755 Kortgene 5134 350N747 Krabbendijke 5126 406

    Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • N240 Kreileroord 5252 506N740 StKruis 5116 330N356 Kuinre 5247 551N323 Laaghalen 5255 632N593 Laren 5214 512N085 LeeuwardenN 5313 544N912 Leende 5120 532N469 Leiden 5210 430N369 LelystadEendenweg 5227 532N359 LemmerBuma 5250 543N681 Lettele 5216 616N683 Lichtenvoorde 5160 634N684 Lievelde 5201 638N437 Lijnden 5221 446N454 Lisse 5216 433N663 Lochem 5210 623N548 LoenenAanDeVecht 5213 503N558 Lunteren 5205 536N918 Maarheeze 5118 535N479 Maasland 5158 415N065 Makkum 5304 524N256 Marken 5227 507N682 Markelo 5214 630N317 Marknesse 5242 553N166 Marum 5309 617N236 Medemblik 5246 507N903 Megen 5149 534N756 Middelburg 5129 336N134 Middelstum 5319 637N909 Mill 5141 548N352 Nagele 5237 543N018 NesAmeland 5327 546N463 NieuwHelvoet 5150 407N840 Nieuwendijk 5146 456N172 Nieuwolda 5315 659N159 NieuwBuinen 5258 657N162 Niekerk 5313 621N086 NijBeets 5304 600N547 NijkerkGld 5214 528N539 Nijmegen 5151 553N743 Noordgouwe 5142 358N971 Noorbeek 5047 549N901 Nuland 5143 525N450 Numansdorp 5144 425N255 Obdam 5241 453N239 DenOever 5256 502N906 Oirschot 5130 520N336 Oldebroek 5223 555N075 Oldeholtpade 5254 603N158 Onnen 5309 641N456 Oostvoorne 5155 405N833 Oosterhout 5138 450N578 Oosterbeek 5201 550N367 Oostvaardersdiep 5225 513N914 Oss 5146 533

    1 - 26 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • N828 Oudenbosch 5135 432N465 OudAlblas 5151 442N471 OuddorpPolder 5149 353N070 Oudemirdum 5252 530N754 Ovezande 5126 349N225 Overveen 5224 436N016 Petten 5246 439N761 Philippine 5118 345N467 Poortugaal 5151 424N242 Purmerend 5231 457N542 Putten 5214 536N674 Rekken 5205 643N977 Reuver 5117 605N339 Rheezerveen 5234 634N750 Rilland 5125 411N163 Roden 5309 626N439 Roelofarendsveen 5213 438N961 Roermond 5111 558N151 Roodeschool 5326 647N473 RotterdamWaalhaven 5154 425N358 Rouveen 5237 611N362 Ruinerwold 5243 614N148 Sappemeer 5310 644N966 Schinnen 5056 552N337 Schoonloo 5254 642N762 Schoondijke 5122 333N440 Scheveningen 5207 418N965 Schaesberg 5054 601N982 Schinveld 5059 559N012 Schiermonnikoog 5329 611N223 Schellingwoude 5223 458N228 Schagen 5247 449N343 Schoonebeek 5241 654N883 Sevenum 5124 601N922 Siebengewald 5139 605N061 Skrins 5307 539N064 Sneek 5302 538N595 Soest 5210 519N904 Someren 5123 542N576 Spakenburg 5215 524N741 Stavenisse 5135 403N080 Stavoren 5253 522N298 Steenwijksmoer 5240 640N837 Steenbergen 5135 420N969 Stein 5058 545N455 Strijen 5146 435N970 Stramproy 5111 543N365 Swifterbant 5234 538N144 TerApel 5252 705N011 WestTerschelling 5322 513N091 Ternaard 5323 558N742 Terneuzen 5118 352N757 Tholen 5132 413N562 Tiel 5156 527N827 Tilburg 5134 508

    1 - 27 Handboek Waarnemingen; 1.Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • N344 Tollebeek 5240 538N361 Tubbergen 5224 647N670 Twenthe 5216 655N962 Ubachsberg 5051 555N150 Uithuizen 5324 640N510 Vaassen 5217 558N968 Vaals 5046 560N963 Valkenburg(L) 5051 550N474 Valkenburg(ZH) 5210 426N147 Veendam 5306 650N579 Veenendaal 5201 536N160 Veenhuizen 5303 624N897 Venlo 5121 611N921 Venray 5129 559N342 Vilsteren 5232 621N156 Vlagtwedde 5302 707N559 Vleuten 5205 500N015 OostVlieland 5318 504N024 Vlieland 5315 457N733 Vlissingen 5128 337N920 Volkel 5139 542N565 Voorthuizen 5211 537N751 Vrouwenpolder 5135 335N345 Vroomshoop 5228 634N583 WageningenPd 5159 541N329 Wapenveld 5226 605N142 Warffum 5324 633N466 Wassenaar 5209 424N964 Weert 5115 542N675 Weerselo 5221 652N563 Weesp 5218 502N770 Westdorpe 5113 352N746 Westkapelle 5132 327N251 WestBeemster 5235 454N523 WijkBijDuurstede 5158 519N226 WijkAanZee 5228 436N749 Wilhelminadorp 5132 354N666 Winterswijk 5158 642N153 Winschoten 5308 703N135 Woltersum 5316 643N758 Wolphaartsdijk 5132 344N686 Woold 5155 644N546 Woudenberg 5205 528N230 Zaandijk 5229 449N233 ZaandamHembrug 5225 450N917 Zaltbommel 5148 516N229 Zandvoort 5221 431N164 Zeerijp 5321 645N371 Zeewolde 5223 522N372 ZeewoldeSchillinkweg 5218 525N470 Zegveld 5208 450N589 Zetten 5156 542N426 Zoetermeer 5204 432N145 Zoutkamp 5320 618N829 Zundert 5128 441

    1 - 28 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • N341 Zweeloo 5248 644N330 Zwolle 5232 609

    1 - 29 Handboek Waarnemingen; 1. Meetstation algemeen; versie juli 2000

  • Handboek Waarnemingen; 2. Temperatuur; versie oktober 2001

    InhoudHoofdstuk 2. Temperatuur

    1. Beschrijving2-1 1.1 benamingvandegrootheid2-1 1.2 definitie;omschrijvingvanhetbegrip2-1 1.3 eenheden2-1 1.4 beschrijvingvandevariabelen2-2 1.5 elementcode:2-4

    2. Operationeleeisen2-5 2.1 bereik2-5 2.2 waarneemresolutieinverbandmetdeberichtgeving2-5 2.3 operationeelvereistenauwkeurigheid2-5 2.4 vereistewaarneemfrequentie2-5 2.5 vereistedata-aanwezigheidperspecifiekeperiode2-7

    3. Instrumentenentechniek2-9 3.1 techniekenspecificaties2-9 3.2 onderhoud-enkalibratieprocedures2-9

    4. Procedures2-11 4.1 proceduresbijuitvalautomatischewaarnemingen2-11 4.2 proceduresvoorachterafvalidatietemperatuurwaarden2-11 4.3 proceduresvoorinspectie2-12

    5. Herleidingparameters2-15

    6. Opstellingseisenenomgevingscondities2-17 6.1 Opstellingseisen-voorzieningen2-17 6.2 Conditiesm.b.t.omgevingenmeetlocatie/representativiteit waarnemingen2-18

    Referenties2-19

  • Handboek Waarnemingen; 2. Temperatuur; versie oktober 2001

  • Handboek Waarnemingen; 2. Temperatuur; versie oktober 2001

    2. Temperatuur1. Beschrijving

    1.1 benamingvandegrootheidAlgemenebenaming:TemperatuurInternationaleaanduiding(conformwmo,zie:wmo-No.8.-ref.1):Temperature

    1.2 definitie;omschrijvingvanhetbegripDethermodynamischetemperatuur(kortweg:temperatuur)iseenmaatvoordewarmtetoestandvaneenbepaaldestofoflichaam.Temperatuurkenmerktzichdoorhetfeitdatbijeentemperatuurverschiltussentweeaangrenzendestoffenoflichamen,ereenwarmtestroomzaloptredeninderichtingvandestofofhetlichaammetdelaagstetemperatuurtotdatdetemperatuurvanbeidelichamengelijkis(zievooreendefinitie:wmono.8.,par.2.1.1,ref1).Temperatuurgeefteentoestandweerenisdaarmeeeenbijzonderegrootheid,dienietdirectherleidbaarisnaarprimairetastbaregroothedenzoalsmassaoflengte.Inhetalgemeengeldtvoordatvoordetemperatuurvaneengasdatdezeevenredigismetdegemiddeldekinetischeenergievandemoleculen.Zievoorverdereachtergrondinformatieoverdefysischegrootheidtemperatuurbijvoorbeeldref.9.Omdatdetemperatuureentoestandaangeeftisdebijbe-horendeschaalgebaseerdopeendefinitieafspraak.Deinternationaalgedefini-eerdetemperatuurschaalisondermeerbepaaldaandehandvantripelpuntenenstolpuntenvanelementairestoffen.Dezeschaalwordtregelmatigherzienvanwegesteedsnauwkeurigeretechnologieomfaseovergangentebepalenenmetsteedszuiverderestoffen.Vooreenverderedefinitievandezeschaalzieonder1.3,eenheden.

    1.3 eenhedenDeblijvenderkendeeenheidvolgenssi(ref.6)voordethermodynamischetemperatuurTiskelvin(K).Dezeeenheidisgedefinieerdalsdefractie1/273,16vandetemperatuurvanhettripelpuntvanwater.NaastdethermodynamischetemperatuurT(ookwelkelvintemperatuurgenoemd))kentmendegrootheidcelciustemperatuurt.Deerkende si-erken-deeenheiddaarvoorisdegraadCelcius,symboolC,diegelijkisaandekel-vin.Decelciustemperatuurisgedefinieerdalshetverschilt=T T

    o,waarbij

    To=273,15K(zieref.6enref.1,par.2.1.2.).Dus:

    t/C=T/K273,15.

    Deeenheidgradenfahrenheit,symboolF,waarvoorgeldtF/F=9/5t/C+

    32,wordtinNederlandnietalserkendegrootheidgebruikt.DehuidigeinternationaletemperatuurschaalwaarvoorTentsinds1990zijngedefinieerd,isvolgensits-90(zieref.11enref.1,hfd.2,Annex).Uitgedruktindecelciustemperatuurgeldtvoordezeschaal: t

    90[vriespuntH

    2O] = 0,000C

    t90

    [tripelpuntH2O] = 0,010C

    t90

    [kookpuntH2O] = 99,974C

    Indemeteorologiewordtdegrootheidtemperatuurgebruiktvoordirectemetingenvanlucht,bodemenwaterenalsafgeleidegrootheid,inrelatietotdevochtigheidvandelucht.Debehandelingvan(zee)watertemperatuurstaatinhethoofdstukovermari-tiemewaarnemingenenref.10,terwijlbodemtemperatuurinhetdesbetref-fendehoofdstukstaatbeschreven.Dithoofdstukheeftverderalleenbetrekkingopdeluchttemperatuur,temetenbovenhetaardoppervlak.

    2 - 1

  • Handboek Waarnemingen; 2. Temperatuur; versie oktober 2001

    1.4 beschrijvingvandevariabelenDemeteorologiekentmeerderevariabelengebaseerdopdegrootheidtem-peratuur.Dezezijntesplitsenineenprimairgemetentemperatuureneensecundaire,ofherleidetemperatuur.Deprimairgemetentemperatuurbetreftuitsluitenddeinstantaneluchttemperatuur,gemetenopeenvastgesteldehoogte.Deanderevariabelenzijnbepaaldaandehandvaneentijdreeks,onderbenvloedingvandeluchtofopbasisvaneenherleiding,waarbijandere(gemeten)groothedenzijnmeegenomen.Devariabelenmetbetrekkingtottemperatuurzijn:1 primairgemeten a) luchttemperatuur2. aandehandvaneentijdreeksherleidetemperaturen: a) minimumluchttemperatuur b) maximumluchttemperatuur3. overigeherleidetemperaturen a) dauwpunt-temperatuurenrijptemperatuur b) verzadigingtemperatuur c) virtueletemperatuur

    drogeboltemperatuurluchttemperatuurAanduiding:Toft(T

    airoft

    airkanook),incodes:ttt, bufrtabelref.012001.

    Deluchttemperatuurwordtbepaaldop150cmhoogtebovenhetaardopper-vlak.Dezevariabelewordtindepraktijkookweldetemperatuurgenoemd.

    maximumtemperatuurAanduiding:T

    maxoft

    max,incodes:T

    xT

    xT

    x,bufrtabelref.012011.

    Demaximumtemperatuurisdehoogstbereikteluchttemperatuur(op150cmhoogte)ineentijdvak,bijvoorbeeld6uurof12uur(voorknmi:tussen06en18utc).

    minimumtemperatuurAanduiding:T

    minoft

    min,incodes:T

    nT

    nT

    n,bufrtabelref.012012.

    Deminimumtemperatuurisdelaagstbereikteluchttemperatuur(op150cmhoogte)intijdvak,bijvoorbeeld6uurof12uur(voorknmi:tussen18en06utc).

    10cmtemperatuurofluchttemperatuurop10cmhoogteAanduiding:T

    10.oft

    10

    De10cmtemperatuurisdeactueleluchttemperatuurop10cmhoogtebovenhetaardoppervlak.Dezevariabelewordtveelalverwardmetdeongedefini-eerdevariabelegrastemperatuur(zieookhieronder)

    minimum10cmtemperatuurAanduiding:T

    10,min,in(uitsluitendnationale)codes:T

    gT

    gT

    g

    Deminimum10cmtemperatuurisdelaagstbereikteluchttemperatuurgemetenop10cmhoogteineentijdvak,bijvoorbeeld6uur(voorknmi:.tussen18en08utc).Dezeminimumtemperatuurkaninverbandwordengebrachtmetdezgn.grasminimumtemperatuur,zoalsgeformuleerdinwmo-No.8,Vol.I,par.2.2.2.2(zieref.1).Degrasminimumtemperatuurwordtechtervast-gesteldopbasisvandegemetenluchttemperatuurterhoogtevandetoppenvandesprietjesvankortgemaaidgras,ietsdatvoorautomatischemetingenzeeromslachtigis.Indewmo fm 94 bufrtabel,Class12-Temperature,isove-rigenssprakevaneengroundminimumtemperature,past12hours,tabelref.012013.

    2 - 2

  • Handboek Waarnemingen; 2. Temperatuur; versie oktober 2001

    dauwpunt-temperatuurAanduiding:T

    dew,incodes:T

    dT

    dT

    d,bufrtabelref.012006

    Dedauwpunt-temperatuurisdetemperatuur(op150cmhoogte)waartoedelucht(bijgelijkblijvendeoverigeomstandigheden)moetwordenafgekoeldomeenvolledigeverzadigingvandeindeluchtaanwezigewaterdamptebereikenenwaarondercondensatiegaatoptreden.Dedauwpunt-temperatuurisonaf-hankelijkvandeluchttemperatuurzelfenwordtbepaalddoordedichtheidvandewaterdampindelucht.Dauwpunt-temperatuurkenteengrootbereiktotveronder0C,terwijlt

    dewt.

    Hoofdstuk4vandithandboekbeschrijftdeparametervochtigheidenhetonderlingeverbandtussendauwpunt-temperatuur,temperatuurenrelatievevochtigheid.

    rijptemperatuurAanduiding:T

    iceoft

    ice

    Derijptemperatuurishetanalogonvandedauwpunt-temperatuur,maardanvoorvastedepositieenalleengedefinieerdvoorwaardesonder0C.Benedendezetemperatuurzalrijpontstaan.

    andereverzadigingstemperaturen,waaronderdenatteboltemperatuurNaastdedauwpunt-temperatuur,waarbijafgezienvanafkoelingdesamen-stellingvanluchtzelfnietveranderd,kunnenookverzadigingstemperaturenwordenbepaald,waarbijdeluchtzelfwelwordtbenvloedeneenthermody-namischevenwichtontstaat.Debekendstetechniekisdepsychrometrie,diewordtgebruiktvoorvochtmetingen(ookbekendalsnatteendrogebolmetin-gen).Hierbijkomtluchtincontactmeteenvochtiglichaamhetgeenresulteertineenverzadigdelucht/vochtmengelbijeenverzadigingstemperatuur.Voorthermodynamischetoepassingenisdeadiabatischeverzadigingstemperatuur(adiabatic saturation temperature)demeestvoordehandliggende,vanwegedeeenvoudigeberekeningsgrondslagterbepalingvandevochtigheid.Indepraktijkishetechtervrijwelondoenlijkomaandeadiabatischeeistevoldoenenzijnerpsychrometersontworpen,elkmethuneigencalibratiediagram(zieref.14).Eenpsychrometerbestaatuiteensensordiedeluchttempera-tuurmeet(ookweldedrogeboltemperatuurgenoemd)eneensensor,diedetemperatuurmeetvaneenbevochtigdenbeluchtkousje(endaarmeedever-zadigingstemperatuurvandeluchtgrenzendaandatkousje).Dezetempera-tuurwordtdaaromookweldenatteboltemperatuurgenoemd,incodesvoormaritiemewaarnemingenaangeduidmetT

    bT

    bT

    b,bufrtableref.012005(voor

    metingenop2mhoogte).Omdatergeengoedefundamentelerelatiebestaattussenbevochtiging,verdamping,beluchtiging,stralingofwarmtegeleiding,waardoordezenatteboltemperatuurnietherleidbaaris,kandevochtigheidalleenopbasisvankalibratieswordenbepaald.AlleendenatteboltemperatuurgemetenmeteenAssmannpsychrometerisgedefinieerdininternationaalverband(zieref.1,wmo-No.8,Vol.I,Annex4.B).DezeAssmannpsychrometerisnietingebruikbijhetknmi.Nota bene:hetgebruikvandezgn.drogeboltemperatuurdientalleenincombinatiemetdenatteboltemperatuurtewordengebruikt(dusbijpsychro-metrie).

    virtueletemperatuurDevirtueletemperatuuriseenafgeleidegrootheid,vooralingebruikterver-eenvoudigingvanformules,waarbijvochteenrolspeelt.Devirtueletempera-tuurisgedefinieerdalsdetemperatuurdieeendenkbeeldigsysteemvandrogeluchtzoumoetenhebbeninrelatietotdeactueletoestandvande(vochtige)luchtenmetdezelfdedichtheidendruk.DezevirtueletemperatuurT

    vwordt

    2 - 3

  • Handboek Waarnemingen; 2. Temperatuur; versie oktober 2001

    afgeleidviadealgemenegaswetenwordtgegevendoor: T

    v=T(1+r/)/(1+r),

    waarbijrstaatvoordevochtige/drogeluchtmengverhouding(mixing ratio)envoordeverhoudingtussenhetmolecuulgewichtvanwaterdampendrogelucht,teweten=0,62198.Devirtuletemperatuurwordto.a.gebruiktbijdeherleidingvanluchtdruknaarzeeniveau(ziehoofdstuk1vandithandboek).Zievoornaderedetailsronddevirtueletemperatuurref.13,hoofdstuk4.

    potentiletemperatuurDepotentiletemperatuur(vanonverzadigdevochtigelucht)isgedefinieerdalsdetemperatuurdieeenhoeveelheidluchtbijdrukpentemperatuurTzoukrijgenindiendatlangsadiabatischewegzouwordenherleidnaarstandaarddruk(p

    o=1000hPa)enbijgelijkblijvendemixingratior.

    Zieverderref.13,hfd.4voormeerdetails.

    1.5 elementcode:Decoderingmetbetrekkingtotdetemperatuurwaardenindesynop, klimenmetarisvastgelegdinhetknmi-handboekmeteorologischecodes(ref.7).Modu-leB1,Waarnemen,onderdeelvandeElementaireVakopleidingMeteorologie(zieref.3,hoofdstuk7)ishierbijeengoedeleidraad

    Voordediverseeerdergenoemdetemperatuurvariabelenwordenonderstaandecodesgebruiktenmetwelkeregelmaat.

    FM12-XSYNOP/FM13-XSHIP

    sectie1(internationalegroepen)- luchttemperatuurT: 1s

    nTTT iederuur;

    - dauwpunt-temperatuurTdew

    :2snT

    dT

    dT

    d iederuur,

    sectie3(regionalegroepen)ensectie5(nationalegroepen)- max.temp.T

    x: 1s

    nT

    xT

    xT

    x 18utc:max.afgelopen12uur

    - min.temp.Tn: 2s

    nTnTnTn 06utc:min.afgelopen12uur;

    08utc:min.afgelopen14uur;- min.10cmtemp. T

    10,min: 4s

    nT

    gT

    gT

    g 08utc:min.afgelopen14uur;

    Voordezesymbolengeldt:1. Alletemperatuurvariabelenindesynopwordenaangeduidin0,1C.2. Hettekenwordtaangegevenmets

    n,datwilzeggen:

    sn=0alstemperatuurwaarde0,0Cens

    n=1voortemperatuur-

    waardesTN6d) 30,0oC0andersverdacht,c. SSmoet=0of1..50of97of98of99andersverdacht,d. AlsW3vanuurhenW3vanuurh-1totenmetW3vanuurh-5=0dan moetSS

    h

  • singvandemeetlocatie(neerslag)opeenbestaandwaarneemstation;Indezelaatstgenoemdesituatieisdeprocedureafspraakdatwm/owvoorafdoorInsa/msbgenformeerdwordtdoormiddelvaneentijdsplanvandeophandenzijndeplaatsingc.qverplaatsing.Binnen1weeknaplaatsingc.q.verplaatsingontvangtwm/owhieromtrentbericht,inclusieftoezendingijkbe-wijs.

    Deinspectiekandevolgendecontrolesomvatten:- Controleofdeijktermijnvanhetmeetinstrumentnognietisverlopen.Is dithetgevaldanwordtinsa/msbhierovergenformeerd,opdatuitwisseling zalplaatsvinden.- Eenvisuelebeoordelingofdemeetomstandighedenendeomgeving aandegesteldeconditiesvoldoen.Indienditniethetgevalis,rapporteert deinspecteurhieromtrent(ookschriftelijk)aandebetrokkenafdelingen, inhetbijzonderwm/kd, enInsa/msb.Afhankelijkvandesituatiebeoor- deeltowc.q.Insa/msbwelkecorrectieveactiesondernomendienente wordenomeenenanderteherstellenconformdeoperationeleeisen.De actieskunnenvarirenvaneenverzoekaandebeheerdervanhetbetref- fendewaarneemterreintotaanpassingvandeterreinsituatietotdestart vaneenprocedureomeennieuwwaarneemterreintezoeken.

    Vanalleinspectiebezoekenwordteenrapportopgestelddoordestationsin-specteur.Bijiederbezoekwordendesituatieschetsenenfotosvandeopen-stellinggetoetstc.q.bijgesteldc.q.opnieuwgemaakt.Derapportagewordtknmibreedverspreid,volgenseenlijstvanbetrokkenmedewerkers,opgestelddoorhow.

    Handmatigeneerslagmetingen(ca.325stations)Iederelocatieinhetknmi-waarneemnetwaarhandmatigeneerslagmetingenwordengedaan,wordtgemiddeld1maalper11/

    22jaargenspecteerddoor

    eenfunctionarisvanwm/ow/stationsbeheer.Tevenskanopverzoekvanwm/kdeenextratussentijdseinspectieplaatsvin-den,indiende(validatievan)dedatadaartoeaanleidinggeeft.Voortsvindtinspectieplaatsinhetgevalvanvestigingvaneennieuwwaar-neemstationc.q.verplaatsingvandemeetlocatieopeenbestaandwaarneem-station.

    Deinspectiekandevolgendecontrolesomvatten:- controlevandestaatvanhetinstrumenteneventuelereiniging;- controleofdeomgeving(nog)aandegesteldeconditiesvoldoet;eventuele verplaatsinginoverlegmetdewaarnemer;- controlevandejuistheidvandeopstelling(waterpase.d.);zonodig corrigeren;- contactmetdewaarnemer:bijpraten;zonodigcorrigerenenmotiveren;- verwerkingvaneenenanderinhetdesbetreffendestationsdossier.

    6 - 12 Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 13 Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 14

    5. Afgeleide gegevens

    5.1 Neerslaghoeveelheid of -som per specifieke periodeInhetgevalvaneenperiodevan1seconde,isdeneerslagsomoverdezeperiodedeneerslagintensiteitgedurendedezeperiode(van1s)x1s(eenheid:mm).

    Inhetgevalvaneenperiodevanmeerdan1seconde,stelnseconden(n>1),isdehoeveelheidneerslaggedurendedezeperiodedegentegreerdeneerslag-somoverdeonderhavigenseconden(eenheid:mm).

    5.2 Neerslagduur per specifieke periodeInhetgevalvaneenwillekeurigeperiode,stelnseconden,isdetotaleneer-slagduurgedurendedezeperiodedesomvandesecondenindezeperiodegedurendewelkesprakewasvanneerslagvoorkomen.

    Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 15 Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 16

    6. Opstellingseisen en omgevingscondities

    6.1 Opstellingseisen en -voorzieningenDeopstellingvandeneerslagmeterenvandeneerslagmeldermoetzodanigzijndatdeneerslagvanuitallerichtingenonbeperktindeopvangopening,c.q.ophetsensoroppervlakkanvallen.Dedirecteomgevingvandeinstrumentenmoethorizontaalzijnenkanbedektzijnmetgras,kortebodembedekkers,aardeofgrint.Harde,vlakkeoppervlakkenzijnongewenstinverbandmethetrisicovanopspattendwaterdatookin/ophetinstrumentkanvallen.Enigebeschuttingopafstandisgewenstomtevoorkomendatregenofsneeuwdoorwindverwaaid.

    Debovenrandvandeneerslagmetermoethorizontaalzijn.Destandaardhoog-tevanderandis40cmbovenhetmaaiveld.(ref.3)

    DestandaardopstellingvoordeelektrischeregenmeterisdeEngelseopstel-ling.Hierbijisderegensensoromgevendooreenaardenwalmeteendiame-tervan3metereneenhoogtevan40cm(ditisdusdehoogtevandeboven-rand).Aandeoverzijdeheeftdewaleentalud.Doordezeopstellingwordtverwaaiingtoteenminimumbeperkt.DezeopstellingwerdaanbevolendoorBraak(1945)inhetbijzondervooronbeschutteplaatsen(ref.8).

    6.2 Condities met betrekking tot de meetlocatie en de omgeving; representati- viteit van de waarnemingen

    Deafstandvandemeetlocatieneerslagtotnabijeobstakels(bomen,bosscha-ges,muren,huizen,e.d.)dienttenminstetweemaal,dochbijvoorkeurviermaaldeobstakelhoogtebovenhetvlakvandebovenzijdevandeneerslagme-tertezijn.Voorbeeld:deobstakelhoogtevaneen3meterhogehaagis3,00,4=2,6m..Deafstandvandemeetlocatietotdezehaagdienttenminste(2x2,6=)5,2m,dochbijvoorkeur(4x2,6=)10,4mtezijn.(Conformwmo,ref.1).

    Dezeconditieblijktinhetgevalvandevestigingvaneen(nieuw)stationtenbehoevevandeconventionelehandregenmetervaaknietrealistisch.Uitpraktischeoverwegingenhanteerthetknmibijdezestationsdeconditiedatdeafstandvandemeetlocatietotnabijeobstakels(bomen,bosschages,muren,huizen,e.d.)tenminstenmaaldeobstakelhoogtebovenhetvlakvandebovenzijdevandeneerslagmeterdienttezijn.Deinspecteurstations-beheerdieverantwoordelijkisvoordesitueringvanhetstation,zaldelocatieoverigensteallentijdezodanigkiezendatdeinvloedvaneventueleobstakelsverwaarloosbaaris.

    Doordegekozenopstelling,alsmededegetroffenmaatregelenmetbetrekkingtotdeomgevingzullensystematischfoutenindeneerslagmetingalsgevolgvanverdampingofverwaaiing(vandruppelsofsneeuw)beperktzijn.Mededaaromvindtgeencorrectieplaats.Hetontwikkelenvaneencorrectie-algorit-memetondermeeralsinputinformatiemetbetrekkingtotactuelemeteoro-logischeparameters,zoalswind,stralingentemperatuur,isoptioneel(eenenandermedeopbasisvanwmo-studies,ref.6).

    Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 17

    Referenties

    1. WorldMeteorologicalOrganization,1996:wmo-No.8,Guidetometeo- rologicalinstrumentsandmethodsofobservations,6thedition,1996 (i.h.b.Hoofdstuk6);wmo,Genve,1996.

    2. StatementofoperationalaccuracyrequirementsoflevelIIdata,accor- dingtowmocodessynop, ship, metarandspeci;AnnexXvan wmono.807(cimo xi).

    3. knmi,1993:MeteorologischeInstrumenten,ElementaireVakopleiding Meteorologie(evm),moduleA11,J.G.vanderVliet;knmi,DeBilt,1993.

    4. knmi,1996:Synoptischeenklimatologischewaarnemingenencodes, ElementaireVakopleidingMeteorologie(evm),moduleA4/B1,E.Chavanu; knmi,DeBilt,1996.

    5. Neerslagenverdamping,T.A.BuishandenC.A.Velds,1980(knmi-uitgave).

    6. Methodsofcorrectionforsystematicerrorinpointprecipitationmeasure- mentforoperationaluse,B.Sevruk,wmo-no.589,1982.

    7. SneeuwdekinNederland1961-1990,A.M.G.KleinTank,knmi-publica- tieno.150-28.

    8. Invloedvandewindopregenwaarnemingen,knmiMeded.en Verhand.48,C.Braak,RijksuitgeverijDenHaag,1945.

    9. wmo,no.168,VolumeI,wmo-guidetohydrologicalpractices,pp43en44, 1981.

    10. knmi,1994:Calibratieproceduresvanhetknmi-ijklaboratoriumvolgens iso-9001,A.vanLonden,Insa/IO;knmi,DeBilt,1994.

    11. knmi,1992:BasisontwerpVernieuwingOperationeelKlimatologisch Informatiesysteemvokis,1992;knmidocument.

    12. knmi1997: x-siam-specificatie,J.R.Bijma,knmi-Insa,knmi-document,Insa DocumentnummerID-30-015;knmi,DeBilt,1997.

    13. iso-proceduresmbtback-upoperationelewaarnemingen(synop, metar) (infobijJ.vanBruggen,lmd).

    14. NederlandsMeetinstituut,1994;HetInternationaleStelselvanEenheden (si); nmi,Delft1994.

    Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 18

    15. knmi,1994:HandboekMeteorologischeCodes;P.IJ.deVries,knmi,DeBilt, 1994-1999.

    16. InternationalCivilAviationOrganization1998:MeteorologicalService forInternationalAirNavigation,InternationalStandardsandRecommen- dedPractices,Annex3totheConventiononInternationalCivilAviation, 13thedition;icao,Montreal,Canada,1998.

    17. KlimatologischegegevensvanNederlandsestations:normalenenextreme waardenvande15hoofdstationsvoorhettijdvak1961-1990;knmi,1992, publicatienummer150-27.18. xr1-siam:Neerslag;J.R.Bijma,knmi-Insa,knmi-document,Insa DocumentnummerID-30-014.19. InternationalVocabularyofBasicandGeneralTermsininMetrology, uitg.iso1993.

    Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 19 Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • 6 - 20 Handboek Waarnemingen; 6. Neerslag; versie maart 2001

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    InhoudHoofdstuk 7. Straling

    1. Beschrijving 7 - 1 1.1 Benaming van de grootheid 7 - 1 1.2 Defi nities; omschrijving van de begrippen 7 - 1 1.3 Eenheden 7 - 3 1.4 Beschrijving van de variabelen 7 - 3 1.5 Elementcodes 7 - 4

    2. Operationele eisen 7 - 7 2.1 Bereik 7 - 7 2.2 Waarneemresolutie in verband met berichtgeving 7 - 7 2.3 Operationeel vereiste nauwkeurigheid 7 - 8 2.4 Vereiste waarneemfrequentie 7 - 8

    3. Instrumenten en techniek 7 - 11 3.1 Techniek en specifi caties 7 - 11 3.2 Onderhoud- en calibratieprocedures 7 - 12

    4. Procedures 7 - 13 4.1 Procedures bij uitval automatische waarnemingen 7 - 13 4.2 Procedures voor achteraf validatie 7 - 13 4.3 Procedures voor inspectie 7 - 14

    5. Afgeleide grootheden 7 - 17 5.1 Bepaling zonneschijnduur uit 10-waarden globale straling 7 - 17 5.2 Referentie gewasverdamping volgens Makkink 7 - 17

    6. Opstellingseisen en omgevingscondities 7 - 19 Referenties 7 - 21

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 20057 - 1

    7. Straling1.Beschrijving

    1.1 Benaming van de grootheid

    Algemene benaming: stralingInternationale aanduiding: radiation(WMO no.8, ref. 1)

    1.2 Defi nities; omschrijving van de begrippen

    1.2.1 SpectraalgebiedenMetingen van straling betreffen een aantal relevante spectraalgebieden. Twee hoofdgebieden worden hierbij onderscheiden: kortgolvige straling en lang-golvige straling. De grens ligt ongeveer bij 4 m {= 4000 nanometer (nm)}. Het zogeheten kortgolvige gebied wordt ruwweg bepaald door het spectrale energiegebied van de zon. Feitelijk gaat het hierbij om de met het menselijke oog zichtbare straling plus een deel van de ultraviolette (UV)-straling en een deel van de nabije infrarode (IR)-straling. Het langgolvige gedeelte wordt bepaald door het spectrale energiegebied van het aardoppervlak en de atmos-feer. Meer specifi ek worden de metingen gericht op de volgende golfl engte gebieden: a) kortgolvige straling - het grootste deel van het hele kortgolvige gebied; het instrument dat door het KNMI voor de operationele metingen wordt gebruikt (par. 3.1), heeft een spectraal venster van 0,3052,800 m (Velds, ref. 10, pag 45); - UV-A straling: golfl engte: 0,315 ( of 0,32) - 0.4 m; - UV-B straling: golfl engte: 0,28 - 0,315 m;b) langgolvige straling: golfl engte: 4 -100 m (het IR-gebied)(ref. 10 en 16)

    1.2.2 Kortgolvige stralingIn de meteorologie en de klimatologie gaat het bij de grootheid kortgolvige straling om straling van de zon die direct of indirect het aardoppervlak bereikt. Langgolvige straling is de straling die vanuit het aardoppervlak of de aardat-mosfeer wordt uitgezonden. In het kader van de grootheid kortgolvige straling worden de volgende subgrootheden onderscheiden: globale straling, directe straling, diffuse straling , uitgaande kortgolvige straling en netto kortgol-vige straling. De (sub)grootheden zonneschijnduur en relatieve zonne-schijnduur worden afgeleid uit de directe straling. Deze twee grootheden worden uitgebreid besproken in hoofdstuk 8 van dit handboek.

    - globale stralingDe globale straling is de totale inkomende kortgolvige straling die het aardop-pervlak bereikt (= de som van de directe en de diffuse straling). Bedoeld wordt de totale inkomende kortgolvige stralingsenergie fl ux door een horizon-tale oppervlakte-eenheid. Deze grootheid wordt in de regel uitgedrukt in de hoeveelheid energie per tijdseenheid per oppervlakte-eenheid (W/m2).

    - directe straling De directe straling is de inkomende kortgolvige straling, die het aardoppervlak

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    rechtstreeks bereikt. De overgedragen energie wordt bij de meting bepaald in een hoeveelheid energie per tijdseenheid per oppervlakte-eenheid in een vlak loodrecht op de invalsrichting van de zon (W/m2). Gebruik makend van de invalshoek van de directe straling op het aardoppervlak kan de gemeten waarde directe straling worden herleid tot de hoeveelheid energie per tijdseen-heid per oppervlakte-eenheid (W/m2) in het horizontale vlak, zodat de samen-hang van de directe straling met de globale en dif fu se straling kan worden gevalideerd.

    - diffuse stralingDe diffuse straling is de inkomende kortgolvige straling, die het aardoppervlak door verstrooiing en refl ectie in de atmos feer bereikt. De overgedragen energie wordt in de regel uitgedrukt in een hoeveelheid energie per tijdseenheid per opper vlakte-eenheid (W/m2) in het horizontale vlak.

    - uitgaande kortgolvige stralingDe uitgaande kortgolvige straling is een gedeelte van de globale straling, dat aan het aardoppervlak wordt gerefl ecteerd of verstrooid in de richting van de atmosfeer. De overgedragen energie wordt in de regel uitgedrukt in een hoeveelheid energie per tijdseenheid per oppervlakte-eenheid (W/m2) in het horizontale vlak.

    - netto kortgolvige stralingDe netto kortgolvige straling is de globale straling minus de uitgaande kortgol-vige straling, feitelijk dus de door het aardoppervlak geabsorbeerde straling.

    1.2.3 Meetgrootheden per spectraalgebiedDe subgrootheden directe straling, globale straling en diffuse straling zijn specifi ek van toepassing op de onder 1.2.1.a aangeduide operationele meetge-bieden. We krijgen aldus de volgende relevante specifi eke meetgrootheden:

    het grootste deel van het hele kortgolvige gebied: 0,3052,800 m - globale straling - directe straling - diffuse straling

    UV-A: 0,315 ( of 0,32) - 0.4 m - globale UV-A straling - directe UV-A straling - diffuse UV-A straling

    UV-B : 0,28 - 0,315 m - globale UV-B straling - directe UV-B straling - diffuse UV-B straling

    De uitgaande kortgolvige straling wordt niet operationeel door het KNMI gemeten. Daarmee kan ook de netto kortgolvige straling niet uit de metingen worden herleid.

    De componenten langgolvige straling, te weten de inkomende langgolvige straling en de uitgaande langgolvige straling, worden niet operationeel door het KNMI gemeten. Daarmee kunnen ook de netto langgolvige straling ( = inkomend - uitgaand ), alsmede de netto straling (= netto langgolvige + netto kortgolvige straling) niet uit de metingen worden herleid.

    7 - 2

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    1.2.4 Zonneconstante en extraterrestrische stralingEen grootheid die in diverse berekeningen omtrent de ontvangen zonne-energie een rol speelt is de zogeheten zonneconstante. Deze constante is een maat voor de energiesterkte van de zon. Deze vertegen woordigt de ontvangen hoeveelheid stralingsenergie per tijdseenheid van de zon bij afwezigheid van de atmosfeer op een willekeurige vlak in de ruimte loodrecht op de invals-richting van de zonnestralen. De afstand van dit vlak tot het middelpunt van de zon is gelijk aan de gemiddelde afstand tussen de middel punten van de aarde en de zon. Bij gemiddelde afstand bedraagt de waarde van de constante ca. 1367 W/m2. (ref. 10: par.5.10 op pag. 100, en ref.16 ). Mede op basis van de zonneconstante kan berekend worden wat de inkomende stralingsenergie per tijdseenheid per oppervlakte-eenheid op het horizontale vlak aan de rand van de atmosfeer is. Men spreekt hierbij van de extraterrestrische straling (ref. 10).

    1.3 Eenheden De gebruikte standaard eenheid voor straling als energiefl ux (irradiantie) is conform SI (ref. 8) en is als volgt: W/m2 = Js-1m-2 {W: Watt, J: Joule, s: seconde, m: meter}.

    In toepassingen wordt ook straling als energiestroom gebruikt, zoals bij de berekening van verdamping, zie hoofdstuk 10 van dit handboek. De standaard eenheid bij deze stralingsparameter is J/m2: {J: Joule, m: meter}. Omdat dit bij deze eenheid veelal resulteert in bizar grote getallen wordt door het KNMI voor straling als energiestroom de eenheid J/cm2 gebruikt {J: Joule, cm: centimeter}.

    1.4 Beschrijving van de variabelen

    Bij de operationele metingen globale straling, directe straling en diffuse stra-ling met betrekking tot de grootheden gehele kortgolvige spectrum c.q. UV-A c.q. UV-B worden de volgende variabelen geregistreerd:

    Maximum stralingDe maximum straling in een bepaald tijdvak (10-minuten, uur, dag) betreft de hoogste 12 seconde waarde in dit tijdvak (W/m2 ).

    Minimum stralingDe minimum straling in een bepaald tijdvak (10-minuten, uur, dag) betreft de laagste 12 seconde waarde in dit tijdvak (W/m2 ).

    Gemiddelde stralingDe gemiddelde straling in een bepaald tijdvak (10-minuten, uur, dag) betreft het gemiddelde van alle metingen in dit tijdvak (W/m2 ).

    StralingssomDe stralingssom in een bepaald tijdvak (10-minuten, uur, dag) betreft het pro-duct van de gemiddelde straling en de duur van dat tijdvak in seconden, uitge-drukt in J/m2 , of dit getal gedeeld door 10000 en dan uitgedrukt in J/cm2.

    7 - 3

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    1.5 Elementcodes

    1.5.1 Symbolen in SIAM(ref. 6)

    1.5.2 Internationale codes SYNOP

    Globale straling - groep 53Q

    hQ

    hQ

    h

    Gemeld wordt de uursom globale straling afgerond op hele joules/cm2

    Bij instrumentuitval wordt /// gecodeerd.(ref.9)

    1.5.3 Nationale codes: NF 11 STRALING - Specifi eke stralingsgegevens

    (QQQQ) n,t

    : Stralingstype en meetwaardeDeze code wordt alleen gebruikt door station 06262 (Straling station De Bilt).

    7 - 4

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    Toelichting:n: 1,2,3,,9,0 1 = Directe straling 2 = Diffuse straling 3 = Globale straling 4 = UV-A Directe straling 5 = UV-B Directe straling 6 = UV-A Globale straling 7 = UV-B Globale straling 8 = UV-A Diffuse straling 9 = UV-B Diffuse straling 0 = Netto Totale straling*

    t: G = 10-minuten gemiddelde waarde X = Maximale waarde over de afgelopen 10 minuten N = Minimale waarde over de afgelopen 10 minuten

    Per stralingscomponent zijn per waarde slechts 4 posities in de code beschik-baar. Het gecodeerde getal betreft derhalve de meetwaarde in een aangepaste eenheid: - globale straling, directe straling, diffuse straling: W/m2 ; - UV-A globale, directe, diffuse straling: 10

    -2 W/m2;

    - UV-B globale, directe, diffuse straling: 10-4

    W/m2; - Netto totale straling*: W/m2

    (ref.9)

    * niet operationeel gemeten

    7 - 5

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    2. Operationele eisen

    2.1 Bereik

    Globale straling wordt op 33 locaties in Nederland operationeel door het KNMI gemeten. Een overzicht is te vinden in hoofdstuk 1, bijlage 3, van dit handboek. De stralingscomponenten directe straling, diffuse straling, UV-A straling (globaal, direct, diffuus) en UV-B straling (globaal, direct, diffuus) worden alleen in De Bilt operationeel door het KNMI gemeten.

    De ondergrens met betrekking tot de operationele metingen van bovenge-noemde stralingscomponenten wordt bepaald door het feit dat het in alle gevallen gaat om van bovenaf inkomende straling. Het teken van de waarde is derhalve altijd positief. De principile ondergrens is aldus voor alle metingen 0 W/m2. Geregistreerde negatieve waarden (die het gevolg kunnen zijn van een instrumentele afwijking) worden op 0 gezet.

    Het vaststellen van de bovengrens van de operationele metingen globale straling is gebaseerd op de grootste uursom die ooit in De Bilt is gemeten, te weten 3,3 MJ / m2. Deze waarde correspondeert met een gemiddelde stralings-fl ux in dat uurvak van 917 W/m2.(Velds, ref. 10, par.4.1.4, tabel 4.8). Een meetgrens van 2000 W/m2 voor alle variabelen globale straling kan als veilig worden beschouwd. Dezelfde maxi-mumwaarde kan worden gehanteerd voor de meetvariabelen van de compo-nenten directe en diffuse straling, welke in dezelfde orde van grootte vallen als de variabelen van globale straling.

    De maximummeetwaarde met betrekking tot globaal c.q. diffuus c.q. direct van UV-A en UV-B is gebaseerd op experimentele UV-metingen bij het KNMI (Kuik, ref. 12, par. 2.2, tabel 2.2).

    Op grond van de bovengegeven informatiebronnen komen we tot onderstaan-de tabel voor het operationeel vereiste meetbereik van stralingscomponenten.

    2.2 Waarneemresolutie in verband met berichtgeving

    De vereiste waarneemresolutie mbt gem., max. en min. van de componenten globale straling directe straling diffuse stralingis: 1 W/m2 .

    7 - 7

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    De vereiste waarneemresolutie mbt gem., max. en min. van de componenten globale UV-A straling directe UV-A straling diffuse UV-A stralingis: 0,01 W/m2 .

    De vereiste waarneemresolutie mbt gem., max. en min. van de componenten globale UV-B straling directe UV-B straling diffuse UV-B stralingis: 0,0001 W/m2.

    De WMO spreekt zich alleen uit over resolutie netto straling: 1 (MJ/m2 )/dag (ref.1)

    2.3 Operationeel vereiste nauwkeurigheid

    WMO- guide no.8, Guide to meteorological instruments and methods of observations , geeft geen richtlijnen met betrekking tot de vereiste nauw-keurigheid in de berichtgeving van de variabelen gemiddelde, maximum en minimum van de operationeel gemeten stralingscomponenten. In deze WMO-guide is uitsluitend een eis geformuleerd voor de netto totale straling. Deze is als volgt: 5 % op dagsombasis igv dagsom >8 MJ/m2dag en 0.4 MJ/m2dag igv dagsom 8 MJ/m2dag (ref.1).

    Het Baseline Surface Radiation Network (BSRN), dat in 1988 in het kader van het World Climate Research Program (WCRP) is geinitieerd, hanteert wel richtlijnen voor de nauwkeurigheid en calibratie van stralingsmeetinstrumen-ten. Zie:http://www.cmdl.noaa.gov/star/bsrn.html

    De nauwkeurigheid in de berichtgeving van de operationele stralingscompo-nenten is gegrond op de nauwkeurigheid van de gebruikte instrumenten (zie par. 3.1).

    2.4 Vereiste waarneemfrequentie Van alle operationeel gemeten stralingscomponenten worden per 12 seconde de volgende waarden in de betreffende SIAM geregistreerd (ref.6):

    SAMPLE: de momentane energiefl ux (W/m2) {NB de responsie van de stralingsmeters is enkele seconden; derhalve wordt op het 12tijdstip de fl ux gegeven die enkele seconden daarvoor was geregistreerd}; MINUUT: de gemiddelde energiefl ux (W/m2) over de afgelopen 1 minuut: deze wordt bepaald door middel van het rekenkundig gemiddelde van de laatste vijf bovengedefi nieerde 12 - registraties (dit is inclusief de laatst geregistreerde momentane waarde); 10GEM: de gemiddelde energiefl ux (W/m2) over de afgelopen 10 minu- ten: deze wordt bepaald door middel van het rekenkundig gemiddelde van de laatste vijftig bovengedefi nieerde 12-registraties (dit is inclusief de laatst geregistreerde momentane waarde);

    7 - 8

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    MAX: de maximum energiefl ux (W/m2) over de afgelopen 10 minuten: deze is de hoogste waarde van de laatste vijftig bovengedefi nieerde 12- registraties (dit is inclusief de laatst geregistreerde momentane waarde); MIN: de minimum energiefl ux (W/m2) over de afgelopen 10 minuten: deze is de laagste waarde van de laatste vijftig bovengedefi nieerde 12 -registraties (dit is inclusief de laatst geregistreerde momentane waarde); STD: de standaarddeviatie in de energiefl ux (W/m2) over de afgelopen 10 minuten: deze is de standaarddeviatie in de reeks van de laatste vijftig bovengedefi nieerde 12-registraties (dit is inclusief de laatst geregistreerde momentane waarde).

    In de 10-minutendataopslagsystemen wordt per hele 10-minuten de op boven-aangegeven wijze berekende 10-minuut waarde gemiddelde, maximum en minimum over het tijdvak van 5 minuten voor tot 5 minuten na het betref-fende tijdstip geregistreerd.Voorbeeld: de 10 gemiddelde waarde globale straling (W/m2) op het tijdstip 14u1000 is het rekenkundig gemiddelde van de momentane waarden glo-bale straling(-sfl ux) zoals geregistreerd op de tijdstippen 14u0512, 14u0524, 14u0536, 14u0548 tot en met 14u1500 (totaal 50 waarden).

    Voor alle operationeel gemeten stralingscomponenten worden ieder uur (op tijdstip 10 minuten voor het gehele uur) de volgende uurwaarden berekend: het uurgemiddelde, dit is het (rekenkundig) gemiddelde van de laatste 300 bovengedefi nieerde 12-registraties (dit is inclusief de laatst geregistreerde momentane waarde) (W/m2); de uursom, deze is de energiestroom 0ver de afgelopen 1 uur (= 3600 seconde * uurgemiddelde) (J/m2).

    Van de component globale kortgolvige straling wordt over een waarneemperi-ode van 1 etmaal (00-24 UTC) de energiestroom 0ver deze periode van 24 uur berekend en opgeslagen (J/m2). Deze etmaalwaarde is de som van 24 uur-waarden energiestroom.

    7 - 9

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    3.Instrumenten en techniek

    3.1 Techniek en specifi caties

    Het KNMI gebruikt instrumenten van de fa.Kipp & Zonen B.V. te Delft voor de metingen van de stralingscomponenten. Gedetailleerde instrumentele specifi caties zijn beschreven in de Instruction manuals van fa. Kipp & Zonen (ref. 21, 22 en 23), alsmede in de KNMI Technisch Rapporten TR-200 en TR-235 (ref. 12 en 24). De meest relevante specifi caties volgen in onderstaande tabel

    fi guur 1. Schets pyranometer CM11 (ref.21)

    7 - 11

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    fi guur 2. CM11 Soesterberg { foto: Ronald van de Vate}

    De CM11 pyranometers die in het KNMI meetnet operationeel worden gebruikt voor metingen globale c.q. diffuse straling worden niet geventileerd en zijn niet verwarmd. Onderzoek heeft uitgewezen dat een en ander geen noemenswaardige bijdrage levert aan verbetering van de meetresultaten. (ref.11).

    3.2 Onderhoud- en calibratieprocedures

    De meetinstrumenten dienen te voldoen aan de internationale nauwkeurig-heidseisen (zie ook par.2.3). Hiertoe is periodiek onderhoud nodig, waarbij de instrumenten door middel van calibratie op meetgebied intervallen worden getoetst en gejusteerd aan de gestelde eisen. Een calibratiecertifi caat wordt vastgesteld, waarbij de referentie meetwaarden volledig herleidbaar zijn naar de internationaal erkende standaard van het World Radiation Center WRC in Davos. Zie:http://www.pmodwrc.ch/enhttp://www.pmodwrc.ch/pmod.php?topic=calibration

    De KNMI afdeling Insa is verantwoordelijk voor de calibratieprocedures die zijn vastgelegd in het (ISO-9001) kwaliteitssysteem van Insa, als onderdeel van de procedure 2.2.3 Beheersprocedure preventief onderhoud (ref.4).

    7 - 12

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    4.Procedures

    4.1 Procedures bij uitval automatische waarnemingen

    Niet van toepassing, aangezien de waarden globale straling c.q. stralingscom-ponenten in de operationele berichtgeving niet real time worden gebruikt . De procedures bij eventuele uitval zijn derhalve gekoppeld aan de validatie van waarden achteraf. Zie paragraaf 4.2.

    4.2 Procedures voor achteraf validatie

    4.2.1 Validatie globale stralingDe invoer van data globale straling in KIS (Klimatologisch Informatiesysteem) geschiedt op dagbasis en betreft de uurlijkse waarden van het afgelopen etmaal (uurvakken h = 00 t.m. 23 UTC). Alle nieuw in KIS ingevoerde waar-den globale straling worden onderworpen aan automatische controleproce-dures die in het KIS-systeem zijn geprogrammeerd. Het gaat om de volgende procedures per station (ref.5):

    a. Automatische controle van hoge waarden Indien de uursomwaarde van globale straling in de betreffende maand de hieronder in de tabel aangegeven waarde (eenheid in tabel: J/cm2)overschrijdt is bedoelde uursomwaarde verdacht:januari: 118 juli: 299februari: 184 augustus: 276maart: 225 september: 232april: 269 oktober: 185mei: 308 november: 114juni: 307 december: 89De gegevens zijn ontleend aan ref. 5, en gebaseerd op klimatologische exper-tise met betrekking tot extreme waarden globale straling.

    b. Automatische controle van nulwaardenIndien de uursomwaarde van globale straling in de aangegeven uurvakken (in UTC) per in de tabel aangeduide periode een waarde 0 J/m2 heeft, is deze uursomwaarde verdacht:21 november - 11 januari: 0..7 en 17..23 UTC12 januari - 10 februari: 0..7 en 18..2311 februari - 16 februari: 0..6 en 18..2317 februari - 13 maart: 0..6 en 19..2314 maart - 25 maart: 0..5 en 19..2326 maart - 7 april: 0..5 en 20..238 april - 25 april: 0..4 en 20..2326 april - 3 mei: 0..4 en 21..234 mei - 31 mei: 0..3 en 21..231 juni - 19 juli: 0..3 en 22..2320 juli - 6 augustus: 0..3 en 21..23 7 augustus - 20 augustus: 0..4 en 21..2321 augustus - 8 september: 0..4 en 20..239 september - 14 september: 0..5 en 20..2315 september - 10 oktober: 0..5 en 19..2311 oktober - 14 oktober: 0..5 en 18..2315 oktober - 12 november: 0..6 en 18..2313 november - 20 november: 0..6 en 17..23

    7 - 13

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    Het gaat dus steeds om de controle of de in KIS opgeslagen ongevalideerde waarde buiten daguren een waarde 0 J/m2 heeft.

    De subafdeling Beheer Waarnemingen en Stations BWS van de afdeling Ope-rationele Data OD is verantwoordelijk voor de uiteindelijke validiteit van de waarden van globale straling in KIS. OD/BWS beoordeelt in dit proces in principe iedere nieuwe waarde van globale straling, daarbij geholpen door de output van de bovenbeschreven testprocedures. Een verdachte waarde wordt zo mogelijk vervangen.De alternatieve waarde kan worden gebaseerd op onder meer: lineaire interpolatie van aangrenzende (correcte) waarden in de tijdreeks; ruimtelijke interpolatie op grond van synchrone waarden van 2 of meer nabije stations; inschatting van de uurwaarde op grond van de tijdreeksen 10-minuten gegevens.Vervanging geschiedt handmatig.

    4.2.2 Validatie overige stralingscomponentenDe in KIS ingevoerde waarden van de overige stralingscomponenten (betreft alleen station De Bilt) worden niet onderworpen aan automatische controle-procedures. De controle van de data van deze componenten geschiedt op basis van de ervaring en expertise van de betrokken medewerkers van OD/BWS. Hierbij wordt met name gecontroleerd of per component voldaan is aan het rondrekencriterium: globaal = diffuus + direct x sinus zonshoogte.

    4.3 Procedures voor inspectie

    4.3.1 Inspectie metingen van globale stralingIedere locatie waar operationele metingen van globale straling plaatsvinden, wordt gemiddeld n maal per jaar genspecteerd door een stationsinspecteur van OD/BWS. Tevens kan op verzoek van de sector WA/ KNMI of de afdeling WM/KD een extra tussentijdse inspectie plaatsvinden, indien de (validatie van) de data daartoe aanleiding geeft.

    Bij voorkeur vindt inspectie plaats: in het geval van de plaatsing van de opstelling plus stralingsensor op een nieuw meetstation c.q. verplaatsing van de opstelling plus sensor op een bestaand meetstation; (adhoc) bij vervanging van de sensor.In deze situaties is de procedureafspraak dat OD/BWS vooraf door Meet-systemen Beheer van de instrumentele afdeling Insa/MSB genformeerd wordt door middel van een tijdsplan van de ophanden zijnde plaatsing c.q. vervanging. Binnen 1 week na plaatsing c.q. vervanging ontvangt OD/BWS hieromtrent bericht, inclusief toezending ijkbewijs, zodat een inspectie kan geschieden.

    De inspectie van de metingen van globale straling omvat in principe de vol-gende controles: a) Controle op het waterpas zijn van het instrument en zonodig corrigeren.b) Controle of de glazen bol van het instrument schoon is; zo nodig schoon maken, c.q. zorg dragen voor vervanging; de beheerder aanspreken over zijn taak in deze.

    7 - 14

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    c) Controle of de draden rond het instrument ter afstoting van vogels optimaal gespannen zijn; zonodig vervangen.d) Controle of de ijktermijn van het meetinstrument nog niet is verlopen; is dit het geval dan wordt Insa/MSB hierover genformeerd, opdat uit- wisseling zal plaatsvinden.e) Gemiddeld nmaal per 2 jaar met behulp van een theodoliet de horizon bekijken en schetsen op een zonnebaandiagram. f) Een (visuele) beoordeling of de opstelling en de meetomstandigheden, incl. omgeving aan de gestelde condities voldoen (zie par. 6). Indien dit niet het geval is, rapporteert de inspecteur hieromtrent (ook schriftelijk) aan WM/KD, WA en Insa/MSB. Afhankelijk van de situatie beoordeelt WM/OD c.q. Insa/MSB welke correctieve acties ondernomen dienen te worden om een en ander te herstellen conform de operationele eisen. De acties kunnen variren van een verzoek aan de beheerder van het betreffende waarneemterrein tot aanpassing van de terreinsituatie tot de start van een procedure om een nieuw waarneemterrein te zoeken.Van alle inspectiebezoeken wordt een rapport opgesteld door de stationsin-specteur.

    4.3.2 Inspectie overige stralingscomponentenDe instrumenten voor de metingen van de overige stralingscomponenten (directe kortgolvige straling, diffuse kortgolvige straling, globale UV-A straling, directe UV-A straling, diffuse UV-A straling, globale UV-B straling, directe UV-B straling, diffuse UV-B straling) zijn geplaatst op een platform op het dak van het B-gebouw van het KNMI in De Bilt. Hoogte instrumenten ten opzichte van maaiveld: 22,5 meter. Bij de metingen van diffuse straling en directe stra-ling van alle componenten is de instelling van de meetinstrumenten afhan-kelijk van de plaats van de zon. Hiertoe zijn de betreffende instrumenten gemonteerd op een zonnevolger (merk Sci-Tec). De inspectie van de betref-fende instrumenten, alsmede van de meetopstelling en van de zonnevolger geschiedt thans onder verantwoordelijkheid van de afdeling MI/Insa. Een en ander volgens interne MI/ Insa procedures.

    7 - 15

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    5. Afgeleide grootheden

    5.1 Bepaling zonneschijnduur uit 10-waarden globale straling

    Op alle stations waar globale straling wordt gemeten, wordt ook de zonne-schijnduur bepaald. De berekening hiervan geschiedt met behulp van een algoritme, het zogeheten Algoritme Slob ( ref.14 en 15).De invoerdata in dit algoritme zijn per 10-tijdvak de 10 waarden maximum, minimum en gemiddelde globale straling, alsmede de berekende 10- waarde extraterrestische straling (dus zonnestraling aan de rand van de aardatmos-feer), en de bij het 10-tijdvak behorende gemiddelde zonshoogte.Het algoritme wordt beschreven in hoofdstuk 8, Zonneschijnduur, van dit handboek.

    5.2 Referentie gewasverdamping volgens Makkink

    De waarde van de referentie gewasverdamping wordt berekend met behulp van de zogeheten formule Makkink. De formule wordt beschreven in para-graaf 5 van hoofdstuk 10, Verdamping, van dit handboek.Een van de basis invoergegevens in de formule Makkink is de etmaalsom globale kortgolvige straling.

    7 - 17

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    6. Opstellingseisen en omgevingscondities

    Globale stralingDe CM11-sensoren voor de metingen globale straling worden gemonteerd op een vertikaal statief en bevinden zich op een hoogte van 1,5 m boven vlak ter-rein, in principe kortgemaaid gras. Er zijn in de omgeving van de meetlocatie geen obstakels die 5 graden of meer uitsteken boven de horizon bekeken van-uit de sensor. In de directe omgeving van de meetlocatie, dat wil zeggen bin-nen een straal van 200 meter vanaf de sensor, bevinden zich geen obstakels van welke aard dan ook die door uitstraling de metingen kunnen benvloeden.

    Het horizontale vlak van de instrumenten voor de metingen globale straling is waterpas. De glazen bollen van de instrumenten zijn vrij van stof en rijpaanslag. De beheerder van het meetterrein heeft in principe dagelijks toezicht en draagt zorg voor het schoon zijn van de instrumenten. Rond het instrument zijn ter afstoting van vogels draden gespannen. (WMO no.8, ref. 1)

    Overige stralingscomponentenVoor de overige stralingscomponenten (directe kortgolvige straling, diffuse kortgolvige straling, globale UV-A straling, directe UV-A straling, diffuse UV-A straling, globale UV-B straling, directe UV-B straling, diffuse UV-B straling), die alleen in De Bilt operationeel worden gemeten, geldt als basisvoorwaarde dat in het hemelgewelf vanaf 5 graden boven de horizon de lijn tussen de zon en de meetlocatie ( dit is het platform op het dak van het B-gebouw van het KNMI) niet wordt onderbroken door een obstakel. De instrumenten voor de metingen zijn gemonteerd op een plateau van de zonnevolger, dat waterpas is. Hoogte plateau: 20,97 meter ten opzichte van maaiveld. De instrumen-ten voor de metingen directe straling (incl. UV-componenten) zijn door een mechanisme in de zonnevolger te allen tijde op het middelpunt van de zon gericht, dat wil zeggen in de periode dat de zon boven de horizon staat. Het zelfde mechanisme draagt er zorg voor dat de instrumenten voor de metingen diffuse straling (incl. UV-componenten) zich te allen tijde in de schaduw van een bol bevinden die op de volger is gemonteerd.

    fi guur 3.

    Zonnevolger De Bilt

    (foto: Willem Hovius)

    7 - 19

  • Handboek Waarnemingen; 7.Straling; versie april 2005

    Referenties

    1. Guide to meteorological instruments and methods of observations, WMO, no.8, 6th

    edition, i.h.b. Hoofdstukken 7 en 8, 1996

    2. Statement of operational accuracy requirements of level II data, according to WMO

    codes SYNOP, SHIP, METAR and SPECI; Annex X van WMO no.807 (CIMO XI)

    3. Synoptische en klimatologische waarnemingen en codes, Elementaire Vakopleiding

    Meteorologie(EVM), module A4/B1, E.Chavanu, KNMI-document, 1996

    4. Calibratieprocedures van het KNMI-IJklaboratorium volgens ISO-9001,

    A. van Londen, Insa/IO, KNMI-document, 1994

    5. Basisontwerp Vernieuwing Operationeel Klimatologisch Informatiesysteem VOKIS,

    KNMI-document, 1992

    6. X-SIAM-specifi catie, J.R.Bijma, Insa Document ID-30-015, versie 1.8, KNMI-Insa,

    KNMI-document, 2001

    7. Klimatologische gegevens van Nederlandse stations: normalen en extreme waarden

    van de 15 hoofdstations voor het tijdvak 1961- 1990; KNMI, publicatienummer

    150-27, 1992

    8. Het Internationale Stelsel van Eenheden (SI), Nederlands Meetinstituut NMI, 1994

    9. KNMI-handboek Meteorologische codes, P.IJ.de Vries, november 2001

    10. Zonnestraling in Nederland , C.A.Velds, KNMI, De Bilt, 1992

    11. Global Radiation Measurements in the Operational KNMI Meteorological Network,

    Effects of pollution and ventilation, F.Kuik, KNMI Technical Report TR-197, 1997

    12. Operationale UV-metingen bij het KNMI, F.Kuik, KNMI Technical Report TR-200,

    1997

    13. An introduction to Atmospheric Radiation Measurements in Meteorology,

    climatology and industry, K. van den Bos, E. Hoeksema, Kipp & Zonen, 1997

    14. Bepaling van directe en diffuse straling en van zonneschijnduur uit 10-minuut-

    waarden van de globale straling, W.H.Slob et al, KNMI Technical Report TR-136, 1992

    15. Het programma voor berekening van zonneschijnduur uit globale straling,

    U.Bergman, KNMI Technical Report TR-158, 1993

    16. An introduction to solar radiation, M.Iqbal, Academic Press, London, 390 pp, 1983

    17. Inwincomputer AWS, Softwareversie 8.1, A.N. Mazee, 26 oktober 1998

    18. Variability of the solar constant, C.Frhlich, In: Long and short term variability of

    climate, H.Wanner and U.Siegenthaler (eds), Lecture notes in Earth Sciences 16,

    Springer-Verlag, Berlin, pp. 6 17, 1988

    19. XQ1, XD0, XF0-SIAM Straling, J.R.Bijma, Insa Document ID-30-008, versie 2.0,

    KNMI-Insa, KNMI document, 1994

    20. XV0-SIAM UV-straling, J.R.Bijma, Insa Document ID-30-041, versie 1.0, KNMI-Insa,

    KNMI document, 1998

    21. Instruction manual pyranometer CM 11/14, Kipp & Zonen Delft BV, 1992

    22. Instruction manual CUVB1/CUVA1 Scientifi c Narrowband UV Radiometers Global

    Radiation, Kipp & Zonen Delft BV, 1995

    23. Instruction manual pyrheliometer CH 1, Kipp & Zonen Delft BV, 1992

    24. Uncertainty in pyranometer and pyrheliometer measurements at KNMI in De Bilt,

    J.S. Henzing and W.H. Knap, KNMI Technical Report TR-235, 2001

    25. International Standard, Solar energy Reference solar spectral irradiance at the

    ground at different receiving conditions Part 1: Direct normal and hemispherical

    solar irradiance for air mass 1,5, ISO 9845-1, fi rst edition, 1992

    7 - 21

  • 8 - 1 Handboek Waarnemingen; 8 Zonneschijnduur; versie april 2005

    8. Zonneschijnduur1.Beschrijving

    1.1 Benaming van de grootheid

    Algemene benaming: zonneschijnduurInternationale aanduiding: sunshine duration (WMO no.8, ref. 1)

    1.2 Defi nities; omschrijving van de begrippen

    De grootheden zonneschijnduur en relatieve zonneschijnduur zijn gerela-teerd aan de directe straling.De directe straling is de inkomende kortgolvige straling, die het aardoppervlak rechtstreeks bereikt. De overgedragen energie wordt bij de meting bepaald in een hoeveelheid energie per oppervlakte-eenheid loodrecht op de invals-richting van de zon (W/m2). Voor een nadere beschrijving zie hoofdstuk 7, Straling, van dit handboek.

    - zonneschijn In overeenstemming met de WMO-defi nitie is er sprake van zonneschijn als de fl ux van de directe straling meer dan 120 W/m2 is {W: Watt, J: Joule; W = J/s}.(WMO no.8, ref.1, par. 8.1.1)

    - zonneschijnduur De zonneschijnduur is de totale gesommeerde tijdsduur binnen een beschouwd tijdvak gedurende welk sprake is van zonneschijn volgens boven-staande defi nitie.Beschouwde tijdvakken kunnen zijn: een volledig uur; het maximale dagdeel op een bepaalde datum waarin theoretisch sprake kan zijn van zonneschijn volgens bovenstaande defi nitie. Dit is dus de theoretisch maximale zonneschijnduur voor die datum. Formeel wordt met genoemd dagdeel bedoeld de tijdspanne tussen het moment dat de bovenste rand van de zon boven de horizon komt en het moment dat de zon in zijn geheel weer achter de horizon verdwijnt.

    - relatieve zonneschijnduur De relatieve zonneschijnduur is de procentuele tijdsfractie van het beschouw-de tijdvak (uur, maximale dagdeel) waarin sprake is geweest van zonneschijn volgens bovenstaande defi nitie.

    1.3 Eenheden

    De in de operationele berichtgeving gebruikte eenheden voor zonneschijn-duur zijn (conform SI, ref. 8) als volgt: zonneschijnduur: uur; relatieve zonneschijnduur: percentage % .

  • Handboek Waarnemingen; 8 Zonneschijn; versie april 2005

    1.4 Elementcodes

    - Groep 55SSS (SYNOP 00 UTC)De symbolische vorm SSS wordt gebruikt om de dagelijkse zonneschijn, in uren en tienden van uren, te melden. Deze is alleen van toepassing voor sta-tion De Bilt (06260) en wordt aldaar alleen in het SYNOP - bericht van 00.00 UTC gemeld. De in dit bericht gerapporteerde zonneschijnduur is gebaseerd op de berekening uit waarden globale straling met behulp van algoritme Slob, HIM versie (zie paragraaf 5). Voorbeeld: 55117 impliceert in totaal 11,7 uur zonneschijn in de afgelopen periode van 24 uur. (ref.9)

    - SQSQ In het Klimatologisch Informatie Systeem KIS wordt de symbolische vorm SQ (code SQSQ) gebruikt om de uurlijkse zonneschijnduur, in tienden van uren, te geven. De in KIS opgeslagen waarden zonneschijnduur zijn gebaseerd op de berekening uit waarden globale straling met behulp van algoritme Slob, KD/OD- versie (zie paragraaf 5). Voorbeeld: SQSQ = 07 op 13 UTC impliceert 0,7 uur zonneschijn in totaal in tijdvak 12 - 13 UTC. Deze code is van toepas-sing op alle stations waar globale straling wordt gemeten (zie hoofdstukken 1 en 7 van dit handboek).

    8 - 2

  • Handboek Waarnemingen; 8 Zonneschijnduur; versie april 2005

    2. Operationele eisen

    2.1 Bereik

    Het maximale bereik per etmaal voor zonneschijnduur is 18 uur (in Neder-land is in het tijdvak 21 UTC 03 UTC nimmer sprake van zonneschijn). Het bereik voor relatieve zonneschijnduur in tijdvakken van 1 uur c.q. 1 etmaal is: 0 - 100 %. In de praktijk zal 100% zonneschijnduur voor een etmaal zich nooit voordoen, omdat de zon zelfs bij extreme helderheid toch ruim boven de horizon zal moeten staan voordat een stralingsfl ux van 120 W/m2 wordt bewerkstelligd.

    2.2 Waarneemresolutie in verband met berichtgeving

    De vereiste waarneemresolutie voor zonneschijnduur is 0,1 uur (cf.WMO, ref.1). De vereiste waarneemresolutie voor relatieve zonneschijnduur (per tijdvak uur c.q. 1 etmaal) is 1 %.

    2.3 Operationeel vereiste nauwkeurigheid

    De vereiste nauwkeurigheid in de berichtgev