Click here to load reader

Web viewNepal als voorbeeld van een zware aardbeving met grote gevolgen en Groningen als voorbeeld van een minder zware beving mede veroorzaakt door de mens

  • View
    216

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Web viewNepal als voorbeeld van een zware aardbeving met grote gevolgen en Groningen als voorbeeld...

Docentenhandleiding webquest

Aardbevingen in Groningen en Nepal 2015

Tom Schreursstudent nummer

Igor Hoogeveenstudent nummer1661665

Inhoudsopgave

Algemene introductieblz. 3

Waar gaat de Webquest over?

Afbakening regio

Koppeling met de methode en doelgroep

Kerndoelen (vwo)

Leerdoelen

Didactische verantwoordingblz. 5

Verdiepingsmateriaal blz .6

Sociale geografie

Fysische geografie

Organisatieblz. 9

Opbouw van de webquest

Werkwijze en doel van de webquest

Tips voor de uitvoering

Meerwaarde voor leerlingen en docenten

Evaluatieblz. 11

Beoordelingsschema

Literatuurlijstblz. 15

Waar gaat de webquest over

Deze webquest gaat over aardbevingen in het algemeen en aardbevingen in Nepal en Groningen in het bijzonder. We willen leerlingen van 3 VWO inzicht geven in de oorzaak en de gevolgen van aardbevingen. De verwerking van de opgedane kennis is er op gericht een lessenserie te ontwerpen om de tijdens de webquest opgedane kennis over te dragen aan kinderen uit groep 8 van de basisschool.

We kiezen bij onze webquest bewust voor twee gebieden waar onlangs nog aardbevingen plaatsgevonden hebben. We begrijpen dat we hierbij het risico lopen dat onze webquest op een gegeven moment gedateerd wordt, maar we vinden het belangrijk om zo veel mogelijk bij de actualiteit aan te sluiten. Nepal als voorbeeld van een zware aardbeving met grote gevolgen en Groningen als voorbeeld van een minder zware beving mede veroorzaakt door de mens.

We willen dat leerlingen de lesstof zo gebruiken in de lessenserie voor groep 8 dat zij de theorie over aardbevingen niet alleen begrijpen maar ook kunnen uitleggen. Uitleggen wordt gezien als een diepere vorm van begrip.

In onze leerdoelen staat omschreven welke geografische kennis de leerlingen tijdens het maken van onze webquest op zullen doen.

Op het gebied van de geografische vaardigheden verdiepen de leerlingen zich verder in het werken met Google Earth en Gapmindor.

Afbakening regio

Deze webquest gaat over gebieden waar aardbevingen voor kunnen komen. We kiezen hierbij voor de Himalaya en specifiek voor de regio Nepal en Nederland en daarbij kijken we naar de regio Groningen. Het gaat hierbij om uniforme regios omdat we kijken naar het verspreidingsgebied van n verschijnsel (Pater, 2011).

Twee gebieden die de afgelopen maanden veelvuldig in het nieuws geweest zijn vanwege aardbevingen. Geologisch gezien verschillen deze regios behoorlijk van elkaar. Dit willen we in de webquest dan ook naar voren laten komen.

Koppeling met de methode en doelgroep

De webquest is gemaakt voor leerlingen van 3 VWO. De lesstof wordt aangeboden in Hfdst 1 natuurlijke hulpbronnen van de methode Humboldt.

Kerndoelen (SLO)

In de webquest komen verschillende kerndoelen aan bod. De kerndoelen zijn onderdeel van Mens en Maatschappij en Nederlands. (slo, 2015: http://ko.slo.nl/kerndoelen/)

Nederlands

Kerndoel 05: Omgaan met informatiebronnen

Kerndoel 06: Overleg, planning, discussie

Kerndoel 07: Presenteren (indien de lessenserie werkelijk uitgevoerd wordt)

Mens en Maatschappij

Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Kerndoel 39: Onderzoek leren doen

Kerndoel 41:Omgaan met atlas en kaarten

Leerdoelen

Hoofdvraag

Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen tussen aardbevingen in Groningen en Nepal?

Subdoelen

1. De leerlingen weten hoe platentektoniek werkt.

2.De leerlingen weten hoe als gevolg van plaattektoniek aardbevingen ontstaan. (Divergente breuk, transversale breuk en convergente breuk).

3. De leerlingen weten wat de schaal van Richter is

4. De leerlingen weten wat de oorzaak van aardbevingen in Groningen is

5. De leerlingen weten wat de gevolgen van de aardbevingen in Groningen zijn.

6. De leerlingen weten wat de oorzaak van aardbevingen in Nepal is.

7. De leerlingen weten wat de oorzaak van aardbevingen in Nepal is.

8. De leerlingen begrijpen de onderstaande modellen uit At risk:

Potential approaches/ measures to reduce and adapt to risk

The progression of vulnerability

9.De leerlingen kunnen onderstaande vraag beantwoorden.

Waarom is de kans op een natuurramp in Nepal groter dan in Groningen?

Didactische verantwoording

Een webquest is een interactieve manier om de leerlingen op een zelfstandige manier kennis op te laten doen en deze kennis door onderzoek (vooral op internet) te laten verwerken in een eindproduct (Demmers, 2011).

Bernie Dodge ontwikkelde het idee om webquests in te zetten als onderwijsvorm. Hij maakte hierbij gebruik van ideen van Robert Manzano die vooral bekend is van zijn ideen over meervoudige intelligentie. Het gebruik van kennis en mogelijkheden van kinderen om op verschillende manieren tot leren te komen.

Deze webquest is een kort durende webquest, de leerlingen zijn drie lessen (inclusief huiswerk) met de opdracht bezig.

Het doel van deze webquest staat op blz. 3 omschreven.

Het doel is bereikt als in de lessenserie die de leerlingen gaan voorbereiden te zien is dat bovenstaande doelen op een correcte wijze verwerkt zijn.

De meerwaarde voor de leerlingen is dat zij de lesstof zelf mogen presenteren, zij worden de leerkracht. Hierdoor kunnen zij niet meer passief leren maar moeten actief met de bronnen aan het werk. Bij het uitleggen van opgedane kennis ontstaat een diepere vorm van begrip bij de leerlingen.

Meerwaarde voor leerlingen en docenten

De leerlingen kunnen met deze webquest zelfstandig aan het werk. Onze webquest is een gestructureerde manier om verdieping op te doen over aardbevingen. We hebben bewust voor een onderwerp gekozen wat aansprekend/ fascinerend voor de leerlingen is. De leerlingen zullen gemotiveerd zijn om de lessenserie te maken, zeker als ze de mogelijkheid hebben om de serie of een enkele les hieruit ook werkelijk op een basisschool uit te voeren.

Meerwaarde voor de docenten is dat de webquest een verdieping biedt op eerder behandelde lesstof. De webquest kan gebruikt worden voor de hele klas, maar ook voor een deel van de klas. Er kunnen in een klas bijvoorbeeld webquests gemaakt worden over verschillende onderwerpen waarna de resultaten in de klas gepresenteerd kunnen worden. Doordat de webquest kant en klaar is zal de inbreng en voorbereiding van de docent te overzien zijn. Ook kunnen delen van de webquest als huiswerkopdracht gebruikt worden.

De webquest is te gebruiken in combinatie met elke aardrijkskunde methode.

Verdiepingsmateriaal

Fysische geografie

Aardbevingen algemeen

De aarde bestaat uit meerdere lagen. De buitenste laag is de aardkorst. Deze korst is onder land tussen 30 en 60 kilometer dik en onder de oceaan meestal minder dik. Een aardbeving ontstaat bij een trilling in de aardkorst.

Meestal wordt een aardbeving veroorzaakt door het schuiven van de platen waaruit de aardkorst bestaat. De platen zijn voortdurend in beweging en dit kan trillingen veroorzaken. Soms komt er plotseling veel energie vrij binnen korte tijd en trilt een gebied eromheen mee en spreken we van een aardbeving. Dit gebeurt het vaakst op plekken waar de platen aan elkaar grenzen, de breuklijnen.

Als een aardbeving ontstaat vanwege schuivende platen rond de breuklijnen, dan kan er sprake zijn van 3 verschillende bewegingen (Christopherson, 2009).

De platen worden tegen elkaar aangedrukt

Als twee platen naar elkaar toe bewegen dan kan het zijn dat er geen ruimte meer is tussen de twee delen aardkorst. De platen schuiven dan vaak over elkaar heen, waardoor een aardbeving kan ontstaan. Dit is een langzaam proces, waarbij steeds spanning wordt opgebouwd totdat de platen met een schoksgewijze beweging over elkaar heen glijden.

De platen bewegen van elkaar af

Als de platen juist van elkaar af bewegen, dan ontstaat er ruimte in de breuklijn tussen de platen. Hierdoor komt lava naar boven. De lava koelt vervolgens af en wordt onderdeel van de aardkorst.

In deze situatie ontstaan geen aardbevingen.

De platen bewegen langs elkaar

Behalve naar elkaar toe en uit elkaar kunnen de platen ook langs elkaar bewegen. Als de platen strak tegen elkaar aan liggen, maar toch langs elkaar willen bewegen, dan wordt eerst veel spanning opgebouwd. Op een gegeven moment wordt de spanning te groot, waardoor de platen met een schok langs elkaar schuiven en een aardbeving ontstaat. De plaats waar een aardbeving plaatsvindt wordt het hypocentrum genoemd. De plaats op het aardoppervlak recht boven het hypocentrum wordt het epicentrum genoemd. Op deze plek is de aardbeving het zwaarst.

Aardbevingen door gaswinning in Groningen

Gaswinning veroorzaakte in 2012 een aardbeving in Loppersum van 3,6 op de schaal van Richter (Rijksoverheid, sd). Dat was de reden voor het kabinet om de gevolgen van de aardbevingen te onderzoeken.

De gaswinning veroorzaakt tegenwoordig zon 50 aardbevingen per jaar. Tot 1986 kwamen er in Noord-Nederland geen aardbevingen voor. De eerste aardbeving was in Assen op 26 december 1986. Daarnaregistreerde het KNMI meer dan 1000 aardbevingen in dit gebied.

Onderzoek laat zien dat in de toekomst sterkere aardbevingen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld met een kracht tussen 4 en 5 op de schaal van Richter.

In het zandsteen in de ondergrond van Groningen is ruimte in de zogenaamde porin van de steentjes (Perez, 2013). Het organische materiaal onder deze zandsteenlaag is gaan rotten en hierdoor is er gas in de zandsteen holtes gekomen. Dat gas zit daar onder hoge druk met het gewicht v

Search related