28
WERKDRUK, REGELMOGELIJKHEDEN, ARBEIDSORIENTATIE EN ARBEIDSTEVREDENHEID Tevreden ondanks de hoge werkdruk. De rol van de arbeidsoriëntatie van leraren in de relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid. Greetje van den Heiligenberg Studentnummer 305271

Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

  • Upload
    others

  • View
    1

  • Download
    0

Embed Size (px)

Citation preview

Page 1: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

WERKDRUK, REGELMOGELIJKHEDEN, ARBEIDSORIENTATIE EN ARBEIDSTEVREDENHEID

Tevreden ondanks de hoge werkdruk.De rol van de arbeidsoriëntatie van leraren in de relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid.

Greetje van den Heiligenberg

Studentnummer 305271

Drs. L.F.J. Jetten

Dr. J.F.K. Braster

Page 2: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Voorwoord

Voor u ligt mijn masterthesis ter afronding van de studie sociologie, richting Arbeid, Organisatie en

Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Mijn affiniteit met het onderwijs en mijn waardering

voor degenen die dagelijks bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen, zijn bepalend geweest voor mijn

keuze de werkdruk, de arbeidsoriëntatie en de arbeidstevredenheid van leraren te onderzoeken. Vanuit

mijn overtuiging dat leraren die het beste uit zichzelf halen ook het beste met hun leerlingen bereiken,

besteed ik ook in de toekomst graag aandacht aan het welzijn in het onderwijs.

De studie heeft me in meerdere opzichten verrijkt. Het was een geweldig leerzame ervaring en met veel

plezier heb ik nogal wat avonden doorgebracht in de collegezaal of met mijn neus in de boeken. De

gezelligheid met medestudenten heeft dit plezier nog eens versterkt. Marleen, Joost, Michiel, Hans,

Caspar, Pleuni, Tamar en Rosanne bedankt!

Graag bedank ik het bestuur, de directies en alle leraren van KPO Roosendaal voor de medewerking aan

het onderzoek. Wat een mooie respons! Tijdens dit afstudeertraject heb ik veel gehad aan de

samenwerking met mijn oud collega en tevens medestudent Annabeth Rinkel. Samen hebben we die

afstudeerberen toch maar mooi van de weg geruimd… Daarnaast dank ik Gert Jan, die regelmatig mijn

vraagbaak was. Uiteraard gaat vooral veel van mijn dank uit naar mijn scriptiebegeleider Bert Jetten. Zijn

kritische blik en heldere feedback (in begrijpelijke taal maar onduidelijke aantekeningen), hebben het mij

mogelijk gemaakt dit onderzoek binnen een relatief korte tijd te volbrengen. Daarnaast dank ik Sjaak

Braster, die als tweede beoordelaar zelfs in het weekend klaarstond.

Verschillende mensen hebben mij geïnspireerd en uitgedaagd op zoek te gaan naar theoretische en

praktische verdieping. Ton, hier ben jij er zeker één van! Maar een studie naast een baan betekent

prioriteiten stellen. Ik dank dan ook mijn familie en vrienden voor hun begrip, interesse en steun. In het

bijzonder Niels: dankjewel voor de ruimte die je me altijd hebt gegeven. Super dat we nu bijna gelijktijdig

afstuderen!

Tot slot noem ik Pleun. Bij aanvang van deze studie had ik nooit gedacht dat ik met een ondeugende

peuter op schoot de laatste woorden van mijn scriptie zou typen. Dankjewel!

Breda, juni 2012

Greetje van den Heiligenberg

2

Page 3: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

SamenvattingSpeelt de arbeidsoriëntatie van leraren een modererende rol in de relatie tussen werkdruk en

regelmogelijkheden enerzijds en de intrinsieke en extrinsieke arbeidstevredenheid anderzijds? Deze vraag

is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs

Roosendaal (N=221). Op grond van veronderstellingen afgeleid van het JD-C model (Karasek, 1979) werd

een interactie effect tussen werkdruk en regelmogelijkheden verwacht. Dit veronderstelde effect werd niet

gevonden, daarentegen werd een positief direct verband tussen regelmogelijkheden en intrinsieke en

extrinsieke arbeidstevredenheid aangetoond. Het verwachte moderatie effect van de arbeidsoriëntatie werd

binnen deze studie eveneens niet gevonden. De arbeidsoriëntatie versterkt het positieve effect van

regelmogelijkheden op de relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid niet. Met dit onderzoek is

bevestigd dat werkkenmerken de belangrijkste voorspellers zijn voor de arbeidstevredenheid.

AbstractDoes teacher work orientation moderate the relationship between job demands and autonomy on one side

and intrinsic and extrinsic job satisfaction on the other? This question has been studied in an online survey

in an organization for Catholic Primary Education in Roosendaal (N=221). Based on assumptions of the

JD-C model (Karasek, 1979) an interaction effect between job demands and autonomy was expected. The

assumed effect was not found, but a direct positive relationship between autonomy and intrinsic and

extrinsic job satisfaction has been demonstrated. The expected moderation effect between work orientation

was not found either. Work orientation does not boost the positive effect of autonomy in the relationship

between job demands and job satisfaction. This study confirms work characteristics to be the strongest

predictors of job satisfaction.

Inleiding en probleemstellingOnderwijsmensen zijn blij met hun baan. Arbeidstevredenheidsonderzoeken wijzen uit dat leraren over het

algemeen tevreden zijn over het werk (Research voor Beleid, Tussenmeting convenant LeerKracht, 2011).

Maar de druk is hoog. De veranderingen die zich de laatste jaren zowel in het onderwijs als binnen de

samenleving hebben voltrokken hebben de druk op leraren doen toenemen (Ploeg & Scholte, 2003).

Hoewel de meeste scholen maatregelen nemen, zoals minder vergadertijd, taak- en functiedifferentiatie en

de inzet van onderwijsassistenten, ervaart onderwijspersoneel een relatief hoge werkdruk (Personeel- en

mobiliteitsonderzoek BZK, 2009).

Binnen de wetenschappelijke literatuur bestaat veel aandacht voor de negatieve gevolgen van werkdruk. In

dit kader is het verband tussen werkdruk en arbeidstevredenheid door verschillende onderzoekers

onderzocht (zie o.a. Karasek, 1979; Christis, 1998; Schaufeli & Enzman, 1998; Spector, 1997) en over het

algemeen blijkt hieruit dat werkdruk negatief samenhangt met arbeidstevredenheid. Ofwel: werknemers die

een hoge mate van werkdruk ervaren, zijn minder tevreden met het werk. Dit geldt echter niet voor leraren.

Zij beleven plezier in het werk ondanks de hoge werkdruk die zij binnen de dagelijkse onderwijspraktijk

ervaren. Hoe is dit verschijnsel te verklaren?

3

Page 4: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Uitgaande van het populaire model van Karasek (JD-C model, 1979) en de sociotechniek (De Sitter, 1998)

kan de mate van autonomie waarover leraren in de uitvoering van hun werkzaamheden beschikken een

mogelijke verklaring bieden. Voldoende ruimte om zelf beslissingen te nemen stelt hen namelijk in staat het

werk aan te passen aan de problematische kenmerken van het werk, waardoor het negatieve effect van

werkdruk op de arbeidstevredenheid kan worden opgevangen (Karasek, 1979). Karasek toont op basis van

empirische toetsing aan dat er een verband bestaat tussen werkkenmerken en de arbeidstevredenheid.

Individuele verschillen tussen mensen worden hierbij als niet belangrijk voor de effecten van

werkkenmerken beschouwd (Schaufeli, 2007). Er verschijnt echter steeds meer empirisch onderzoek

waaruit blijkt dat persoonskenmerken een rol spelen in de relatie tussen werkdruk en de

arbeidstevredenheid (zie o.a. Schaufeli, 2007; Spector & O’Connel, 1994). In deze studie wordt binnen de

context van Karaseks theorie onderzocht of de arbeidsoriëntatie van individuele leraren zo’n modererende

factor is. Welke specifieke werkaspecten vinden zij belangrijk en beïnvloeden deze voorkeuren het

veronderstelde negatieve effect van werkdruk op de arbeidstevredenheid?

Bij de uitwerking van de arbeidsoriëntatie als moderatorvariabele wordt een tweedeling gehanteerd: een

intrinsieke en een extrinsieke arbeidsoriëntatie (Herzberg, 1959; Godschalk, 1978; Van Ruysseveldt et al.,

2004). Werknemers met een intrinsieke arbeidsoriëntatie kennen voornamelijk waarde toe aan de

inhoudelijke aspecten van het werk, zoals ontplooiingsmogelijkheden, variatie en autonomie. Het werk is

het doel op zich, men haalt voldoening in de eerste plaats uit het werk zelf. Hiermee in contrast impliceert

een extrinsieke arbeidsoriëntatie een sterke gerichtheid op de opbrengsten van het werk, zoals inkomen,

sociale contacten, status en gunstige vakantieregelingen (Van Ruysseveldt et al., 2009). De centrale

onderzoeksvraag luidt: Kan de relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid van leraren worden

verklaard op basis van de arbeidsoriëntatie?

Door binnen het kader van het JD-C model de arbeidsoriëntatie van leraren te onderzoeken, wordt inzicht

verkregen in de vraag of individuele verschillen tussen werknemers het effect van werkkenmerken

beïnvloeden. Aandacht voor de werkdruk en arbeidstevredenheid in het onderwijs is tevens om praktische

redenen van belang. Een goede leraar kan aanzienlijk verschil maken in de scores van een gemiddelde

leerling in een enkel schooljaar (Staiger & Rockoff, 2010: Onderwijsraad). Maar wie met tegenzin naar zijn

werk gaat of in zijn werk grote druk ervaart, zal grote moeite hebben om op betrokken en gemotiveerde

wijze leerlingen te begeleiden in het proces naar volwassenheid en kennis aan hen over te dragen (Ploeg &

Scholte, 2003). De overheid hecht grote waarde aan het verder verbeteren van de kwaliteit van het

onderwijs (Nota werken in het onderwijs 2012: ministerie van OC&W, 2011) en zet daarom in op

verdergaande professionalisering van leraren en het bevorderen van de aantrekkelijkheid van het beroep.

Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap stelt in haar nota ‘Werken in het onderwijs 2012’ dat

leraren die tevreden zijn over hun baan en de school of instelling waar zij werken gemotiveerder en

productiever zijn dan ontevreden leraren. Om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen zijn dus tevreden

leraren nodig: leraren die zich, ondanks het gebrek aan carrièreperspectieven en de hoge werkdruk,

gedurende hun gehele onderwijsloopbaan inzetten om te voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen.

Als laatste is er een economisch belang. De werkdruk die leraren ervaren gaat gepaard met een

4

Page 5: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

verzuimpercentage van gemiddeld 6 tot 7,5 procent. Een kwart van dit verzuimpercentage is werk

gerelateerd, waarvan iets meer dan de helft wordt veroorzaakt door werkdruk (Sector Bestuur Onderwijs,

Arbeidsmarktanalyse Primair onderwijs 2011). Dit nadelige gevolg van werkdruk kost de samenleving veel

geld en kan bovendien onderwijskundige ontwikkelingen belemmeren.

Werkdruk en arbeidstevredenheidVeel mensen werken het beste wanneer zij werkdruk ervaren (Stichting van de Arbeid, 2000).

Problematisch wordt werkdruk echter wanneer medewerkers gedurende een langere periode niet, of

slechts met grote moeite, aan de eisen die vanuit de organisatie worden gesteld kunnen voldoen (Kuiper,

2005). Deze eisen kunnen variëren in hoeveelheid, kwaliteit en werktempo. Werkdruk kent een kwalitatieve

en een kwantitatieve exponent (De Sitter,1982,1995). Kwantitatieve werkdruk verwijst naar de druk die

ontstaat door een te hoge hoeveelheid aan taken die de werknemer dient uit te voeren en de kwalitatieve

werkdruk impliceert de druk die ontstaat door het gebrek aan regelmogelijkheden voor het oplossen van

problemen waarmee de werknemer tijdens de uitvoering van zijn takenpakket wordt geconfronteerd

(Christis,1992). Gerelateerd aan het onderwijs komt de eerste vorm van werkdruk vooral voor met

betrekking tot niet-lesgebonden taken en heeft de kwalitatieve werkdruk voornamelijk betrekking op de

lesgevende taken zelf (Christis 1992; Bakker, 2003).

Aanhoudende werkdruk kan leiden tot allerlei nadelige gevolgen voor de werknemer, waaronder een

afname van de arbeidstevredenheid en zelfs stress. Omdat de termen werkdruk en werkstress nogal eens

voor verwarring zorgen, is een nadere afbakening van deze begrippen zinvol. Werkdruk beschrijft het totaal

aan kenmerken van het werk en de werkomgeving die het belastende karakter van het werk bepalen

(Jetten, 2003). Werkstress daarentegen indiceert de onaangename negatieve emoties zoals spanning,

frustratie of depressie, als reactie op (psychische) overbelasting in het werk (Van Veldhoven, 2002;

Kyriacou & Sutcliffe, 1977). Om de reden dat deze studie zich uitsluitend richt op de relatie tussen

werkdruk en arbeidstevredenheid, wordt niet ingegaan op bestaande inzichten omtrent werkstress.

Hiernaast dient het verschil tussen objectieve werkdruk en subjectieve werkdruk te worden opgemerkt.

Waar een objectieve werkdruk wordt gemeten door een inventarisatie van de feitelijke werklast gekoppeld

aan een bepaalde tijdseenheid, staat bij de subjectieve werkdruk de beleving van de werknemer centraal

(Jetten, Braster & Pat, 1999). Omdat de ervaren werkdruk bepalend is voor de nadelige gevolgen van het

werk, wordt de subjectieve werkdruk van leraren onderzocht.

Binnen empirisch onderzoek is meerdere malen vastgesteld dat werkkenmerken de belangrijkste

voorspeller zijn van arbeidstevredenheid (Van Ruysseveldt, 2009). Hieruit blijkt dat werkdruk negatief in

relatie staat met arbeidstevredenheid (Schaufeli & Enzmann, 1998; Spector, 1997). Hoewel de relatie

tussen werkdruk en arbeidstevredenheid binnen een verscheidenheid aan onderzoek op dit terrein

inconsistent is (Steenvoorden, 2009), wijst de onderzoeksliteratuur hoofdzakelijk uit dat werkdruk en

gebrek aan regelmogelijkheden negatief samenhangen met arbeidstevredenheid (zie o.a. Schaufeli &

Enzmann, 1998; Spector, 1997, Karsten et al., 2005; Jamal, 1990). Arbeidstevredenheid wordt in de

literatuur opgevat als de attitude die men heeft ten aanzien van de arbeid die wordt verricht (zie o.a. Berting

5

Page 6: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

& De Sitter, 1971; Locke, 1976; Vogelaar, 1990, Van de Parre, 1996, Van der Ploeg & Scholte, 2003). De

tevredenheid die men ervaart ten opzichte van de verschillende werkaspecten kan dan ook worden

beschouwd als een subjectieve, emotionele reactie op de werksituatie (Luthans, 1998).

Arbeidstevredenheid is een veel onderzocht thema en veel onderzoek op dit terrein is gericht op de

determinanten hiervan. Uit deze onderzoeken is gebleken dat individuele factoren, zoals leeftijd en

geslacht niet of nauwelijks een rol spelen (Reiner & Zhao, 1999; Ting, 1997, in Steijn, 2003) en dat vooral

de werkcontext van belang is. Nadat de werkcontext door Herzberg (1966) werd uitgewerkt door intrinsieke

factoren (zoals de taakinhoud) en extrinsieke factoren (zoals de beloning) te onderscheiden, zijn

verschillende determinantenmodellen ontwikkeld en toegepast. Het voornaamste kenmerk dat deze

modellen van elkaar onderscheidt is de mate waarin de focus zich al dan niet beperkt tot de objectief

aanwezige kenmerken van de arbeidsomgeving (zie o.a. Hackham & Oldham 1975; 1980; Ten Horn, 1983;

Van der Parre,1996; Hacker & Lawman, 1971).

In dit onderzoek staat de arbeidstevredenheid van leraren centraal. Hierbij wordt de tweedeling ‘intrinsieke

en extrinsieke arbeidstevredenheid’ gehanteerd. Op basis van de bestaande inzichten wordt een negatief

effect van werkdruk op zowel de intrinsieke als de extrinsieke arbeidstevredenheid van leraren verwacht.

De eerste twee hypothesen luiden:

H1: Werkdruk heeft een negatief hoofdeffect op de intrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.

H2: Werkdruk heeft een negatief hoofdeffect op de extrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.

De interactie tussen taakeisen en regelmogelijkheden als voorspeller van

arbeidstevredenheidHet onderzoeksmodel van dit onderzoek steunt op de basisassumptie van het job demands control model

(JD-C model, Karasek, 1979). Zoals in de inleiding besproken veronderstelt dit model dat controle over de

uitvoering van taken het ongewenste effect van werkdruk op de arbeidstevredenheid kan opvangen.

Karasek gaat hierbij uit van twee interacterende variabelen: de eisen die het werk aan de medewerkers

stelt (taakeisen) en de zelfstandigheid of de regelmogelijkheden waarover medewerkers beschikken bij de

uitvoering van het werk (controle). Op basis hiervan worden vier categorieën taken en functies

onderscheiden die iets zeggen over de gevolgen van het werk (Karasek, 1979). Hiervan zijn ‘slopend werk’

en ‘eenvoudig werk’ de twee uitersten: wanneer de taakeisen hoog zijn en de regelmogelijkheden laag

(slopend werk), wordt een ongunstig effect op de arbeidstevredenheid verwacht. Voor functies met lage

taakeisen en veel regelmogelijkheden (eenvoudig werk) kan als gevolg van verveling eveneens een

negatief effect worden voorspeld (Karasek, 1979). Als reactie op de kritiek dat geen rekening wordt houden

met interacties tussen mensen en de sociale ondersteuning door leidinggevenden en collega’s, is aan het

JD-C model een derde dimensie toegevoegd: sociale steun op de werkplek (JDCS model, Karasek &

Theorell, 1990). Echter wordt het veronderstelde interactie effect tussen de drie werkkenmerken

(taakeisen, controle en sociale steun) niet vaak gevonden en als deze interactie optreedt dan is deze zwak

en anders dan het JDCS model veronderstelt (Hausser et al., 2010; Schaufeli, 2003). Dit model in zijn

6

Page 7: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

uitgebreide vorm kan daarom eerder worden gezien als een uitbreiding, dan een inhoudelijke verandering

van de oorspronkelijke variant (Taris, Kompier, Lange, Schaufeli, Schreurs, 2003). Om deze reden is

ervoor gekozen de derde dimensie ‘sociale steun’ niet op te nemen in dit onderzoek.

Karaseks model is in Nederland bijzonder populair, met name onder organisatiepsychologen en -

sociologen (Schaufeli, 2007; Mooij & Warmerdam, 1998; De Lange, Taris, Kompier, Houtman & Bongers,

2003). Het ‘eenvoudige’ idee dat de verhouding tussen taakeisen en regelmogelijkheden de

gezondheidsrisico’s voor werknemers en hun beoordeling van de arbeid voorspelt vormt de basis van

bekende wetenschappelijke stromingen met betrekking tot de arbeidskwaliteit, waaronder de sociotechniek

(De Sitter, 1994). Het model is verder uitgewerkt en verbonden met een aantal centrale begrippen uit de

moderne sociotechniek, gericht op verbetering van de kwaliteit van de arbeid en organisatie (Projectgroep

WEBA, 1989; Kompier & Pot, 1992). De kernassumptie van het JD-C model is verscheidene keren in

empirisch onderzoek getoetst (zie o.a. De Jonge et al., 1999; De Croon et al. 2002; De Lange et al., 2002;

Taris et al. 2004) en de plausibiliteit staat inmiddels buiten discussie.

De verhouding tussen taakeisen en regelmogelijkheden zoals het JD-C model (Karasek, 2009) beschrijft, is

in dit onderzoek gebruikt als het criterium waarmee de welzijnsrisico’s van leraren zijn geïdentificeerd.

Echter is bij de uitwerking hiervan geen gebruik gemaakt van het instrumentarium zoals dat is ontwikkeld

door Karasek (1979) omdat de algemene aard van de vragen zou hebben geleid tot een verlies aan

informatie en niet-relevante items. In navolging van Jetten, Braster en Pat is het begrip werkdruk nader

gedefinieerd op basis van de vier werkdrukcomponenten: taakeisen, verantwoordelijkheid, regelproblemen

en mentale belasting (Jetten, Braster & Pat, 1999). Hieraan is nog een vijfde component, emotionele

belasting, toegevoegd (Van Veldhoven et al., 2002). Door werkdruk op deze wijze te operationaliseren

wordt duidelijk dat naast het werktempo en de werkhoeveelheid de mate van verantwoordelijkheid, de

mentale belasting en bepaalde emotionele factoren medebepalend zijn voor de mate van werkdruk die

wordt ervaren (Pat, 2002). De definitie van regelmogelijkheden is ontleend aan de componenten die

Christis op basis van de sociotechniek onderscheidt: autonomie, ondersteuningsmogelijkheden, functionele

contacten en werkoverleg (Christis, 1998). Op basis van de veronderstelling die uitgaat van het JD-C

model wordt een positief effect van regelmogelijkheden op de relatie tussen werkdruk en de

arbeidstevredenheid voorspeld. Ofwel: naar verwachting wordt het negatieve effect van werkdruk op de

intrinsieke en de extrinsieke arbeidstevredenheid afgezwakt door de regelmogelijkheden waarover leraren

beschikken. Dit leidt tot de volgende twee hypothesen:

H3: Een hoge mate van regelmogelijkheden verzwakt het negatieve hoofdeffect van werkdruk op

de intrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.

H4: Een hoge mate van regelmogelijkheden verzwakt het negatieve hoofdeffect van werkdruk op

de extrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.

7

Page 8: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Wanneer het JD-C model wordt vertaald naar het onderwijs, ontstaat het volgende beeld. De taakeisen van

leraren zijn hoog. Zowel in hun primaire taken zoals lesgeven en lesgebonden werkzaamheden, als in de

secundaire taken zoals deelname aan werkgroepen en vergaderingen, ervaren zij tijdstekort om hun werk

goed uit te kunnen voeren (Klerks, 2010). Dit geldt tevens voor het bijbenen van veranderingen en

vernieuwingen, zoals het aanleren van nieuwe methodes en nieuwe vakgebieden (Klerks, 2010).

Bovendien is sprake van een hoog ambitieniveau en als gevolg van de toenemende media-aandacht voor

het onderwijs betekent dit dat veel partijen ‘met de neus bovenop het onderwijs zitten’ (Inspectie van het

Onderwijs 2002). Tegenover de taakeisen staan de regelmogelijkheden. Wanneer de taakeisen hoog zijn,

is het volgens het JD-C model van belang dat het werk de werknemer voldoende regelmogelijkheden biedt

om aan die eisen tegemoet te komen. De regelmogelijkheden van leraren komen enerzijds voort uit werk

gerelateerde factoren, zoals de ruimte om zelf te beslissen over de uitvoering van de werkzaamheden

(autonomie) en de mogelijkheid om samen met anderen structurele oplossingen te bedenken voor steeds

terugkerende problemen (overleg) (Christis, 1992). Anderzijds kan worden gesteld dat leraren zelf ook een

cruciale rol spelen ten aanzien van de regelmogelijkheden. Zij zijn zelf immers evenzogoed

verantwoordelijk voor het ontwikkelen en behouden van competenties, waardoor hun handelingsrepertoire

en daarmee hun mogelijkheid om regelend op te treden en het werk zelf te plannen, worden vergroot

(Onderwijsraad, 2002). Daarnaast is het goed denkbaar dat de mate waarin men de beschikbare

regelmogelijkheden optimaal benut samenhangt met bepaalde persoonskenmerken, zoals de oriëntatie op

werk. Deze conclusie trekken Van Ruysseveldt et al. (2009) op basis van hun onderzoek naar de rol van

arbeidsoriëntaties als persoonsgebonden energiebron binnen het kader van het job demand-resources

model (JD-R model, Bakker & Demerouti, 2001, 2007). Dit model komt in grote lijn overeen met het JD-C

model en veronderstelt dat werkgebonden energiebronnen zoals autonomie, complexiteit en

ontplooiingsmogelijkheden het ongewenste effect van werkdruk kunnen opvangen. In een omvangrijke

steekproef onder de Nederlandse beroepsbevolking vonden zij een moderatie effect: een intrinsieke

arbeidsoriëntatie versterkt de positieve samenhang tussen de genoemde energiebronnen en de

arbeidstevredenheid (Van Ruysseveldt et al., 2009). Dit effect van een intrinsieke arbeidsoriëntatie op de

relatie tussen werkdruk en energiebronnen enerzijds en arbeidstevredenheid anderzijds, wordt door de

onderzoekers verklaard door de veronderstelling dat intrinsiek georiënteerde werknemers de beschikbare

energiebronnen beter waarnemen en daardoor beter in staat zijn om de mogelijkheden tot autonomie en

persoonlijke ontwikkeling optimaal te benutten. Daarnaast achten zij het denkbaar dat intrinsiek

georiënteerde werknemers meer geneigd zijn zich in te spannen om de autonomie en

ontwikkelingsmogelijkheden in het werk te bevorderen, af te dwingen of zelf tot stand te brengen (Van

Ruysseveldt et al., 2009).

Wat maakt werk de moeite waard? De waarde aan de hand waarvan mensen werk beoordelen verschilt. De één zal eerst het salaris noemen

of de carrièremogelijkheden, terwijl de ander uitdaging, zelfstandigheid en ontplooiingsmogelijkheden

noemt. Het belang dat men toekent aan de verschillende aspecten van het werk wordt ‘arbeidsoriëntatie’

genoemd (Van Hoof, 2002). Binnen de literatuur over arbeidsoriëntaties wordt een onderscheid gemaakt

tussen een intrinsieke en een extrinsieke oriëntatie op werk (Herzberg, 1959; Godschalk, 1978; Van

8

Page 9: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Ruysseveldt et al., 2004). Werknemers met een intrinsieke arbeidsoriëntatie kennen voornamelijk waarde

toe aan de inhoudelijke aspecten van het werk. Het werk is het doel op zich. Bij een extrinsieke oriëntatie

op het werk ziet de werknemer het werk vooral als middel om buiten het werk gelegen doelen te realiseren.

Beide arbeidsoriëntaties sluiten elkaar overigens niet uit. Werknemers kunnen gelijktijdig waarde hechten

aan zowel intrinsieke als extrinsieke aspecten van het werk. Om deze reden maakt Van der Parre naast de

intrinsieke en extrinsieke arbeidsoriëntatie een verdergaande onderverdeling in de egocentrische en

sociocentrische arbeidsoriëntatie (Van der Parre, 1996). De egocentrische oriëntatie houdt in dat het

individu centraal staat: de werknemer hecht veel waarde aan zelfontplooiing en beloning van de

arbeidsprestaties. Binnen een sociocentrische arbeidsoriëntatie staat daarentegen het proces en het

resultaat van de organisatie centraal (Van der Parre, 1996). In dit onderzoek wordt de invloed van de

arbeidsoriëntatie op de relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid onderzocht. Omwille van de

aansluiting bij het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke tevredenheid, wordt hierbij geen gebruik

gemaakt van de vierdeling van Van der Parre (1996). Dit betekent dat de tweedeling ‘intrinsieke en

extrinsieke arbeidsoriëntatie’ wordt gehanteerd.

Met uitzondering van de genoemde studie van Van Ruysseveldt et al. (2009) zijn de meeste onderzoeken

op het terrein van arbeidsoriëntaties voornamelijk gericht op de betekenis van de arbeidsoriëntatie voor

arbeidstevredenheid (zie o.a. Houkes, Janssen, De Jonge & Bakker, 2003; Achterberg et al., 2003).

Meestal wordt daarbij de match tussen de arbeidsoriëntatie en de aanwezigheid van taakaspecten

bestudeerd (Taris & Feij, 2001; Boer, De Jonge & Hamers, 2003; Evers et al., 2006). In deze onderzoeken

is echter slechts een beperkt effect van de fit tussen werkkenmerken en de bijbehorende werkwaarde op

de arbeidstevredenheid gevonden. De rol van arbeidsoriëntaties in het ontstaan van werkstress is in

Nederland nog maar weinig onderzocht (Van Ruysseveldt & Smulders, 2008). Desalniettemin tonen

buitenlandse onderzoeken een significant negatief effect van intrinsieke arbeidsoriëntatie op stress:

werknemers die een grote waarde toekennen aan inhoudelijk interessant, uitdagend werk met veel

ontwikkelingsmogelijkheden, gaan beter om met hoge taakeisen en zijn weerbaarder tegen de negatieve

gevolgen van werkdruk (Warr, 1994; Lu, 1999; Knoop, 2001; Baker, 2004; Van Steenkiste et al., 2007, in

Van Ruysseveldt & Smulders, 2008). De Boer et al. (2003) deden onder werknemers in de zorgsector

onderzoek naar de rol van arbeidsoriëntaties in de relatie tussen werkkenmerken en arbeidstevredenheid

en vonden in de helft van de veronderstelde gevallen (vier van de acht) een significant modererend effect

(in Van Ruysseveldt et al., 2009). In lijn met de inzichten uit de genoemde studies (Van Ruysseveldt et al.,

2009; Warr, 1994; 2009; Lu, 199; Knoop, 2001; Baker 2004; De Boer; et al., 2003) wordt een modererend

effect van de arbeidsoriëntatie op de relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid verwacht.

Overeenkomstig de conclusies van Van Ruysseveldt (Van Ruysseveldt et al., 2009) wordt verondersteld

dat leraren met een intrinsieke arbeidsoriëntatie weerbaarder zijn tegen hoge taakeisen doordat zij de

beschikbare regelmogelijkheden (autonomie, functionele contacten, overleg en ondersteuning) beter

waarnemen en benutten. Naar verwachting versterkt een intrinsieke arbeidsoriëntatie het positieve effect

van regelmogelijkheden op de negatieve relatie tussen werkdruk en tevredenheid. Ofwel: intrinsiek

georiënteerde leraren ervaren minder negatieve gevolgen van werkdruk op de intrinsieke en extrinsieke

arbeidstevredenheid als gevolg van het positieve effect van de regelmogelijkheden waarover zij

9

Page 10: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

beschikken. Extrinsiek georiënteerde leraren kennen voornamelijk waarde toe aan de opbrengsten van het

werk, waaronder sociale contacten. Sociale contacten, geformuleerd als ‘functionele contacten’, maken

onderdeel uit van de regelmogelijkheden zoals deze op basis van de theorie zijn onderscheiden. In

aansluiting bij het bovenstaande kan worden verondersteld dat leraren met een extrinsieke

arbeidsoriëntatie deze component van regelmogelijkheden herkennen en benutten, waardoor zij beter

bestand zijn tegen hoge taakeisen. Ofwel: extrinsiek georiënteerde leraren ervaren minder negatieve

gevolgen van werkdruk op de intrinsieke en extrinsieke arbeidstevredenheid als gevolg van het positieve

effect van de regelmogelijkheden waarover zij beschikken. Dit leidt tot de volgende vier hypothesen:

H5: Een intrinsieke arbeidsoriëntatie versterkt het positieve effect van regelmogelijkheden op de

negatieve relatie tussen werkdruk en de intrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.

H6: Een extrinsieke arbeidsoriëntatie versterkt het positieve effect van regelmogelijkheden op de

negatieve relatie tussen werkdruk en de intrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.  

H7: Een intrinsieke arbeidsoriëntatie versterkt het positieve effect van regelmogelijkheden op de

negatieve relatie tussen werkdruk en de extrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.

H8: Een extrinsieke arbeidsoriëntatie versterkt het positieve effect van regelmogelijkheden op de

negatieve relatie tussen werkdruk en de extrinsieke arbeidstevredenheid van leraren.

Methode

Dataverzameling Dit onderzoek is uitgevoerd binnen de stichting KPO Roosendaal. KPO biedt basisonderwijs aan ongeveer

5800 leerlingen in de gemeente Roosendaal op eenentwintig locaties, waarvan twee scholen voor speciaal

(basis)onderwijs. Alle leraren met een vast dienstverband vormen tezamen de onderzoekspopulatie.

Vanwege afwijkende werkzaamheden zijn leraren in de vervangingspool, onderwijsassistenten, stagiaires

en leidinggevenden niet meegenomen in dit onderzoek. De scholen verschillen onderling in onderwijstype,

leerlingenpopulatie en grootte, dit maakt de onderzoekspopulatie een reële afspiegeling van de totale

sector primair onderwijs. Van de 364 aangeschreven leraren hebben 221 een online vragenlijst ingevuld

(netto respons: 61%), waarvan 14% man, 49% voltijds werkt en 100% een vaste aanstelling heeft. De

gemiddelde leeftijd bedraagt 42,8 jaar (sd =11.23).

Meetinstrumenten Werkdruk

Werkdruk is gedefinieerd aan de hand van vijf componenten: taakeisen, regelproblemen,

verantwoordelijkheid, mentale belasting en emotionele belasting. Deze onafhankelijke variabele is gemeten

op basis van 34 items die zijn afgeleid van de NOVA WEBA (Dhondt & Houtman, 1997) en de WEBO

(Christis, 1995), vragenlijsten voor welzijnsrisico’s in het werk. Voorbeeldvragen zijn: ‘Ik werk onder

10

Page 11: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

tijdsdruk’ en ‘Het werk loopt vaak anders dan gepland’ De meting is verricht op basis van een vierpunts

Likertschaal, met antwoordcategorieën variërend van ‘zeer mee oneens’ (1) tot ‘zeer mee eens’ (4).

Regelmogelijkheden

Deze onafhankelijke variabele bestaat uit de componenten: autonomie, ondersteuningsmogelijkheden,

functionele contacten en werkoverleg en is gemeten aan de hand van 24 items die zijn ontleend aan de

NOVA WEBA vragenlijst. Hierbij zijn vier antwoordcategorieen variërend van ‘zeer mee oneens’ (1) tot

‘zeer mee eens’ (4) gehanteerd. Een voorbeelditem is: ‘Ik kan een eigen werkwijze kiezen.’

Arbeidstevredenheid

Op basis van de beoordeling van relevante aspecten van het werk en de werksituatie is de

arbeidstevredenheid gemeten. Hiervoor is gebruik gemaakt van een gedeelte van de werkdruk vragenlijst

zoals ontwikkeld door sociaal-wetenschappelijk onderzoeksbureau SatisFakt in samenwerking met de

Erasmus Universiteit (Zandbergen-Pronk, 2010), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen intrinsieke en

extrinsieke tevredenheid. De vragen over de intrinsieke arbeidstevredenheid hebben betrekking op de

werkinhoudelijke aspecten en vinden aansluiting bij de uitgangspunten het JD-C model (Karasek, 1979).

Een voorbeeldvraag is: ‘Bent u tevreden met de vrijheid van handelen in uw functie?’. De extrinsieke

tevredenheid van leraren is gemeten op basis van vragen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en de

arbeidsomstandigheden. Een voorbeeldvraag is: ‘Bent u tevreden met uw salaris?’. De

antwoordmogelijkheden beslaan een vijfpuntspunts Likert schaal, oplopend van ‘zeer ontevreden’ (1) tot

‘zeer tevreden’ (5).

Arbeidsoriëntatie

Arbeidsoriëntatie bestaat uit een intrinsieke en extrinsieke component. Intrinsieke arbeidsoriëntatie is

gemeten als de mate waarin de respondent de volgende werkaspecten waardeert: autonomie,

ontplooiingsmogelijkheden, interessant en uitdagend werk, afwisseling, leer- en groeimogelijkheden en iets

bereiken. Extrinsieke arbeidsoriëntatie is gemeten als het belang dat de respondent hecht aan de

werkaspecten: beloning, secundaire arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, werkzekerheid,

geschikte werktijden en sociale contacten. De waarde die hieraan wordt toegekend is vastgesteld op basis

van paarsgewijs vergelijken: de respondenten hebben twaalf keer een keuze gemaakt uit twee banen.

Hierbij kregen zij de keuze uit vijf antwoordmogelijkheden: sterke voorkeur baan A, lichte voorkeur baan A,

geen voorkeur, lichte voorkeur baan B en sterke voorkeur baan B.

Controlevariabelen

Bepaalde sociaaldemografische kenmerken hebben mogelijk een effect op de arbeidstevredenheid (Van

Ruysseveldt & Smulders, 2009). Ten einde valide conclusies te kunnen trekken over de geconstateerde

causale verbanden is in de statistische analyses daarom steeds gecontroleerd voor leeftijd en geslacht.

11

Page 12: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

AnalysesAllereerst is de interne consistentie van de gehanteerde schalen gecontroleerd op basis van factoranalyse.

Van de samengestelde variabelen (werkdruk, regelmogelijkheden en tevredenheid) zijn subschalen

gemaakt en de betrouwbaarheid is gemeten. De subschalen verantwoordelijkheid en ondersteuning zijn

met een Chronbach’s alpha net onder de .60 beperkt betrouwbaar. De andere variabelen zijn met een

Chronbach’s alpha tussen .64 en .88 als betrouwbaar te bestempelen. De hypothesen zijn getoetst op

basis van regressieanalyses. Op grond van variance inflating factors (VIF) is multicollineariteit vastgesteld.

VIF scores >5 worden beschouwd als indicatie voor multicollineariteit (Tabachnick & Fidell, 2000). Om

multicollineariteit te vermijden zijn de interactietermen en de onafhankelijke variabelen gecentreerd.

ResultatenBeschrijvende statistiek De scores op de variabelen zijn gemeten op een schaal 0 tot 10. Ofwel: een hoge score (>5) betekent veel

werkdruk, veel regelmogelijkheden en een hoge arbeidstevredenheid. Bij de arbeidsoriëntatie staat een

score van 0 tot 5 voor een intrinsieke arbeidsoriëntatie en hoger dan 5 voor een extrinsieke

arbeidsoriëntatie. De 5 geeft een neutrale score weer. Uit tabel 1 blijkt dat de respondenten een relatief

hoge werkdruk (M=5.38, sd=0.90) ervaren. In overeenkomst met het verschijnsel dat in de inleiding van dit

onderzoek aan de orde is gesteld (ondanks de hoge werkdruk ervaren leraren een hoge

arbeidstevredenheid) scoren zij hoog op intrinsieke en extrinsieke arbeidstevredenheid (M=6.45, sd=1.45

en M=6.35, sd=1.23) en beschikken zij over een groot aantal regelmogelijkheden (M=5.71, sd=0.83). De

gemiddelde score op de arbeidsoriëntatie geeft een overwegend intrinsieke arbeidsoriëntatie weer

(M=4.04, sd=1.83). In de tabel zijn de correlaties tussen de onafhankelijke en afhankelijke variabelen

weergegeven. Zoals verwacht vertoont werkdruk een significante negatieve samenhang met intrinsieke en

extrinsieke arbeidstevredenheid. Dit betekent dat hypothesen 1 en 2 zijn bevestigd.

Tabel 1. Gemiddelden (M), standaarddeviaties (sd) en intercorrelaties tussen werkdruk, regelmogelijkheden, arbeidsoriëntatie, intrinsieke arbeidstevredenheid en extrinsieke tevredenheid (Chronbach’s alpha op diagonaal).

M sd 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

1. Werkdruk (totaal)

2. taakeisen3. regelproblemen4. verantwoordelijkheid5. mentale belasting6. emotionele belasting

5.38

6.334.755.587.462.75

0.90

1.821.181.161.481.52

.64**

.77**

.47**

.59**

.70**

(.88).32**n.s..36**n.s.

(.73).27**.37**.55**

(.56).28**n.s.

(.79)n.s. (.81)

7. Regelmogelijkheden (totaal)

8. autonomie9. ondersteuning10. functionele contacten en overleg

5.71

4.346.506.29

0.83

1.401.081.00

-.31**

-.23**-.17**-.24**

-.39**

-.47**ns-.20**

-.24**

ns-.21**-.32**

n.s.

n.s.n.s.n.s.

.16**

.-17*n.s..47**

-.12*

n.s..18**-.23**

.71**

.66**

.76

(.83)n.s..28**

(.59).47** (.78)

11. Arbeidsoriëntatie 4.04 1.83 n.s. .19** n.s. n.s. n.s. n.s. -.15* -.22** n.s. -.14* (.84)

Arbeidstevredenheid

12. intrinsieke arbeidstevredenheid13. extrinsieke arbeidstevredenheid

6.456.53

1.451.23

-.29**-.33**

-.50**-.44**

-.18**-.29**

n.s.n.s.

-.15*-.15*

n.s.n.s.

.58**

.51**.54**.34**

.18**

.31**.49**.45**

-.27**-.20**

(.80).62** (.64)

**.01 of minder; *.05 of minder, N=221

12

Page 13: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Interactie analysesHypothesen 3 en 4 veronderstellen een interactie effect tussen regelmogelijkheden en werkdruk. Op basis

hiervan wordt verwacht dat bij een hoge aanwezigheid van regelmogelijkheden de negatieve relatie tussen

werkdruk enerzijds en de intrinsieke en extrinsieke arbeidstevredenheid anderzijds afzwakt.

In tabel 2 zijn de resultaten voor de multipele regressieanalyse voor de afhankelijke variabele intrinsieke

arbeidstevredenheid en in tabel 3 die voor de afhankelijke variabele extrinsieke arbeidstevredenheid

weergegeven. De veronderstelling geformuleerd in hypothesen 3 en 4 krijgt geen empirische

ondersteuning. Werkdruk vertoont geen significante interactie met regelmogelijkheden in het voorspellen

van de arbeidstevredenheid. Dit betekent dat het veronderstelde effect van regelmogelijkheden op de

negatieve relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid niet wordt aangetoond. Daarentegen is sprake

van een direct positief verband tussen regelmogelijkheden en zowel de intrinsieke als de extrinsieke

arbeidstevredenheid (β=.55; p <.01 en β=.45; p <.01). Ofwel: respondenten die hoog scoren op

regelmogelijkheden ervaren een hogere intrinsieke en extrinsieke arbeidstevredenheid. Dit effect van

regelmogelijkheden is het sterkst voor de intrinsieke arbeidstevredenheid. De onafhankelijke variabelen

verklaren samen 37% van de totale variantie in intrinsieke arbeidstevredenheid en 30% van de totale

variantie in extrinsieke arbeidstevredenheid.

Voor hypothesen 5 tot en met 8 is geen empirische bevestiging gevonden. Zowel een intrinsieke als een

extrinsieke arbeidsoriëntatie heeft geen significant versterkend effect op de relatie tussen de

interactievariabele werkdruk x regelmogelijkheden enerzijds en de intrinsieke en extrinsieke

arbeidstevredenheid anderzijds. Dit betekent dat het verwachte moderatie effect van de arbeidsoriëntatie

niet optreedt. Daarentegen is sprake van een direct verband tussen de arbeidsoriëntatie en de

arbeidstevredenheid. Sterk intrinsiek georiënteerde leraren scoren hoger op zowel de intrinsieke als de

extrinsieke tevredenheid (β=-.17; p <.01 en β=-.13; p <.05). De onafhankelijke variabelen verklaren samen

41% van de variantie in de intrinsieke arbeidstevredenheid en 32% van de variantie in de extrinsieke

arbeidstevredenheid. In tegenstelling tot de tweeweg interactieanalyse in model 2 wordt het veronderstelde

interactie effect tussen werkdruk en regelmogelijkheden gevonden wanneer wordt gecontroleerd voor een

moderatie effect van de arbeidsoriëntatie (model 3). Dit geldt echter alleen voor de intrinsieke

arbeidstevredenheid (β=-.15; p <.05). Ofwel: het negatieve effect van werkdruk op de intrinsieke

arbeidstevredenheid (r=-.29; p <.01) zwakt af naarmate de respondent over meer regelmogelijkheden

beschikt.

13

Page 14: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Tabel 2. Hiërarchische regressieanalyse met intrinsieke arbeidstevredenheid als

afhankelijke variabele (N = 221)Model 1

βModel 2

βModel 3

β

leeftijd .00 n.s. .02 n.s. -.02 n.s.

geslacht .17** .15* .11 n.s.

werkdruk -.10 n.s. -.13*

regelmogelijkheden .55** .47**

regelmogelijkheden x werkdruk -.09 n.s. -.15*

arbeidsoriëntatie -.17**

arbeidsoriëntatie x werkdruk .04 n.s.

arbeidsoriëntatie x regelmogelijkheden -.10 n.s.

arbeidsoriëntatie x regelmogelijkheden x werkdruk -.07 n.s.

Adj. R² .02 .37 .41

** p < .01 of minder; * p < .05 of minder

Tabel 3. Hiërarchische regressieanalyse met extrinsieke arbeidstevredenheid als afhankelijke variabele (N = 221)

Conclusies en discussieIn deze studie is de rol van de

arbeidsoriëntatie in de relatie tussen werkdruk en regelmogelijkheden enerzijds en de intrinsieke en

extrinsieke arbeidstevredenheid anderzijds onderzocht. In theoretisch opzicht is aangesloten bij het JD-C

model (Karasek, 1979). Op basis hiervan werd verwacht dat de hoge arbeidstevredenheid van leraren

deels zou zijn te verklaren op basis van de hoge regelmogelijkheden waarover zij beschikken. Binnen dit

kader werd vervolgens de invloed van een derde onafhankelijke variabele op deze relatie onderzocht: de

arbeidsoriëntatie. Dit betekent dat de traditionele werkkenmerkenbenadering (Karasek, 1979) is verlaten.

Op grond van bestaande studies op dit terrein (Van Ruysseveldt et al., 2009; Warr, 1994; 2009; Lu, 199;

Knoop, 2001; Baker 2004; De Boer; et al., 2003) werd een versterkend effect van de arbeidsoriëntatie op

het positieve effect van regelmogelijkheden verondersteld.

Hypothesen 1 en 2 zijn geheel bevestigd: werkdruk heeft een significant negatief effect op zowel de

intrinsieke als de extrinsieke arbeidstevredenheid. Het interactie effect tussen werkdruk en

regelmogelijkheden zoals verondersteld door het JD-C model is daarentegen niet aangetoond. Het

negatieve effect van werkdruk op de intrinsieke en extrinsieke arbeidstevredenheid wordt niet afgezwakt

door de regelmogelijkheden. Dit betekent dat hypothesen 3 en 4 zijn verworpen. Echter is wel sprake van

14

Model 1

βModel 2

βModel 3

β

leeftijd .05 n.s. -.06 n.s. .04 n.s.

geslacht .15* . 13* .11 n.s.

werkdruk -.19 n.s. -.21**

regelmogelijkheden .45** .39**

regelmogelijkheden x werkdruk -.03 n.s. -.09 n.s.

arbeidsoriëntatie -.13*

arbeidsoriëntatie x werkdruk .04 n.s.

arbeidsoriëntatie x regelmogelijkheden -.01 n.s.

arbeidsoriëntatie x regelmogelijkheden x werkdruk -.13 n.s.

Adj. R² .01 .30 .32

*** p < .01 of minder; * p < .05 of minder

Page 15: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

een direct verband tussen regelmogelijkheden en de arbeidstevredenheid. Deze positieve relatie tussen

regelmogelijkheden en arbeidstevredenheid biedt een verklaring voor de hoge tevredenheid van leraren

ondanks de hoge werkdruk die zij ervaren. Zowel hypothesen 5 en 6 als hypothesen 7 en 8 krijgen geen

empirische ondersteuning: de hoge arbeidstevredenheid kan niet worden verklaard op basis van de

intrinsieke en extrinsieke arbeidsoriëntatie als moderatorvariabelen. Daarentegen draagt een intrinsieke

arbeidsoriëntatie wel direct positief bij aan de arbeidstevredenheid: sterk intrinsiek georiënteerde leraren

ervaren een hogere intrinsieke en extrinsieke arbeidstevredenheid. Overigens blijkt het voorspelde

interactie effect van regelmogelijkheden in de relatie tussen werkdruk en arbeidstevredenheid (hypothesen

3 en 4) in het laatste model wel op te treden. Leeftijd en geslacht zijn niet of nauwelijks een voorspeller van

de arbeidstevredenheid.

Implicaties voor theorie en praktijkIn aansluiting bij de onderzoeksliteratuur bevestigt dit onderzoek de negatieve relatie tussen werkdruk en

arbeidstevredenheid (zie o.a. Karasek, 1979; Christis, 1998; Schaufeli & Enzman, 1998; Spector, 1997).

Daarnaast is empirische steun gevonden voor het door verscheidene auteurs veronderstelde effect van

regelmogelijkheden op de arbeidstevredenheid (zie o.a. Schaufeli & Enzmann, 1998; Spector, 1997,

Karsten et al., 2005; Jamal, 1990). De regelmogelijkheden hangen inderdaad sterk positief samen met

zowel de intrinsieke als de extrinsieke arbeidstevredenheid. Bij een gebrek aan regelmogelijkheden kan

dus een beperkte arbeidstevredenheid worden verwacht. Het onderzoeksmodel van deze studie steunt

echter in grote mate op het JD-C model (Karasek, 1979), dat juist een indirecte invloed van

regelmogelijkheden veronderstelt. Deze theorie wordt op basis van de interactieanalyse verworpen: de

negatieve relatie tussen werkdruk op de arbeidstevredenheid zwakt niet af naarmate men over meer

regelmogelijkheden beschikt.

Steeds meer onderzoekers achten onderzoek naar de invloed van persoonskenmerken in de relatie tussen

werkdruk en arbeidstevredenheid van belang (zie o.a. Schaufeli, 2007; Spector & O’Connel, 1994). Binnen

dit kader werd de invloed van de arbeidsoriëntatie onderzocht. Echter is het veronderstelde moderatie

effect niet gevonden. Hoewel de resultaten wel een direct verband tussen arbeidsoriëntatie en

arbeidstevredenheid aantonen, blijkt dat vooral de kenmerken van het werk bepalend zijn voor de

arbeidstevredenheid. De werkkenmerken met de grootste invloed op de intrinsieke en de extrinsieke

arbeidstevredenheid zijn taakeisen, autonomie, functionele contacten en overleg. In dit opzicht worden de

onderzoekuitkomsten van onder andere Schaufeli & Enzmann (1998), Spector (1997), Karsten et al. (2005)

en Jamal (1990) bevestigd. In aansluiting bij Reiner & Zhao, (1999) en Ting (1997) blijken ook de

individuele factoren leeftijd en geslacht niet of nauwelijks een rol te spelen.

Tot slot is een behoorlijke correlatie gevonden tussen intrinsieke een extrinsieke arbeidstevredenheid.

Deze componenten van arbeidstevredenheid overlappen elkaar echter niet helemaal. Wanneer men

tevreden is over de extrinsieke aspecten van het werk, zoals de arbeidsvoorwaarden en status, is men niet

automatisch tevreden over de intrinsieke aspecten, zoals ontwikkelingsmogelijkheden en autonomie.

De data van dit onderzoek zijn tot stand gekomen op basis van zelfrapportage door respondenten,

waardoor de bekende beperkingen van survey-onderzoek in ogenschouw dienen te worden genomen: een

15

Page 16: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

risico op overschatting van de aangetroffen verbanden als gevolg van common method variance en het

gebrek aan inzicht in de causaliteit van deze relaties. Dit maakt verdergaande toetsing van de

veronderstelde en gevonden verbanden middels longitudinaal en (quasi-)experimenteel onderzoek

gewenst (Van Ruysseveldt et al., 2009).

Ten aanzien van de interventiepraktijk is het van belang te benadrukken dat werkkenmerken de

belangrijkste voorspellers van de arbeidstevredenheid van leraren zijn. Dit betekent dat bij het bevorderen

van die tevredenheid interventies in het werk zelf noodzakelijk zijn. Door het beschikbaar stellen van meer

regelmogelijkheden kan de arbeidstevredenheid worden verhoogd. Met name van het verbeteren van de

autonomie en de functionele contacten mag de meeste winst worden verwacht.

Literatuur

Aiken, L.S., West, S.G. (1991). Multiple regression: testing and interpreting interactions. Newbury Park, CA: Sage Publications.

Achterberg, P. (2008). Het vrolijke handboek. Kudelstaart.

Backbier, E. (2000). Taakbesteding en taakbelasting van leraren. Beleidsonderzoek Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit Onderwijspersoneel 66, in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Bakhuis Roozenboom, M., Vroome, E., Smulders, P., Bossche, S. (2007). Trends in de arbeid in Nederland tussen 2000 en 2004. TNO Kwaliteit van Leven.

Bakker, A.B. (2003). Bevlogen aan het Werk: Hoe Nederland haar eigen energiebronnen kan creëren. In Verhaar, K. (Red.), Sociale Verkenningen 4: Waarden en normen, 119-141.

Bakker, A.B. (2003). Bevlogen aan het Werk: Hoe Nederland haar eigen energiebronnen kan creëren. In K. Verhaar (Red.), Sociale Verkenningen 4: Waarden en normen, 119-141. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Berting, J., & L.U. de Sitter (1971). Arbeidssatis- factie. Theorie, methodiek, feiten. Van Gorcum, Assen.

Boer, F., De Jonge, J., & Hamers, J. (2003). De relatie van werkkenmerken en bijpassende persoonskenmerken met psychisch welbevinden. Gedrag & Organisatie, 16, 221-236.

Braster, J.F.A. (2000). De kern van casestudy’s. Van Gorcum & Comp. BV. Assen.

Bruijn, G. (2011). Does action planning moderate the intention-habit interaction in the exercise domain? A three-way interaction analysis investigation. Journal of Behavioral Medicine.

Bustamante, E.A., J. P. Bliss, J.P. & Anderson B. L. (2007). Effects of varying the threshold of alarm systems and workload on human performance. Journal Ergonomics, Volume 50, Issue 7, 1127 – 1147.

Christis, J. (1995). Taakbelasting en taakverdeling in het basisonderwijs. Heerlen.

Christis, J. (1998). Arbeid, organisatie en stress – een visie vanuit de sociotechnische arbeids- en organisatiekunde, Amsterdam: Het Spinhuis.

Delarue, A. (2003). Welzijn op het werk wel te meten? Het meten van stress en de stress van het meten. De beoordeling van kwaliteit van de arbeid: een confrontatie met methodologische strategieën. Tijdschrift voor sociologie, 24, 4.

16

Page 17: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Dhondt, S. & Houtman, I., (1997). Nova-Weba handleiding: een vragenlijst om welzijnsknelpunten op te sporen. Amsterdam.

Dwyer, D.J., Fox, M.L. (2001). The Relationship Among Work Stressors and Key Performance Indicators: A Test of the Moderating Effects of Control and Customer Service Training in Call Centers. Ph. D. Thesis.

Field, A. (2000). Discovering Statistics: using SPSS for Windows. SAGE Publications.

Fox, M.L., Dwyer D.J., Ganster, D.C. (1993). Effects of stressful job demands and control on physiological and attitudinal outcomes in a hospital setting. Academy of Management Journal 1993, 36, 2, 289-318.

Frielink, S.J., Backbier, E., Simons, J., Groeneveld, M., Franck, E. (2001). Taakbesteding en taakbelasting van leraren. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Geelhoed, R. (2009). Werkdrukklachten in het Onderwijs. Rotterdam: Erasmus Universiteit, Masterscriptie Sociologie.

Herzberg, F. (1959). The motivation to work. Jotn Wiley, New York.

Jamal, M. (1990). Relationship of job stress and type-A behavior to employees’ job satisfaction, organizational commitment, psychosomatic health problems, and turnover motivation. Human Relations, 43, 2, 531-541.

Jetten, B., Pat. M.J. (1999). Werkdruk en welzijn in het werk. Assen: Van Gorcum.

Jetten, B., Braster, J.F.A., Pat, M. J. (1999). Werkdruk en welzijn van onderwijsbeleidsadviseurs. Van Gorcum.

Kaaij, H., Kruif, F. (1998). Werkdruk & werkstress. Kluwer serie OR-Praktijk: 22.

Karasek, R.A. jr (1979). Job Demands, Job decision Latitude, and mental strain: implications for job redesign. Administrative Science Quarterly 24, 285-308.

Karasek, R.A., Brisson, C., Kawakami, N., Houtman, I. Bongers, P., Amick, B. (1998). The Job Content Questionnaire (JCQ): An instrument for internationally comparative assessments of psychosocial job characteristics. Journal of Occupational Health Psychology ,3, 4, 322-355.

Karsten, S., Koning, I., de & Schooten, E. van (2005). Werkomstandigheden, stress en arbeidssatisfactie op Nederlandse basisscholen. Pedagogische Studiën, 82, 223-237.

Knoop, F., Schouteten, R. (2006). Arbeidstevredenheid als maat voor de kwaliteit van de arbeid. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 22, 4.

Korzilius, H. (2008). De kern van surveys. Assen: Van Gorcum & Comp. BV.

Parre, P. (2003). Zonder arbeid geen zegen. Kwaliteit van de arbeid, arbeidsoriëntaties, arbeidssatisfactie en het zoekgedrag op de arbeidsmarkt, Delft.

Ploeg, J., Scholte, E. (2003). Arbeidssatisfactie onder leerkrachten. Pedagogiek, 23, 4, 276-290.

Proost, K., De Witte, H., De Witte, K. & Evers, G. (2004). Burnout among nurses: Extending the Job Demand-Control-Support model with work-home interference. Psychologica, Belgica, 4, 4, 269-288.

Roe, R.A., Zinovieva, I.L., Dienes, E. & Ten Horn, L.A. (2000). Test of a model of work motivation in Bulgaria, Hungary and the Netherlands. Applied Psychology - An international review, 49, 4, 658-

17

Page 18: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

687.

Schaufeli, W.B., & Bakker, A.B. (Red.) (2007). De psychologie van arbeid en gezondheid. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Schaufeli, W.B., & Enzmann, D. (1998). The burnout companion to study and practice: A critical analysis. Padstowe, UK: T.J. International.

Schreurs, P., Schaufeli, W., Calj, D., & Kroon, T. (1995).  Het meten van psychosociale  arbeidsbelasting.. In: R. Sanderman, C.M.H. Hosman & M. Mulder (Red.). Het meten van determinanten van gezondheid: Een overzicht van beschikbare meetinstrumenten. Assen, Van Gorcum.

Sitter, L.U. (1994) Synergetisch produceren, Human Resources Mobilisation in de productie: Een inleiding in structuurbouw, Van Gorcum & Comp. Assen.

Steijn, B. (2001). Werken in de informatiesamenleving, Assen.

Spector, P.E. (1997). Job satisfaction. Thousand Oaks: Sage Publications.

Steenvoorden, B. (2010). De Invloed van Werkdruk en Existentiële Zingeving op de Arbeidstevredenheid van medewerkers van KPN. Open Universiteit, Masterscriptie Psychologie.

Taris, T., Kompier, M.A.J., De Lange, A., Schaufeli, W.B. & Schreurs, P.J.G. (2003). Learning new behaviour patterns: a longitudinal test of Karasek’s active learning hypothesis among Dutch teachers. Work & Stress, 17, 1, 1-20.

Taris, T., Schaufeli, W.B., Schreurs P., Caljé, D. (2000). Opgebrand in het onderwijs: stress, psychische vermoeidheid en ziekteverzuim onder leraren. In: Houtman, I.L.D., Schaufeli, W .B., Taris, T. (red.) Psychische vermoeidheid en werk. NWO/Samsom, Alphen aan de Rijn.

Ten Horn, L.A. (1983). Behoeften, werksituatie en arbeidsbeleving [Needs, work situation and work attitudes]. Dissertation, Delft University of Technology, Pijnacker, the Netherlands: Delft Efficiency Bureau.

Troost, M. (2010). En, hoe tevreden ben jij nu eigenlijk? Een onderzoek naar de paradox van de arbeidssatisfactie bij docenten in het voortgezet onderwijs. Rotterdam: Erasmus Universiteit, Masterscriptie Sociologie.

Van Ruysseveldt, J., de Witte, M., en Grumbkow, J. (1998). Organiseren van mens en arbeid. Hedendaagse benaderingen van de kwaliteit van arbeid. Kluwer.

Van Ruysseveldt, J., van Hoof, J. (2006). Arbeid in Verandering. Kluwer.

Van Ruysseveldt, J. van, Smulders, P. & Taverniers, J. (2008). De invloed van werkeisen en hulpbronnen op uitputting en bevlogenheid. W321Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 2, 4, 226-243.

Van Ruysseveldt, J., & Smulders, P. (2009). Bevordert een intrinsieke arbeidsorientatie de bevlogenheid en de arbeidstevredenheid van werknemers? Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 24, 266-287.

Vogels, R., Bronneman-Helmers, R. (2006). Wie werken er in het onderwijs? Op zoek naar het eigene van de onderwijsprofessional. Sociaal Cultureel Planbureau, Den Haag.

Vroome, E.M.M., Smulders P.G.W., Houtman, I.L.D. (2010). Longitudinale studie naar oorzaken en effecten van presenteïsme. Gedrag & Organisatie 2010-23, 3.

Warr, P. (1994). A conceptual framework for the study of work and mental health. Work & Stress, 8, 84-97.

Wielers, R.J.J. & Koster, F. (2011). Welvaart en arbeidsmotivatie. Een internationale vergelijking. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 27, 10, 9-24.

18

Page 19: Erasmus University Thesis Repository van den... · Web viewDeze vraag is onderzocht op basis van een online survey binnen de stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Roosendaal

Tevreden ondanks de hoge werkdruk

Zandbergen-Pronk, I. (2010). Een onderzoek naar de invloed van werknemersbetrokkenheid op de relatie arbeidstevredenheid en arbeidsklachten. Rotterdam: Erasmus Universiteit, Masterscriptie Sociologie.

 

19