Click here to load reader

BOEK! · PDF file Hoofdstuk 4: Woordjes leren in zaakvakken 13 Hoofdstuk 5: Woordjes leren in vreemde talen 16 ... steeds wat meer. In het begin is dat best wel even wennen. Ineens

  • View
    2

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of BOEK! · PDF file Hoofdstuk 4: Woordjes leren in zaakvakken 13 Hoofdstuk 5: Woordjes leren in...

  • BOEK!

    B oordevol O nmisbare E rvaring en K ennis

    Daan Verlinden

  • Inhoud

    Inhoud 2

    Inleiding 3

    Hoofdstuk 1: De eerste weken op het STGS 4

    Hoofdstuk 2: Een goede werkhouding 7

    Hoofdstuk 3: Motivatie 10

    Hoofdstuk 4: Woordjes leren in zaakvakken 13

    Hoofdstuk 5: Woordjes leren in vreemde talen 16

    Hoofdstuk 6: Leren voor wiskunde 19

    Hoofdstuk 7: Onthouden 22

    Hoofdstuk 8: Snellezen 28

    Hoofdstuk 9: Lesverslagen 31

    Hoofdstuk 10: Mindmaps 33

    Hoofdstuk 11: De toetsweek 36

    Hoofdstuk 12: Een plan voor de toetsweek maken 40

    Hoofdstuk 13: Storingsformulier 42

    Hoofdstuk 14: Boekpresentaties geven 44

    Hoofdstuk 15: Voorlezen 47

    Hoofdstuk 16: Powerpoints maken 49

    Hoofdstuk 17: Het nut van vragen stellen 52

    Hoofdstuk 18: De CBO toets 56

    Hoofdstuk 19: Hoogbegaafdheid 59

    Hoofdstuk 20: Project plus 61

    Internet 63

  • Inleiding

    Hier voor je ligt BOEK, een boek vol met tips dat je kunt gebruiken om het eerste jaar op de middelbare school door te komen. Het is begonnen als een opdracht voor studievaardigheden, maar uitgegroeid tot een wens om een leuk en goed leesbaar boek voor een brugklasser te maken.

    BOEK is met name geschreven voor nieuwe leerlingen van het Stedelijk Gymnasium Schiedam, omdat ik op deze school zit. Maar natuurlijk zijn de tips ook bruikbaar voor brugklasleerlingen van andere scholen. Je zult waarschijnlijk niet gelijk alle hoofdstukken nodig hebben. Dat is ook niet de bedoeling van BOEK. Lees een hoofdstuk als het jou uitkomt en als jij denkt dat je het kunt gebruiken.

    Ik heb vanaf kwartaal twee het hele jaar door aan BOEK gewerkt. Al mijn eigen ervaringen heb ik samen met aantekeningen uit de les studievaardigheden en informatie van internet verwerkt tot dit boek.

    Al deze onderdelen spelen mee bij het halen van goede cijfers

    Sommige hoofdstukken waren moeilijk te maken, anderen gingen weer sneller. Af en toe heb ik hulp gevraagd en gekregen van mijn moeder, klasgenoten en docenten voor het opzoeken van informatie, een goede opbouw, interviews en inspiratie voor hoofdstukken. Die mensen ben ik allemaal erg dankbaar voor hun hulp.

    Ik zelf heb ook veel geleerd van het maken van BOEK. Ten eerste gebruik ik nu zelf een aantal van de tips die ik heb opgeschreven. Ten tweede heb ik over een aantal onderwerpen meer geleerd, zoals over consolideren en semantiseren en intrinsieke en extrinsieke motivatie.

    Ik hoop dat jullie een aantal ervaringen herkennen en dat je door BOEK makkelijker het brugklas- jaar doorloopt.

    Daan Verlinden mei 2015

  • Hoofdstuk 1: De eerste weken op het STGS

    De middelbare school. Hoeveel huiswerk krijg je? Waar zijn de lokalen? Waar is je kluisje? Waar kan je je jas ophangen? Hoelang zijn je dagen? Wie zijn de docenten? Hoe is de nieuwe klas? Kan je de stof aan? Over al deze vragen zal ik wat vertellen in dit hoofdstuk.

    De eerste dag is al voor de zomervakantie. Het is alleen maar kennismaken, met je nieuwe klas en de mentor. Net zoals alle andere nieuwe leerlingen verzamel je in de aula. Daar word je verwelkomd en krijg je te horen in welke en met wie je in de klas komt te zitten. Je mentor (begeleider van jouw klas) wordt aangewezen en samen met hem ga je naar een lokaal waar je kennismaakt met iedereen. Na een tijdje is het afgelopen en ga je weer naar huis. Het kan ook zijn dat je een brief hebt gekregen waarin je wordt uitgenodigd om wat eerder naar school te komen omdat je wat jonger bent dan de rest. In die tijd krijg je extra hulp en tips om daar beter mee om te gaan.

    De eerste dag na de vakantie is ook nog kennismaking. Je verzamelt je weer in de aula en gaat weer met je mentor naar een lokaal waar je nieuwe informatie en hulp krijgt voor het komende jaar. Die dag verken je ook de school, worden er foto’s gemaakt voor je schoolpas1 en wordt jouw kluisje2 aangewezen. Je krijgt je rooster mee (Op je rooster staan de afkortingen van de namen van de docenten en vakken. Als je de hele naam wil weten kun je dat aan je mentor vragen, of aan de docent zelf natuurlijk.) voor het komende halve jaar en daarmee is ook die dag voorbij. De dag daarna (dinsdag) heb je vrij.

    Op woensdag beginnen de lessen. Elke dag, behalve dinsdag, begint met een B-uur of een mentoruur. Het mentoruur is 2 keer per week en voor heel de klas verplicht. Je mentor vertelt hierin nieuwe dingen die je nodig moet weten, bijvoorbeeld over het kamp, en je kunt ook vragen stellen. Het B-uur is op de twee overige dagen. Het is niet verplicht om er naartoe te gaan en als je dat ook niet doet, kan je wat later naar school toe. De eerste weken zal je nog niet naar een B- uur gaan, omdat je nog niet weet in welk vak je extra begeleiding nodig hebt. In het B-uur krijg je namelijk extra uitleg over een vak waar jij moeite mee hebt. Er zijn dan ook meerdere B-uren tegelijk, voor bijna elk vak één. Als je moeite hebt met wiskunde, kun je naar dat B-uur gaan. Dat wordt dan gegeven door een wiskundedocent. Voor een B-uur moet je je opgeven via Magister3, maar als dat niet gaat, vindt niemand het erg als je gewoon binnenstapt. B-uren en mentoruren duren 40 minuten. Daarna beginnen de gewone vakken.

  • Elk vak duurt 90 minuten en is in een ander lokaal, gegeven door een docent die voor dat vak heeft gestudeerd. In de 1e, 2e en 3e klas zit je wel telkens met dezelfde leerlingen in de les(behalve bij Cambridge). Lessen van 90 minuten zijn handig, zo hoef je minder boeken mee te nemen en kan je vaak in de les al aan je huiswerk beginnen. Bijna alle docenten zullen in het begin heel aardig zijn. Na verloop van tijd zullen ze wel veel strenger worden.

    Op het STGS (STedelijk Gymnasium Schiedam) heb je ongeveer alle vakken die je normaal ook zou hebben. Daar extra bij komen in ieder geval: Latijn vanaf de 1e, Grieks vanaf de 2e en studievaardigheden (onderzoekend leren) in de 1e. Niet elke dag duurt even lang, maar bijvoorbeeld elke maandag duurt wel even lang. Soms ben je al uit om 12:20, soms om 14:15 en soms om 16:00. Op dinsdag (de dag zonder B- en mentoruren) begin je gewoon op normale tijd en ben je uit om 13:30 uur. Tenzij je niet naar een B-uur gaat begint je dag altijd om 08:20 en na elk lesuur van 90 minuten heb je een pauze. De eerste duurt 20 minuten, de tweede 25 minuten en de derde 15 minuten. Als je nog 5 minuten pauze hebt gaat de bel, die waarschuwt je dat je langzaam naar het volgende lokaal toe moet. De bel gaat ook als de les begint, en als de les eindigt.

    Elk lokaal is dus in een ander vak. Op je rooster staat ook in welk lokaal een vak is. Maar waar is dat lokaal dan? Dat is erg lastig uit te leggen, maar wat in ieder geval zo is, is dat alle lokalen die met een 0 beginnen op de begane grond zijn, alle lokalen die met een 1 beginnen op de eerste verdieping zijn, en dat alle lokalen die met een 2 beginnen (en lokaal 30) op de bovenste verdieping zijn. Dat zegt niet dat er dus ook 30 lokalen zijn, want er is geen lokaal 06, 07, 08 en 09. Speciale lokalen zijn lokaal 03, dat is middenin de aula. Hierin wordt toneel gegeven. Lokaal LO is de Gymzaal buiten naast het schoolplein, of het voetbalveld bij Hermes DVS. Op het STGS kun je, voordat je in de brugklas begint, kiezen of je gewoon Engels wil of Cambridge Engels. Leerlingen die willen deelnemen aan deze extra opleiding worden bij elkaar in de klas geplaatst. Je volgt dan de normale vakken en voor Engels heb je vijf jaar lang twee lesblokken van 90 minuten in de week, in plaats van één. In de derde klas volgt het examen op het niveau First Certificate in English (FCE). Het betekent natuurlijk een extra studiebelasting: extra schooltijd en extra huiswerk. Ik vond dat, zeker in het begin, erg pittig. Maar het Engels gaat snel. Voor je het weet kun je je al aardig in het Engels redden. In mijn brugklasjaar heeft ongeveer 75 procent van de leerlingen voor Cambridge gekozen.

    Op het STGS geven de docenten gelijk al veel huiswerk op. En langzaamaan wordt dat nog steeds wat meer. In het begin is dat best wel even wennen. Ineens heb je bijna geen vrije tijd meer. Dat is erg vervelend. Maar het went wel (tegen kerst weet je niet beter) en als je er goed mee omgaat wordt het ook weer minder. Het is heel belangrijk dat je al het huiswerk gelijk in je agenda opschrijft zodat je het niet meer vergeet.

  • Daarna is het handig om een strakke planning te maken over wanneer je alles gaat maken. Houd daarbij rekening met genoeg vrije tijd, sport, slaap en eventuele onderbrekingen. Ik vind het fijn om mijn huiswerk gelijk te maken zodat ik daarna iets voor mijzelf kan doen. Als jij dat niet fijn vindt, kun je je huiswerk ook in een B-uur afmaken.

    Als je na een tijdje denkt dat je de stof van een aantal vakken niet meer aankunt, moet je de moed zeker niet opgeven en zeker niet denken dat je gaat blijven zitten. Praat erover met je ouders, mentor en de docenten van de moeilijke vakken. Samen zullen jullie tot een oplossing komen, waardoor het toch nog goed komt.

    Na een aantal weken les te hebben gehad ga je met de hele brugklas op kamp naar Otterlo. Daar slaap je 3 nachten in bungalows en heb je allemaal leuke uitstapjes. In de avond doe je een buitenspel of maak je een wandeling en de eerste dag kook je zelf. De andere 2 keer eet je in een luxe restaurant, waar je ook een eindfeest en een toneelopvoering hebt van de toneelstukjes die je de laatste hele dag hebt gemaakt. De bedoeling van het kamp is de hele brugklas beter leren kennen en vrienden te maken. Daarom wordt je ook met leerlingen uit andere klassen in een bungalow gezet. Als je nog niet veel vrienden hebt

Search related