Click here to load reader

Adviesrapport dmxy

  • View
    136

  • Download
    1

Embed Size (px)

Text of Adviesrapport dmxy

  • Daan de Jager Xander van Berckel Bik

    Yoshi Knotter Michael Neervoort

    HAAGSE HOGESCHOOL BIM-I, Intervention Research Project

    15 juni 2016, versie 1.0

    ADVIESRAPPORT Intervention Research Project

    Design thinking

  • Voorwoord De afgelopen zes weken zijn wij als projectgroep bezig geweest om een (technologische)oplossing te bedenken die de levenssituatie onder ouderen moet verbeteren. Deze opdracht voeren wij uit in opdracht van het lectoraat van de Haagse Hogeschool en de gemeente Zoetermeer. Om dit onderzoek mogelijk te maken hebben een aantal partijen zich aangemeld/beschikbaar gesteld. Allereerst willen wij de gemeente van Zoetermeer bedanken voor het beschikbaar stellen van deze real life opdracht. Ten tweede willen wij de betrokken ouderen bedanken voor de tijd, moeite en gastvrijheid gedurende ons onderzoek. Ten derde willen wij de gesproken experts bedanken, in het bijzonder mevrouw M. Kessels (beweging), mevrouw E. Doon (wonen), J. Slotman (eenzaamheid) en I-J. Lemstra (thuiszorg). Ten slotte willen wij de begeleidende docent, R. Loggen, bedanken voor zijn begeleiding gedurende dit project. Zoetermeer, Juni 2016 Daan de Jager Michael Neervoort Yoshi Knotter Xander van Berckel Bik

  • Management samenvatting De aanleiding van dit onderzoek is om de leefsituatie van ouderen (65+) binnen de gemeente Zoetermeer te verbeteren. Dit onderzoek is daarom ook in samenwerking met de gemeente Zoetermeer, De Haagse Hogeschool en Ouderenbond uitgevoerd. Het onderzoek betreft het in kaart brengen van behoeftes van de doelgroep (ouderen 65+), tot nieuwe inzichten komen en het vraagstuk vanuit de doelgroep invulling te geven. De fundering van het onderzoek is opgebouwd vanuit verschillende methodes. Deze methodes zijn toegepast in de verschillende fases, empathy, define, ideate en prototying/testing van het onderzoek. Voor de verantwoording van de gekozen methoden en technieken verwijzen wij naar hoofdstuk 3. Om de behoeftes vanuit de doelgroep vast te stellen hebben wij in de empathy fase, empatische interviews afgenomen. Deze interviews zijn afgenomen met de, door de vakdocent toegewezen, ouderen. De informatie vanuit deze interviews is met alle onderzoekteams gedeeld zodat er een realistisch beeld ontstaat van de doelgroep. De informatie van deze interviews zijn ook visueel verwerkt met post-its, zodat deze in de define fase te gebruiken zijn. De define fase betreft het structureren van de informatie die verkregen is in de empathy fase. De informatie is middels verschillende themas gestructureerd en middels deze structuur werden er patronen zichtbaar binnen de verkregen informatie. Om een gezicht te vormen achter deze informatie zijn er personas opgesteld. Deze personas vertegenwoordigen een belangrijk gedeelte uit de doelgroep en worden daarom gebruikt als weerspiegeling van de doelgroep. Aan de hand van structurering van de informatie zijn er op verschillende creatieve manieren (methodes) oplossingen bedacht voor het vraagstuk vanuit de doelgroep. Middels deze methodes zijn er een grote hoeveelheid aan oplossingen voorgekomen. Aan de hand van interviews met experts zijn wij ook tot nieuwe inzichten gekomen op gebied van wonen, beweging, thuiszorg en eenzaamheid. Niet al deze oplossingen zijn even goed of even relevant aan de doelgroep. Middels verschillende methodes hebben wij in de prototyping en testfase de hoeveelheid oplossingen gereduceerd naar een top vijf. Deze oplossingen zijn middels de engaging testmethode getest bij de experts. Aan de hand van deze informatie en deskresearch hebben wij bepaald dat de motivatieweegschaal onze oplossing is voor het vraagstuk vanuit de doelgroep. De motivatieweegschaal is een motiverende tool om ouderen aan het bewegen te krijgen. Uit

    onderzoek blijkt namelijk dat 60% van de ouderen de minimale bewegingsnorm van 30 minuten per

    dag niet haalt. Dit is zorgwekkend, maar de motivatieweegschaal biedt hier de oplossing voor.

  • Inhoudsopgave

    1. Inleiding ............................................................................................................................... 1

    2. Projectgroep ......................................................................................................................... 3

    3. Gebruikte methoden ............................................................................................................. 4 3.1. Empathy fase ........................................................................................................................... 4

    Empathische interviews .................................................................................................................. 4 Deskresearch en literatuuronderzoek ............................................................................................. 4 Day-in-a-life ..................................................................................................................................... 4

    3.2. Define fase ............................................................................................................................... 4 Brainstormen ................................................................................................................................... 4 Share & capture ............................................................................................................................... 5 Categoriseren .................................................................................................................................. 5 Themas & patronen ........................................................................................................................ 5 Inzicht statements ........................................................................................................................... 5 Personas ......................................................................................................................................... 5 How Might Wes .............................................................................................................................. 5 Expertinterviews .............................................................................................................................. 6

    3.3. Ideation fase ............................................................................................................................ 6 635 Brainstorm ................................................................................................................................ 6 Mash-up ideen ............................................................................................................................... 6 Fast Idea Generator ......................................................................................................................... 6 COCD Box ......................................................................................................................................... 7

    3.4. Prototype & test fase ............................................................................................................... 7 Engaging testing .............................................................................................................................. 7 Prototyping on paper ...................................................................................................................... 7

    3.5. Ecosysteem fase ...................................................................................................................... 7 Logic model ..................................................................................................................................... 7

    4. Onderzoeksopzet .................................................................................................................. 8 4.1. Traceability .............................................................................................................................. 8 4.2. Openstaande beperkingen ...................................................................................................... 9

    5. Empathy fase ...................................................................................................................... 10

    6. Define fase ......................................................................................................................... 13

    7. Ideate fase .......................................................................................................................... 16

    8. Prototype & Test fase .......................................................................................................... 19 8.1. Opbouw prototype ................................................................................................................ 20

    9. Ecosysteem fase .................................................................................................................. 22

    10. Het idee .......................................................................................................................... 24

    11. Advies & aanbevelingen .................................................................................................. 26 11.1. Acties voor in de toekomst ................................................................................................ 27 11.2. Stakeholders ...................................................................................................................... 27

    12. Conclusie ........................................................................................................................ 28

  • Referentie tabel ......................................................................................................................... 29

    Lijst met tabellen en figuren ....................................................................................................... 31

    Literatuurlijst ............................................................................................................................. 32

    Bijlagen ...................................................................................................................................... 34 Bijlage A: Interviewboekje ................................................................................................................. 34 Bijlage B: Personas ........................................................................................................................... 36 Bijlage C: Expertinterview Eenzaamheid ........................................................................................... 38 Bijlage D: Expertinterview bewegen .................................................................................................. 40 Bijlage E: Expertinterview Wonen ..................................................................................................... 41 Bijlage F: Expertinterview thuiszorg .................................................................................................. 43 Bijlage G: Fotos uitgewerkte HMW-vragen ...................................................................................... 44 Bijlage H: Interview ouderen Michael ............................................................................................... 48 Bijlage I: Interview ouderen Daan ..................................................................................................... 53 Bijlage J: Interview ouderen Yoshi ..................................................................................................... 55 Bijlage K: Interview ouderen Xander ................................................................................................. 56 Bijlage L: Interview 2 ouderen Michael ............................................................................................. 58 Bijlage M: Interview 2 ouderen Xander ............................................................................................. 61 Bijlage N: Interview 2 ouderen Daan ................................................................................................. 63 Bijlage O: Deskresearch adoptie onder ouderen ............................................................................... 64

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 1

    1. Inleiding De afgelopen zes weken hebben wij ons bezig gehouden met wat de behoeften zijn van ouderen

    boven de 65. Dit rapport bevat onze weg naar het uiteindelijke resultaat, een prototype en hoe er

    verder kan worden onderzocht. De weg ernaar toe is gedaan aan de hand van verschillende

    methoden en technieken die wij tijdens deze periode op de Haagse Hogeschool hebben geleerd. Zo

    zijn er verschillende personen binnen de doelgroep gesproken en zijn er experts op bepaalde

    gebieden geraadpleegd. Uiteindelijk hebben wij een idee uitgewerkt tot een prototype en getest bij

    experts.

    Dit onderzoek is gestart naar aanleiding van de course Intervention Research Project binnen het

    blok BIM-I. In dit blok kijken wij hoe de levenssituatie van 65-plussers met behulp van technologie

    kan worden verbeterd. Dit gebeurt in samenwerking met de gemeente Zoetermeer en de Haagse

    Hogeschool. De opdracht had meerdere aspecten in zich, die luidde als volgt:

    Ontwikkelen van innovatieve ideen die (op termijn, door partijen kunnen worden

    gerealiseerd) de vitaliteit van ouderen kan verbeteren en hiermee kwaliteit van leven kan

    versterken.

    Het ontwikkelen van mensgerichte ontwerp-competenties bij studenten.

    Het versterken van de samenwerking van diverse partijen binnen de gemeente Zoetermeer

    rond de vitaliteit van haar inwoners.

    Bijdragen aan kenniscirculatie en creatie door de Haagse Hogeschool in haar regio.

    Aan de hand van ons onderzoek, interviews met de doelgroep en experts zijn wij gekomen tot een

    advies. Dit advies bevat een nieuw idee wat kan helpen bij het langer zelfstandig thuis wonen van 65-

    plussers. Het bedenken van een nieuwe oplossing voor deze doelgroep is van belang omdat deze

    doelgroep steeds groter wordt (Ouderenfonds, 2015).

    Hieronder vindt u een korte introductie tot de verschillende hoofdstukken die in dit adviesrapport

    staan en wat daarin terug te vinden is.

    Hoofdstuk 2, Projectgroep: wie zijn er betrokken geweest bij het project, de uitvoerende personen

    en wie waren de opdrachtgevers.

    Hoofdstuk 3, Gebruikte methoden: welke methoden zijn er gebruikt tijdens deze periode en welke

    bronnen zijn daarvoor gebruikt.

    Hoofdstuk 4, Onderzoeksopzet: hoe is het onderzoek opgezet, waar is het uitgevoerd en welke

    doelgroep was er bij betrokken.

    Hoofdstuk 5, Empathy fase: de uitvoerende projectleden zijn zich gaan inleveren in de doelgroep aan

    de hand van verschillende methoden.

    Hoofdstuk 6, Define fase: structuur aanbrengen in de gevonden themas en patronen uit de fase

    empathy.

    Hoofdstuk 7, Ideate fase: met verschillende methoden ideen bedenken en voorleggen aan experts.

    Hoofdstuk 8, Prototype en test fase: vanuit een top 5 van ideen naar de beste oplossingen kijken en

    een prototype bouwen. Dit vervolgens testen onder de experts.

    Hoofdstuk 9, Ecosysteem: hier bedenken wij hoe het concept verder uitgewerkt kan worden en

    eventueel op de markt kan komen.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 2

    Hoofdstuk 10, Het idee: uitleg van het concept.

    Hoofdstuk 11, Advies & aanbevelingen: het uiteindelijke advies met de daarbij behorende

    aanbevelingen.

    Hoofdstuk 12, Conclusie: de eindconclusie van ons onderzoek.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 3

    2. Projectgroep Dit hoofdstuk bevat informatie over de projectgroep, de opdrachtgevers en begeleidend docent. Tijdens dit project hebben wij in de volgende samenstelling gewerkt.

    Michael Neervoort

    Daan de Jager

    Yoshi Knotter

    Xander van Berckel Bik Wij zijn studenten aan de Haagse Hogeschool te Zoetermeer en studeren Business IT & Management (voorheen Bedrijfskundige Informatica). Voor de course Intervention Research Project (IRP) van het blok BIM-I, zijn wij gevraagd om de levenssituatie van ouderen binnen Zoetermeer te verbeteren. Deze opdracht wordt uitgevoerd in samenwerking met de gemeente van Zoetermeer. Mocht u ons willen contacteren, dan kan dat via de volgende contactgegevens:

    Naam: Email:

    Michael Neervoort [email protected]ent.hhs.nl

    Daan de Jager [email protected]

    Yoshi Knotter [email protected]

    Xander van Berckel Bik [email protected] Tabel 1: Namen studenten projectgroep

    Hieronder meer informatie over de opdrachtgevers en begeleidend docent:

    Naam: Organisatie Functie

    Roeland Loggen HHS Docent

    Karien Damen Gemeente Zoetermeer Senior netwerk regisseur

    Tinus Jongert Lectoraat Gezonde levensstijl Lector

    Koos Graniewski Ouderenbond Voorzitter

    Esther Doon Vidomes Gebiedsconsulent Tabel 2: Namen opdrachtgevers en docent

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 4

    3. Gebruikte methoden Tijdens dit project zijn er verschillende methoden gebruikt om tot het eindresultaat te komen. Hieronder volgt per fase de gebruikte methoden en technieken met verdere uitleg en hoe wij het hebben aangepakt. Verderop in het document worden de fases verder uitgewerkt, met meer details en waar wij onze informatie vandaan hebben.

    3.1. Empathy fase

    Empathische interviews Om een beter beeld te krijgen van je doelgroep, wat de behoefte en de problemen of belemmeringen zijn kan er gebruik gemaakt worden van de interviewtechniek; empathisch interview. Dit is een open interview dat gehouden wordt in een ruimte waar de genterviewde zich thuis en veilig voelt. Vaak is dit zelfs bij de genterviewde thuis, dit moet ervoor zorgen dat de persoon vrijuit kan vertellen en niet echt het idee heeft dat hij of zij een vragenlijst op zich af krijgt. De interviewer neemt niet alleen bepaalde antwoorden mee terug maar ook de emoties en gevoelens die hij of zij tijdens het interview heeft waargenomen. (Lvlie, Reason, & Polaine, 2013)

    Deskresearch en literatuuronderzoek Tijdens dit project hebben wij uiteraard gebruik gemaakt van de methoden deskresearch en literatuuronderzoek. Dit houdt in dat er door het team op zoek is gegaan naar feitelijke en praktische informatie maar ook wetenschappelijke en theoretische informatie (Poortinga, 2015). Het uitvoeren van deskresearch en literatuuronderzoek heeft geholpen bij het uitvoeren en begrijpen van bepaalde zaken gedurende het gehele project. Het doel van deze methoden is daarnaast ook om onze eigen onderzoek sterker neer te zetten door te onderbouwen met onderwerpen die al onderzocht zijn.

    Day-in-a-life Hoe komt iemand van 70 jaar of ouder, met slecht zicht en weinig sociale contacten zijn dag door? Aan de hand van een day-in-a-life kan je jezelf proberen in te leven. Het is vooral bedoeld om zelf een beeld te creren met de belemmering of juist zaken waar iemand blij van wordt op papier te zetten in verhaalvorm (story-telling). Er wordt een hele dag geschetst in verhaalvorm met de activiteiten die het fictieve persoon meemaakt. Daarnaast wordt genoteerd wat er goed of minder goed gaat, hoe de persoon zich erbij voelt. Dit zijn aannames die gemaakt worden, het gaat er echt om dat de schrijver van een day-in-a-life zich probeert in te leven in een persoon waar je van te voren geen bedenkingen bij hebt (Loggen, 2016).

    3.2. Define fase

    Brainstormen Met de methode brainstormen kunnen ideen ontwikkeld worden, het is de bedoeling om alleen of in een groep gezamenlijk na te denken over een onderwerp en zoveel mogelijk erover neer te zetten. De methode bestaat uit twee fases; ideegeneratie (divergentie) en idee-evaluatie (convergentie). Eerst worden er dus zoveel mogelijk ideen bedacht en vervolgens wordt er kritisch naar gekeken en over de ideen geoordeeld. Tijdens de eerste fase, ideegeneratie, wordt nog geen oordeel of kritiek geleverd op ideen. Het is daarnaast de bedoeling zoveel mogelijk te bedenken, kwantiteit over kwaliteit. In de tweede fase wordt pas over andere zaken nagedacht, zoals de haalbaarheid of dat het idee al bestaat. Uiteindelijk probeer je een top tien te krijgen nadat er geconvergeerd is, vanuit hier ga je de ideen wat verder uitdenken en misschien zelfs voorleggen bij de doelgroep. (De Vos, 2013)

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 5

    Share & capture De Share & Capture methode is een methode die net de fase van empathy naar define overlapt. Aan het eind van de empathy fase kom je als team bij elkaar om je kennis te delen die je eerder hebt op gedaan tijdens de interviews/field research, ook al was het hele team aanwezig bij hetzelfde interview is het nog van belang om uit te leggen hoe eenieder dit interview heeft ervaren. Tijdens deze methode komt elk teamlid aan het woord om zijn ervaringen en kennis te delen die hij heeft opgedaan tijdens de interviews/field research. Hier wordt de opgedane kennis en de observaties gedeeld met de rest van het team door op te schrijven wat je hebt gehoord en gezien. Het uiteindelijke doel van deze methode is om te begrijpen wat er bij elk teamlid aan de gang is en hoe iedereen het ervaart. (Plattner, 2012)

    Categoriseren Wanneer de themas en patronen inzichtelijk geworden zijn. Kan de design wall hierop worden ingericht. Ook kan er nog voor gekozen worden om meerdere patronen of themas samen te nemen. De design wall zal hierdoor van een grote groep post-its veranderen naar kleinere groepjes van post-its. Deze kleinere groepen gaan dan over hetzelfde thema. Door de design wall anders in te richten, wordt deze overzichtelijker voor het designteam. (d.school, 2015) (Plattner, 2012)

    Themas & patronen Na het afnemen van interviews bij de doelgroep, worden alle uitgewerkte interviews naast elkaar gelegd en nogmaals doorgenomen. Dit met als doel om themas binnen de verschillende interviews te ontdekken. Ook kunnen er bepaalde patronen worden onthuld. Deze methode is een voorzet van het categoriseren van (eventuele) nieuwe themas. (Design Kit, 2015) (Plattner, 2012)

    Inzicht statements Inzicht statements zijn inzichten die je gedurende het onderzoek opdoet door het steeds verkrijgen van nieuwe informatie. Deze inzichten komen vaak uit het niets en zorgen ervoor dat er weer nieuwe motivatie en enthousiasme ontstaat voor het vervolg van het onderzoek. Inzichten zorgen er ook voor dat het onderzoek op een andere manier wordt gezien. Dit kan er vervolgens voor zorgen dat het onderzoeksteam op nieuwe innovatieve ideen komt. (Design Kit, 2015) (Plusacumen, 2014)

    Personas Een persona wordt meestal opgesteld aan de hand van verschillende observaties en/of interviews. In de persona komen vervolgende de meest opvallende of interessante kenmerken van de doelgroep terug. Het maken van een persona helpt daarom bij het begrijpen van/inleven in de doelgroep. Ook zorgt een persona ervoor dat de situatie vanuit het perspectief van de betreffende doelgroep bekeken wordt. Doordat er vanuit het perspectief van de doelgroep gekeken wordt, is het makkelijker om te bedenken wat er in de wereld van de doelgroep omgaat/gebeurd. Tenslotte kan het maken van een persona bijdragen aan het vinden van belangrijke patronen binnen de betreffende doelgroep. (Kimbell, Service Innovation Handbook, 2016) (d.school, 2013) (DIY, 2010) (mediaLABamstedam, sd)

    How Might Wes De How Might We methode is een methode waarbij er een korte vraagstelling wordt gedefinieerd om later over te kunnen brainstormen en kan worden toegepast in de ideation fase. De How Might We vragen moeten zo worden opgesteld dat deze breed genoeg zijn voor veel mogelijke oplossingen maar toch concreet genoeg om toch grenzen te trekken. Brede vragen kunnen gemakkelijk worden

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 6

    opgedeeld in meerdere, concretere, vraagstukken om zo tijdens een brainstormsessie concreter na te denken over de verschillende mogelijkheden en ideen. (d.school, 2012)

    Expertinterviews Voor onderzoek naar de vereenzaming onder ouderen, zijn expertinterviews van essentieel belang. Expert kunnen ons meer vertellen op gebied van eenzaamheid, wonen, bewegen en thuiszorg. Deze experts verzien ons van informatie waar wij zelf niet snel op zouden komen, omdat hier vele uren van deskresearch en onderzoek in zouden zitten. De expert op gebied van eenzaamheid voorziet ons van informatie die wij nodig hebben om te bepalen wat eenzaamheid precies is. De informatie met betrekking tot wonen wordt voorzien door een expert die werkzaam is bij een woningcorporatie. De expert op gebied van bewegen wordt voorzien door een docent van De Haagse Hogeschool zelf. Informatie vanuit de thuiszorg wordt voorzien van een medewerker bij de thuiszorg. (IDEO.org, 2015)

    3.3. Ideation fase

    635 Brainstorm De brainstormsessie volgens de 6 (personen) 3 (minuten) 5 (ideen) methode is op een andere

    manier in de praktijk gebruikt dan de theorie voorschrijft. Wij hebben de brainstormsessie met 4

    personen uitgevoerd.

    De 435 brainstormsessie bevat 4 personen die in 3 minuten allemaal 5 ideen moeten aanleveren. Daarnaast kan er binnen de brainstormsessie worden verder gewerkt aan de ideen die binnen de sessie zijn ontstaan. Binnen deze brainstormsessie zijn er verschillende regels waar elke persoon zich aan moet houden. Voorbeeld: er mag tijdens de brainstormsessie geen kritiek geleverd worden. (Curedale, 2013)

    Mash-up ideen Mash-up Idea bestaat voornamelijk uit het mixen van ideen om tot nieuwe ideen te komen. Een bestaand idee wordt gebruikt, aangepast of omgebogen om met een ander idee samen te voegen. Het samenvoegen van deze ideen zorgt ervoor dat er vanuit twee bestaande ideen, n nieuw idee ontstaat. (IDEO.org, 2015)

    Fast Idea Generator Er bestaat altijd een moment dat het in de projectgroep vastloopt op gebied van het genereren van

    nieuwe ideen. De Fast Idea generator is hier perfecte methode voor om deze barrire te breken.

    Het gebruik van de Fast Idea generator vraagt wel een vrije manier van denken, omdat er vanuit een

    ander perspectief naar zaken wordt gekeken. Bij het bedenken van nieuwe ideen spelen er vaak

    regels waar je onbewust rekening mee houdt. Het kijken vanuit een ander perspectief is daarom ook

    de kracht van de Fast Idea generator.

    Om zaken vanuit een ander perspectief te bekijken moeten zaken eerst uit elkaar worden gehaald,

    om er dan vanuit een ander perspectief naar te kijken en om ze vervolgens weer in elkaar te zetten.

    De fast Idea generator biedt een framework om vanuit een ander perspectief naar problemen te

    kijken. Het framework biedt negen verschillende aanpakken om naar problemen te kijken. Het doel is

    om de normale situatie te bewerken, breken of uit elkaar halen om vervolgens het

    tegenovergestelde, maar wel passende, situatie neer te zetten. (UK, 2015)

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 7

    COCD Box De COCD-box is een matrix waarbij ideen in maten van realiseerbaarheid en originaliteit kunnen worden geplaatst. In deze matrix is op verticale lijn de mate van realiseerbaarheid en op horizontale lijn de originaliteit van het idee. Wanneer deze methode wordt toegepast worden er per teamlid in de groep een aantal ideen (het aantal kan variren, dit hangt af van het totaalaantal ideen) gekozen die hij of zij het beste vindt, deze ideen moeten worden geplaatst in de vakken van de matrix, dit moet per vak hetzelfde aantal ideen bevatten. Vervolgens wordt er gekeken welke ideen het vaakste gekozen zijn en hier kan een top 5, top 10 of een ander aantal worden gekozen van ideen die het meeste voorkomen in de matrix. Op deze manier wordt er een top aan ideen opgesteld waar iedereen het over eens kan zijn. Het doel van deze methode is om snel de beste ideen te selecteren waarmee verder gegaan kan worden met als voordelen dat er weinig discussie of kritiek voor komt en dat het relatief eenvoudig is uit te voeren. (Middeldorp, 2014)

    3.4. Prototype & test fase

    Engaging testing Om een prototype te testen kan er gebruik gemaakt worden van de methode engaging om te

    testen. Het doel hiervan is om binnen en buiten de doelgroep mensen het prototype te laten testen,

    om te concluderen of het idee/prototype bij de doelgroep aansluit. Bijvoorbeeld experts die het

    onderzoek hebben bijgestaan, kunnen het prototypen testen en vanuit het vakgebied waarin zij

    werkzaam zijn de test doorlopen. Dit zorgt ervoor dat je vanuit meerdere perspectieven input met

    betrekking tot je idee/prototype. Feedback vanuit meerdere perspectieven zorgt ervoor dat het

    prototype realistisch getest kan worden op meerdere vlakken.

    Prototyping on paper Deze methode is een veel gebruikte methode in het human centered design process. Aan de hand

    van deze methode ontwerp je je prototype op papier om te kijken hoe iets er daadwerkelijk uit komt

    te zien, zonder hoge kosten te maken. Op deze manier kan je veel feedback vanuit de doelgroep en

    daarbuiten krijgen met betrekking tot je prototype, wat zal leiden tot een beter ontwerp van het

    prototype.

    3.5. Ecosysteem fase

    Logic model Een logic model is een verhaal of een afbeelding waarin de mate van inspanning op een visuele manier wordt weergegeven. In dit model wordt er uitgelegd waarom de gekozen strategie een goede oplossing is voor de probleemstelling aan de hand van de vijf stappen input, activiteiten, output, resultaat en impact. Aan de hand van deze vijf stappen wordt er uitgelegd hoe en waarom een bepaald programma of product werkt.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 8

    4. Onderzoeksopzet Dit hoofdstuk beschrijft hoe wij onderzoek hebben gedaan en hoe het terug te vinden is in dit adviesrapport. Het is belangrijk om de traceability van een onderzoek duidelijk aan te geven zodat op een ander moment hetzelfde onderzoek herhaald zou kunnen worden. De tabel hieronder bevat de vier onderwerpen: plaats, tijd, steekproef en onderzoeksontwerp. Hiervoor zijn vragen opgesteld en is antwoord opgegeven om aan de criteria te voldoen van een degelijk onderzoek.

    Onderwerp Vragen Antwoorden

    Plaats Waar wordt het onderzoek gehouden?

    Binnen de gemeente Zoetermeer.

    Tijd Wanneer wordt het onderzoek gehouden?

    Tijdens blok BIM-I, dit beslaat het 4e blok. Periode van eind april tot midden juni.

    Steekproef Wie (personen/groepen) of wat wordt er onderzocht?

    Er worden vier personen van 65+ onderzocht, daarnaast hebben wij toegang tot interviewverslagen van acht andere 65+ers. We onderzoeken de behoefte van deze doelgroep.

    Onderzoeksontwerp Welke methoden/techniek voor het verzamelen en analyseren van gegevens wordt gebruikt?

    Er wordt gebruik gemaakt van empathische interviews en observaties. Daarnaast wordt er deskresearch uitgevoerd om het onderzoek steviger neer te zetten. Als laatst worden er experts ingeschakeld om nog meer informatie op te doen en een aantal zaken te toetsen.

    Tabel 3: Onderzoeksonderwerpen

    4.1. Traceability Aan de hand van een referentietabel wordt er in het adviesrapport gerefereerd naar interviews die wij tijdens dit onderzoek hebben gedaan. Daarnaast zijn er ook interviews van andere projectgroepen tot onze beschikking gesteld, die zijn ook opgenomen in de referentietabel. De tabel beschikt over een aantal steekwoorden- of zinnen om aan te geven wat de bevindingen uit zon gesprek waren. In de bijlage zijn de uitgewerkte interviews terug te vinden. Om alles makkelijk te kunnen achterhalen zijn wij te werk gegaan met codes geven aan de verschillende interviews zodat er makkelijk naar te refereren is, maar ook eenvoudiger is terug te vinden.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 9

    4.2. Openstaande beperkingen Tijdens dit onderzoek hebben wij vier personen binnen de doelgroep kunnen interviewen en hebben we de beschikking gekregen over interviewverslagen van acht andere deelnemers. Naar onze mening is dit niet representatief genoeg voor de gehele doelgroep. Een aanname die wij dan ook gemaakt hebben is dat er vooral personen mee hebben gedaan, omdat ze dit leuk vinden om te doen. Hiermee bereik je bijvoorbeeld niet de personen binnen de doelgroep die ook eenzaam zijn. Het zou dus kunnen zijn dat onze uiteindelijke oplossing niet geheel aansluit op de gehele doelgroep. Nader onderzoek, met een steekproef die meer personen bevat, wordt dan ook sterk aangeraden. Daarnaast hebben wij door gebrek aan tijd het product/concept niet geheel kunnen onderzoeken qua haalbaarheid. Denk hierbij aan; makers van product, marketing, wie gaat het verkopen. Er zou dus vervolgonderzoek gedaan moeten worden naar welke partijen eventueel dit product op de markt zou willen brengen en wie het zou kunnen fabriceren. Ook met het oog op de verschillende technologische aspecten van ons concept.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 10

    5. Empathy fase Deze fase heeft in het teken gestaan van begrijpen van de doelgroep, maar ook ons inleven in de doelgroep. Zoals in het hoofdstuk van gekozen methoden te lezen valt, zijn er meerdere activiteiten uitgevoerd om ons beter voor te bereiden en in te leven. Hieronder is te zien dat deze fase aan het begin van het design thinking proces staat. Daarin worden verschillende fases langs gegaan.

    Figuur 1: Design thinking process

    Tijdens de empathische fase hebben wij gebruik gemaakt van de volgende methoden:

    Empathisch interview (Lvlie, Reason, & Polaine, 2013)

    Deskresearch en literatuuronderzoek (Poortinga, 2015)

    Day-in-a-life (Loggen, 2016) Vanuit de opdrachtgever(s) zijn meerdere themas aangereikt, hier vanuit zijn wij ons onderzoek dan ook gaan richten. Deze themas hebben wij op een rij gezet en verder deskresearch naar gedaan. Hiervoor hebben wij gekozen om meer inzicht te krijgen binnen de themas en hoe die effect hebben op onze doelgroep; ouderen 65+. De themas waar wij naar gekeken hebben zijn als volgt:

    Sociaal

    Gezonde levensstijl

    Zelfstandigheid

    Gebruiken van diensten

    Informatie toegankelijkheid

    Chronische klachten

    Technologie

    Veiligheid (risicos binnenshuis) Binnen deze themas hebben wij vervolgens vragen bedacht die we konden stellen tijdens onze interviews. Deze vragen zijn terug te vinden in de bijlage A (interviewboekje). Voordat we begonnen aan de interviews hebben wij verschillende day-in-a-life opgesteld. Deze techniek heeft er voor gezorgd dat wij ons als projectteam meer konden en gingen inleven binnen onze doelgroep. Wat ons hier opviel is dat er heel veel verschillende aspecten een rol kunnen spelen met hoe iemand zijn dag eruit kan komen te zien. Daarnaast is de doelgroep, ouderen van 65+, heel

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 11

    erg breed. Iemand van 80 jaar kan nog heel vitaal zijn en gemakkelijk zelfstandig thuis wonen terwijl iemand van 70 jaar misschien al met allerlei kwalen rondloopt waardoor er veel hulp nodig is om de dag door te komen. Daarnaast hebben wij deskresearch gedaan naar een aantal zaken die in het hedendaagse leven spelen. Denk hierbij aan; vergrijzing, risicos zelfstandig thuis wonen, mantelzorg en technologie adoptie onder ouderen. Het is een feit dat de bevolking steeds ouder (Nationaal Kompas, 2012) wordt waardoor de doelgroep van ons onderzoek steeds groter wordt. Het is dus van belang om bepaalde problemen nu aan te pakken voordat het te laat is. In 2040 bestaat de bevolking uit 26% 65-plussers, daarnaast zal het aantal 80-plus ruim verdubbeld zijn in 2040 (1.500.000) ten opzichte van 2012 (600.000) (Schumacher, 2015).

    Figuur 2: Vergrijzing neemt toe

    Deze doelgroep woont ook steeds langer zelfstandig thuis, en dit neemt risicos met zich mee. Wanneer zij gezond zijn, is het gemakkelijk om zelfstandig thuis te blijven wonen. Maar zodra er gezondheidsklachten naar boven komen is er extra zorg en soms zelfs aanpassingen aan het huis nodig (Rijksoverheid, 2015). Er zijn al voorbeelden in Nederland waar smart-houses gebouwd zijn, hier wordt technologie gebruikt om personen gemakkelijker zelfstandig te laten wonen. Ook familie en vrienden worden steeds vaker geraadpleegd om als mantelzorger aan te treden. Dit vergt veel energie en tijd van hen. (Rijksoverheid, 2015) Onder ouderen zit een verschil tussen technologie accepteren en adopteren. Dit verschil dat ouderen de technologie in huis wel willen accepteren. Wanneer de technologie geadopteerd wordt, wanneer er voor betaald moet worden, zijn ouderen echter terughoudend. De acceptatie en adoptie is afhankelijk van de mate van nuttigheid in het gebruik, gericht op veiligheid en gemak, en weinig tot geen kosten of rompslomp. Dit betekend dat ouderen zich vooral zorgen maken om de bruikbaarheid en de kosten van de technologie. Naast de bovengenoemde factoren, die niet gezicht zijn op invloed vanuit de sociale leefomgeving, speelt ook de mening van vrienden of familie een belangrijke rol. De respondenten geven aan dat de acceptatie en adoptie sterk afhankelijk is van de sociale invloed vanuit familie of vrienden. (Denissen, Seydel, Ben Allouch, & Dohmen, 2006)

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 12

    Nadat het voorwerk is gedaan in de vorm van deskresearch, day-in-a-life en opstellen themas en vragen voor de interviews, zijn wij onze doelgroep gaan interviewen. We hebben ervoor gekozen om empathische interviews te houden. Dit houdt in dat er zoveel mogelijk wordt in- en meegeleefd met de genterviewde. Zo zijn wij bijvoorbeeld bij de doelgroep thuis geweest om de interviews af te nemen, hierdoor was het ook mogelijk om de omgeving te zien waarin zij leven. De interviews waren open met enkel wat themas en bijbehorende vragen die van te voren waren opgesteld. Tijdens de interviews hebben wij ook, waar mogelijk, de emoties van de genterviewde bij bepaalde onderwerpen genoteerd. Hierdoor hebben wij een nog beter beeld gekregen wat bepaalde zaken met de doelgroep doet. De resultaten van deze interviews zijn vervolgens binnen de projectgroep maar ook aan de andere projectgroepen gedeeld. Hiervoor is gekozen om een zon breed mogelijke set aan data te vergaren. De antwoorden uit de interviews zijn vervolgens op post-its geschreven en op een whiteboard geplakt onder het thema waar het antwoord thuishoort. Deze input zal vervolgens in de Define fase gebruikt worden.

    Figuur 3: Design wall, uitkomsten interviews

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 13

    6. Define fase In de define fase gaat om het creren van overzicht en het opstellen van een onderzoekdoel. Tijdens

    deze fase hebben wij de volgende methoden en technieken gebruikt:

    Share and capture (Plattner, 2012)

    Categoriseren (d.school, 2015)

    Themas en Patronen (Design Kit, 2015)

    Personas (Kimbell, Service Innovation Handbook, 2016) (d.school, 2013) (DIY, 2010)

    (mediaLABamstedam, sd)

    Insight Statements (Design Kit, 2015) (Plusacumen, 2014)

    How Might We (HMW) (IDEO.org, 2015)

    Expertinterviews (IDEO.org, 2015)

    In dit hoofdstuk zullen wij beschrijven hoe wij de define fase hebben uitgevoerd.

    Zoals hierboven beschreven, gaat het in de define fase om het creren van overzicht in alle verkregen

    data vanuit de empathie fase. De data, die wij in de empathie fase hebben opgedaan door middel

    van interviews, observaties en deskresearch, zal om worden gezet in bruikbare informatie. Om dit te

    doen, hebben wij gebruik gemaakt van een aantal methoden en technieken, namelijk; Share and

    Capture, Categoriseren en Themas en patronen. Deze technieken liggen qua uitvoeren heel dicht bij

    elkaar en worden bijna tegelijkertijd uitgevoerd.

    Met de share and capture methode wordt de informatie zoals de naam al zegt; gedeeld en

    vastgelegd. Wij hebben als groep voor deze methode gekozen omdat deze makkelijk uit te voeren is

    en toch maximaal resultaat oplevert. Zo hebben wij binnen de groep onze interviews met elkaar

    besproken en geanalyseerd. Echter hebben wij onze verslagen ook buiten de groep gedeeld, namelijk

    met klasgenoten. Ook van hen hebben wij interviewverslagen ontvangen. Door de informatie binnen

    de klas te delen, hebben wij uiteindelijk een grote hoeveelheid data ontvangen. Hoe meer data wij

    kunnen verzamelen voor ons onderzoek, hoe beter. Alle informatie hebben wij met post-its op een

    whiteboard geplakt. Om de informatie goed traceerbaar te houden, hebben wij de post-its voorzien

    van codes en kleuren. De kleuren hebben we binnen onze eigen groep gebruikt. De gebruikte codes

    refereren naar ons traceerbestand. Door dit traceerbestand bij te houden, weten wij precies welke

    informatie en uitspraken uit welk interview komen.

    Genterviewde: Code: Genterviewde: Code:

    Interview Ben Schipper BS Interview Xander van Berckel Bik XB

    Interview Benjamin Wigleven BW Interview Yoshi Knotter YK

    Interview Orrin Hoogervorst OH Interview 2 Daan de Jager DJ2

    Interview Yama Yaghobie YY Interview 2 Michael Neervoort MN2

    Interview Richard Kouwenberg RK Interview 2 Xander van Berckel Bik XB2

    Interview Corstiaan Mulckhuijse CM Expert interview Eenzaamheid Ei1

    Interview Ruben Cammeraat RC Expert interview Wonen Ei2

    Interview Stefan van t Hof SH Expert interview Bewegen Ei3

    Interview Daan de Jager DJ Expert interview Thuiszorg Ei4

    Interview Michael Neervoort MN Tabel 4: Referentietabel

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 14

    Tijdens het analyseren van de interviewverslagen hebben wij opmerkelijke uitspraken en

    gebeurtenissen of andere informatie op het whiteboard geplakt. Na het doornemen van alle

    interviewverslagen hing het hele whiteboard vol met post-its.

    Om deze informatie gestructureerd op te hangen, hebben wij de post-its gecategoriseerd in groepen.

    Dit hebben wij gedaan door de post-its in themas te hangen. Deze themas zijn voortgekomen vanuit

    de opdrachtgevers en waren dus vooraf bepaald. Het gaat om de volgende zeven themas: Sociaal,

    Gezonde levensstijl, Zelfstandigheid, Gebruik van diensten, Informatietoegankelijkheid, Chronische

    klachten en Technologie. De post-its hebben wij vervolgens onder het betreffende thema geplakt.

    Door zowel de methoden categoriseren als themas en patronen te gebruiken, kreeg ons

    whiteboard snel een overzichtelijke structuur, waarin alle informatie goed was terug te vinden. Dit

    gaf structuur aan ons whiteboard. Ook deze methode was makkelijk toe te passen.

    Figuur 4: Design Wall, gestructureerd

    Na het groeperen van de informatie, hebben wij aan de hand van onze bevindingen twee personas

    opgesteld. Personas zijn fictieve maar representatieve personen van de doelgroep. De personas

    worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de bedachte ideen vanuit de prototype & test fase goed

    aansluiten bij onze doelgroep.

    Figuur 5: Persona's

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 15

    Zoals hierboven te zien is, hebben wij twee heel verschillende personas uitgewerkt. Aan de ene kant

    hebben wij Barry, wie om kan gaan met technologie en vol in het leven staat. En aan de andere kant

    hebben wij Latifa, die niks met technologie te maken wil hebben en voor wie het allemaal eigenlijk

    niet meer hoeft. De volledige personas zijn te zien in bijlage B (personas).

    Met de informatie die wij verkregen hebben en de twee opgestelde personas, zijn wij naar punten

    gaan kijken welke in onze ogen de levenssituatie van de ouderen kunnen verbeteren. Dit zijn de

    zogenoemde How Might We vragen, of in het Nederlands, Hoe Kunnen Wij?. De How Might We

    vragen zijn opgesteld aan de hand van de Insight Statement methode. Met deze methode maak je

    makkelijk gezegd, statements van de inzichten die je als groep opgedaan hebt. Deze statements

    hebben wij vervolgens omgezet in How Might We vragen. Deze zijn als volgt:

    Hoe kunnen wij helpen bij het adopteren van technologie onder ouderen.

    Hoe kunnen wij ouderen met chronische klachten langer zelfstandig laten thuis wonen.

    Hoe kunnen ouderen elkaar aanzetten tot bewegen?

    Na het opstellen van onze HMW vragen zijn wij voor deze onderwerpen verdiepend onderzoek gaan

    doen. Dit hield in; deskresearch en experts op het betreffende gebied interviewen. Uiteindelijk

    hebben wij vier experts gesproken over de volgende onderwerpen; eenzaamheid, bewegen, wonen

    en thuiszorg. De uitwerkingen van de expertinterviews respectievelijk zijn terug te vinden in bijlage C

    t/m F (expertinterviews). Met de opgestelde How Might We vragen vanuit de Define fase, hebben wij

    nieuwe/extra input voor in de Ideation fase!

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 16

    7. Ideate fase In de ideation fase hebben wij kansrijke ideen gegenereerd die antwoord geven op de vraagstukken die zijn opgesteld in de vorige fase. Om hiertoe te komen hebben wij In deze fase gebruik gemaakt van de volgende methoden en technieken:

    How Might We vragen (IDEO.org, 2015)

    Fast idea generator (UK, 2015)

    Mash-up methode (IDEO.org, 2015)

    COCD box (Middeldorp, 2014) Het doel dat wij met deze fase wilde bereiken waren zo veel mogelijk ideen vastleggen die passen bij de vraagstukken die vooraf waren vastgesteld. Deze vraagstukken zijn opgesteld aan de hand van de uiteindelijke How Might We vragen die tot stand zijn gekomen. In de define fase hebben wij drie How Might We vragen opgesteld, te weten:

    Hoe kunnen wij helpen bij het adopteren van technologie onder ouderen?

    Hoe kunnen ouderen elkaar aanzetten tot bewegen?

    Hoe kunnen wij ouderen met chronische klachten langer zelfstandig laten thuis wonen? Deze drie vraagstukken hebben wij getoetst aan twee experts waar wij een aantal verbeterpunten op hebben gehad, namelijk:

    De How Might We vragen hebben vrij weinig ideen, hierdoor staan wij minder sterk in de ideation fase, er moet dus nogmaals een brainstormsessie worden gehouden.

    De vraagstellingen zijn te breed geformuleerd, probeer deze wat concreter op te stellen.

    Verdeel de vraagstellingen in meerdere How Might We vragen om je zo beter in te leven in het probleem.

    Na het concreter opstellen van de How Might We vragen en het opdelen van de vraagstukken zijn wij tot de volgende vijf How Might We vragen gekomen:

    Hoe kunnen wij helpen bij het adopteren van tablets & PCs onder ouderen?

    Hoe kunnen wij ouderen aanzetten tot bewegen?

    Hoe kunnen wij ouderen met behoefte aan sociale contacten bij elkaar brengen?

    Hoe kunnen wij ouderen die slechtziend zijn langer zelfstandig laten thuis wonen?

    Hoe kunnen wij ouderen met nek en rugklachten langer zelfstandig latent huis wonen?

    Hoe kunnen wij ouderen die slecht ter been zijn langer zelfstandig laten thuis wonen? Wij hebben gebruik gemaakt van de brainstorm methode omdat elk groepslid dan aan het woord komt. Tijdens deze methode kon ieder groepslid zijn creativiteit gebruiken om de gekste ideen te bedenken welke allemaal werden opgeschreven. Fotos van de uitwerking hiervan zijn te vinden in bijlage G (fotos uitgewerkte HMWs). Tijdens deze methode hebben wij een paar dingen afgesproken, zo mocht er geen kritiek worden gegeven op ideen van elkaar. De fast idea generator hebben wij toegepast om een aantal ideen van verschillende invalshoeken te genereren. Door deze methode te gebruiken hebben wij problemen van een andere kant bekeken.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 17

    Door deze methode toe te passen konden wij als groep volledig out-of-the-box denken en zijn wij tot compleet nieuwe ideen gekomen. Na het genereren van vele ideen voor de uiteindelijke How Might We vragen, hebben wij gebruik gemaakt van de mash-up methode om tot nieuwe inzichten te komen. Door verschillende ideen met elkaar te combineren of aan te passen zijn er nieuwe ideen ontstaan voor de uiteindelijke How Might We vragen. Om een keuze te maken uit alle verschillende ideen die bedacht zijn tijdens onze brainstormsessies, fast idea generator en de mash-up methode, hebben wij gebruik gemaakt van de COCD box. Wij hebben de COCD-box toegepast om de beste ideen te selecteren welke wij konden uitwerken in de prototype & test fase.

    Figuur 6: Fast Idea Generator

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 18

    Figuur 7: COCD-Box

    Bij het gebruik van deze methode heeft elk groepslid een top vijf blauwe, rode en gele ideen gekozen die hij/zij het beste vindt. Totaal waren dit per groepslid 15 ideen. Het selecteren van deze ideen is geheel anoniem gebeurd, hierdoor zijn er 20 ideen per kleur gekozen waar enkele dubbele ideen tussen zaten. Wij hebben dezelfde ideen samengevoegd en de ideen die het meeste zijn gekozen hebben wij geselecteerd voor de uiteindelijke ideen die wij hebben meegenomen naar de fase prototype & testen, hier is een top 10 aan ideen uit gekomen.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 19

    8. Prototype & Test fase De laatste fase van dit onderzoek betreft het maken van een prototype en het testen van het

    gemaakte prototype. Om te bepalen welke ideen vanuit de ideate fase het beste bij de doelgroep

    passen of het meest effectief zijn hebben wij deze bij de ouderen en de experts voorgelegd.

    Het voorleggen bij de ouderen en de experts is volgens

    een van tevoren vastgestelde manier verlopen. Om te

    bepalen welke ideen het beste bij de doelgroep

    passen hebben wij bij de doelgroep (ouderen) en de

    ideen gepeild. In de ideate fase is er volgende de

    COCD-box methode bepaald welke ideen het beste

    volgens de projectgroep bij de doelgroep paste. De

    COCD-box methode liet ons achter met een top tien

    ideen die voorgelegd zijn bij de ouderen en de

    experts.

    Uit de interviews met de ouderen en de experts is een

    top vijf met ideen gekomen. Vanuit deze top vijf zijn

    er twee prototypes ontwikkeld. De nummer n vanuit

    de top vijf is de motivatieweegschaal en de nummer

    twee van de top vijf is de Google-home.

    De drie afgevallen ideen zijn niet meegenomen in de

    prototyping en testing. Deze ideen zijn afgevallen omdat ze niet binnen de gestelde criteria van de

    ouderen en expert vielen.

    Uit deskresearch is gebleken dat er nog geen weegschaal bestaat die in staat is om mensen te

    motiveren aan de hand van gamification. De Google-home is in mei 2016 gepresenteerd door Google

    zelf, dus dit is al een bestaande oplossing. Van beide oplossingen zijn er in de prototype en test fase

    een prototype gemaakt.

    Om de prototypes te testen hebben

    wij de engaging methode gebruikt.

    Hierbij hebben wij bij

    buitenstaanders onze prototypes

    getest. De buitenstaanders die wij

    hebben gebruikt om te testen zijn de

    experts die eerder in het onderzoek

    al genterviewd zijn. De keuze voor

    de engaging methode is een

    noodgedwongen keuze geweest, de

    aan ons toegewezen ouderen waren

    niet tijdig beschikbaar om aan de

    testfase deel te nemen. Dit heeft

    ervoor gezorgd dat wij

    noodgedwongen de engaging

    methode hebben moeten uitvoeren met met de experts binnen dit onderzoek.

    Figuur 8: Top 5 ideen

    Figuur 9: Prototype, Google home

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 20

    Het testen van de prototypes bij de buitenstaanders is volgens een testprotocol gebeurd. Voor

    beide prototypes is er een testprotocol ontwikkeld om te kunnen testen welk idee het beste uit de

    test komt. Het testprotocol bevat een inleiding waarin de beide prototypes kort worden uitgelegd en

    het belang van de test uit is gelegd. Daaropvolgend hebben wij de prototypes laten zien en hebben

    wij de experts ermee laten spelen. Aan de hand van verschillende vragen hebben wij kunnen

    concluderen welk idee het beste uit de test is gekomen. Tijdens de test hebben we gekeken naar:

    Haalbaarheid

    Aansluitend op de doelgroep

    Schaalbaarheid

    Gebruiksvriendelijkheid

    Vanuit deze testen werd er vanuit verschillende perspectieven gereageerd. Bijvoorbeeld de expert op

    gebied van beweging reageerde natuurlijk enthousiast op de weegschaal, omdat dit binnen haar

    eigen vakgebied valt. Daarentegen reageerde de expert op gebied van woningbouw ook erg positief

    op de motivatie weegschaal, dit was verassend, omdat de Google-home meer gericht is op het

    verbeteren van het wooncomfort.

    8.1. Opbouw prototype Hier wordt beschreven hoe het prototype is gebouwd om getest te kunnen worden bij de experts.

    Deze prototypes zijn in combinatie met andere technologie gebruikt om getest te kunnen worden.

    Voor beide prototypes is de paper-prototyping methode toegepast, omdat het uiterlijk van het

    prototype te ontwerpen. (Benyon, 2010)

    Motivatieweegschaal

    De motivatie weegschaal is

    gebouwd van verschillende lagen

    papier waarom de weegschaal is

    getekend. Bovenin waar normaal

    de display van de weegschaal staat

    is nu een mobiele telefoon achter

    geplaatst om te kunnen laten zien

    hoe de motivatie weegschaal

    werkt. De motivatie weegschaal

    weegt het gewicht en geeft advies

    op gebied van bewegen en

    voeding. Om ouderen te motiveren

    geeft de motivatie weegschaal ook

    beloningen. Wanneer een bepaald

    gewicht is bereikt krijgt de oudere

    een bericht om bijvoorbeeld een

    taart te bakken, op deze manier

    worden de ouderen gemotiveerd

    om te bewegen zodat ze daarna

    beloond worden.

    Figuur 10: Prototype, motivatieschaal

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 21

    Google-home

    De Google-home is opgebouwd uit een rechthoek van papier met het logo van Google erop

    geschreven. Het model is hol vanbinnen, zodat er een telefoon ingelegd kan worden. De telefoon die

    erin gelegd wordt is een Iphone, omdat de spraak gestuurde software van Apple gebruikt wordt bij

    het beantwoorden van vragen. Wanneer je het prototype aanspreekt zal hij antwoord geven op

    simpele vragen zoals:

    Hoe warm is het?

    Hoe laat is het?

    Wanneer gaat mijn trein?

    Dit geeft een realistisch beeld van de Google-home, echter heeft het prototype minder functies dan

    de daadwerkelijke Google-home.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 22

    9. Ecosysteem fase In deze fase hebben wij het concept gekozen om definitief uit te werken en te realiseren. Wij hebben beiden prototypen uit de voorgaande fase voorgelegd aan verschillende experts en de feedback/ideen die wij hier op hebben gekregen hebben wij verwerkt en meegenomen in het maken van een besluit. Het prototype dat wij in deze fase hebben uitgewerkt is de motivatieweegschaal. Deze keuze hebben wij gemaakt omdat dit volgens bijna alle genterviewde experts het meest innovatieve idee was (ei2, ei3, ei4), dit nog niet op de markt is en het makkelijkste te implementeren is onder de doelgroep. Ook hebben wij hier veel feedback op gehad om het prototype nog beter uit te werken, de feedback die wij van de experts hebben gekregen op de motivatieweegschaal en hebben verwerkt in de definitieve oplossing is als volgt:

    Geen getallen gebruiken in de weegschaal. (Bijlage D / Ei3 referentietabel)

    Motivatie leuk maken, bijvoorbeeld aan de hand van gamification. (Bijlage D / Ei3 referentietabel)

    Niet iedere gebruiker heeft hetzelfde doel, de een wil meer bewegen en de ander wil zijn beweging op pijl houden, voor elke gebruiker moet er een apart programma gekozen kunnen worden. (Bijlage D / Ei3 referentietabel)

    De gebruiker vaak genoeg belonen, het bakken van een cake is ook een vorm van bewegen omdat de ingredinten gehaald moeten worden en de cake zelf moet worden gemaakt. (Bijlage D / Ei3 referentietabel)

    Dit in tegenstelling tot de Google home, het prototype van de Google home was een goed concept dat helaas minder goed aansloot bij de doelgroep. Ook was de haalbaarheid van de Google home veel lager dan de motivatieweegschaal. Dit komt door de volgende redenen:

    Kosten Google home. (Aanname expert, Ei4 referentietabel)

    Implementatie Google home, met name de besturing van het concept dat relatief lastig kan zijn voor de doelgroep.

    Eventuele verbouwing in het huis van de gebruiker, bijvoorbeeld lichtpaden in huis. Om de motivatieweegschaal te kunnen realiseren moet deze in elk geval de volgende onderdelen bevatten:

    Plateau om op te staan, dit kan het beste in de oude vertrouwde vorm van een ouderwetse weegschaal omdat dit beter aansluit bij de doelgroep.

    Een lcd-scherm om de informatie en motivatieberichten over te brengen naar de gebruiker.

    Software zodat de motivatieweegschaal ingesteld kan worden op verschillende motivatieprogrammas.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 23

    Om de mate van inspanning voor het prototype op een visuele manier weer te geven, hebben wij een logic model opgesteld. Het uitgewerkte logic model is te zien in onderstaande afbeelding.

    Figuur 11: Logic-Model

    Het logic model is ervoor bedoeld om de belanghebbende te laten zien hoe er naar bepaalde resultaten gekomen kan worden.

    Stappen Uitleg per stap

    Resources / Inputs Wat er nodig is om te beginnen met het gebruik van het product/ of dienst.

    Activities De activiteiten voordat er begonnen kan worden.

    Outputs Wat er wordt bewerkstelligd na de activiteiten.

    Outcomes De resultaten die worden behaald met het gebruik van het product.

    Impact Wat voor impact het product uiteindelijk heeft op de gebruiker. Tabel 5: Uitleg LOGIC model

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 24

    10. Het idee De motivatie weegschaal bevat het wegen, adviseren op gebied van voeding en beweging,

    rapportages opstellen en motiveren van ouderen. Dit hoofdstuk beschrijft de functionaliteiten van de

    Motivatie weegschaal.

    Profiel aanmaken

    Om de motivatie weegschaal te kunnen gebruiken dient

    er eerst een gepersonaliseerd profiel aangemaakt te

    worden. Om een profiel aan te maken dient een oudere

    via een simpel menu een profiel in te vullen. De

    informatie die ingevuld moet worden is:

    Leeftijd

    Gewicht

    Lengte

    Voorkeur voor type beweging (fietsen, wandelen, fitness, zwemmen of

    Voorkeur voor beloning (taart of cake bakken, dagje weg of een andere activiteit)

    Aan de hand van deze informatie kan de Motivatie

    weegschaal berekenen of de oudere wel of geen

    progressie maakt met betrekking tot vitaliteit.

    Weging De weging van de ouderen is niet gericht op het tonen van een gewicht in cijfers, maar is gericht op het tonen van progressie. De expert op gebied van beweging, Manon Kessels, heeft ons geadviseerd om niet het gewicht te tonen maar de progressie (bijlage D). Dit zorgt ervoor dat ouderen niet met hun gewicht worden geconfronteerd, maar een positief bericht krijgen of zij progressie boeken of niet. Advies op gebied van voeding en beweging Het advies dat gegeven wordt van aan de ouderen is gebaseerd op het gepersonaliseerde profiel wat door de ouderen is opgesteld. Bijvoorbeeld ouderen met veel overgewicht worden geadviseerd meer op het eten te letten en meer/anders te bewegen dan ouderen zonder overgewicht. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het profiel van de ouderen, wanneer een oudere heel veel overgewicht heeft is het niet verstandig om veel te gaan lopen. Veel lopen is slecht voor gewrichten en bij ouderen zijn deze al minder dan bij jongere mensen. De Motivatie weegschaal houdt hier rekening mee en adviseert dan bijvoorbeeld zwemmen, omdat dit een lagere belasting geeft op de gewrichten. Rapportages opstellen

    Om ouderen nog meer te motiveren worden er elke week rapportages opgesteld. Deze rapportages

    bieden de ouderen inzicht in of zij progressie boeken of niet en hoeveel progressie er is geboekt. Aan

    deze progressie zitten beloningen gekoppeld waardoor de ouderen worden gemotiveerd, meer

    hierover in motivatie.

    Figuur 12: Motivatieweegschaal

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 25

    Motivatie De motivatie vanuit de motivatie weegschaal komt vanuit de rapportages en de beloningen. De rapportages bieden inzicht in hoeveel vooruitgang de ouderen hebben geboekt op gebied van vitaliteit. De beloningen zijn ervoor bedoeld om het leuk te houden voor de ouderen. Wanneer er bijvoorbeeld is voldaan aan de gestelde norm door de motivatie weegschaal, adviseert de motivatie weegschaal om bijvoorbeeld een taart te bakken of een cake. Dit zorgt ervoor dat de ouderen het leuk blijven vinden om bezig te zijn met hun vitaliteit. Daarnaast gaan de ouderen zich zowel mentaal als fysiek beter voelen, door het sporten. Het in gebruik nemen Het in gebruik nemen van de motivatie weegschaal is eenvoudig, omdat de adoptie en acceptatie van deze oplossing eenvoudig is. De weegschaal wordt al jaren, weliswaar in een andere vorm, gebruikt door de ouderen. Een eenvoudig menu in de Motivatie weegschaal zorgt ervoor dat het in gebruik nemen van de Motivatie weegschaal eenvoudig is voor mensen zonder kennis van technologie. Daarnaast is is het belangrijk dat een duidelijke handleiding bij de Motivatie weegschaal wordt bijgeleverd. Deze handleiding moet op de doelgroep worden afgestemd, deze handleiding moet echter nog wel ontwikkeld worden. Verantwoording naar de doelgroep

    Uit het interview met Manon Kessels, is gebleken dat 60% van de ouderen de minimale norm van 30

    minuten beweging per dag niet halen (bijlage D). Daarnaast blijkt uit onderzoek van het Ministerie

    van VWS dat bij het behalen van de minimale bewegingsnorm er veel negatieve kwalen kunnen

    worden voorkomen of worden verminderd. De negatieve kwalen die voorkomen kunnen worden

    zijn:

    Verminderde kans op depressie

    Verminderde kans op verschillende soorten kanker

    Lagere kans op hart en vaatziekten

    Gunstig effect op bloeddruk en botdichtheid

    Lagere mate van valrisico Naast het bovengenoemde zijn er meer kwalen die door genoeg bewegen kunnen worden

    voorkomen. Het bovengenoemde kwam echter het sterkste uit ons onderzoek en is daarom

    meegenomen in de argumentatie.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 26

    11. Advies & aanbevelingen Het onderzoek dat wij hebben uitgevoerd voor de gemeente Zoetermeer en de Haagse Hogeschool vereist een verder onderzoek. Wij raden de gemeente Zoetermeer aan het initiatief te nemen om het project van de motivatieweegschaal op te pakken en te realiseren. Voor dit onderzoek hebben wij gekozen om de motivatieweegschaal verder uit te werken boven de Google home met extra features. Deze keuze hebben wij gemaakt omdat de motivatieweegschaal het meeste aansluit bij de doelgroep. Echter hebben wij het opgeleverde concept nog niet goed kunnen testen onder de doelgroep. Wij raden de gemeente Zoetermeer dan ook aan om de volgende punten verder te onderzoeken bij een volgend onderzoek:

    Breder testen bij de doelgroep. o Gebruiksvriendelijkheid. o In hoeverre het aan sluit bij de doelgroep.

    Business requirements in kaart brengen.

    Technische requirements in kaart brengen.

    Implementatie onder ouderen o Handleiding. o Uitleg van gebruik.

    Test-pilot opzetten binnen de doelgroep in Zoetermeer. In het verdere onderzoek raden wij aan om de volgende methoden te gebruiken: Empathisch interview Om deze doelgroep goed te begrijpen is het van belang om empathische interviews uit te voeren. Dit omdat wij in ons onderzoek hebben gemerkt dat veel ouderen niet of nauwelijks gebruikmaken van hun computer en/of telefoon. Ook hebben wij van verschillende ouderen vernomen dat zij het heel belangrijk vinden dat zij begrepen worden en dat dit niet goed bij hun over komt wanneer zij bijvoorbeeld klassikaal met andere zitten, de uitwerking hiervan is te vinden in bijlage H (interview ouderen Michael). Hierdoor zullen de uitvoerders van het nadere onderzoek een band moeten creren met ouderen die in de test-pilot zitten om hier zo veel mogelijk informatie uit te kunnen halen. Betrekken van experts Wij raden aan om zo snel mogelijk early adapters te betrekken bij het project voor de motivatieweegschaal, deze early adapters kunnen worden opgesteld in samenwerking met de thuiszorg. Via deze doelgroep is het mogelijk om de motivatieweegschaal te implementeren onder deze doelgroep. Tevens wordt er aangeraden om de expertgebruikers, die betrokken waren bij dit onderzoek, te laten bestaan en verder te betrekken bij de verdere uitwerking. Hieronder staat de lijst van deze experts.

    Persoon Gebied Rol

    Esther Doon Expert interview Wonen Gebiedsconsulent

    Manon Kessels Expert interview Bewegen Docent bewegingstechnologie Tabel 6: Experts vervolgonderzoek

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 27

    Financiering Er zijn een aantal kosten verbonden aan het voortraject. Het definitieve ontwerp van de weegschaal zal moeten worden gerealiseerd, dit vereist meer testen en manuren voor de bouw hiervan. Het geld om deze activiteiten uit te voeren zullen moeten voortkomen uit subsidies en ondersteuning van de gemeente Zoetermeer. Wanneer het voortraject is doorstaan is het van belang dat bedrijven en de thuiszorg de motivatieweegschaal ondersteunen en kunnen aanbieden aan genteresseerden. Welke partijen hier aan mee willen werken zal nader onderzoek naar gedaan moeten worden.

    11.1. Acties voor in de toekomst In de toekomst zal er nogmaals onderzoek moeten worden gedaan naar de doelgroep om te verifiren of de motivatieweegschaal nog steeds van toegevoegde waarde is voor de ouderen en of de belangen hierbij nog hetzelfde zijn. Mocht de motivatieweegschaal niet meer aansluiten bij de doelgroep en/of de doelgroep andere belangen heeft bij de motivatieweegschaal dan adviseren wij de motivatieweegschaal uit te breiden met extra mogelijkheden. Ook raden wij aan dat de motivatieweegschaal vooral eenvoudig moet blijven in verband met de gebruiksvriendelijkheid van ouderen en het oude vertrouwde uiterlijk van een normale weegschaal.

    11.2. Stakeholders Wij raden aan de volgende stakeholders te betrekken bij de verdere ontwikkeling van de

    motivatieweegschaal:

    Gemeente Zoetermeer

    Experts

    Doelgroep

    Leveranciers

    Ontwikkelaar

    Thuiszorg

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 28

    12. Conclusie Uit ons onderzoek is gebleken dat 60% van de Nederlandse ouderen (65+) te weinig beweegt (bijlage D), hier hebben wij met dit onderzoek een oplossing bedacht om de ouderen meer te laten bewegen door middel van gamification en extrinsieke motivatie. Om ouderen te motiveren om meer te bewegen en een gezondere leefstijl aan te houden hebben wij een weegschaal bedacht die gebruikers motiveert om meer te bewegen. Aan de hand van gamification worden de gebruikers beloond wanneer zij oefeningen hebben uitgevoerd. Door ouderen meer te motiveren om te bewegen en zij de aangenomen norm van 30 min, 5 dagen in de week halen, zullen zij op fysiek, mentaal en sociaal gebied vooruitgaan. Dit vermindert de kans op depressie, kanker, hart- en vaatzieken, het valrisico en heeft een gunstig effect op bloeddruk en botdichtheid (vitaliteit). (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2014)

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 29

    Referentie tabel

    Genterviewde: Code: Bevindingen:

    Interview Ben Schipper BS Doet 2x per week vrijwilligerswerk, is wel mobiel, heeft op een actieve dag last van COPD en gebruikt technologie voor sociale contacten.

    Interview Benjamin Wigleven BW Sport 1x per week, is sociaal, is zelf mantelzorger, heeft slechte knien en is hartpatint.

    Interview Orrin Hoogervorst OH Maakt gebruik van telefoonpiramide, is slecht ter been, maakt gebruik van wandelstok en rollator.

    Interview Richard Kouwenberg RK Is niet erg sociaal, heeft weinig contact meer met familie, doet alles zelf in huis.

    Interview Corstiaan Mulckhuijse CM Goed contact met broer, vindt dat andere ouderen te veel klagen, loopt graag met vrienden en helpt andere ouderen. Fitnest en fietst graag, geen gezondheidsklachten en gebruikt regelmatig de telefoon.

    Interview Ruben Cammeraat RC Heeft nog matig contact met familie, gaat nog weekendjes weg, doet vrijwilligerswerk. Sport 1x in de week en maakt gebruik van laptop & computer.

    Interview Stefan van t Hof SH Fietst graag, man gezond en vrouw heeft reuma.

    Interview Daan de Jager DJ Veel sociaal contact, doet alles zelf, is mobiel, gemeentewebsite onduidelijk, heeft een hernia en maakt weinig gebruik van technologie.

    Interview Michael Neervoort MN Slecht ter been, is sociaal, doet zelf moeilijk het huishouden.

    Interview Xander van Berckel Bik XB Heeft veel sociaal contact, voelt zich veilig, reist veel, heeft een pacemaker en kan goed om gaan met technologie.

    Interview Yoshi Knotter YK Weinig sociaal contact, kookt en eet gezond, is volledig zelfstandig, is blind aan n oog en maakt bijna geen gebruik van technologie.

    Interview 2 Daan de Jager DJ2 Is kritisch over de buurt WhatsApp omdat dit voor ieder ding wordt gebruikt. Houdt er van om mensen te adviseren en te raad te geven. Heeft verbeterpunten voor de website van de gemeente (zoekfunctie, navigatie en zoeken van personen).

    Interview 2 Michael Neervoort MN2 Vindt de How Might We vraag over bewegen het minst omdat de genterviewde zelf haast niet beweegt. De andere How Might We vragen vindt de genterviewde nuttig en leuk bedacht.

    Interview 2 Xander van Berckel Bik XB2 Vindt het jammer dat alle financile steun naar initiatieven wordt stopgezet.

    Expert interview Eenzaamheid Ei1 - Is moeilijk om de doelgroep te bereiken omdat mensen zich schamen over hun eenzaamheid.

    - Namens de gemeente is er een platform tegen eenzaamheid (OPES).

    - Veel ouderen zijn laaggeletterd en daardoor moeilijk te bereiken.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 30

    - De gemeente stimuleert verenigingen om de eenzame ouderen te benaderen en deze te betrekken bij de activiteiten.

    Expert interview Wonen Ei2 - Vidomes mag niks zelf organiseren maar wel bewoners aanzetten en helpen.

    - Domotica is te duur omdat de leverancier een monopolie positie heeft.

    - Woningen kunnen worden aangepast en Vidomes ondersteunt hier bij.

    - Vidomes doet niks met sensoren. - Het enige dat Vidomes aan complexen doet is het

    ophogen van de galerij, ophogen van balkon en een anti-slip systeem voor bepaalde plekken. Dit gaat vaak tegelijk met een renovatie.

    Expert interview Bewegen Ei3 - 60% van ouderen beweegt te weinig. - Norm van bewegen is minimaal 5 dagen per week

    30 minuten. - Te weinig bewegen kan reuma veroorzaken en

    heeft meer kans op dementia. - Google home stimuleert geen beweging.

    Expert interview Thuiszorg Ei4 - Google home is te duur om te implementeren. - Motivatieweegschaal is een goed idee in

    samenwerking met de thuiszorg als verkoopproduct voor de thuiszorg.

    - Motivatieweegschaal zou kunnen helpen bij minder thuiszorg omdat dit bepaalde fysieke klachten vermindert.

    - Thuiszorg probeert steeds meer technologie toe te passen (contact op afstand d.m.v. iPad).

    Tabel 7: Volledige Referentietabel

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 31

    Lijst met tabellen en figuren Tabel 1: Namen studenten projectgroep ................................................................................................ 3

    Tabel 2: Namen opdrachtgevers en docent ............................................................................................ 3

    Tabel 3: Onderzoeksonderwerpen .......................................................................................................... 8

    Tabel 4: Referentietabel ........................................................................................................................ 13

    Tabel 5: Uitleg LOGIC model.................................................................................................................. 23

    Tabel 6: Experts vervolgonderzoek ....................................................................................................... 26

    Tabel 7: Volledige Referentietabel ........................................................................................................ 30

    Figuur 1: Design thinking process .......................................................................................................... 10

    Figuur 2: Vergrijzing neemt toe ............................................................................................................. 11

    Figuur 3: Design wall, uitkomsten interviews ....................................................................................... 12

    Figuur 4: Design Wall, gestructureerd ................................................................................................... 14

    Figuur 5: Persona's ................................................................................................................................ 14

    Figuur 6: Fast Idea Generator ................................................................................................................ 17

    Figuur 7: COCD-Box ............................................................................................................................... 18

    Figuur 8: Top 5 ideen ........................................................................................................................... 19

    Figuur 9: Prototype, Google home ........................................................................................................ 19

    Figuur 10: Prototype, motivatieschaal .................................................................................................. 20

    Figuur 11: Logic-Model .......................................................................................................................... 23

    Figuur 12: Motivatieweegschaal ........................................................................................................... 24

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 32

    Literatuurlijst Benyon, D. (2010, juni 13). Paper prototyping. Opgeroepen op 2016, van Medialaamsterdam:

    http://medialabamsterdam.com/toolkit/method-card/paper-prototyping/

    Curedale, R. (2013). MediaLab Amsterdam. Opgehaald van MediaLab Amsterdam:

    http://medialabamsterdam.com/toolkit/method-card/method-635/

    d.school. (2012). How Might We Questions. Opgehaald van d.school:

    http://dschool.stanford.edu/wp-content/uploads/2012/05/HMW-METHODCARD.pdf

    d.school. (2013). Bootcamp bootleg.

    d.school. (2015). Method: Saturate and Group. Opgehaald van d.school:

    https://dschool.stanford.edu/wp-content/themes/dschool/method-cards/saturate-and-

    group.pdf

    De Vos, K. (2013). Brainssstorm. Opgehaald van Brainssstorm:

    http://www.brainssstorm.com/brainstormen-handleiding/

    Denissen, E., Seydel, E., Ben Allouch, S., & Dohmen, D. (2006). Ouderen en nieuwe technologie in huis,

    bondgenoten of vijanden? Enschede: Universiteit Twente. Opgehaald van

    http://essay.utwente.nl/57397/1/scriptie_Denissen.pdf

    Design Kit. (2015). Create Insight Statements. Opgehaald van Design Kit:

    http://www.designkit.org/methods/62

    Design Kit. (2015). Find Themes. Opgehaald van Design Kit: http://www.designkit.org/methods/5

    DIY. (2010). Personas. Opgehaald van DIY: http://diytoolkit.org/tools/personas-2/

    IDEO.org. (2015). Designkit. Opgehaald van Designkit: http://www.designkit.org/methods/3

    Kimbell, L. (2015). Service innovation handbook. BIS publishers. Opgehaald van

    https://dl.dropboxusercontent.com/u/17200095/Kimbell_book_methods/SIH-method5.pdf

    Kimbell, L. (2016). Service Innovation Handbook. In L. Kimbell, Service Innovation Handbook.

    Loggen, R. (2016). Haagse Hogeschool . Opgehaald van Haagse Hogeschool: bb.hhs.nl

    Lvlie, L., Reason, B., & Polaine, A. (2013). Service Design. Rosenfeld media.

    mediaLABamstedam. (sd). Persona. Opgehaald van mediaLABamstedam:

    http://medialabamsterdam.com/toolkit/method-card/persona/

    Middeldorp, A. (2014). AntoinetteFaciliteert. Opgehaald van AntoinetteFaciliteert:

    http://www.antoinettefaciliteert.nl/wp-content/uploads/2014/08/Brainstormen-Cocd-

    box.pdf

    Nationaal Kompas. (2012). Opgehaald van Nationaal Kompas:

    http://www.nationaalkompas.nl/bevolking/vergrijzing/huidig/

    Ouderenfonds. (2015). Ouderenfonds. Opgehaald van Ouderenfonds:

    https://www.ouderenfonds.nl/onze-organisatie/feiten-en-cijfers/

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 33

    Plattner, H. (2012). Stanford. Opgehaald van Stanford:

    https://dschool.stanford.edu/sandbox/groups/dstudio/wiki/2fced/attachments/43f65/Story-

    Share-and-Capture-Method.pdf?sessionID=d0dc640ce98499dac90658f489fb46f0fd394f69

    Plusacumen. (2014). Ideate. Opgehaald van Plusacumen: http://plusacumen.org/wp-

    content/uploads/2014/04/Class_3_readings.pdf

    Poortinga, E. (2015). Studiemeesters. Opgehaald van Studiemeesters:

    http://www.studiemeesters.nl/studietips/verschil-tussen-deskresearch-literatuuronderzoek-

    theorie/

    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2014). Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen

    van lichamelijke (in)activiteit? Opgehaald van Nationaal kompas Volksgezondheid:

    http://www.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/leefstijl/lichamelijke-

    activiteit/wat-zijn-de-mogelijke-gezondheidsgevolgen-van-lichamelijke-activiteit/

    Rijksoverheid. (2015). Opgehaald van Rijksoverheid:

    https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ouderenzorg/inhoud/ouderen-langer-

    zelfstandig-wonen

    Schumacher, J. (2015, December 3). Zorg voor beter. Opgehaald van Zorg voor beter:

    http://www.zorgvoorbeter.nl/ouderenzorg/hervorming-zorg-cijfers-vergrijzing.html

    UK, N. (2015). DIY Toolkit: Fast Idea Generator. Opgehaald van Vimeo:

    https://vimeo.com/118585298

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 34

    Bijlagen

    Bijlage A: Interviewboekje Sociaal Wat onderneemt u in de buitenwereld? Bent u ergens lid van? Waarom? Gezonde levensstijl Wat doet u aan sport?

    Zo nee, heeft u aan sport gedaan?

    Waarom wel/niet meer? Zelfstandigheid Zorgt u voor uzelf of bent u afhankelijk van zorg?

    Waarom? Ervaringen? Emoties? Gebruik van diensten Zijn er diensten waar u gebruik van maakt? Waarom? Doet u hier ook sociale contacten me op? Informatietoegankelijkheid Vindt u dat er genoeg informatie beschikbaar is met betrekking tot zorg? Waarom wel/niet? Wat mist u bijvoorbeeld? Maakt dit de keuze makkelijker of minder makkelijk?

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 35

    Chronische klachten Waar heeft u last van? Ondervindt u hier hinder door? Hoe voelt u zich hierbij? Technologie Maakt u gebruik van technologie? (Smartphone, iPad, enz) Kunt u hier goed mee om gaan? Krijgt u hier hulp bij? Vertrouwd u de technologie?

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 36

    Bijlage B: Personas

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 37

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 38

    Bijlage C: Expertinterview Eenzaamheid

    *Aantekeningen*

    Moeilijk om de doelgroep te bereiken,

    Thema eenzaamheid

    Namens de gemeente in een platform tegen eenzaamheid

    OPES

    Chat programma is onlangs aangedragen bij OPES.

    Overheid wil alles digitaliseren, de bibliotheek speelt ook een rol in de

    digitalisering acceptatie en adoptie onder ouderen.

    Ria kaptein Gaat over de adoptie en acceptatie van digitalisering binnen

    gemeente functies (afspraken maken etc)

    Veel ouderen zijn ook laaggeletterd

    www.samenschatkaart.nl

    Welzijn op recept

    GGD gezondheidsonderzoek

    Palet welzijn

    Beweging onder ouderen wordt vanuit de gemeente gestimuleerd door

    ondermeer het aanbieden van sportactiviteiten binnen sportverenigingen.

    Gemeente stimuleert verenigingen om de eenzame ouderen te benaderen en

    deze te betrekken bij de activiteiten

    Langer zelfstandig wonen, zelfredzaamheid, moet nog nader onderzoek naar

    gedaan worden.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 39

    september is de week tegen eenzaamheid (de Zoetermeerse schatkaart wordt dan

    gelanceerd).

    winteractie - voorbijgangers interviewen om eenzaamheid aan te pakken.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 40

    Bijlage D: Expertinterview bewegen *Aantekeningen* Interview Mvr. Manon Kessels (lectoraat HHS, onderwerp: beweging) 08-06-2016 1 Hoeveel van de Nederlandse ouderen beweegt (te) weinig? 60% beweegt te weinig. 2 Wat is de norm voor bewegen bij ouderen? 5 dagen in de week een half uur (minimaal) 3 Waarom wordt deze norm wel/niet gehaald? Angst voor nogmaals vallen Ouderen kunnen ook minder aan. (belastbaarheid) Spiercellen nemen af, waardoor de kracht afneemt. Grotere spiergroepen gebruiken is makkelijker dan de kleinere Ouderen moeten zichzelf meer stimuleren om hun maxima te behalen/houden 4 Wat zijn de gevolgen van (te) weinig bewegen? Reuma Artrose (kraakbeen veranderd door minder gebruik) Kans op dementie 5 Wat zijn de voordelen van (meer) beweging? Vitaal blijven Sociaal sterker 6 Welke initiatieven zijn er om ouderen in beweging te krijgen? Zwementie Zwemmen voor mensen met dementie Zwemmen verleer je niet Zwemmen is niet blessuregevoelig Bronovo ziekenhuis Beweegtuin voor ouderen Eindhoven Smarthouse helemaal up to date uitgewerkt De 15 ideen Motivatieweegschaal gamification, juist geen gewicht maar spelletjes bijvoorbeeld een cake bakken. (keuze van de expert) Google home stimuleer geen beweging

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 41

    Bijlage E: Expertinterview Wonen Vidomes gebiedsconsulent. Voornamelijk ouderen in en rondom den haag. Gericht op verkoop van huurwoningen. Leyens, seghwaert en rokkeveen ouderencomplexen. Gebiedsconsulent = wijk cordinator. Projecten (leefbaarheid, onderhoud, etc.) Woningen 55+ gelabeld. Steeds ouderen gaan in de woningen, ook 80+. Steeds meer mensen met fysieke beperkingen. Aanpassingen in de woning komt op 1 naam maar iedereen moet mee betalen, dit wekt veel discussie. Dit moet worden aangepast dat het bij iedereen wordt aangepast.

    - Mensen laten vaak hun gas aan staan - Complexen hebben soms 1 lift of een lift waar geen brancard in past. -

    Vidomes kan niet zien of iemand alleenstaand is. De data die Vidomes over de bewoners heeft;

    - Wordt aan de hand van labels gedaan, sommige woningen mogen bijv niet meer dan 2 mensen wonen.

    - Vidomes weet wie waar woont, maar er wordt niet vastgelegd of iemand eenzaam is of niet. - Vidomes kan de bewonerscommissie aanhaken voor mensen die eenzaam zijn en dit

    aangeven. - Stelde wel eens vragen of mensen zich wel een eenzaam voelen om dit in kaart te brengen

    en hier een correlatie uit te halen. - Bij het overlijden van een partner o.i.d. doet Vidomes niks, - Bij een renovatieproject merkt ze dat mensen zich eenzaam voelen en hulp nodig hebben om

    hun spullen opzij te zetten, de gemeente heeft hier een sociaal team voor om via allerlei soorten hulp er toch uit te komen. De functie die Vidomes hierbij heeft is het signaleren van de eenzaamheid en dit door te geven aan de gemeente.

    Complexen - Vidomes komt er vaak te laat achter, reageren op dingen die al zijn gebeurd. Krijgen

    bijvoorbeeld een belletje dat het stinkt. Vidomes doet niks preventief. - Grotere complexen zijn voor dezelfde groep mensen, ouderen complexen zijn vaak alleen

    voor ouderen. Ouderen complexen is vaak 1 groot roddelhuis, die houden alles in de gaten. - Vaak zit er veel verschil in de complexen, - Soms zijn er verschillende kampen in de complexen en hebben ruzie over allerlei dingen. - Het is belangrijk dat er verschillende activiteiten zijn in de buurt van de complexen, Vidomes

    verwijst de mensen naar deze activiteiten om de bewoners te motiveren toch iets te doen. Vidomes mag geen activiteiten meer plannen, vroeger deed Vidomes bbqs organiseren, bijeenkomst organiseren of een leesclub organiseren. Dit mag niet meer door de wet. Een ouderen bond mag bijvoorbeeld wel iets organiseren maar Vidomes zelf niet. Hierdoor moeten de ouderen een netwerk hebben om dit te kunnen organiseren. Aanpassingen woning Scootmobiel wordt steeds groter, kan meer. Ruimtes moeten worden aangepast aan de grote. Scootmobiel kan zomaar exploderen! Leuningen in de woning moet worden aangepast als mensen langer thuis willen blijven wonen. Drempels moeten soms worden aangepast. Traplift moet zelf worden betaald, Vidomes verleend slechts hulp.

  • Haagse Hogeschool Gemeente Zoetermeer

    IRP Adviesrapport Versie 1.0 42

    Sensoren Vidomes doet niks met sensoren. Rookmelder en koolmonoxidemelder Domotica is heel snel verouderd, 1 bedrijf heeft monopoly positie dus de updates kosten heel veel geld. Domotica is heel lastig te gebruiken ook,

    - telefoneren en boodschappendienst worden heel veel gebruikt. - Alarmering snapten ze helemaal niks van.. is misschien handig om uit te zoeken hoe dit

    makkelijker te maken is, want de oudjes vinden het wel handig. - 1 hoofd verantwoordelijk die uitleg kan geven, dan is de eenzaamheid ook minder misschien. - Er zijn mensen nodig die willen en kunnen uitleggen hoe het werkt, het moet eenvoudig zijn.

    Intern telefoneren is handig. Belrondje houdt de eenzaamheid er een beetje uit. - Niet zomaar 10 nieuwe technologien erin gooien maar beter 1 die ze daadwerkelijke

    gebruiken. Eenzaamheid Complexbeheerder doet kopje koffie bij mensen, als er een complexbeheerder is, die is er niet altijd overal. Gaat steeds meer om verbinden met elkaar en dat je elkaar leert kennen. Veiligheid

    - Gas, licht en elektra wordt opgemeten met een auto die rondrijdt maar mensen vinden dat niet leuk omdat ze dan denken dat iedereen weet dat ze thui