Van Ginkel (1) ... Van Ginkel (2) I Rutger Hermansz, landbouwer op ¢´t Hek, op Ginkel onder Zuilestein,

  • View
    0

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Van Ginkel (1) ... Van Ginkel (2) I Rutger Hermansz, landbouwer op ¢´t Hek, op Ginkel...

  • Van Ginkel (1)

    Het is ondoenlijk om alle Van Ginkels uit Scherpenzeel, Woudenberg en Renswoude

    overzichtelijk in kaart te brengen. Daarom staan hieronder alleen een aantal families

    genoemd. Zij vinden hun oorsprong in het gebied De Ginkel, onder Amerongen en Leersum.

    Ook mensen van de Dwarsweg of in De Groep noemden zich wel eens Van Ginkel. Omdat

    velen van het in Scherpenzeel en Woudenberg ter kerke gingen komen zij daar in de

    doopboeken voor.

    Ook ontstaat er een familie Van Ginkel uit de familie Langelaar. Deze wordt in de genealogie

    van Langelaar uitgewerkt.

    I

    Rutger NN, tr. NN

    Uit dit huw.:

    1. Gerrit Rutgersz, volgt II

    2. Gijbert Rutgersz In 1632 treedt Gijbert Rutgersz op namens zijn onmondige neef Rutger Gerritsz bij de belening van de

    helft van Clijn Twijller, anders genoemd de Werthoff (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 188vo;

    05-02-1632).

    3. Ceeltje/Cecilia Rutgers (van Ginkel), ov. na 1639, tr. Thonis Willemsz (van Kolfschoten),

    ov. voor 1629 Zie genealogie Kolfschoten.

    II

    Gerrit Rutgersz, ov. voor 1632, tr. NN In 1619 wordt Gerrit Rutgersz beleend door opdracht van Gijsbert Woltersz van Twiller met Cleijn

    Twiller, anders genoemd de Weerthoff (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 134vo; 10-03-1619).

    Uit dit huw.:

    1. Rutger Gerritsz,volgt III

    III

    Rutger Gerritsz, geb. ca. 1610, tr. Maria Gijsberts, dr. van Gijsbert Jan Saren en Jantien

    Gijsberts In 1632 Rutger Gerritsz, onmondig , na dode van zijn vader Gerrit Rutgersz beleend met de helft van

    Clijn Twijller, anders genoemd de Werthoff (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 188vo; 05-02-

    1632).

    Rutger Gerritsz en zijn vrouw Merrichje Gijsberts, wonende te Achterbergh benoemen tot hun

    erfgenamen de 2 zonen Jan en Gijsbert Rutgers en het minderjarige zoontje Willem Gerritsz van hun

    overleden zoon Gerrit Rutgers, verwekt bij Nennichje Willems. Jan en Gijsbert ontvangen uit de boedel

    500 gulden. Nennichje Willems en haar huidige man Cornelis Rijcksz overleggen een quitantie van 18

    december 1681 dat Gerrit Rutgers tijdens zijn huwelijk reeds 500 gulden heeft ontvangen. Indien

    Willem Gerrits zonder kinderen blijft zal zijn vaders deel hem toegekend bij akte van uitkoop van 20

    november 1681 toevallen aan Jan en Gijsbert Rutgers.(Notarieel Veenendaal; 02-02-1682).

    Uit dit huw.:

    1. Gerrit Rutgersz, ged. Scherpenzeel 04-01-1652, ov. voor 1682, won. Veenendaal, tr.

    Veenendaal 02-01-1676 Nennichje Willems, ged. Renswoude 13-04-1656, dr. van Willem

    Rijcksz en Annitje Rijcks van Bijler. Nennichje Willems, won. Achterberg, tr. (2) Veenendaal

    (otr. Rhenen) 04-12-1681 Cornelis Rijcksz, won. Rhenen Willem Willemsz als man van Stijntgen Willems voor zichzelf en zich sterkmakende voor Cornelis

    Rijcksz als man van Nennichge Willems, en voor Rijck en Teuntgen Willems, tezamen kinderen en

  • erfgenamen van Willem Rijcksz x Annitge Rijcks, contra Eetge Gerrits wed Jan Gijsbertsz. Hij eist

    betaling van 100 gl met de rente sulcx des gedaechdes Man za: van Aelbert Soenen jn Augustij 1667

    overgenomen heeft, ende aenden voorn Willem Rijcksz belooft te betalen jn volle betalinge van

    resterende coopspenningen van seecker lant onder Renswoude gelegen, genaemt Ravenhorst, bij des

    gedaechdes man za: van Aelbert Soenen gecoft. (Dorpsgerecht Renswoude 1799; 22-02-1683).

    Uit dit huw.:

    1. Willem Gerritsz, ged. Veenendaal 25-10-1676, Stichts Veenendaal

    2. Jan Rutgersz, ged. Scherpenzeel 07-06-1653 In 1692 worden Jan en Gijsbert Rutgersen namens hun ouders Rutger Gerritsen en Marrijtgen Gijsberts,

    hun neef Gijsbert Cornelisz, zn. van Cornelis Gijsbertsz (de broer van Marrijtgen) en Hendrickjen

    Adriaens, en de kinderen van Willem Thonisz Kolfschoten en Maritien Timens beleend met de

    Weerthof. Zij verkopen het aan Hendrick Willem van Westerholt (Leenboek Huis Scherpenzeel 141,

    fol. 252 en 143 fol. 10; 27-01-1692.

    3. Gijsbert Rutgersz In 1690 ontstaat er een conflict tussen Jan Aertsen van Lambalgen en Teunis Willemsen van Rontselaer,

    namens de mede-erfgenamen van zal. Willem Tonissen van Rontselaer en Gijsbert Cornelissen, namens

    de mede-erfgenamen van Tijmen Willemsen van Kolverschoten over de Weerthof (Recht. Arch.

    Scherpenzeel 4; 20-01-1690 tm 28-01-1691).

    In 1692 worden Jan en Gijsbert Rutgersen namens hun ouders Rutger Gerritsen en Marrijtgen Gijsberts,

    hun neef Gijsbert Cornelisz, zn. van Cornelis Gijsbertsz (de broer van Marrijtgen) en Hendrickjen

    Adriaens, en de kinderen van Willem Thonisz Kolfschoten en Maritien Timens beleend met de

    Weerthof. Zij verkopen het aan Hendrick Willem van Westerholt (Leenboek Huis Scherpenzeel 141,

    fol. 252 en 143 fol. 10; 27-01-1692.

    In 1692 verkopen Gijsbert Cornelisz, jm., zn. van Cornelis Gijsbertsz en Hendrickjen Adriaens in hun

    leven gewoond hebben op Voscuilen, mede namens zijn broers en zusters genaamd Jan, Jantje, Geertje,

    Willemtje en Cnelisje Cornelissen en Tijman en Jan Willemsen van Kolfschoten mede namens hun

    broer Hendrick Willemsen van Kolfschoten, zonen van zal. Willem Teunissen Kolfschoten en het

    onmondige kind waarvan Jan Gijsberts Bosch momber is. Tenslotte Jan en Gijsbert Rutgersen namens

    hun ouders Rutger Gerritsen en Marritjen Gijsberts. Zij verkopen de Weerthof aan Hendrick Willem

    van Westerholt (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 11; 28-01-1692. Archief Westerholt 248 nr. 9,

    charter; 28-01-1692).

    Van Ginkel (2)

    I

    Rutger Hermansz, landbouwer op ´t Hek, op Ginkel onder Zuilestein, tr. Hendrickje Jans In 1639 eist Rutger Hermansz betaling van 50 gl. van Dirck van Deventer wegens betaling van 10

    hamelschapen (Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 83vo-89; 04-02/25-03-1639).

    In 1640 eist Rutger Hermansz, uit Ginkel en Gerrit Hermansz betaling van 165 gl. van Frans Thijes

    wegens een schuldbekentenis uit de boedel van de vrouw van Rijck Thijs (Recht. Arch. Scherpenzeel 2,

    fol. 99-105vo; 18-05/16-11-1640).

    In 1644 betaalt Willem Gerrets, zetmeester een obligatie van 105 gl., gedateerd 25-11-1630 aan Rutger

    Hermansz (Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 181vo; 15-01-1644).

    In 1679 stelt Rutger Hermansz zijn zoons Jan en Herman aan als executeurs testamentair (UT064a008;

    18-11-1679).

    In 1686 laat Rutger Hermansz zijn testament maken (UT060a006; 04-08-1686). Uit dit huw.:

    1. Herman Rutgersz van Ginckel, bakker te Utrecht, ov. Utrecht 03-11-1699, tr. (1) Utrecht

    04-10-1663 Christina van Dongen, tr. (2) Utrecht 28-02-1674 Margaretha van der Slede, ov.

    Utrecht 18-07-1723

    2. Anthoni Rutgersz van Ginckel, otr. Amerongen 23-04-1664 Aertje Dircks van Overeem, dr.

    van Dirk Helmertsz van Overeem en Evertje Huijberts. Evertje, tr. (2) Adriaen Jansz

  • In 1680 machtigen Jan Rutgers van Ginckel, oom van vaderszijde, wonend Colverschooten en Helmert

    Dircks van Overeen, oom van moederszijde, won. Rumelaer als bloedmombers over de kinderen van

    wijlen Anthoni Rutgers van Ginckel en wijlen Evertje Dircks van Overeem (in haar leven laatst weduwe

    van Adriaen Jans), Herman van Ghinckel, bakker te Utrecht, mede-oom en momber, om van Schout en

    Gerecht van Woudenberg te eisen verzekering van der kinderen vadersgoet (Not. A. v. Brinckesteyn,

    Amersfoort AT015a003 fol. 9; 05-11-1680).

    3. Jan Rutgers van Ginkel Nageslacht zie genealogie Kolfschoten.

    4. Neeltje Rutgers van Ginkel, tr. (1) Amersfoort (otr. Scherpenzeel 14-10-1660) Abraham

    Dircksz van de Banck, tr. (2) Amersfoort 03-04-1668 Matheus Cornelisz van der Maeth

    5. Geertje Rutgers van Ginkel, otr. Scherpenzeel (att. naar Leusden) 20-11-1670 Gerrit

    Jacobsen van Blotenburg, van Leusbroek, zn. van Jacob Gerritsz van Blotenburg en Willemtje

    Cornelissen van Langelaar. Gerrit, won. aen de Ginckel, tr. (2) Scherpenzeel 18-03-1688

    Jacobje Jansen, wed. Jan Arisen, ged. Scherpenzeel 30-01-1659, op (Groot) Lambalgen, dr.

    van Jan Gijsbertsz en IJttien Gerrits

    6. Thijs Rutgers van Ginkel, ged. Amerongen 03-08-1642, jong ov.

    7. Gerritien Rutgersen van de Haer ook wel van Ginkel, ged. Amerongen 26-03-1643, tr.

    Scherpenzeel 19-03-1665 Gijsbert Jacopsen van Coudijs, ov. 11-03-1710, zn. van Jacob

    Willemsz van Coudijs en Grietje Jansz Gerritje Rutgers, de vrouw van Gijsbert Jacobsz is in 1673 één van de vrouwen die ds. Steen belet om

    de preekstoel te beklimmen om zijn intredepreek te houden (H.M. van Woudenberg, De geschiedenis

    van de Grote kerk in Scherpenzeel, blz. 99).

    Gijsbert Jacobsz Coudijs en zijn vrouw Gerrichje Rutgers van Ginckel wonende te Scherpenzeel, 23-07-

    1695 octrooi door het Hof van Utrecht verleend, lijftochten elkaar over en weer. Verder wijzen zij hun

    acht kinderen aan als erfgenamen na hun beider overlijden. Dit zijn, Hendrickje, Maeijghje, Geertje,

    Grietje, Elbert, Theunis, Gerrichje en Jacob Gijsbertsen van Coudijs. De oudste van de kinderen op het

    moment dat beiden zijn overleden krijgt een som van 50 gulden vooruit. Ook sluiten zij de weeskamer

    uit. (Notarieel Veenendaal; 01-03-1696).

    8. Thijs Rutgers van Ginkel, ged. Amerongen 03-08-1645, volgt II

    9. Henrickje Rutgers van Ginckel, ov. Scherpenzeel 09-09-1673, tr. Scherpenzeel