Click here to load reader

Vakwerkplan PJ Duits 2015-2016 - De Foorakker Deuts · PDF file# We hebben voor Duits als moderne vreemde taal een doorlopende leerlijn # Deze leerlijn is verschillend voor onze 3

  • View
    214

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Vakwerkplan PJ Duits 2015-2016 - De Foorakker Deuts · PDF file# We hebben voor Duits als...

1

VAKWERKPLAN

*DUITS* Schooljaar 2015-2016

In het vakwerkplan is onderstaande vastgelegd:

- We hebben voor Duits als moderne vreemde taal een doorlopende leerlijn - Deze leerlijn is verschillend voor onze 3 opleidingen: VMBO TL, HAVO, VWO - Vanuit de gewenste inhoud en de leerdoelen maken we een bewuste keuze voor lesmethode

en/of andere leermiddelen. - We maken een bewuste keuze voor de manier en het tijdstip waarop we leerdoelen evalueren

of toetsen -

Visie Algemeen Het VMBO leidt over het algemeen op tot uitvoerend, producerend werk. De havo leidt op naar kaderfuncties: de schakel tussen beleidsmakers en uitvoerders. Het VWO leidt op tot werk op academisch niveau: onderzoek en beleidsontwikkeling. Dit betekent voor onze leerlingen: VMBO TL: sterk geleide, gestructureerde opdrachten die vooral op (re-)productie gericht zijn. Instructie bevat een beperkt aantal stappen. Duur van opdrachten is niet te lang, de feedback komt zo snel mogelijk na het werk. HAVO: opdrachten deels op (re-)productie gericht, maar ook op interpretatie van bronnen en het toepassen van kennis en vaardigheden op nieuw materiaal. De leerling is gebaat bij concreet resultaat op korte termijn en theorie die duidelijk toe te passen is. VWO: naast (re-) productie en analyse van bronnen is onderzoek en ontwerpen iets wat deze leerling zou moeten leren. De leerling is, naast een kant- en klare uitleg van de theorie, ook gebaat bij opdrachten die hem uitdagen zelf verbanden en theoretische achtergronden te ontdekken. Opdrachten kunnen langer duren. Bovenstaande zijn generaliseringen. Ze kunnen echter goed dienen als leidraad bij het nadenken over ons (vak)onderwijs. Op alle niveaus kunnen verschillende werkvormen worden ingezet. Zowel een vmbo leerling als een gymnasiast kan groepsopdrachten of individuele verwerkingsopdrachten krijgen. Het verschil zit in de mate van structurering en de inhoud van de opdracht. Methode In alle leerjaren wordt de methode Neue Kontakte (vierde editie) gebruikt: Leerjaar 2: Neue Kontakte 1-2 VMBO-T HAVO VWO Leerjaar 3: Neue Kontakte 3 VMBO-(B)KGT Neue Kontakte 3 HAVO VWO

2

Leerjaar 4: Neue kontakte 4 VMBO Abschluss

In de loop van dit schooljaar wordt de overstap naar de 6e Editie van Neue Kontakte voorbereid.

Duits en ICT

Het digitale deel van het lesprogramma Duits wordt aangeboden via DefoorakkerDeutsch.

Het keuze-programma Duits, E-WERK, is daar ook ondergebracht en is gekoppeld aan het keuze-programma Aardrijkskunde en Wereldorintatie en idem beschikbaar op http://www.geographixs.com.

3

Einddoelen

Vak: Duits Vmbo TL

A2/B1 HAVO B1/B2

VWO B1/B2

Vaardig-heden

A2 Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van directe behoeften beschrijven. B1 Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens reizen in gebieden waar de taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

B1 Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen. B2 Kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Kan zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanning met zich meebrengt. Kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; kan een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.

B1 Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen. B2 Kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Kan zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanning met zich meebrengt. Kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; kan een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.

4

Kennis De leerling kan: Domein A: Leesvaardigheid - aangeven of een tekst, gegeven een bepaalde informatiebehoefte, relevante informatie bevat. - de hoofdgedachte van een tekst/tekstdelen aangeven. - de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven. - gegevens uit n of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken. Domein B: Kijk- en luistervaardigheid - alle punten onder Domein A. - op basis van het gehoorde anticiperen op het vervolg van een gesprek. Domein C: Spreken/ Gespreksvaardigheid - veel voorkomende mondelinge sociale omgangsvormen (begroeten, bedanken etc.) juist interpreteren en zelf toepassen. - informatie vragen en verstrekken - naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven. - een persoon, object of gebeurtenis beschrijven. - een gebeurtenis uit het verleden of in de toekomst vertellen of beschrijven. - persoonlijke gevoelens en uiten en ernaar vragen. - een voorkeur uitspreken of naar een voorkeur vragen. - instemmen of weigeren - een (telefoon)gesprek beginnen of eindigen. - gebruik maken van compensatiestrategien.

De leerling kan: Domein A: Leesvaardigheid - aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte; - de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven; - de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven; - relaties tussen delen van een tekst aangeven; - conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de auteur. Domein B: Kijk- en luistervaardigheid - alle punten onder Domein A; - anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek; - aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken. Domein C: Spreken/ Gespreksvaardigheid - adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers; - informatie vragen en verstrekken - uitdrukking geven aan gevoelens - zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden; - strategien toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden - De leerling kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.

De leerling kan: Domein A: Leesvaardigheid - aangeven of een tekst, gegeven een bepaalde informatie-behoefte, relevante informatie bevat en, zo ja, welke; - kan de hoofdgedachte van een tekst dan wel delen van een tekst aangeven en de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven. - kan onderdelen van een tekst benoemen en het verband tussen delen van een tekst aangeven; - kan op grond van de tekst conclusies trekken met betrekking tot beoogd publiek, taalgebruik en schrijfdoel(en), als ook opvattingen en gevoelens van de auteur. Domein B: Kijk- en luistervaardigheid - alle punten onder Domein A; - een langer betoog en lezingen begrijpen en zelfs complexe redeneringen volgen, wanneer het onderwerp redelijk vertrouwd is; - de meeste nieuws- en actualiteitenprogrammas op de tv begrijpen; - het grootste deel van films in standaardtaal begrijpen. Domein C: Spreken/ Gespreksvaardigheid - duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen presenteren over een breed scala van onderwerpen die betrekking hebben op zijn/haar interessegebied. - een standpunt over een actueel onderwerp verklaren en de voor- en nadelen van diverse opties uiteenzetten; - zodanig deelnemen aan een vloeiend gesprek, dat normale uitwisseling met moedertaalsprekers redelijk mogelijk is; - binnen een vertrouwde context actief deelnemen aan een discussie en hierin standpunten uitleggen en ondersteunen.

5

Domein D: Schrijfvaardigheid - (persoonlijke) gegevens verstrekken - een korte schriftelijke mededeling doen - een briefje schrijven - op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken. - omgaan met naslagwerken. - zowel persoonlijke als semi-formele brieven ook via elektronische weg versturen. Domein E: Orintatie op studie en beroep De leerling kan zich orinteren op de eigen loopbaan. Hij is zich bewust geworden van de eigen achtergrond, interesses en sterke/zwakke punten. Hij ziet het belang van Duits voor een evt

Search related