Scriptiereglement & Studiehandleiding BA-scriptie ... Scriptiereglement & Studiehandleiding BA-scriptie

  • View
    1

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Scriptiereglement & Studiehandleiding BA-scriptie ... Scriptiereglement & Studiehandleiding...

  • Scriptiereglement & Studiehandleiding BA-scriptie Taalwetenschap

    (inclusief Gebarentaalwetenschap) versie november 2018

    1. Algemene informatie

    Een BA-scriptie is een korte verhandeling over een welomschreven probleem of onderwerp, dat in ons geval binnen het gebied van de taalwetenschap moet liggen. Ze wordt geschreven in een vorm die lijkt op wat gebruikelijk is voor een wetenschappelijk artikel. Een BA-scriptie bevat maximaal 12.000 woorden, exclusief de titelpagina, de literatuurlijst en eventuele appendices.

    Ingangseisen. In principe is de BA-scriptie je afsluitende vak. De scriptie weerspiegelt de expertise die je in je hele studie hebt opgedaan. Als je bij aanvang van het scriptietraject nog te weinig vakken hebt gehaald of bent aangevangen, kan de scriptiecoördinator je verzoeken om je scriptietraject in een volgend jaar te vervolgen.

    Hoeveelheid werk. De BA-scriptie wordt gewaardeerd met 12 EC. Hiervoor staat 12 × 28 = 336 uur werk. Je begeleider krijgt 15 uur voor de begeleiding van een BA-scriptie.

    Taal. De BA-scriptie Taalwetenschap wordt geschreven in het Nederlands of in het Engels. Uitzonderingen hierop kun je in overleg met je begeleider aanvragen bij de examencommissie.

    2. Organisatie van het scriptietraject

    De BA-scriptie wordt beschouwd als een apart vak van 12 EC, en heeft een eigen Canvas site (https://canvas.uva.nl/courses/8112). Je scriptie wordt door een docent begeleid. Er dient in alle gevallen een hoofdbegeleider van Taalwetenschap te zijn.

    Het eerste semester. Ofschoon de scriptie aangekondigd staat voor het tweede semester, gebeurt er al heel wat aan voorbereiding in het eerste semester. De opleiding Taalwetenschap is er al in september redelijk van op de hoogte wie de potentiële scriptiestudenten zijn: over het algemeen alle derde- en ouderejaars. Deze mensen krijgen in oktober een email van de BA-scriptiecoördinator (dat is op dit moment dr. Roland Pfau). In de weken daarna bedenk je als student, eventueel samen met een beoogd begeleider, een ruw scriptieonderwerp of althans de richting waarin je je scriptie wilt schrijven. De scriptiecoördinator koppelt je vervolgens aan een begeleider. Vanaf november of december vinden er dan regelmatig bijeenkomsten met je begeleider plaats, soms in groepjes (“scriptiegroepen”), soms individueel. Het werkschema voor het betreffende jaar is altijd op Canvas te vinden bij het vak “Bachelorscriptie Taalwetenschap”.

    Seminar. In februari en maart volg je naast het werk aan je scriptie het vak Methoden en Technieken (6 EC), dat aan de scriptie gekoppeld is. Een onderdeel van dit vak vormt namelijk het bespreken van het onderzoeksontwerp van elke BA-scriptie waaraan op dat moment wordt gewerkt.

    Afronding. In april en mei raakt je scriptie af. Afhankelijk van je eigen stijl en die van je begeleider lever je de scriptie in in aparte hoofdstukken of in één keer. In ieder geval geeft de begeleider je feedback over de eerste versie, die je dan kunt verwerken voor de tweede, finale, versie.

  • Scriptiereglement & Studiehandleiding BA-scriptie Taalwetenschap

    2

    Inleveren. Je wordt geacht om de finale versie van je scriptie inclusief bijlagen uiterlijk 20 juni digitaal bij je begeleider in te leveren als een PDF-bestand, zodat de opmaak vastligt (dus niet als een Word-bestand, waarvan de opmaak afhangt van de computer en beschikbare lettertypen van de ontvanger). Je begeleider zal het je laten weten als zij of hij graag ook een papieren versie van de scriptie ontvangt. Je levert de finale versie ook in via de plagiaatscontrole op Canvas. De scriptie dient een samenvatting te bevatten, zowel in het Nederlands als in het Engels (per taal max. 300 woorden).

    Festival. Tijdens het BA-scriptiefestival, dat eind juni plaatsvindt, geef je een 20 minuten durende visueel ondersteunde mondelinge presentatie van de inhoud van je scriptie. Deze presentatie is een voorwaarde voor het ontvangen van je eindcijfer.

    Tweede lezer. BA-scripties worden niet alleen geëvalueerd door je begeleider, maar ook nog door een “tweede lezer”, die je in overleg met je begeleider kiest. Normaliter ontvangt de tweede lezer slechts de finale versie; het is echter mogelijk dat zij of hij ook graag een eerdere versie wil zien om feedback te kunnen geven.

    Examen en cijfer. Het eindcijfer wordt bepaald door de begeleider in overleg met de tweede lezer. Gedurende de laatste meeting, die eind juni plaatsvindt (het “examen”), wordt de beoordeling besproken en krijg je een rapport over hoe het cijfer samengesteld is. In het cijfer betrekt de begeleider het hele scriptietraject. De tweede lezer kan ervoor kiezen om, als zij of hij vragen aan je wil stellen, bij het examen aanwezig te zijn; in dat geval stellen begeleider en tweede lezer aan het eind van de meeting het cijfer vast.

    Archivering. Zodra je het cijfer hebt, lever je de scriptie in op Pontifex (zie A–Z), zodat hij wordt gearchiveerd op UvA Scripties Online. De samenvatting dien je in voor publicatie in het KATblad.

    Te laat? De einddatum van 20 juni is zo gekozen dat je begeleider en tweede lezer nog tijd hebben voor de beoordeling, en de laatste meeting uiterlijk 30 juni kan plaatsvinden. Als je deze deadline niet haalt, kan het afstuderen flink verlaat worden, zodat je bijvoorbeeld niet aan een master kunt beginnen. Bij vertraging kun je van je begeleider niet verwachten dat zij of hij tijdens het academisch reces (juli en augustus) beschikbaar is, dus dan wordt de scriptie naar het volgend studiejaar doorgeschoven.

    Herkansing? Als je ondanks feedback na je eerste versie geen voldoende haalt voor je definitieve versie, krijg je vier weken gelegenheid om nog eenmaal, zonder verdere begeleiding, je scriptie om te werken. Dit komt gelukkig zeer zelden voor. Omdat een en ander zal plaatsvinden in de zomerperiode, is het mogelijk dat een andere docent de beoordeling overneemt. Als je zo’n gok niet de moeite waard vindt, of als ook de herwerkte versie niet voldoende is, moet je in het volgende studiejaar aan een nieuwe scriptie beginnen, die over een ander onderwerp moet gaan.

    Andere problemen? Bij verschil van mening met je begeleider, of indien je af wilt wijken van de genoemde regels, raden we aan om een en ander op te lossen in overleg met je begeleider. Dat lukt bijna altijd; zo niet, dan kun je de examencommissie om een uitspraak vragen.

    De rest van deze handleiding gaat over hoe je een BA-scriptie in de taalwetenschap of gebarentaalwetenschap schrijft.

    Kijk ook voor voorbeelden van goede scripties op de Canvas site!

  • Scriptiereglement & Studiehandleiding BA-scriptie Taalwetenschap

    3

    3. Soorten scripties

    Er kunnen verschillende soorten scripties worden geschreven. We noemen hieronder een aantal soorten, zonder de pretentie van volledigheid.

    3.1. Verslag van een klein empirisch onderzoek Onderwerpen voor een empirische scriptie zijn bijvoorbeeld: een onderzoek naar geslachtstoekenning aan naamwoorden door tweedetaalverwervers; een onderzoek naar variatie in taalgebruik afhankelijk van regio of leeftijd; een fonologische analyse van de uitingen van een tweejarig kind; een analyse van de gesproken component in de Nederlandse Gebarentaal.

    3.2. Vergelijking van verschillende theoretische standpunten Onderwerpen voor een theoretische scriptie zijn bijvoorbeeld: een bespreking van de verschillende opvattingen over het begrip classifier in gebarentalen en gesproken talen; een vergelijking van de modellen voor werkgeheugen en taal; een vergelijking van verschillende visies op de analyse van reflexieve constructies; een vergelijking van algemene eigenschappen van Optimality Theory tegenover Harmonic Grammar.

    3.3. Bespreking van enkele taalgegevens in het licht van een of meer theorieën Onderwerpen voor een analyserende scriptie zijn bijvoorbeeld: een beschrijving van nominaliseringen in verschillende talen binnen het kader van Functional Discourse Grammar; het afleiden van een perceptiegrammatica voor hoe het Pools woorden uit het Frans ontleent; een syntactische analyse van vragen in gebarentalen in het kader van Emergent Grammar; een beschrijving van retorische vragen in het Japans in het kader van de conversationele analyse.

    3.4. Kritische literatuursamenvatting over een bepaald onderwerp Onderwerpen voor een literatuurscriptie zijn bijvoorbeeld: de relatie tussen pidginisering en tweedetaalverwerving; de verwerving van vingerspelling door dove kinderen.

    Combinaties van bovengenoemde soorten scripties komen veel voor. Een empirisch onderzoek zal meestal ingegeven zijn door de verschillende voorspellingen die verschillende theorieën doen, en ook een literatuursamenvatting zal vaak niet zonder vergelijking van theorieën kunnen.

    4. Beoordelingscriteria

    De beoordeling van de BA-scriptie geschiedt aan de hand van de volgende criteria: 1. Wetenschappelijkheid: helderheid vraagstelling, onderzoeksmethode, kwaliteit argumen-tatie,

    verhouding beschrijving/analyse: 40%. 2. Bronnen- en materiaalbehandeling: selectie primaire en secundaire literatuur, hoeveelheid en

    kwaliteit van gebruikte bronnen, citaten en literatuurverwijzingen, nauwkeurigheid: 20%. 3. Creativiteit, originaliteit, diepgang en moeilijkheidsgraad: 10%. 4. Opbouw en structuur van het betoog: verdeling in hoofdstukken, paragrafen en alinea’s;

    middelen om samenhang te bewerkstelligen: 10%. 5. Taalvaardigheid en stijl: 10%. 6. Zelfredzaamheid, progressie (leren van opmerkingen begeleider), zelfstandigheid: 10%. 7. Uiterlijke verzorging, layout: aan de voorwaarden moet voldaa