Scriptie Definitief

  • View
    226

  • Download
    3

Embed Size (px)

Text of Scriptie Definitief

  • F.J. van der Meijden

    Onzekerheden uit het verleden Een garantie voor de toekomst?

  • Colofon

    Titel: Onzekerheden uit het verleden

    Ondertitel: Een garantie voor de toekomst?

    Auteur: F.J. van der Meijden

    fjvandermeijden@hotmail.com

    Opdrachtgever: Phanos Vastgoed B.V.

    Heemsteedseweg 26

    3990 GG Houten

    Telefoon: 030-6060606

    Fax: 030-6060654

    Universiteit Twente

    Civiele Techniek (Bouw / Infra)

    Postbus 217

    7500 AE Enschede

    Telefoon: 053-4899111

    Afstudeercommissie: Dr. W.D. Bult-Spiering (Universiteit Twente)

    Ir. H. Kroon (Universiteit Twente)

    G.J. Koele (Phanos Vastgoed B.V.)

    Plaats: Houten

    Datum: 6 november 2006

  • Onzekerheden uit het verleden Een garantie voor de toekomst?

    Oktober 2006 - 4 - Universiteit Twente

    Samenvatting

    Projectontwikkeling kenmerkt zich door de grote hoeveelheid onzekerheden die met name in de beginfase

    van een ontwikkelingsproces aanwezig zijn. Afhankelijk van de uitwerking van de onzekerheden kunnen

    deze resulteren in risicos (bij negatieve uitwerking) of kansen (bij positieve uitwerking).

    In opdracht van projectontwikkelaar Phanos Vastgoed is onderzoek gedaan naar projectspecifieke risicos

    waaraan hun woningbouwprojecten bloot kunnen staan. Projectspecifiek houdt in dat het risicos betreft

    die (mede) toe te schrijven zijn aan een projectkarakteristiek, en niet evengoed bij ieder ander project, op

    ieder ander moment zouden kunnen optreden. Het doel van het onderzoek is om een risicomanagement

    tool op te stellen waarbij ervaringen uit het verleden de basis vormen voor het vroegtijdig identificeren

    van deze risicos voor toekomstige projecten.

    Kenmerkend voor projectontwikkeling is het integrale proces, waarbij de ontwikkelaar voornamelijk een

    cordinerende rol heeft. Gedurende het proces wordt over het algemeen samengewerkt met architecten,

    gemeenten, stedenbouwkundigen, enzovoorts.

    Centraal in het onderzoek staan woningbouw projectkarakteristieken, ofwel kenmerken van projecten.

    Deze karakteristieken worden gezien als invloedsfactoren, welke per project kunnen variren. Ze vormen

    tezamen het krachtenveld waarin een project zich bevindt. De karakteristieken die onderscheiden worden

    zijn ingedeeld in interne en externe categorien. Uit de literatuur is gebleken dat met name externe

    invloedsfactoren een belangrijke rol spelen bij ontwikkelingsactiviteiten. Als gevolg van bijvoorbeeld

    wetgeving, politieke voorkeuren en weerstand vanuit de omgeving kan een ontwikkeling vertraging

    oplopen, of zelfs (deels) niet uitgevoerd worden.

    Ook risicos hebben zo hun eigen kenmerken: het tijdstip van optreden, eventuele onderlinge

    afhankelijkheid, benvloedbaarheid, de kans van optreden en de gevolgen ervan. Het verkrijgen van

    inzicht in deze kenmerken is van belang voor het reageren op gedentificeerde risicos. De grootte van een

    risico wordt bepaald door twee factoren: de kans van optreden en de mogelijke gevolgen ervan.

    De hoeveelheid mogelijke projectontwikkelingsrisicos is nagenoeg oneindig. Er zijn echter drie

    hoofdrisicos te noemen: kostenoverschrijding, inkomstenderving en tijdsoverschrijding. Om toch een

    nadere gradatie aan te brengen is ook voor de risicos een categorisering opgezet. Deze categorisering

    geeft aan in welke hoeken de risicos kunnen liggen, zodat nieuw gedentificeerde risicos eventueel

    kunnen worden toegevoegd binnen een categorie. De onderscheiden categorien zijn: juridisch / wettelijk,

    organisatorisch, technisch, ruimtelijk / planologisch, financieel / economisch, sociaal / maatschappelijk en

    politiek / bestuurlijk.

    De karakteristieken en de risicos vormen de bouwstenen van het opgestelde theoretisch model waarin

    veronderstelde relaties tussen beide naar voren komen. Deze relaties zijn gelegd op basis van de in de

    literatuur beschreven projectontwikkelingsrisicos en hun mogelijke oorzaken.

    Als vervolg op de bevindingen uit de literatuur is een praktijkverkenning uitgevoerd. Bij deze stap in het

    onderzoek zijn twaalf voltooide woningbouwprojecten van Phanos bestudeerd. Er is gezocht naar ervaren

    risicos en de projectkarakteristieken die aan de risicos ten grondslag hebben gelegen. Er is gebleken dat

    de risicobronnen in alle invloedscategorien gelegen kunnen zijn. Voor het doen van statistisch

    onderbouwde uitspraken is het aantal onderzochte projecten te klein, wel is te zien dat veel problemen

    veroorzaakt worden door bijvoorbeeld politiek / bestuurlijke en juridisch / wettelijke invloeden.

    Omdat het in dit onderzoek met name gaat om oorzaken en bronnen van risicos, is van de

    gedentificeerde risicos uit de praktijk het procesverloop weergegeven. Deze processen zijn vervolgens

    ter toetsing ingevuld in het theoretisch model. Daar waar dit niet mogelijk was schiet het model kennelijk

    te kort en is een update uitgevoerd. Dit nieuwe model heeft de basis gevormd voor de uiteindelijk

    opgeleverde risicomanagement tool. De gegeven relaties in het model worden hierbij gebruikt als

    hulpmiddel om vroegtijdig risicos te identificeren. Het gebruik van het model alleen is echter niet

    voldoende, het moet ook een vervolg krijgen in de vorm van een procesbeschrijving.

  • Onzekerheden uit het verleden Een garantie voor de toekomst?

    Oktober 2006 - 5 - Universiteit Twente

    Risicomanagement is immers meer dan alleen risicos identificeren. De elementen in de tool die

    zorgdragen voor de beschrijving van een compleet proces zijn de verschillende stappen die doorlopen

    moeten worden bij risicomanagement. Het risicomanagement proces kent een cyclisch verloop, volgens

    de achtereenvolgende fasen risicoanalyse, kiezen beheersmaatregelen, uitvoeren beheersmaatregelen en

    het evalueren van beheersmaatregelen. Over de inhoud van de eerste fase is geen eenduidigheid

    gevonden, daarom is er in dit onderzoek voor gekozen om de cyclus aan te passen en als volgt in te delen:

    risico-identificatie & -prioritering, risicobeheersing & -respons, en evaluatie & actualisatie.

    Hierin is risico-identificatie het opstellen van een lijst mogelijke risicos van een project, prioritering is

    het geven van prioriteit aan de risicos, afhankelijk van de kans van optreden en de gevolgen ervan. Het

    kiezen en uitvoeren van maatregelen tegen de risicos valt onder de risicobeheersing & -respons. De

    laatste stap van de cyclus houdt in dat de genomen maatregelen worden gevalueerd en dat de risico-

    identificatie wordt geactualiseerd op basis van de meest actuele informatie.

    Doel van deze risicomanagement activiteiten is vooral om risicos expliciet te maken, levend te houden

    en deze te beheersen. Tweede doel is om pro-actief om te gaan met risicos in plaats van af te wachten tot

    een risico optreedt en dan pas actie te ondernemen. Tot slot worden met het doorlopen van de cyclus

    risicos en beheersmaatregelen gestructureerd genventariseerd. Hiermee ontstaat een completer beeld van

    de risicos van een project.

    Twee belangrijke onderdelen van risicomanagement die parallel moeten lopen aan het doorlopen van de

    cyclus zijn een open, transparante communicatie over risicos, en het op een gestructureerde wijze

    bijhouden van de risicodocumentatie.

    Om deze activiteiten eigen te maken binnen de organisatie van Phanos zijn twee hoofdzaken van belang,

    namelijk het invoeren van risicomanagement (het doen gebruiken ervan) en ten tweede het inbedden van

    risicomanagement (afstemmen op de bedrijfsprocessen en inpassen in het dagelijks werk).

    De uiteindelijk opgeleverde risicomanagement tool geeft de verschillende stappen van de

    risicomanagement cyclus weer. Risico-identificatie vindt plaats op basis van de projectkarakteristieken,

    deze fungeren hierbij als risico-indicatoren. Het model, met daarin de relaties tussen risicos en

    karakteristieken, dient ter bevordering van het risicodenken en geeft snel inzicht in mogelijke oorzaak-

    gevolg ketens. Na identificatie van risicos worden deze met behulp van een scoretabel op volgorde van

    prioriteit gezet.

    De tweede stap in het model richt zich op het beheersen van en reageren op risicos. Hiervoor zijn vier

    strategien mogelijk: vermijden, overdragen, reduceren en accepteren. Voorgestelde maatregelen om

    risicos te beheersen moeten aan enkele criteria worden getoetst op hun geschiktheid. Een goed moment

    waarop deze activiteiten kunnen plaatsvinden is het projectteamoverleg (PTO). Bij het gehele team

    ontstaat zo een gezamenlijk beeld van het risicoprofiel van het project.

    Na het uitvoeren van maatregelen worden deze gevalueerd door te kijken naar de mate waarin de

    maatregelen geresulteerd hebben in het uitblijven van de drie hoofdrisicos. De nieuwe informatie vormt

    vervolgens de input voor een actualisatie van de risico-identificatie. Dit vormt meteen de start van het

    doorlopen van een nieuwe risicomanagement cyclus.

    Om de continuteit van het risicomanagement te waarborgen wordt het aanbevolen om de identificatie en

    prioritering in de checklist-taken planontwikkeling op te nemen.

    Het documenteren van risicos en beheersmaatregelen vindt bij voorkeur plaats in een risicologboek,

    waarin ieder teamlid op ieder moment een update in moet kunnen aanbrengen. Andere belangrijke items

    uit het logboek zijn de risico-oorzaken, de gevolgen en