Click here to load reader

Mvt-onderwijs nu en in de toekomst - Moderne Vreemde Talen · PDF file Ook was er behoefte een aantal veelgenoemde discussiethemas over de toekomst en inrichting van moderne vreemde

  • View
    2

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Mvt-onderwijs nu en in de toekomst - Moderne Vreemde Talen · PDF file Ook was er behoefte een...

  • 1

    Mvt-onderwijs nu en in de toekomst Opvattingen van docenten en vakdidactici

    Voorwoord Dit rapport bevat de resultaten van een survey-onderzoek naar opvattingen van docenten en lerarenopleiders moderne vreemde talen over het huidige moderne vreemde talen (mvt)-onderwijs in Nederland en hun ideeën over de toekomst van dit onderwijs. Het onderzoek werd uitgevoerd tussen september 2016 en juli 2018 aan de Vrije Universiteit Amsterdam in opdracht van het Meesterschaps- team MVT. Het bestond uit een landelijke enquête aangevuld met eenmalige focusgroep-interviews. Aanleiding voor het onderzoek was de wens binnen het Meesterschapsteam MVT om docenten en vakdidactici open te bevragen over hun visie op betekenisvol mvt-onderwijs en wat daarvoor nodig is. Ook was er behoefte een aantal veelgenoemde discussiethema’s over de toekomst en inrichting van moderne vreemde talenonderwijs (zoals het adviesrapport Onderwijs 2032, taalbewustzijn, cultuuronderwijs, ICT en het gebruik van de doeltaal) aan de participanten voor te leggen. Dit onderzoek heeft gepoogd retoriek en praktijk dichterbij elkaar te brengen. Alleen door samenwerking en uitwisseling tussen verschillende stakeholders in het onderwijs kan er blijvend vorm worden gegeven aan dat onderwijs. Uiteraard doet dit onderzoek niet volledig recht aan de complexiteit van mvt-onderwijs en zouden de verschillende thema’s die in de survey aan de orde zijn gekomen stuk voor stuk uitvoeriger kunnen worden bekeken. Met dit onderzoek wil het Meesterschapsteam MVT op zijn minst een bijdrage leveren aan de actuele discussie over het mvt-curriculum en aan de eigen agenda voor vakdidactisch onderzoek. Dit rapport is tot stand gekomen met hulp vanuit het werkveld van docenten en vakdidactici. Dank gaat uit naar alle deelnemers aan de survey voor het vrij maken van tijd in het drukke docentenbestaan om hun ideeën te verwoorden en naar collega-opleiders en vo-docenten voor hun deelname aan een pilot- versie van de enquête. Speciale waardering gaat uit naar Sebastiaan Dönszelmann (VU) en leden van het Meesterschapsteam MVT voor hun hulp bij het ontwerp en de analyse van de enquête en de totstand- koming van voorliggende tekst. Vrije Universiteit Amsterdam, december 2018 Dr. Anna Kaal (UD/vakdidacticus Engels)

  • 2

    Inhoudsopgave

    1. Inleiding en achtergrond p. 3 2. Onderzoeksopzet p. 6

    2.1 Probleemstelling en onderzoeksvragen 2.2 Onderzoeksaanpak

    3. Bevindingen thema 1: de huidige praktijk en praktijkwensen p. 9 4. Bevindingen thema 2: actuele discussiepunten p. 25 5. Conclusie en discussie p. 34 6. Bronnen p. 36 Bijlage 1: Gegevens per vraag p. 39 Bijlage 2: Voorbeeldenquête vakdidactici

  • 3

    1. Inleiding en achtergrond Wat is het doel van onderwijs in onze samenleving? Zijn we tevreden over de huidige inrichting van het curriculum en de werkwijze? Wat is er goed, wat kan er beter en hoe dan? In personeelskamers op scholen, aan universiteiten, binnen vakgroepen en lerarenopleidingen, maar ook thuis aan de eettafel vindt iedereen vaak wel iets over de manier waarop we het onderwijs in Nederland inrichten. Ook de huidige ontwikkelingen rondom de vernieuwing van het curriculum (Curriculum.nu) laten zien dat veel verschillende partijen zich betrokken voelen bij dat onderwijs. In deze discussies speelt taal, zowel het Nederlands als moderne vreemde talen, een belangrijke rol, bijvoorbeeld omdat onderwijs nu eenmaal in een taal wordt gegeven (zie bijvoorbeeld De Graaff, 2013, over TTO-onderwijs of Honing & Wilschut, 2016, over het belang van taal bij causaal redeneren in de geschiedenisles), maar ook omdat taal en identiteit onmiskenbaar onderdeel uitmaken van onze multiculturele samenleving (Van Avermaet, 2015; Van Loo, 2015). Voor de moderne vreemde talen worden deze discussies onder andere gevoed door een aanhoudende afname van interesse voor een profiel als C&M (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2018). Daarnaast merken universiteiten al jaren dat steeds minder studenten geïnteresseerd zijn in taalstudies. Onder andere de VSNU en KNAW waarschuwen voor een vicieuze cirkel van de afnemende aandacht voor talen en meertaligheid: het leidt tot minder academisch geschoolde docenten, wat gevolgen zal hebben voor de kwaliteit van taalonderwijs, de waarde die gehecht wordt aan talige competentie en, vervolgens weer, de interesse voor taalstudies (KNAW, 2018). Dit is onder meer aanleiding geweest voor de oprichting van het Nationaal Platform voor de Talen waarin Nederlandse universiteiten samenwerken aan vernieuwing van de universitaire studies, met als één van de aandachtspunten de versterking tussen universiteit en voortgezet onderwijs. Verschillende partijen stellen ook voor om in het voortgezet onderwijs minder nadruk te leggen op taalvaardigheid en grammatica, en meer inhoudelijke onderwerpen toe te voegen waardoor leerlingen een bredere blik op taal geboden krijgen (zie o.a. de visiestukken van de Meesterschapsteams MVT en Nederlands en de vakverenigingen Nederlands en Engels/MVT van Levende Talen). Deze insteek sluit aan bij een meer algemene vraag naar betekenisvol onderwijs waarin leerlingen niet alleen praktisch nuttige vaardigheden leren, maar meer bagage krijgen om als volwaardig burger in de samenleving te functioneren en eraan bij te dragen (Nussbaum, 2010; Biesta, 2014). In 2016 publiceerde het Platform Onderwijs2032 zijn visie op een nieuw curriculum in het primair en voortgezet onderwijs (Schnabel et al. 2016). Het voorstel leidde tot veel kritiek: welke plek was er bijvoorbeeld nog voor een tweede of derde moderne vreemde taal? Naast inhoudelijke bezwaren werd ook gevoeld dat docenten en vakgroepen gebrekkig waren geraadpleegd en zich weinig betrokken voelden bij de noodzaak voor vernieuwing (zie Richters, 2017 en Van Schaik et al., 2017). In het project Curriculum.nu is momenteel juist aan docenten en schoolleiders een sleutelrol gegeven om het curriculum verder vorm te geven. Al langere tijd bestaan er ook andere initiatieven voor vernieuwing waarbij wetenschap en praktijk met elkaar samenwerken. Een voorbeeld is het Dudoc-Alfa-project (Regieorgaan Geesteswetenschappen) waarin docenten en lerarenopleiders vakdidactisch promotieonderzoek doen. Verder delen wetenschappers, lerarenopleiders en docenten op verschillende congressen in het land hun ervaringen en ontwikkelen ze samen onderwijs (bijvoorbeeld in dots of plg’s). Lerarenopleidingen werken samen met academische opleidingsscholen waarbinnen praktijkgericht onderzoek en onderwijsontwikkeling centraal staan.

  • 4

    Bovengenoemde ontwikkelingen vormen een vruchtbare bodem voor dialoog; een ontwikkeling waar het Meesterschapsteam MVT graag aan bijdraagt. De uitnodiging vanuit het ministerie aan onderwijs- betrokkenen om na te denken over het toekomstig onderwijs en de noodzaak om de dialoog tussen verschillende betrokkenen in het werkveld op gang te houden vormden samen de belangrijkste aanleiding voor deze survey. In dit onderzoek werden docenten en lerarenopleiders mvt gevraagd naar hun mening over actuele trends in discussies over het mvt-onderwijs. Het betrof de volgende thema’s, voortkomend uit kernpublicaties en studiedagen binnen het werkveld (e.g. De Graaff & Tuin, 2009; Fasoglio et al., 2015; Tammenga-Helmantel & Le Bruyn, 2016): (1) Meertaligheid en Interculturele Competentie

    Engels heeft als lingua franca een duidelijke plek verworven in het kerncurriculum, en op steeds meer scholen wordt gekozen voor TweeTalig Onderwijs (TTO; voornamelijk met Engels als voertaal). Dit is een mooie impuls voor het Engelse vaardigheidsonderwijs, maar leidt er mogelijk toe dat andere talen minder belangrijk worden gevonden. Dit botst met het ideaalbeeld van een plurilinguïstische samenleving waarmee het Europees Parlement diversiteit en tolerantie beoogt (zie de website van de Council of Europe: https://www.coe.int/). Daarnaast zou er naast een focus op communicatieve vaardigheid ook aandacht kunnen zijn voor het ontdekken van verschillen tussen culturen en het reflecteren op eigen taal en cultuur (e.g. Byram 2008). Interculturele competentie (ICC) heeft in het formele mvt-curriculum echter nog geen duidelijke status (Fasoglio et al., 2015, p. 47).

    (2) Taalbewust onderwijs

    Een bredere blik op taal laat zich goed vatten in het begrip ‘language awareness’ of ‘taalbewustzijn’, ook wel breed gedefinieerd als “explicit knowledge about language, and conscious perception and sensitivity in language learning, language teaching and language use” (Finkbeiner & White 2017). Belangrijke uitgangspunten binnen de taalbewustzijnstraditie vormen het leren begrijpen van het fenomeen taal en het taalleerproces met als doel taal te doorzien, het zelf goed te leren gebruiken, het kritisch te kunnen benaderen en simpelweg plezier in taal en taalleren te hebben. Hierbij is ruimte voor vakoverstijgende aanpakken en aandacht voor kennis en ervaringen met taal van de leerlingen zelf. Vragen uit de taalbewustzijnstraditie zijn bijvoorbeeld: Wat is taal? Waar komt het vandaan? Welke patronen zien we? Welke effecten heeft het? Welke overeenkomsten zien we tussen talen? Hoe leer ik een taal? (zie Garrett & Cots, 2018; Hawkins 1984, 1999; James & Garrett, 1992). Deze brede blik op taal zou een verrijking kunnen zijn voor het huidige communicatieve vaardigheidsonderwijs.

    (3) Doeltaalgebruik

    Wanneer je een vreemde taal leert is het belangrijk om ook met die taal in aanraking te komen. In het Nederlands mvt-onderwijs wordt de doeltaal echter relatief weinig ingezet. Hoe docenten de doeltaal het beste

Search related