Kloosterschoolsite Tildonkse ursulinen: een oord van schoonheid

  • Published on
    11-Jan-2017

  • View
    214

  • Download
    1

Embed Size (px)

Transcript

<ul><li><p>1</p><p>Beknopte bouwgeschiedenis van de kloosterschoolsite van de Tildonkse ursulinen, inclusief restauratie en herbestemming</p><p>EEN OORD VAN SCHOONHEID.</p></li><li><p>Inleiding De meer dan drie hectaren grote site van het klooster- en schoolcomplex van de zusters ursulinen te Tildonk (Haacht) is een stilistisch gevarieerd maar niettemin harmonieus conglomeraat van gebouwen en tuinen. Het geheel vormt een typologisch schoolvoorbeeld van een katholieke, landelijk gelegen meisjeskostschool met als bepalende elementen klooster, internaat, dorpsschool, boerderij en nuts- en siertuinen binnen een ommuurde omheining. Tegelijkertijd getuigt het van de ontwikkelingen in kloosterschoolarchitectuur en bijbehorende groenaanleg tussen de 19de eeuw en het interbellum. </p><p>De originele aankleding en meubilair in vele binnenruimtes alsook de oorspronkelijke aanleg en tuinmeubilair op het domein zijn immers nog grotendeels intact gebleven. Vooral in de vleugels of zalen met representatieve en/of religieuze functie is de complementariteit tussen decoratie en architecturaal kader van een bijzonder niveau. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit waardevol relict van een eertijds afgesloten leefwereld sinds 2002 beschermd is als monument, wegens zijn (architectuur)historische en artistieke waarden. Bovendien maakt het deel uit van een beschermd dorpsgezicht, met pastorie en kerk gelegen aan de door neoclassisistisch genspireerde burgerwoningen geflankeerde Pastoor Lambertzdreef die van de kloosteringang in een recht trac leidt naar het voormalig gemeentehuis. Dit overwegend laat- 19de-eeuws geheel verwijst naar de vroegere welstand ontleend aan de nabijheid van een internationaal gerenommeerde onderwijsinstelling. </p><p>In deze brochure maken we je wegwijs in het rijke verleden van de Tildonkse kloosterschoolsite. We gaan dieper in op de (bouw)geschiedenis, de restauratie en de herbestemming van het gebouwen- en tuinencomplex, gelegen tussen de Kruineikestraat, Kouterstraat en de vaart Leuven-Rupel.</p><p>Overzicht site ................................................................................................................................................................................. 4</p><p>1. Van dorpsschool over pensionnat de demoiselles tot Sint-Angela-Instituut ..................................................................................................................................... 6</p><p>2. Een eeuw architecturale ontplooiing 1821-1930 ..................................................................... 10</p><p>3. Religieus-didactische en functionele park- en tuinaanleg ..................................... 28</p><p>4. Restauratie en herbestemming .................................................................................................................... 35</p><p>Litho uit prospectus van na 1903, met zicht op de feestzaal tussen noord- en zuidvleugel van het schoolcomplex</p></li><li><p>KOUT</p><p>ERST</p><p>RAAT</p><p>KRUINEIKESTRAAT</p><p>KLOO</p><p>STER</p><p>KERK</p><p>FEESTZAAL</p><p>CARROUSEL</p><p>KEUK</p><p>ENS</p><p>WESTVLEUGEL</p><p>NOOR</p><p>DVLE</p><p>UGEL</p><p>ZUID</p><p>VLEU</p><p>GEL</p><p>BOER</p><p>DERI</p><p>J</p><p>NOVICIAAT</p><p>OOSTVLEUGEL</p><p>KLOOSTERKOER</p><p>KLEUTERSCHOOL</p><p>KAPE</p><p>LKOE</p><p>R</p><p>KAPE</p><p>L</p><p>1896</p><p>1890</p><p>1924</p><p>1890</p><p>1868</p><p>1868</p><p>1899</p><p>18801903</p><p>1920 1930</p><p>1900 1903</p><p>1877 1880</p><p>KAPELEERSTE </p><p>KLOOSTERGEBOUW</p><p>18221821</p><p>KRUI</p><p>NEIK</p><p>ESTR</p><p>AAT</p><p>KRUI</p><p>NEIK</p><p>ESTR</p><p>AAT</p><p>1845 - 18521853</p><p>1852</p><p>KRUI</p><p>NEIK</p><p>ESTR</p><p>AAT</p><p>1880 1877 - 1880 </p><p>1863</p><p>BOUWFASEN 1821-1880</p><p>OVERZICHT SITE</p><p>4 5</p></li><li><p>6 7</p><p>Van dorpsschool over pensionnat de demoiselles tot Sint-Angela-InstituutBESCHEIDEN BEGIN </p><p>Het Sint-Angela-Instituut en ursulinenklooster te Tildonk dankt haar oorsprong aan Joan-nes Lambertz (Hoogstraten 1775 - Tildonk 1869), kapelaan (1812-1815) en pastoor (1815-1866) te Tildonk. Getroffen door een - vooral voor meisjes - gebrekkige onderwijsinfrastruc-tuur, richt hij in 1818 een dorpsschool voor kin-deren uit de parochie op in een bijgebouw van de pastorie. Al vanaf het tweede jaar verwel-komt hij er meisjes als internen. Bijgevolg kan men deze instelling tot n van de oudste meis-jespensionaten van Belgi rekenen. In het be-gin nemen drie vrouwen het volksonderwijs op zich. Ze leven samen als kloosterlingen volgens een voorlopige leefregel en met tijdelijke gelof-ten. Hun roepnaam, Dochters van de Heilige Ursula, verwijst naar de inzet van de ursulinen-orde op het vlak van volksonderwijs en armen-zorg. Het stijgend aantal kostschoolleerlingen (10 in 1821 en 28 in 1822) en kloosterlingen (7 in 1819 en 13 in 1822) dwingt de pastoor </p><p>om uit te wijken naar een meer geschikte lo-catie. Na inzameling van fondsen, onder meer bij de priester Van Billoen uit Leuven, koopt hij een stuk grond, centraal gelegen nabij de parochiekerk, ingeplant op de hoek van de Kruineike- en Kouterstraat. Het omvat een huis, genaamd Blommendael, alias s Heeren- of s Gravenhuijs, ter hoogte van de kruising met de huidige Pastoor Lambertzdreef, een brou-werij gelegen aan de Kouterstraat, en een hof van circa 60 are. Na afbraak van het huis voltooit men in 1822 op de huidige locatie de bouw van een kapel en school. </p><p>Het Hollandse bewind beknot sterk het religi-euze fundament van de onderneming. De zus-tergemeenschap mag immers gedurende een decennium slechts als burgerlijke samenleving lesgeven. Ondanks deze tegenkanting tellen de buiten- of dorpsschool en het pensionaat in 1824 respectievelijk 100 en 50 leerlingen en staan in 1830 twintig zusters in voor het on-derricht van 130 pensionnaires. Pas na de Bel-gische onafhankelijkheid en de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en onderwijs wordt de toenmalige 18 koppen tellende zustergemeen-schap in 1832 erkend. De formele congregatie leeft vanaf dan volgens de statuten van de ur-sulinen en de regel van de Heilige Augustinus. Het Tildonkse klooster spreidt al snel zijn vleu-gels uit. Het ligt namelijk aan de basis van een congregatie van tientallen ursulinenkloosters, gericht op volksonderwijs, die overwegend maar niet exclusief in de landelijke regios van Vlaams-Brabant gelegen zijn, onder andere te Mollem (1832), Heikruis te Pepingen (1833), Zaventem (1834), Scherpenheuvel (1836), Laken (1844) en Ternat (1860). </p><p>Bidprent uit 1938 om de zaligmaking van Joannes Lambertz te bekomen, naar een schilderij van Petrus Van Schendel (1828-1870) (JG)</p><p>UITBOUW VAN EEN INTER NATIONAAL GERENOMMEERD PENSIONAAT</p><p>Naast kosteloos lager onderwijs voor externen biedt de zustergemeenschap in de kostschool lager onderwijs aan. In 1868 opent er ook een zondagsschool voor dienstboden en meisjes uit het dorp die te oud zijn om tijdens de week naar school te komen. Zij krijgen onderricht in lezen, schrijven en christelijke leer. Na 1881 biedt het pensionaat ook algemeen vormend middelbaar onderwijs aan. Dit laatste omvat twee richtingen, de littraire en de scientifi-que, elk opgedeeld in les moyennes, een drie-jarige cyclus, en in een aanvullende twee- of driejarige cyclus cours suprieurs. De toelagen van de pensionnaires geven aan de instelling de armslag om te investeren in de uitbouw van de kostschool en in het kosteloos basisonder-wijs dat weliswaar en dit ook ruimtelijk apart en afgescheiden van het internaat wordt aangeboden. De onderwijsinstelling verwerft in de loop van de 19de eeuw een reputatie die leidt tot een internationale rekrutering, veelal van kinderen van diplomaten. Zijn er in 1844 nog maar 2 op 60 internen van buitenlandse </p><p>herkomst, dan groeit dit aantal gestaag aan tot 30 op 136 in 1856 en tot 67 op 142 in 1910. De hoge vlucht van de instroom van Engelse kostschoolmeisjes situeert zich wel voorname-lijk na WOI. Niet toevallig draagt tijdens het interbellum n van de hotels in het dorp de naam Htel de Londres, gelegen in de huidige nummers 28-34 van de Dorpsstraat. </p><p>Gedurende lange tijd blijft Frans de voertaal in de onderwijsinstelling. Pas in 1942 wordt een Nederlandstalige afdeling voor externen en internen gecreerd, de Middelbare Landelijke Huishoudschool. Dit houdt de erkenning in als technisch secundaire school met een volledige sociaal-technische afdeling en een lagere cy-clus Familiale Hulp met 4de finaliteitsjaar. De blijvende instroom van Engels(talig)e leerlin-gen neemt na WOII nog toe. Het instituut wint immers aan bekendheid in Engeland wegens de inrichting in de gebouwen van een Engels militair hospitaal kort na WOII. Dit leidt tot de oprichting van een internationale afdeling met Engels als voertaal, die vooral rekruteert onder dochters van Britse militairen die in Belgi ver-blijven. </p><p>1</p><p>Register van het pensionaat, eind 19de eeuw (AU)</p></li><li><p>8 9</p><p>Ze wordt opgeheven in 1977. Vanaf de jaren 1970 wordt ook het pensionaat dat in 1957 nog 365 internen en 102 half-internen telt, geleidelijk afgebouwd en definitief gesloten in 1977. Intussen krijgt de school in 1974 een eerste lekendirecteur. In de jaren 1980 schudt de school haar imago van huishoud-school van zich af. Naast TSO en BSO biedt ze, in de nieuwe VSO-structuur, ook alge-meen vormend onderwijs aan, waaronder Economie-Talen en Economie-Wiskunde. Heel de tijd blijft in een bijgebouw op de site de dorpsschool functioneren, die later de naam Pastoor Lambertzschool draagt en recent hernoemd is tot De Lambertzhoeve wegens een verhuis naar de gebouwen van de voorma-lige kloosterboerderij. </p><p>KWALITATIEVE RUIMTE IN DIENST VAN EEN PEDAGOGISCH PROJECT</p><p>In het pedagogisch project van de Tildonkse ursulinen staat uiteraard de religieuze, christe-lijke opvoeding centraal. Daarnaast besteden ze ruim aandacht aan de kennis van de Franse taal en cultuur, aan het onderricht in goede omgangsvormen, aan de verwerving van naai-, knip- en confectievaardigheden met verplicht handwerk, en facultatief aan de muzika-le, artistieke en huishoudelijke vorming. En dit alles in een gezonde landelijke omgeving on-der de vorm van een functioneel aangelegd en kunstig vormgegeven park- en groendomein. </p><p>Zeker gezien de 19de-eeuwse industrialisering van de stedelijke ruimte en de contemporaine aandacht voor besmettelijke ziektes oefent een natuurlijke, hyginische omgeving een aantrek-kingskracht uit op het doelpubliek van de hogere maatschappelijke en kapitaalkrachtige kringen. In de Frans- en anderstalige prospectussen en in de advertenties in buitenlandse pers legt de instelling zowel in beeld als tekst dan ook de nadruk op haar aangename ligging, de goede lucht, de tui-nen, de gezonde en gevarieerde voeding (van de eigen boerderij), het kwalitatief lespakket (waar-onder talen), het onderricht in goede manieren en het aanbod aan nevenactiviteiten (tekenen, gymnastiek, ...). </p><p>De pedagogische opzet van het instituut reflec-teert zich ook in de kwaliteitsvolle architectu-rale vormgeving en aankleding, in het gebruik van moderne materialen en toepassingen en in de functionele voorzieningen, waaronder de bad-, naai-, schilder-, piano- en feestzalen. Veelzeggend in dit licht is de aanwending van de art nouveau in de laat-19de- en vroeg-20ste-eeuwse uitbreidingen van het schoolcomplex (zuidvleugel met belvedre en feestzaal). Deze in katholieke middens vooruitstrevende keuze vindt haar bestaansreden in de wens van de ursulinen om tegemoet te komen aan de smaak-voorkeuren van de gegoede (buitenlandse) burgerij, om architecturaal uitdrukking te geven aan hun pedagogisch modernisme en om vanuit hyginische redenen voldoende lichtkwaliteit en luchtcirculatie te voorzien. </p><p>Zo lezen we op de beginpagina van de schoolprospectus uit de Hollandse periode (1824-1830): Deze Stigting is merkwerdig door de ruymte van de wooning en de aengenaemdheyd der gelegenheyd. Opgeregt in eene van de gezondste plaetzen () zy is als een lustig en lugtig veld () groote hoven met vrugtboomen bezet, eene pleyn omringeld met mueren en eeniglyk dienende tot vermaek der jonge Jouffrouwen () en bezonderlyck de gezonde logt die men er schept (). </p><p>Een prospectus uit 1885 verwoordt de onderwijsmissie van de Tildonkse ursulinen als volgt: Former des jeunes personnes foncirement vertueuses, habitues au tra-vail, lesprit dordre et dconomie, capables de se rendre utiles leurs parents et de bien remplir les devoirs des diverses positions sociales auxquelles elles seront appeles: leur donner une instruction solide, des manires aises et polies, tel est le but que les Ursulines se proposent.</p><p>Prentbriefkaart met cricketspel in de tuin, na 1930 (JG) Prentbriefkaart met gezicht op naaiklas, na 1930 (JG)</p><p>Prospectus van de kloosterschool uit 1885, druk Maison E. Duval et Sur, Bruxelles (JG)</p></li><li><p>10 11</p><p>Een eeuw architecturale ontplooiing 1821-1930</p><p>Het hedendaagse gebouwencomplex is het resul-taat van een organisch uitbreidingsproces, ten ge-volge van de toename van het onderwijsaanbod en de aangroei van de leerlingenpopulatie en de kloostergemeenschap. Het gelaagde geheel ge-tuigt van stijlevoluties in de architecturale vorm-geving van kloosterschoolbouw. Het bezit on-danks zijn eclectisch karakter toch een bijzondere harmonie. Van de oorspronkelijke gebouwen blij-ven nauwelijks meer zichtbare sporen over, terwijl bouwarcheologische sporen en iconografische getuigenissen soms tegenstrijdige informatie ge-ven over hun evolutie, zeker wat de locatie en de heropbouw van de eerste kloosterkapel betreft. </p><p>Alleszins blijkt dat 19de-eeuwse gravures vaak ten dele onvolledig zijn en dus onbetrouwbaar voor een exacte reconstructie van het bouwproces. Ze bieden daarentegen wel interessant materiaal over de manier waarop de kloosterlingen hun instituut aan de buitenwereld hebben willen voorstellen. </p><p>NEOCLASSISIS TISCHE GRANDEUR (1821-1852) </p><p>De eerste klooster- en schoolconstructie met kapel uit 1821-1822 is west-oost georinteerd en staat dwars op de Kruineikestraat ingeplant. In de nasleep van een overstroming in 1839 en de bijbehorende waterschade en vochtigheids-problemen, wordt ze in de vroege jaren 1860 grotendeels afgebroken omwille van redenen van hygine en comfort. In latere bouwfases is er dan ook steeds rekening gehouden met de hoge grondwaterstand, getuige de ten opzich-te van het straatniveau n meter verhoogde gelijkvloers rond de huidige binnentuin. Bij de afbraak is enkel een ruimte aan de westzijde van de oorspronkelijke vleugel gespaard. Zij vormt de verbinding tussen de huidige zuid-vleugel die in 1863 iets zuidelijker, parallel aan de oorspronkelijke constructie, is aangebracht, en de westvleugel uit de jaren 1850. Dit bouw-proces verklaart de kink aan de westelijke binnenzijde van de kloostertuin, daar waar </p><p>de pandgang abrupt stopt. De oorspronkelijke kapel uit 1822-1825, die in het oostelijke ver-lengde van de eerste klooster- en schoolcon-structie ligt, blijft ook behouden. Ze ondergaat tussen 1852-1863 wel een neogotisch genspi-reerde verbouwing, met toevoeging van een voorportaal, zichtbaar in het verschil in vloeraf-werking tussen het marmer in de kapel en de keramieken tegels in het portaal. </p><p>Voordien al, tussen 1839 en 1846, noopt de groeiende populatie van internen tot uit-</p><p>breiding, inclusief losstaande boerderij- en wasserij gebouwen die in 1901 zullen wijken voor de verlenging van de zuidvleugel. In de eerste plaats komt er een L-vormig volume achter de kapel, waarvan enkel de zuidelijke helft als sacristie bewaard is en het noord...</p></li></ul>

Recommended

View more >