of 66/66
handboek referentiefuncties INLEIDING

Handboek functies

  • View
    230

  • Download
    1

Embed Size (px)

Text of Handboek functies

  • handboek referentiefuncties

    INLEIDING

  • handboek referentiefuncties

    INLEIDING In deze brochure zijn alle afspraken en regelingen verzameld op het gebied van functies. Ach-tereenvolgens zijn de volgende afspraken en regelingen opgenomen: a. artikel 12 van de CAO-Orsima Dit artikel geeft de basis voor alle regelingen en afspraken op het gebied van functies in de sector Orsima. b. overzicht loongroepen en functies Hierin wordt een overzicht gegeven van de loongroepen, de daarbij behorende ORBA-punten en de functies die in de betreffende loongroepen zijn opgenomen. Dit is bijlage IV bij de CAO-Orsima. c. protocol indeling functies Dit protocol is van toepassing voor het bedrijf dat voor de eerste maal overgaat tot functie-indeling. Er zijn regels opgenomen over de manier waarop dat moet geschieden; de regels worden verduidelijkt met praktische voorbeelden. d. regeling functie-indeling In deze regeling zijn enkele formele bepalingen opgenomen rond de functie-indeling (een werknemer dient te worden ingedeeld in een functie, hetgeen hem schriftelijk dient te worden meegedeeld). Daarnaast is er een beroepsprocedure opgenomen indien de werknemer het niet (meer) eens is met de functie-indeling. Dit is bijlage VI bij de CAO-Orsima. e. protocol functiebeoordeling Jaarlijks dienen de werknemers met een loon dat valt binnen het in de CAO genoemde loon-gebouw te worden beoordeeld. In het protocol zijn de regels opgenomen rond functiebeoorde-ling. f. toelichting functiebeoordeling In dit onderdeel wordt een toelichting gegeven op het onderwerp functiebeoordeling. g. overzicht van functies en functiebeschrijvingen In dit onderdeel wordt een beschrijving gegeven van 22 functies. Daarbij wordt tevens aange-geven in welke loongroep deze functies vallen. Aan de hand van deze beschrijvingen kan de werknemer zo goed mogelijk in een functie wor-den ingedeeld.

  • handboek referentiefuncties

    ARTIKEL 12 CAO-ORSIMA FUNCTIES

  • handboek referentiefuncties

    ARTIKEL 12 CAO-ORSIMA FUNCTIES

    1. De werkgever stelt de werknemer aan in een van de functies genoemd in bijlage IV. 2. Aan de werknemer wordt schriftelijk meegedeeld

    in welke functie met bijbehorende functieomschrijving hij wordt aangesteld; in welke loongroep hij is ingedeeld en welk ervaringsjaar is toegekend

    3. In geval van verschil van mening over de functie-indeling is bijlage VI (Regeling functie-

    indeling) van toepassing. 4. a. Jaarlijks per 1 januari heeft een functiebeoordeling plaats waarmee wordt bepaald ion

    welke mate een ervaringsjaar wordt toegekend. De functiebeoordeling heeft plaats over-eenkomstig het protocol functiebeoordeling (bijlage VII).

    b. Per bedrijf dienen de kwalificiaties voor tenminster 2/3 goed, zeer goed of uitstekend te zijn.

  • handboek referentiefuncties

    OVERZICHT LOONGROEPEN EN FUNCTIES (BIJLAGE IV CAO-ORSIMA)

  • handboek referentiefuncties

    OVERZICHT LOONGROEPEN EN FUNCTIES (BIJLAGE IV CAO-ORSIMA)

    Loongroep ORBA-punten Functie 1 < 40 Corveer 2 40 t/m 49 Cleaner (handmatig) 3 50 t/m 64 Magazijnmedewerker

    Algemeen medewerker/matroos Cleaner Heftruckchauffeur Allround medewerker asbestverwijdering

    4 65 t/m 69 Hulpmachinist Hulpmachinist rioolreiniging Medewerker industrile reiniging/sjorren

    5 70 t/m 95 Zelfstandig cleaner Straler-coater Straler-coater/cleaner Kolkenzuigmachinist

    6 96 t/m 109 Monteur straal-/coatmaterieel Meewerkend voorman algemene werkzaamheden Machinist vacumwagen Machinist hogedrukwagen Automonteur Allround machinist Allround machinist rioolreiniging Gecertificeerd toezichthouder asbestverwijdering

    7 110 t/m 124 Meewerkend voorman (scheeps)onderhoud/reiniging Monteur materieel Schipper

  • handboek referentiefuncties

    PROTOCOL INDELING FUNCTIES

  • handboek referentiefuncties

    PROTOCOL INDELING FUNCTIES Dit protocol is van toepassing wanneer een bedrijf voor de eerste maal overgaat tot functie-indeling. 1. Nadat de functie en de loongroep van de werknemer zijn bepaald, dient de indeling in ervaringsjaar

    (en dus loonhoogte) binnen de loongroep te worden bepaald. 2. Er zijn drie mogelijkheden voor een indeling:

    a. indeling in ervaringsjaar 0 b. indeling het naast hogere ervaringsjaar c. indeling in het hoogste ervaringsjaar

    3. indeling in ervaringsjaar 0 De werknemer die niet valt onder mogelijkheid b. of c. wordt, onafhankelijk van het feitelijk gewerkt aantal jaren, ingedeeld in ervaringsjaar 0. praktische voorbeelden a. De functie waarin de werknemer is ingedeeld, behoort bij loongroep 4; het feitelijk loon van de

    werknemer bedraagt 11,18*. De werknemer wordt ingedeeld in loongroep 4, ervaringsjaar 0: het loon blijft 11,18*.

    b. De functie waarin de werknemer is ingedeeld, behoort bij loongroep 5; het feitelijk loon van de

    werknemer bedraagt 11,18*. De werknemer wordt ingedeeld in loongroep 5, ervaringsjaar 0: het loon wordt 11,43*.

    4. indeling het naast hogere ervaringsjaar Indien de werknemer een hoger feitelijk loon heeft dan het loon behorend bij ervaringsjaar 0, wordt hij ingedeeld in het naast hogere ervaringsjaar. praktisch voorbeeld De functie waarin de werknemer is ingedeeld, behoort bij loongroep 5; het feitelijk loon van de werk-nemer bedraagt 11,70*. De werknemer wordt ingedeeld in loongroep 5, ervaringsjaar 2: het loon wordt 11,89*. 5. indeling in het hoogste ervaringsjaar Indien de werknemer een hoger feitelijk loon heeft dan het loon behorend bij het hoogste ervarings-jaar, wordt hij ingedeeld in het hoogste ervaringsjaar en behoudt hij zijn loon. praktisch voorbeelden a. De functie waarin de werknemer is ingedeeld, behoort bij loongroep 4; het feitelijk loon van de

    werknemer bedraagt 11,76*. De werknemer wordt ingedeeld in loongroep 4, ervaringsjaar 3, maar het loon blijft 11,76*.

    b. De functie waarin de werknemer is ingedeeld, behoort bij loongroep 4; de werknemer is reeds lan-

    gere tijd werkzaam bij het bedrijf; het feitelijk loon van de werknemer bedraagt 13,31*. De werknemer wordt ingedeeld in loongroep 4, ervaringsjaar 3, maar het loon blijft 13,31*.

    Kortom, het verschil in hoogte tussen het CAO-loon en het feitelijke loon is niet van belang, de regel blijft hetzelfde: de werknemer wordt ingedeeld in het hoogste ervaringsjaar maar het loon blijft gelijk. * bedragen gebaseerd op het loongebouw per 1 maart 2007

  • handboek referentiefuncties

    REGELING FUNCTIE-INDELING (BIJLAGE VI CAO-ORSIMA)

  • handboek referentiefuncties

    REGELING FUNCTIE-INDELING (BIJLAGE VI CAO-ORSIMA)

    1. Iedere werknemer wordt aangesteld in een van de functies genoemd in bijlage IV. 2. Aan de werknemer wordt schriftelijk meegedeeld in welke functie met bijbehorende func-tieomschrijving hij wordt aangesteld en in welke loongroep hij is ingedeeld. 3. Indien de werknemer het niet (meer) eens is met de functie-indeling, of indien hij van me-ning is dat zijn functie zodanig gewijzigd is dat de indeling moet worden herzien, dan dient de werknemer alvorens hij bezwaar indient eerst te trachten in goed overleg met zijn werkge-ver tot een oplossing te komen. Dit overleg geschiedt via de gebruikelijke kanalen binnen het bedrijf. 4.a. Indien het overleg niet leidt tot een oplossing, kan de werknemer bezwaar indienen tegen de functie-indeling bij het College van Deskundigen. Het College van Deskundigen bestaat uit een door de werkgeversorganisatie en de vakorganisaties aangewezen deskundige. Het College wordt bijgestaan door de secretaris van de Vaste Kommissie. b. Het bezwaar dient schriftelijk te worden ingediend bij de secretaris van de Vaste Kommis-sie en bevat tenminste een omschrijving van de werkzaamheden die worden verricht een gemotiveerde omschrijving van de beslissing die wordt gewenst een afschrift van de mededeling van de functie-indeling c. Het bezwaar dient te worden ingediend binnen maximaal 6 maanden nadat de bezwaren te-gen de functie-indeling zijn ontstaan. 5. Het College van Deskundigen doet binnen 6 weken uitspraak over het bezwaar. 6. De kosten verbonden aan de bezwaarprocedure bedragen 75,--. 7. Indien de werknemer het niet eens is met de uitspraak van het College van Deskundigen kan de werknemer binnen twee weken na de uitspraak van het College van Deskundigen om een bindend advies verzoeken van de Vaste Kommissie. Deze procedure geschiedt overeen-komstig het Reglement Bindend Advies Vaste Kommissie.

  • handboek referentiefuncties

    PROTOCOL FUNCTIEBEOORDELING

  • handboek referentiefuncties

    PROTOCOL FUNCTIEBEOORDELING 1. Het systeem functiebeoordeling is gekoppeld aan het gedifferentieerd kunnen toepassen

    van de ervaringsjaar verhogingen zoals gemeld in de CAO onder artikel 12 lid 4. 2. Functiebeoordeling is alleen van toepassing op de werknemer die zijn functie gedurende 6

    maanden van een beoordelingsperiode heeft uitgeoefend. 3. De leidinggevende die de werknemer beoordeelt dient tenminste een periode van 3 maan-

    den als leidinggevende van de betrokken werknemer te functioneren. 4. De beoordelingsperiode is maximaal 1 jaar. 5. Het beoordelingssysteem zal tenminste 3 en ten hoogste 7 beoordelingscriteria kennen. 6. De werknemers worden vooraf schriftelijk op de hoogte gesteld van de criteria in het vo-

    rige punt bedoeld waarop zij worden beoordeeld. 7. De beoordeling zal worden gekwalificeerd als onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed

    of uitstekend: bij beoordeling onvoldoende betekent dit toekeninning van 0 ervaringsjaar; bij beoordeling voldoende leidt dat tot de toekenning van ervaringsjaar; bij beoordeling goed leidt dat tot toekenning van 1 ervaringsjaar; bij beoordeling zeer goed leidt dat tot toekenning van 1 ervaringsjaar; bij beoordeling uitstekend leidt dat tot toekenning van 2 ervaringsjaren.

    8. De beoordeling wordt in een schriftelijke weergave voor gezien getekend door de beoor-delaar en de beoordeelde en bewaard in het personeelsdossier van de betrokken werkne-mer.

    9. De werknemer kan beroep instellen tegen de gevolgde procedure bij de beoordeling. Het beroep staat open bij de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. Het be-roep dient te worden ingesteld binnen 6 maanden na de beoordeling. De ondernemings-raad of de personeelsvertegenwoordiging doet binnen 6 weken uitspraak.

    10. Indien de werknemer van mening is dat dit protocol niet of onjuist is toegepast staat be-roep open bij de Vaste Kommissie Orsima. Niet of onjuiste toepassing van dit protocol leidt tot dezelfde gevolgen als bij niet beoordeling, dus de toekenning van enig ervarings-jaar.

  • handboek referentiefuncties

    TOELICHTING FUNCTIEBEOORDELING

  • handboek referentiefuncties

    TOELICHTING FUNCTIEBEOORDELING INLEIDING Als de werknemer eenmaal in een functie is ingedeeld of benoemd hebben de werkgever en de werknemer beide behoefte om duidelijkheid te hebben over de inhoud van de uit te voeren werkzaamheden en over de manier waarop de werknemer zijn functie uitoefent. Dit geheel wordt functiebeoordeling genoemd. In de CAO-Orsima wordt hieraan in een aparte bepaling aandacht besteed. Kort gezegd houdt deze bepaling in dat er in de bedrijven een systeem van functiebeoordeling moet zijn. Een van de onderdelen is dat jaarlijks aan het eind van het jaar met iedere werknemer een beoorde-lingsgesprek wordt gehouden. Aan de hand hiervan wordt bepaald of en in welke mate een ervaringsjaar wordt toegekend aan de werknemer. Dit geschiedt per 1 januari. Deze bepaling geldt alleen voor werknemers die binnen het loongebouw vallen. Hieronder wordt kort ingegaan op het doel van functiebeoordeling en de voorwaarden en in-houd van een beoordelingssysteem. FUNCTIEBEOORDELING Bij functiebeoordeling gaat het erom dat een uitspraak wordt gedaan over het functioneren van de werknemer. In de praktijk gebeurt dat in de loop van het jaar natuurlijk al heel vaak. De werknemer krijgt van tevoren instructies en er is werkoverleg waarin wordt ingegaan op de inhoud van de uit te voeren werkzaamheden. Daarnaast worden er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden regelmatig directe en concrete instructies gegeven en bevestigende en cor-rigerende opmerkingen gemaakt. Op deze manieren krijgen de werkgever en de werknemer al een goede indruk van elkaar over wat er wordt verwacht en hoe het gaat in het dagelijks func-tioneren. Het is echter goed om eens per jaar in een beoordelingsgesprek speciaal stil te staan bij de vraag hoe de werknemer zijn functie uitoefent. In het beoordelingsgesprek krijgt de werkne-mer duidelijkheid over zijn functioneren en zijn sterke en zwakke punten daarin. Aan de hand hiervan kan dan vervolgens worden besproken hoe de zwakkere punten kunnen worden ver-beterd en welke taak of positie de werknemer en werkgever daarbij hebben. OVERLEG WERKGEVER EN WERKNEMERS Functiebeoordeling is voor zowel de werkgever als de werknemer nuttig en zinvol. Het is dan ook goed om functiebeoordeling systematisch in te voeren in het bedrijf. Het ontwikkelen van zon systeem dient door werkgever en werknemers samen te worden gedaan; als er een on-dernemingsraad is heeft deze op grond van de Wet op de Ondernemingsraden zelfs een in-stemmingsrecht bij het vaststellen van zon systeem. Als het systeem eenmaal is ontwikkeld moet het ook goed worden bijgehouden. Werkgever en werknemers moeten dat gezamenlijk blijven doen. TOEPASSELIJKHEID De afspraken over functiebeoordeling zijn alleen van toepassing op de werknemers met een loon dat valt binnen het loongebouw dat in de CAO wordt genoemd. Daarnaast geldt dat als een bedrijf niet overgaat tot een systeem van functiebeoordeling er 1 ervaringsjaar aan de werknemers moet worden toegekend.

  • handboek referentiefuncties

    PROTOCOL FUNCTIEBEOORDELING Functiebeoordeling moet uiteraard op bedrijfsniveau worden ingevuld. Het is echter toch goed om enkele algemene uitgangspunten vast te stellen waaraan in alle bedrijven minimaal moet worden voldaan. CAO-partijen hebben die uitgangspunten in een protocol vastgelegd. Hier-onder worden de belangrijkste bepalingen van het protocol kort vermeld en toegelicht. perioden en leidinggevende De werknemer moet zijn functie minstens 6 maanden hebben uitgeoefend. Degene die beoor-deelt moet tenminste 3 maanden leidinggevende van de werknemer zijn. De beoordelingspe-riode is maximaal 1 jaar. Met deze bepalingen wordt beoogd een duidelijk omschreven periode voor de beoordeling aan te geven. De werknemer heeft zijn functie een behoorlijke tijd uitgeoefend en de leiding-gevende heeft reeds enige tijd ervaring met de werknemer. In de praktijk komt het regelmatig voor dat een werknemer verschillende leidinggevenden heeft; de leidinggevende kan per klus verschillen. Daarnaast komt het voor dat een werkne-mer meestal werkt onder leiding van iemand van de opdrachtgever. In al die gevallen moet een praktische oplossing worden gevonden voor de functiebeoorde-ling. Het gaat erom dat de werknemer wordt beoordeeld door iemand die recht van spreken heeft over het functioneren van de werknemer. Als er meerdere leidinggevenden zijn, moet de hogere leidinggevende voor de beoordeling te rade gaan bij alle leidinggevenden. In het geval de werknemer hoofdzakelijk rechtstreeks bij de opdrachtgever werkt, moet met de opdracht-gever een praktische procedure worden afgesproken. schriftelijke vastlegging De werknemers worden vooraf op de hoogte worden gesteld van de criteria waarop zij wor-den beoordeeld. De uiteindelijke beoordeling wordt schriftelijk vastgelegd, voor gezien gete-kend en bewaard. Het moet een ieder van tevoren duidelijk zijn waarop wordt beoordeeld, zodat verrassingen worden voorkomen. Het is goed om de beoordeling vast te leggen, zodat een ieder later weet wat er is besproken en afgesproken. Als bijlage is een voorbeeldformulier toegevoegd. Dit formulier kunt u al dan niet aangepast aan uw eigen situatie aanpassen. Als criteria zijn opgenomen de criteria die in deze toelichting zijn genoemd. Deze kunt u desgewenst vervangen door of aanvullen met uw eigen criteria. criteria Het beoordelingssysteem kent tenminste 3 en ten hoogste 7 beoordelingscriteria. Er is gekozen voor een beperkt aantal criteria. Met te weinig criteria kan onvoldoende worden aangegeven wat er van de werknemer wordt verwacht en met te veel criteria wordt het te ono-verzichtelijk. Op bedrijfsniveau moet goed worden nagegaan welke criteria van belang zijn. Op CAO-niveau kan dat niet worden aangegeven. Wel kan op CAO-niveau worden aangegeven in wel-ke richting moet worden gedacht. De criteria moeten een duidelijke relatie hebben met de functie. Daarnaast moet de werkne-mer met zijn functioneren invloed op de criteria kunnen uitoefenen; door middel van persoon-lijke verbeterpunten moet kunnen worden aangegeven hoe de werknemer in de toekomst beter kan gaan functioneren. Tenslotte moeten de criteria ook concreet zijn geformuleerd en realis-tisch en controleerbaar zijn.

  • handboek referentiefuncties

    In de sector Orsima worden de werkzaamheden van de werknemers meestal uitgevoerd op het terrein van de opdrachtgever. Niet zelden hebben de werknemers ook te maken met voor-schriften op het gebied van kwaliteit, arbo en milieu (KAM-voorschriften). Daarnaast werken de meeste werknemers met materialen en materieel. Verder komt in de sector onregelmatig werk en overwerk veel voor en moet er vaak in teamverband worden gewerkt. Met deze praktijk in het achterhoofd kunnen bijvoorbeeld de volgende criteria worden ge-steld: functioneren ten aanzien van de door de opdrachtgever opgestelde reglementen; functioneren ten aanzien van voorschriften op het gebied van kwaliteit, arbo en milieu

    (KAM-voorschriften); werken in teamverband; verzorging materieel en materiaal administratieve zorgvuldigheid etc.

    Voor ieder van de criteria dient een beoordeling te worden gegeven. Dit kan bijvoorbeeld va-riren van zeer goed tot slecht. Uiteindelijk moet dit leiden tot een eindkwalificatie van de be-oordeling. kwalificatie beoordeling De beoordeling wordt afgesloten met een kwalificatie met een bijbehorend ervaringsjaar. De-ze kwalificaties en ervaringsjaren zijn onvoldoende, waarbij 0 ervaringsjaar wordt toegekend voldoende, waarbij ervaringsjaar wordt toegekend goed, waarbij 1 ervaringsjaar wordt toegekend zeer goed, waarbij 1 ervaringsjaar wordt toegekend of uitstekend, waarbij 2 ervaringsjaren worden toegekend.

    De kwalificaties onvoldoende en voldoende mogen maximaal twee maal achtereen worden toegekend. beroep Tegen de gevolgde procedure bij de beoordeling kan beroep worden aangetekend bij de on-dernemingsraad (artikel 9). Op de beoordeling zelf staat geen beroep open; het is moeilijk voor anderen dan de betrokken werknemer en leidinggevende om een beoordeling op te stellen. Wel kan worden bekeken of de gevolgde procedure in overeenstemming met de regels is. Dat wordt bekeken door de on-dernemingsraad. Als het protocol dat CAO-partijen hebben vastgesteld niet of onjuist wordt toegepast staat be-roep open bij de Vaste Kommissie (artikel 10). Als wordt gesteld dat het protocol niet is gevolgd, is de CAO-Orsima in het geding; daarover dient de Vaste Kommissie te oordelen.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIEBEOORDELINGSFORMULIER Naam: Functie: Datum: Periode:

    Criteria

    Uitstekend Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende Toelichting

    Reglementen

    KAM-voorschriften

    Teamwerk

    Verzorging materi-aal en materieel

    Administratieve zorgvuldigheid

    Opmerkingen leidinggevende

    Opmerkingen werknemer

    Werknemer Handtekening, voor gezien

    Leidinggevende Handtekening

  • handboek referentiefuncties

    OVERZICHT FUNCTIES EN FUNCTIEBESCHRIJVINGEN

  • handboek referentiefuncties

    OVERZICHT FUNCTIES

    FUNCTIECATEGORIE FUNCTIE FUNCTIE- NUMMER

    LOON- GROEP

    (Scheeps)onderhoud Straler-coater A.1 5 Straler-coater/cleaner A.2 5 Classificeerder A.3 5 Industrile reiniging Corveer B.1 1 Cleaner (handmatig) B.2 2 Cleaner B.3 3 Zelfstandig cleaner B.4 5 Allround medewerker asbestverwijde-

    ring B.5 3

    Varende functies Algemeen medewerker/matroos C.1 3 Schipper C.2 7 Machinisten Hulpmachinist D.1 4 Machinist vacumwagen D.2 6 Machinist hogedrukwagen D.3 6 Allround machinist D.4 6 Industrile reiniging en sjorren

    Medewerker industrile reiniging/sjorren

    E.1 4

    Voorlieden/leiding Meewerkend voorman algemene

    Werkzaamheden F.1 6

    Meewerkend voorman (scheeps)onderhoud/reiniging

    F.2 7

    Uitvoerder F.3 Gecertificeerd toezichthouder asbest-

    verwijdering F.4 6

    Transport en magazijn Heftruckchauffeur G.1 3 Magazijnmedewerker G.2 3 Technische dienst Monteur straal-/coatmateriaal H.1 6 Automonteur H.2 6 Monteur materieel H.3 7 Rioolreiniging Kolkenzuigmachinist I.1 5 Allround machinist rioolreiniging I.2 6 Hulpmachinist rioolreiniging I.3 4

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : (SCHEEPS)ONDERHOUD FUNCTIE : STRALER-COATER FUNCTIENUMMER : A.1 Doel Stralen en coaten van schepen en installaties. Organisatie Directe chef : voorman Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: werken aan in dok of op helling drooggezette schepen (rompen, dekken, ruim-ten), (wal)installaties, constructiedelen, silo's e.d., aan staal en beton. - Coatklaar maken van oppervlakken in de gevraagde kwaliteit, door het verwijderen van

    roestlagen of van vervuiling d.m.v. stralen, hydrojetten, ontroesttol, luchthamer of handma-tig.

    - Beschermen van oppervlakken in de gevraagde kwaliteit, door het opbrengen van verf d.m.v. spuiten, rollen of kwasten.

    - Werken met diverse soorten apparatuur als gritstraalapparatuur (vast en mobiel) voor staalgrit of facilegrit, hydrojetpomp, verfcompressoren en -spuiten. Bedrijfsgereed maken c.q. buiten gebruik stellen van apparatuur (aan/afzetten, aan/afkoppelen van slangen, door-spoelen van verfleidingen met verdunner). Verhelpen van kleine storingen.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zowel voor wat betreft het werken met grit en verf en het werken met apparatuur, alsook voor wat betreft de veiligheid op de werkplek-ken en het dragen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    - Verrichten van overige werkzaamheden, zoals het reinigen van diverse soorten objecten (tanks inwendig, putten e.d.) machinaal of handmatig met handgereedschappen (afschra-pen, leegscheppen, opruimen).

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met voorman en collega's. Specifieke handelingsvereisten - Bedienen/besturen van hoogwerker of bobcat (voor het bijeen brengen van grit/roestafval

    in dokken). - Nauwkeurig werken voor het bereiken van de gevraagde kwaliteit. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat; - Hydrojetcertificaat. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het hanteren van slangen/spuitmonden (gewicht, tegendruk). - Staand werken, soms op hoogwerker, soms met bewegingsbelemmerende veiligheidskle-

    ding (bij stralen).

  • handboek referentiefuncties

    - Hinder van weersomstandigheden (waaronder regenval bij stralen) bij werken in open lucht. Soms hinder van beschermingsmiddelen (veiligheidskleding bij stralen in de cabine). Hinder van stof en vuil.

    - Kans op letsel door vallen vanaf trappen of steigers.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : (SCHEEPS)ONDERHOUD FUNCTIE : STRALER-COATER/CLEANER FUNCTIENUMMER : A.2 Doel Stralen en coaten van schepen en installaties. Verrichten van reinigingswerkzaamheden. Organisatie Directe chef : voorman Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: werken aan in dok drooggezette schepen (rompen, dekken, ruimten, tanks) en booreilanden e.d., staalconstructies op het land, wegen, e.e.a. aan staal en beton. - Coat-klaar maken van oppervlakken (rompen, dekken, wanden, vloeren in schepen, staal-

    constructies op het land e.d.) in de gevraagde kwaliteit door het zonodig eerst wassen en door het verwijderen van verf/roestlagen of van vervuiling, d.m.v. stralen, hogedrukspui-ten, ontroesttol, luchthamer of handmatig. Schoonmaken van wegen door het verwijderen van beton-bovenlagen d.m.v. stralen.

    - Beschermen van oppervlakken in de gevraagde kwaliteit door het opbrengen van verf d.m.v. spuiten of rollen of kwasten.

    - In voorkomende gevallen verrichten van schoonmaakwerkzaamheden in ruime zin in sche-pen en in dokken w.o. het reinigen van tanks inwendig, werkruimten e.d. machinaal m.b.v. vacumzuigmachine of handmatig met handgereedschap (afschrapen, leegscheppen, op-ruimen).

    - Werken met diverse soorten apparatuur als mobiele gritstraalapparatuur, vloer-straalmachines, hogedruk-units, vacumzuigmachines, verfcompressoren en spuiten. Op-stellen van materialen in dokken, op schepen e.d. op aanwijzing van de voorman. Bedrijfs-gereed maken c.q. buiten gebruik stellen van de apparatuur (aan/afzetten, aan/afkoppelen van slangen, doorspoelen van verfleidingen met verdunner). Verhelpen van kleine storin-gen.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zowel v.w.b. het werken met grit- en verf en het werken met apparatuur, alsook v.w.b. de veiligheid op de werkplekken en het dra-gen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk- en werkuitvoering met voorman en collega's. Specifieke handelingsvereisten - Bedienen/besturen van hoogwerker of bobcat (voor het bijeen brengen van grit/roestafval

    in dokken). - Nauwkeurig werken voor het bereiken van de gevraagde kwaliteit. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat (BVB); - Hogedrukcertificaat.

  • handboek referentiefuncties

    Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het hanteren van slangen/spuitmonden (gewicht, tegendruk). - Staand werken, soms op hoogwerker, soms met bewegingsbelemmerende veiligheids-

    kleding (bij stralen). - Hinder van weersomstandigheden (w.o. regenval bij wassen of stralen) bij werken in de

    openlucht. Soms hinder van persoonlijke beschermingsmiddelen. Hinder van stof en vuil of van spattende waterdeeltjes (bij spuiten met hogedruk).

    - Kans op letsel door vallen vanaf trappen of steigers.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : (SCHEEPS)ONDERHOUD FUNCTIE : CLASSIFICEERDER FUNCTIENUMMER : A.3 Doel Op het voorgeschreven onderhoudsniveau brengen van schepen door middel van schoon-maak-, conserverings-, etc. werkzaamheden. Organisatie Directe chef : projectleider/uitvoerder of meewerkend voorman Geeft leiding aan : - VERANTWOORDELIJKHEIDSGEBIEDEN + KERNTAKEN Werkgebied: uitvoeren van opdrachten (stralen, verven, schoonmaken e.d.) vooral in/op zee-/binnenvaartschepen, offshore-objecten en andere (drijvende) objecten, op scheepsreparatie-/nieuwbouwwerven, en op fabriekslocaties. - Uitvoeren van machinale schoonmaakwerkzaamheden (als stralen, hydrojetten) en hand-

    matige (als schrapen, bikken, slijpen, hakken, borstelen, vegen) van (scheeps)ruimten, dekken, machinekamers, tanks, buitenboord, kranen, bruggen e.d., scheepsonderdelen op de dekken. Conserveren van oppervlakken d.m.v. verven (spuiten, rollen of kwasten). Opruimen van schoonmaakvervuiling/resten op de werkplek.

    - Verrichten van werkzaamheden zoals: . in- en uitwendig schoonmaken van stoomketels; . inwendig schoonmaken van olietanks (uitspuiten, uitpompen, droog maken).

    - Uitvoeren van overige voorkomende werkzaamheden in opdracht van de directe chef. - Werken met diverse soorten apparatuur als gritstraalapparatuur, vacumapparatuur, hydro-

    jetpomp, verfpompen, compressoren, etc. Voor aanvang van de werkzaamheden gebruiks-gereed maken hiervan en na afloop schoonmaken van de apparatuur.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften v.w.b. het werken met de apparatuur, de veilig-heid op de werkplek en het dragen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met voorman en collega's. Specifieke handelingsvereisten - Bedienen van gritstraal-/verfspuitapparatuur. Handmatig opbrengen van verf. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1; - hydrojetcertificaat. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het hanteren van slangen/spuitmonden en bij de handmatige

    werkzaamheden. - Staand werken, soms gebukt/gebogen, in moeilijk bereikbare gedeelten van ruimten, tanks

    of installaties, of op steigers of ladders.

  • handboek referentiefuncties

    - Hinder van weersomstandigheden (regenval) bij werken in de open lucht, hinder van tem-peratuur, stof, vuil. Dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    - Kans op letsel door vallen vanaf trappen of steigers of door stoten of uitglijden.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING FUNCTIE : CORVEER FUNCTIENUMMER : B.1 Doel Uitvoeren van het opgegeven schoonmaakprogramma. Organisatie Directe chef : voorman Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: schoonmaakwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in werkruimten van productiebedrijven, opslagruimten, kleedruimten, gangen, trappenhuizen e.d. en zijn te type-ren als schoonmaakwerkzaamheden van huishoudelijke aard ter bestrijding van een soort en mate van verontreiniging en m.b.v. hulpmiddelen eveneens van huishoudelijke aard. - Verrichten van de opgedragen schoonmaakwerkzaamheden aan/van vloeren, wanden, etc.

    door middel van vegen, stofzuigen, schrobben, afspuiten/spoelen, droogtrekken van vloe-ren.

    - Toepassen van de voorgeschreven werkmethode. Opvolgen van de gestelde bedrijfs- en veiligheidsregels.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werkuitvoering met collega's. Specifieke handelingsvereisten - Hanteren van schoonmaak-handgereedschappen. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VVA-1. Bezwarende omstandigheden - Enige krachtsinspanning als gevolg van het tillen en hanteren van hulpmiddelen en bij het

    uitvoeren van sommige schoonmaakbewegingen. - Lopend en staand en soms gebukt/gebogen of reikend werken onder eenzijdige spier-

    belasting bij sommige schoonmaakbewegingen. - Werken met soms natte, vochtige materialen. Dragen van persoonlijke beschermings-

    middelen. - Kans op letsel door uitglijden.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING FUNCTIE : CLEANER (HANDMATIG) FUNCTIENUMMER : B.2 Doel Schoon opleveren van de toegewezen ruimten. Organisatie Directe chef : voorman Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: werken in ruimten, aan installaties, op vloeren e.d. voor het handmatig uitvoe-ren van reinigingswerkzaamheden. - In opdracht en op aanwijzingen van de voorman uitvoeren van de voorkomende reini-

    gingswerkzaamheden w.o. schoonmaken van installatiedelen, vloeren, ruimten e.d., losma-ken/verwijderen van vervuiling met handgereedschappen (afschrapen, leegscheppen), ver-zamelen, bijeen vegen van vuil/verontreiniging. Verrichten van overige voorkomende op-ruimwerkzaamheden.

    - Opvolgen van de voorschriften voor wat betreft de veiligheid op de werkplek en het dra-gen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met voorman en collega's. Specifieke handelingsvereisten - Geen bijzondere. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van krachtsinspanning bij het schoonmaakwerk. - Eenzijdige belasting van armspieren. Werken in soms gebogen houding. - Hinder van temperatuur, stof/vuil. Soms uitsluitend werken bij kunstlicht. Dragen van per-

    soonlijke beschermingsmiddelen. - Kans op letsel door uitglijden of vallen.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING FUNCTIE : CLEANER FUNCTIENUMMER : B.3 Doel (Vooral handmatig) uitvoeren van (reinigings)opdrachten. Organisatie Directe chef : projectleider/uitvoerder of meewerkend voorman Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: uitvoeren van (reinigings)opdrachten van diverse soort op uiteenlopend locaties in tanks of opslagruimten, in fabrieken, op buitenterreinen; alle voorkomende objecten binnen en buiten waarbij sprake is van losmaken, verzamelen en verwijderen van vaste- en vloeistof-fen. De werkzaamheden variren van zuiver handmatig werk tot werk met eenvoudige machi-nes. - Uitvoeren van diverse reinigingstaken zoals het lossteken/losslaan van harde verontreini-

    gingen in ketels e.d., het verwijderen van vervuiling d.m.v. hogedrukspuiten (onder toe-zicht van een ervaren collega met hogedrukcertificaat).

    - M.b.v. een bezem verwijderen en bijeen vegen van vuil, het voorbereiden van de uitvoe-ring van asbest-verwijderingsopdrachten (zoals het plaatsen van schotten, graven c.q. dich-ten van gleuven), het verrichten van overige voorkomende werkzaamheden in opdrachten.

    - Verrichten van de voorkomende werkzaamheden als hulp van de machinist, w.o. het ge-reed maken van de installatie (aansluiten/koppelen van hulpmiddelen), op aanwijzin-gen/instructies van de machinist.

    - In voorkomende opdrachten verwijderen van asbest, zoals afsteken en afzuigen van asbest, demonteren van asbesthoudende beplatingen, verwijderen van asbesthoudend isolatiemate-riaal rond leidingen, slopen van asbest-bevattende materialen.

    - Opvolgen van de voorschriften v.w.b. de veiligheid op de werkplekken en de veiligheid van werken, en v.w.b. het dragen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met collega's. Specifieke handelingsvereisten - Geen bijzondere. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1; - asbestcertificaat. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij de diverse handmatige werkzaamheden. - Staand werken, soms gebukt/gebogen, in moeilijk bereikbare gedeelten van ruimten of in-

    stallaties, of op steigers of ladders. - Hinder van weersomstandigheden bij werken in openlucht. Hinder van stof en vuil bij wer-

    ken in bedrijfsinstallaties. Soms hinder van het dragen van adembeschermingsmiddelen

  • handboek referentiefuncties

    (kapje) tijdens de werkzaamheden. Hinder van dragen van overdrukmasker en bescher-mende kleding (volledig isolerend) bij asbestverwijdering.

    - Kans op letsel door stoten of uitglijden, of vallen vanaf ladders.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING FUNCTIE : ZELFSTANDIG CLEANER FUNCTIENUMMER : B.4 Doel Uitvoeren van diverse reinigingsopdrachten. Organisatie Directe chef : projectleider/uitvoerder of meewerkend voorman Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: uitvoeren van reinigingsopdrachten, waarbij machinale voorzieningen (hoge-druk- of vacuumauto/installatie, onder bedieningsverantwoordelijkheid van een machinist) zijn vereist. - Uitvoeren van diverse reinigingswerkzaamheden, zoals het lossteken/losslaan van harde

    verontreinigingen in ketels e.d., het verwijderen van vervuiling d.m.v. hogedrukspuiten. - Machinaal opzuigen van diverse soorten vloeistoffen (verontreinigingen, sludges, olieres-

    ten of andere restanten al naar gelang de opdracht) m.b.v. een vacumauto of mobiele va-cum-unit onder aanwijzingen van de machinist, het schoonmaken van (het inwendige van) ketels, tanks, vaten e.d

    - Voorbereiden/gereed maken van uitrusting en aansluitingen. In bedrijf stellen van de mo-biele luchtvoorzieningsinstallatie indien vereist voor veilige uitvoering van de opdracht. In voorkomende gevallen fungeren als "mangat-wacht" voor collega (bewaken van en ingrij-pen bij storingen in de luchttoevoer).

    - In voorkomende opdrachten verwijderen van asbest, zoals afsteken en afzuigen van asbest, demonteren van asbesthoudende beplatingen, verwijderen van asbesthoudend isolatiemate-riaal rond leidingen, slopen van asbest-bevattende materialen.

    - Opvolgen van de voorschriften inzake de veiligheid op de werkplekken en de veiligheid van werken, en het dragen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen

    - Opvolgen/toepassen van gebruiksaanwijzing en instructies voor bediening en gebruik van de mobiele luchtvoorzieningsinstallatie. Waarborgen van een optimale bedrijfszekerheid van de installatie door het controleren van de technische staat, opmerken van storingen en melden aan de garage. Uitvoeren van dagelijks onderhoud, opsporen en verhelpen van kleine mankementen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met collega's. Specifieke handelingsvereisten - Nauwkeurig bewaken van de werking van de luchtvoorzieningsinstallatie (indien vereist). Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1; - hogedrukspuit-certificaat; - asbestcertificaat.

  • handboek referentiefuncties

    Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij de diverse handmatige werkzaamheden en bij het hanteren van

    slangen/zuigmonden. - Staand werken, soms gebukt/gebogen, in moeilijk bereikbare gedeelten van ruimten/ instal-

    laties, of op steigers of ladders. - Hinder van weersomstandigheden bij werken in openlucht. Soms uitsluitend werken in

    kunstlicht. Soms hinder van de beschermingsmiddelen tijdens werken. Hinder van dragen van overdrukmasker en beschermende kleding (volledig isolerend) bij asbestverwijdering.

    - Kans op letsel door stoten of uitglijden, of vallen vanaf ladders.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING FUNCTIE : ALLROUND MEDEWERKER ASBESTVERWIJDERING FUNCTIENR. : B.5 Doel Verwijderen van asbest en asbesthoudende materialen. Organisatie Directe chef : gecertificeerd toezichthouder asbestverwijdering. Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: de verwijdering van asbest vindt plaats onder wettelijke regeling en toestem-

    ming van de arbeidsinspectie. De werkzaamheden worden voorbereid door het bedrijfsbu-reau en uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een gecertificeerde toezichthouder. Aandachtspunten zijn de inrichting van de werkruimte/containment (luchtdicht afsluiten, plaatsen van onderdrukmachine, douchecabines, routing e.d.), te hanteren werkwijzen en instructies, calamiteitenregeling e.d. Ter optimale bescherming tegen asbestbesmetting dragen medewerkers tijdens het uitvoe-ren van de diverse werkzaamheden de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals overdrukmasker, afsluitbare overalls, handschoenen en schoenen. Om de maximaal 2 uur wordt de met asbest bezette werkruimte, via decontaminatieruimten, verlaten voor een pauze.

    - Voorbereiden van werkzaamheden ter voorkoming van de verspreiding van asbestdeeltjes

    en creren van een veilige werkomgeving. Daartoe o.m.: . plaatsen van stellages voor het werken op hoogte, verstevigen van plafonds e.d.; . luchtdicht afsluiten van werkruimten, loopsluizen e.d. door het aanbrengen van folie en het

    afplakken met tape; . plaatsen van decontaminatieruimten, afzuiginstallaties, onderdruk-/filterapparatuur e.d. - Verwijderen van asbest en asbesthoudende materialen (plafonds, wanden, vloeren, leidin-

    gen e.d.) met handgereedschappen. Daartoe o.m.: . afsteken van opgespoten asbest met steekmes en direct afzuigen van daarbij vrijkomende

    stofdeeltjes met afzuigslang; . demonteren, slopen en verwijderen van asbesthoudende materialen. - Verpakken van asbest(-bevattende) materialen in plastic zakken en luchtdicht afsluiten

    daarvan. Afvoeren (handmatig) van plastic zakken via decontaminatieruimten naar opslag-container.

    - Reinigen van de werkruimten (stofzuigen, nat afnemen e.d.) ter verwijdering van de laatste asbestdeeltjes. Schoonmaken van de gebruikte gereedschappen, apparatuur e.d. Verwijde-ren van apparatuur en folie en afbouwen van stellages na vrijgave van de werkruimten (a.d.h.v. metingen).

    - Toepassen van de, per project tot in detail in een draaiboek, vastgestelde werkmethoden en gebruiken van de voorgeschreven apparatuur en handgereedschappen. Toepassen van de veiligheidsregels m.b.t. zowel de persoonlijke als de veiligheid van derden.

    - Begeleiden van (nieuwe) medewerkers asbestverwijdering, geven van toelichtingen m.b.t. de uit te voeren werkzaamheden en het naleven van de veiligheidsregels.

  • handboek referentiefuncties

    Communicatie-eisen - Afstemmen van werkuitvoering, bijzonderheden en veiligheidsaspecten met leidinggeven-

    de en collegas. Specifieke handelingsvereisten - Hanteren van handgereedschappen, plaatsen van stellages. - Attent zijn op de naleving van voorgeschreven werkmethoden en veiligheidsregels. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1; - asbestcertificaat. Bezwarende omstandigheden . Krachtsuitoefening bij het op- en afbouwen van containment, demonteren/slopen van ma-

    terialen en bij het tillen van volle zakken met asbestmateriaal. . Werken in een gedwongen houding (soms beperkte bewegingsruimte, gebukt/gebogen,

    reikend, boven de macht werken), eenzijdige belasting van spieren tijdens demonteer/-sloopwerkzaamheden en bij het verplaatsen van volle zakken.

    . Dragen van overdrukmasker en beschermende kleding (volledig isolerend) bij het werken in de containment (bemoeilijkte bewegingsuitvoering, belemmerende contactmogelijk-heden). Werken in een besloten ruimte.

    . Zeer minieme kans op letsel door inademing van asbestdeeltjes. Kans op letsel door stoten, uitglijden of vallen van ladders/steigers.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING FUNCTIE : ALGEMEEN MEDEWERKER/MATROOS FUNCTIENUMMER : C.1 Doel Verrichten van de voorkomende werkzaamheden op schepen conform werkinstructies en re-gelgeving zodanig dat aan de veiligheidseisen wordt voldaan. Organisatie Directe chef : schipper Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: voor het verzamelen, tijdelijk opslaan en afvoeren naar de havenontvangst-installatie van diverse soorten vloeibaar chemisch afval (vloeistoffen als verontreinigingen, sludges, restanten na inwendige schoonmaak, olieresten e.d.) uit zeeschepen of uit installaties in "waterig gebied" worden lichters (binnenvaartschepen) gebruikt met eigen voortstuwing, pompen en ontvangst/opslagtanks. De algemeen medewerker/matroos verricht de voorko-mende werkzaamheden bij ontvangst en lossen, en tijdens de vaart. - Verrichten van de voorkomende werkzaamheden bij het innemen/laden van af te voeren

    vloeistoffen, het lossen van deze vloeistoffen bij de havenontvangstinstallatie, het aan/afkoppelen van slangen, werkzaamheden op steigers e.d. op aanwijzingen van de schipper.

    - Assisteren van de schipper tijdens de vaart, verrichten van werkzaamheden t.b.v. de voort-gang op diens aanwijzingen. Uitvoeren van de voorkomende onderhoudswerkzaamheden aan boord van de lichter w.o. opruimen/schoonmaken (van verblijven, kookgelegenheid, toilet), uitvoeren van preventief onderhoud (smeren) aan motoren, systemen e.d., op aan-wijzingen van de schipper.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften van de eigen organisatie, van de vergunning-voorschriften en van de voorschriften aan boord van bezochte schepen. Dragen/gebruiken van de voorgeschreven beschermingsmiddelen (veiligheidsschoenen, -helm, -bril, brand-werende kleding, handschoenen). In voorkomende gevallen stilleggen van de werkzaam-heden bij obstructie van wetgeving en direct melden van geconstateerde obstructies aan de schipper.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met de schipper en collega's. Specifieke handelingsvereisten - Geen bijzondere. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij de voorbereidings/afloopwerkzaamheden, bij het tillen/hanteren

    van trossen, bij schoonmaakwerkzaamheden. - Staand werken, soms gebukt/gebogen, op steigers.

  • handboek referentiefuncties

    - Hinder van weersomstandigheden (bij wisselend binnen/buiten werken), van trillingen, natheid, vuil.

    - Kans op letsel door vallen vanaf trappen, door beknelling, stoten, uitglijden.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING FUNCTIE : SCHIPPER FUNCTIENUMMER : C.2 Doel Innemen, vervoeren en afleveren van vloeibaar chemisch afval m.b.v. een lichter, zodanig dat aan de regelgeving t.a.v. veiligheid en scheepvaart wordt voldaan. Organisatie Directe chef : hoofd planning/operations Geeft leiding aan : 1 tot enkele algemeen medewerker(s)/matroos Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: voor het verzamelen, tijdelijk opslaan en afvoeren naar de havenontvangstin-stallatie van diverse soorten vloeibaar chemisch afval (vloeistoffen als verontreinigingen, sludges, restanten na inwendige schoonmaak, olieresten e.d.) uit zeeschepen of uit installaties in "waterig gebied" worden lichters (binnenvaartschepen) gebruikt met eigen voortstuwing, pompen en ontvangst/opslagtanks. De schipper is verantwoordelijk voor de ontvangst-, op-slag- en loswerkzaamheden en voor de vaart naar en van zeeschip of installatie, en voor het beheer van de lichter zelf en de voorzieningen. - Leiding geven aan en zelf mede uitvoeren van de werkzaamheden t.a.v. het ophalen/ inne-

    men van aangeboden vloeistoffen (aansluiten van slangen, in werking stellen van pompen, vullen van de juiste opslagtank). Afstemmen van de werkzaamheden met de dienstdoend officier/installatiemedewerker. Geven van aanwijzingen en instructies aan de algemeen medewerker(s)/matroos.

    - Nagaan van de aangeboden documenten op voldoen aan wettelijke bepalingen. Zo nodig weigeren of stilleggen van het werk bij obstructie van wetgeving (w.o. ARBO-wetgeving) en melden daarvan aan planning/operations.

    - Afleveren van opgehaalde vloeistoffen aan de havenontvangstinstallatie. Zo nodig schoonmaken/spoelen van de opslagtanks na bepaalde vloeistoffen als b.v. gassende pro-ducten.

    - Varen van de lichter (besturen/navigeren) naar en van het zeeschip/installatie, zo nodig m.b.v. radar. In acht nemen van algemene en specifieke reglementen t.a.v. scheepvaart, ha-venverordeningen, politiereglementen, ADNR.

    - Uitvoeren van de vereiste registraties na ontvangst en na lossing voor overname resp. af-dracht van de vloeistoffen op voorgeschreven documenten. Vastleggen van vaartijd-gegevens. Opvolgen van de vergunningvoorschriften, de voorschriften aan boord van bezochte sche-pen en van de veiligheidsvoorschriften (en toezien op opvolging daarvan door de algemeen medewerker(s)/matroos m.b.t. de inname, opslag/transport en lossing van de vloeistoffen, de bediening van pompen, de veiligheid van medewerkers aan boord, het dragen/gebruiken van de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (veiligheidsschoenen, -helm, -bril, brandwerende kleding, handschoenen).

    - Zorgen voor de handhaving van de technische staat van schip en voorzieningen (hoofd-motor, hulpmotoren, systemen voor besturing, voor communicatie, navigatie en voor la-den/ lossen). Daartoe uitvoeren van de voorgeschreven dagelijkse inspecties/controles. Melden van afwijkingen aan planning/operations. Toezien op handhaving van de ordelijke

  • handboek referentiefuncties

    staat van stuurruimte, machinekamers, verblijven, slaapruimten, toilet, kookgelegenheid. Toezien op schoonhouden door de algemeen medewerker(s)/matroos.

    Communicatie-eisen - Geven van aanwijzingen en instructies aan de algemeen medewerker(s)/matroos. Overleg-

    gen over werk en werkuitvoering, problemen, bijzonderheden met planning/ operations, scheepsofficier c.q. installatiemedewerker (met externen veelal in de Engelse taal). Ver-zorgen van de (tele-)communicatie met havendienst, controle-instanties.

    Specifieke handelingsvereisten - Besturen van en manoeuvreren met de lichter. - Nauwkeurig uitvoeren van de vereiste registraties. Alert zijn op diverse veiligheidsaspec-

    ten en alert reageren bij bijzondere (nood)omstandigheden). Vereiste certificaten - Schippersopleiding met groot vaarbewijs; - radarpatent; - ADNR; - veiligheidscertificaat VCA-1. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het verplaatsen/aansluiten van slangen e.d. - Hinder van weersomstandigheden en temperatuurwisselingen bij laad- en loswerkzaamhe-

    den en tijdens de vaart. - Hinder van trillingen. - Kans op letsel door stoten, beknelling, door vallen vanaf trappen.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : MACHINISTEN FUNCTIE : HULPMACHINIST FUNCTIENUMMER : D.1 Doel Uitvoeren van (reinigings-)deelopdrachten onder aanwijzingen van de machinist. Organisatie Directe chef : projectleider/uitvoerder of meewerkend voorman; machinist waaraan toegevoegd (aanwijzingen, instructies). Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: uitvoeren van diverse soorten industrile reinigingswerkzaamheden waarbij ma-chines worden toegepast als b.v. reiniging onder druk, vacum-werkzaamheden (opzuigen en opslaan van verontreinigingen) in verschillende situaties zoals tanks (in- of uitwendig), vaten, delen van produktie-installaties, op buitenterreinen, aan betonnen constructies e.d. De werk-zaamheden worden onder leiding en verantwoordelijkheid van de machinist verricht. De leer-ling-machinist is toegevoegd aan de machinist, en krijgt van hem aanwijzingen en instructies. - Gereed maken van de installatie op aanwijzingen van de machinist w.o. het aansluiten/

    koppelen van hulpmiddelen. Verrichten van voorkomende werkzaamheden w.o. bedienen/ hanteren van slangen (hogedruk of vacum) zodanig dat de gevraagde kwaliteit wordt be-reikt.

    - Onder toezicht van de machinist bedienen van de installatie w.o. in bedrijf stellen, instel-len/regelen van de pompsnelheid.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zowel v.w.b. het werken met de installatie alsook v.w.b. de veiligheid op de werkplekken en het dragen/gebruiken van de voorge-schreven beschermingsmiddelen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met collega's. Specifieke handelingsvereisten - Besturen van transportmiddelen als b.v. trekker voor het verrijden van niet-bemand materi-

    eel. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1; - rijbewijs B. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het bedrijfsgereed maken van de installatie en bij het hanteren

    van slangen/spuitmonden (gewicht, tegendruk). - Staand werken, soms op steiger of hoogwerker. Eenzijdige belasting van armspieren. - Hinder van weersomstandigheden bij werken in openlucht. Hinder van spattende water-

    deeltjes bij spuiten. - Kans op letsel door stoten, uitglijden e.d. op werkplekken.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : MACHINISTEN FUNCTIE : MACHINIST VACUMWAGEN FUNCTIENUMMER : D.2 Doel Uitvoeren van reinigingsopdracht m.b.v. vacumwagen. Organisatie Directe chef : projectleider/uitvoerder of meewerkend voorman Geeft leiding aan : toegevoegde hulpmachinist of medewerker Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: vacumwagens (auto's met opgebouwde vacum-installatie (eigen motor, pomp, opslagtank en toebehoren als zuigmonden, slangen e.d.) in diverse typen met uiteenlopende pomp- en opslagcapaciteit) worden gebruikt voor verzamelen (opzuigen), tijdelijk opslaan en vervoeren van diverse soorten vloeistoffen (verontreinigingen, sludges, olieresten of andere restanten, al naar gelang de opdracht). Opgezogen, opgeslagen en te vervoeren vloeistoffen kunnen vallen onder bepaalde wetgeving inzake transport gevaarlijke stoffen. De werkzaam-heden worden meestal op steeds wisselende locaties van opdrachtgevers uitgevoerd. De ma-chinist bepaalt binnen de verstrekte opdracht zelf de werkuitvoering; hij geeft aanwijzingen aan de toegevoegde hulpmachinist of medewerker. - Gereed maken van de vacum-installatie ter plaatse; aansluiten/koppelen van hulpmidde-

    len. In bedrijf stellen; instellen/regelen van de pompsnelheid zodanig dat de opdracht effi-cint kan worden uitgevoerd.

    - Zorgen voor een goede gang van zaken. Zodanig werken en geven van aanwijzingen aan de toegevoegde medewerker dat de gevraagde kwaliteit (zuiverheidsgraad) wordt bereikt.

    - Afvoeren van de opgeslagen vloeistoffen naar de toegewezen losplaats (bij opdrachtgever, afvalverwerkingsbedrijf e.d.). Zorgen dat aan de wettelijke voorschriften inzake aandui-ding van gevaarlijke stoffen e.d. wordt voldaan.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zowel v.w.b. het werken met vacumtechniek en het bedienen van de installatie alsook v.w.b. de eigen veiligheid en die van de toegevoegde medewerker(s) op de werkplekken en het dragen/gebruiken van de voorgeschreven per-soonlijke beschermingsmiddelen.

    - Vastleggen van gegevens over de afgewerkte opdracht in het logboek. - Opvolgen/toepassen van gebruiksaanwijzingen en instructies van bediening en gebruik van

    wagen en installaties. Waarborgen van een optimale bedrijfszekerheid van wagen en voor-zieningen, door het controleren van de technische staat, opmerken van storingen aan voer-tuig, motoren en voorzieningen, en melden van storingen en noodzakelijk onderhoud aan de technische dienst. Uitvoeren van dagelijks onderhoud, opsporen en verhelpen van kleine mankementen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en uitvoering met projectleider/uitvoerder of meewerkend voorman.

    Melden/bespreken van werkuitvoering, bijzonderheden, etc. met de opdrachtgever. Geven van aanwijzingen en instructies aan de toegevoegde medewerker.

    Specifieke handelingsvereisten - Besturen/bedienen van en manoeuvreren met de vacumwagen.

  • handboek referentiefuncties

    - Opletten teneinde gevaarlijke situaties (in verkeer of bij opdrachtuitvoering) te voorkomen. Vereiste certificaten Naast vereiste rijbewijzen en CCVB ("chauffeursdiploma"): - veiligheidscertificaat VCA-1; - vacumtechniek-certificaat - VLG-ADR. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het bedrijfsgereed maken van de installatie. - Staand werken, soms ook in gedwongen houding (bukken, kruipen). - Hinder van vuil bij onderhoud en schoonmaken. Hinder van lawaai van werkende vacum-

    installatie en van werken in open lucht onder alle voorkomende weersomstandigheden (voorzover niet door persoonlijke beschermingsmiddelen afgeschermd).

    - Kans op letsel door stoten, uitglijden e.d. op werkplekken, en door verkeersongevallen.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : MACHINISTEN FUNCTIE : MACHINIST HOGEDRUKWAGEN FUNCTIENUMMER : D.3 Doel Uitvoeren van reinigingsopdracht m.b.v. hogedruk. Organisatie Directe chef : projectleider/uitvoerder of meewerkend voorman Geeft leiding aan : toegevoegde hulpmachinist of medewerker Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: hogedrukwagens (auto's met opgebouwde hogedruk-installatie (eigen motor, pomp, waterreservoir en toebehoren als spuitlansen, slangen e.d.) van diverse typen met uit-eenlopende pompcapaciteit) worden gebruikt voor reinigingsdoeleinden in diverse uiteenlo-pende situaties zoals reinigen van tanks, vaten, delen van produktie-installaties, etc., sane-ren/behandelen van beton, reinigen van wegen, snijden van staal en beton e.d. De werkzaam-heden worden meestal op steeds andere locaties van opdrachtgevers uitgevoerd. De machinist bepaalt binnen de verstrekte opdracht zelf de werkuitvoering; hij geeft aanwijzingen aan de toegevoegde hulpmachinist of medewerker die met het eigenlijke spuiten is belast. - Gereed maken van de HD-installatie ter plaatse; aansluiten/koppelen van hulpmiddelen. In

    bedrijf stellen; instellen/regelen van de watertoevoer zodanig dat de opdracht efficint kan worden uitgevoerd.

    - Zorgen voor een goede gang van zaken. Zodanig werken en geven van aanwijzingen aan de toegevoegde medewerker dat de gevraagde kwaliteit (reinheidsgraad) wordt bereikt.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zowel v.w.b. het werken met hogedruk en het bedienen van de installatie alsook v.w.b. de eigen veiligheid en die van de toegevoegde medewerker(s) op de werkplekken (o.a. noodstop-voorziening) en het dragen/gebruiken van de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen.

    - Vastleggen van gegevens over de afgewerkte opdracht in het logboek. - Opvolgen/toepassen van gebruiksaanwijzingen en instructies van bediening en gebruik van

    wagen en installaties. Waarborgen van een optimale bedrijfszekerheid van wagen en voor-zieningen, door het controleren van de technische staat, opmerken van storingen aan voer-tuig, motoren en voorzieningen, en melden van storingen en noodzakelijk onderhoud aan de technische dienst. Uitvoeren van dagelijks onderhoud, opsporen en verhelpen van kleine mankementen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en uitvoering met projectleider/uitvoerder. Melden/bespreken van

    werkuitvoering, bijzonderheden, etc. met de opdrachtgever. Geven van aanwijzingen en in-structies aan de toegevoegde medewerker.

    Specifieke handelingsvereisten - Besturen/bedienen van en manoeuvreren met de HD-wagen. - Opletten teneinde gevaarlijke situaties (in verkeer of bij opdrachtuitvoering) te voorkomen. Vereiste certificaten Naast vereiste rijbewijzen en CCVB ("chauffeursdiploma"):

  • handboek referentiefuncties

    - veiligheidscertificaat VCA-1; - hogedrukmachinist-certificaat. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het bedrijfsgereed maken van de installatie. - Staand werken. - Hinder van vuil bij onderhoud en schoonmaken. Hinder van lawaai van werkende HD-

    installatie, hinder van vochtdeeltjes en waternevel en van werken in open lucht onder alle voorkomende weersomstandigheden (voorzover niet door persoonlijke beschermingsmid-delen afgeschermd).

    - Kans op letsel door stoten, uitglijden e.d. op werkplekken, en door verkeersongevallen.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : MACHINISTEN FUNCTIE : ALLROUND MACHINIST FUNCTIENUMMER : D.4 Doel Uitvoeren van diverse soorten reinigingsopdrachten m.b.v. specifieke machinale techniek. Organisatie Directe chef : projectleider/uitvoerder Geeft leiding aan : toegevoegde hulpmachinist of medewerker Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: uitvoeren van diverse soorten industrile reinigingswerkzaamheden waarbij ma-chines worden toegepast zoals hogedrukwagens, vacumwagens, droge stof-wagens, vacu-press-wagens (alle voorzien van eigen motor, pomp, reservoir en toebehoren, van diverse ty-pen met uiteenlopend pompcapaciteit), multilift-wagens (voor het opladen, vervoeren en af-zetten van containers, machines, etc.). De all-round machinist beheerst de voorkomende typen wagens en installaties. Hij bepaalt binnen de verstrekte opdracht zelf de werkuitvoering en geeft aanwijzingen aan de toegevoegde hulpmachinist of medewerker die met de handmatige werkzaamheden in de opdracht is belast. - Gereed maken van de installatie ter plaatse. Zonodig aansluiten/aankoppelen van de hulp-

    middelen. In bedrijf stellen; instellen/regelen van de pompinstallatie zodanig dat de op-dracht efficint kan worden uitgevoerd.

    - Zorgen voor een goede gang van zaken. Zodanig werken en geven van aanwijzingen aan de toegevoegde medewerker dat de gevraagde kwaliteit wordt bereikt.

    - In voorkomende gevallen (vacumauto) afvoeren van de opgeslagen vloeistoffen naar de toegewezen losplaats (bij opdrachtgever, afvalverwerkingsbedrijf e.d.). Zorgen dat aan de wettelijke voorschriften inzake aanduiding van gevaarlijke stoffen e.d. wordt voldaan.

    - Opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zowel v.w.b. het werken met hogedruk en het bedienen van de installatie alsook v.w.b. de eigen veiligheid en die van de toegevoegde medewerker(s) op de werkplekken (o.a. noodstop-voorziening bij hogedruk-werkzaamheden) en het dragen/ gebruiken van de voorgeschreven persoonlijke bescher-mingsmiddelen.

    - Vastleggen van gegevens over de afgewerkte opdracht in het logboek. - Opvolgen/toepassen van gebruiksaanwijzingen en instructies van bediening en gebruik van

    wagen en installaties. Waarborgen van een optimale bedrijfszekerheid van wagen en voor-zieningen, door het controleren van de technische staat, opmerken van storingen aan voer-tuig, motoren en voorzieningen, en melden van storingen en noodzakelijk onderhoud aan de technische dienst. Uitvoeren van dagelijks onderhoud, opsporen en verhelpen van kleine mankementen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en uitvoering met projectleider/uitvoerder. Melden/bespreken van

    werkuitvoering, bijzonderheden, etc. met de opdrachtgever. Geven van aanwijzingen en in-structies aan de toegevoegde medewerker.

    Specifieke handelingsvereisten - Besturen/bedienen van en manoeuvreren met de wagen + installatie.

  • handboek referentiefuncties

    - Opletten teneinde gevaarlijke situaties (in verkeer of bij opdrachtuitvoering) te voorkomen. Vereiste certificaten Naast vereiste rijbewijzen en CCVB ("chauffeursdiploma"): - veiligheidscertificaat VCA-1; - hogedrukmachinist-certificaat; - vacumtechniek-certificaat; - VLG-ADR. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het bedrijfsgereed maken van de installatie. - Staand werken. - Hinder van vuil bij onderhoud en schoonmaken. Hinder van lawaai van werkende installa-

    tie en van werken in open lucht onder alle voorkomende weersomstandigheden (voor zover niet door persoonlijke beschermingsmiddelen afgeschermd).

    - Kans op letsel door stoten, uitglijden e.d. op werkplekken, en door verkeersongevallen.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : INDUSTRILE REINIGING EN SJORREN FUNCTIE : MEDEWERKER INDUSTRILE REINIGING/SJORREN FUNCTIENUMMER : E.1 Doel Zeevast zetten en losklaar maken van lading; verrichten van werkzaamheden in het kader van scheepsonderhoud en industrile reiniging. Organisatie Directe chef : voorman Geeft leiding aan : - VERANTWOORDELIJKHEIDSGEBIEDEN + KERNTAKEN Werkgebied: werken op/in schepen of in containers, aan bedrijfsinstallaties, bedrijfsruimten en -terreinen, daken. - Zeevast zetten van lading (containers en stukgoed van diverse, uiteenlopende soorten en

    formaten) in en op schepen (containerschepen, ro-ro-schepen) volgens aanwijzingen van de voorman. Gebruik maken van de voorgeschreven of gebruikelijke bevestigingsmiddelen (twistlocks en spanschroeven voor containers; kettingen, banden, etc. voor stukgoed). Zeevast zetten van stukgoed (diverse uiteenlopende soorten en formaten) in containers bij opdrachtgevers in het land, vr transport, of ter plaatse voorbereiden van het zeevast zet-ten. Op aanwijzingen van de voorman en naar eigen inzicht plaatsen/stapelen en vastzetten van het stukgoed m.b.v. materiaal als (opvul)hout, band, staaldraad. Dusdanig aanbrengen van het materiaal (op de juiste plaatsen) bij het zeevast zetten dat het stukgoed niet beschadigt.

    - Losklaar maken van lading (containers, stukgoed) in en op schepen d.m.v. verwijderen van de aangebrachte bevestigingsmiddelen. Losklaar maken van stukgoed, in containers aan-gevoerd, bij opdrachtgevers in het land.

    - Verrichten van diverse uiteenlopende werkzaamheden op het gebied van industrile reini-ging zoals b.v. het: . schoonspuiten of handmatig schoonmaken van ruimten in schepen, van bedrijfsinstalla-

    ties e.d.; . spuiten/schilderen van oppervlakken in schepen en van bedrijfsinstallaties, coaten van

    vloeren; . opklaren van schepen, dokken, bedrijfsterreinen e.d.

    - Verrichten van bijzondere werkzaamheden zoals b.v. het lossen van omgevallen lading in schepen, het rijden met heftruck voor het afvoeren van losklaar gemaakt stukgoed. Ver-richten van de voorkomende hand- en spandiensten waarvoor de onderneming in ingescha-keld, op diverse locaties in/op uiteenlopende ruimten en terreinen.

    - Opvolgen van de voorschriften v.w.b. de veiligheid op de werkplekken en de veiligheid van werken, en v.w.b. het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met voorman en collega's. Specifieke handelingsvereisten - Bedienen van en manoeuvreren met heftruck. - Aandacht hebben bij het zeevast zetten en losklaar maken van voorwerpen.

  • handboek referentiefuncties

    Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-1. Bezwarende omstandigheden - Uitoefen van kracht bij het tillen en aanbrengen van bevestigingsmiddelen, het til-

    len/hanteren van (schoonmaak)gereedschap. - Lopend en staand werken, soms op stukgoed of containers. - Hinder van weersomstandigheden bij werken in openlucht; hinder van temperatuurwisse-

    lingen, stof of vuil, etc. bij werken in schepen of bedrijfsinstallaties. - Kans op letsel door vallen vanaf trappen, containers of stukgoed, door beknelling van om-

    vallende lading.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : VOORLIEDEN/LEIDING FUNCTIE : MEEWERKEND VOORMAN ALGEMENE WERKZAAMHEDEN FUNCTIENUMMER : F.1 Doel Leiding geven aan de uitvoering van de opdrachten w.o. het zeevast zetten en losklaar maken van lading, het verrichten van werkzaamheden in het kader van scheepsonderhoud en indu-strile reiniging. Organisatie Directe chef : bedrijfsleider Geeft leiding aan : 2 tot 6 cleaners of zelfstandig cleaners in de opdracht Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: werken op/in schepen of in containers, bedrijfsinstallaties, bedrijfsruimten en -terreinen, daken, voor het uitvoeren van uiteenlopende algemene werkzaamheden. - Zorgen dat de opdracht conform afspraken wordt uitgevoerd, door het leiden van de werk-

    zaamheden. Daartoe: . plannen/voorbereiden van de werkzaamheden, ophalen/gereed maken van materialen en

    hulpmiddelen afhankelijk van de soort opdracht; . toewijzen van taken aan de toegevoegde medewerkers, geven van aanwijzingen en in-

    structies; . bewaken van een efficint verloop van de werkzaamheden en van efficinte tijdsbeste-

    ding; oplossen van problemen tijdens de uitvoering; . controleren op juiste uitvoering (kwalitatief) van de opdracht.

    - Optreden als contactpersoon tussen bedrijf en opdrachtgever voor problemen, afspraken e.d. ter plaatse.

    - In voorkomende gevallen zelf meewerken aan alle voorkomende werkzaamheden w.o. het: . zeevast zetten van lading (containers, alle mogelijke stukgoed) in en op schepen, in con-

    tainers bij opdrachtgevers in het land of ter plaatse voorbereiden van het zeevast zetten; . losklaar maken van lading in en op schepen (containers, stukgoed) en bij opdracht-

    gevers in het land; . verrichten van diverse uiteenlopende werkzaamheden op het gebied van industrile rei-

    niging handmatig of m.b.v hogedruk; . spuiten/schilderen van oppervlakken (in schepen, aan bedrijfsinstallaties), coaten van

    vloeren; . repareren of vernieuwen van daken van bedrijfsgebouwen; . opklaren van schepen, dokken, bedrijfsterreinen; . verrichten van overige voorkomende werkzaamheden waarvoor de onderneming is in-

    geschakeld. - In goede staat houden van de gebruikte hulpmiddelen en installaties. Toezien op het ge-

    bruik ervan door de medewerkers. - Toezien op het opvolgen van de veiligheidsvoorschriften v.w.b. de veiligheid op de werk-

    plek en de veiligheid van werken, en v.w.b. het dragen van persoonlijke beschermingsmid-delen.

  • handboek referentiefuncties

    Communicatie-eisen Overleggen over werk, werkuitvoering, voorbereiding, bijzonderheden, etc. met bedrijfs-

    leider, met de opdrachtgever en met de medewerkers. Geven van aanwijzingen en instruc-ties aan de medewerkers.

    Specifieke handelingsvereisten - Bedienen van en manoeuvreren met heftruck. - Opletten op juiste uitvoering van de werkzaamheden en op veiligheid. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-2; - hogedrukcertificaat; - heftruckcertificaat. Bezwarende omstandigheden - Uitoefen van kracht bij het tillen en aanbrengen van bevestigingsmiddelen, het tillen/ han-

    teren van (schoonmaak)gereedschap. - Lopend en staand werken, soms op stukgoed of containers. - Hinder van weersomstandigheden bij werken in openlucht; hinder van temperatuurwisse-

    lingen, stof of vuil, etc. bij werken in schepen of bedrijfsinstallaties. - Kans op letsel door vallen vanaf trappen, containers of stukgoed, door beknelling van om-

    vallende lading.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : VOORLIEDEN/LEIDING FUNCTIE : MEEWERKEND VOORMAN(SCHEEPS)ONDERHOUD/REINIGING FUNCTIENUMMER : F.2 Doel Leiding geven aan de uitvoering van de opdrachten t.a.v. stralen, coaten, reinigen. Organisatie Directe chef : bedrijfsleider Geeft leiding aan : 2 tot 8 medewerkers Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: werken aan in dok drooggezette schepen (rompen, dekken, ruimten, tanks) en booreilanden e.d., staalconstructies op het land, wegen, e.e.a. aan staal en beton waaraan werkzaamheden worden verricht als lassen, stralen of andere methoden voor roest/verfverwijdering, coaten, schoonmaakwerkzaamheden in ruime zin. - Zorgen dat de opdracht volgens afspraak wordt uitgevoerd, door het leiden van de werk-

    zaamheden. Daartoe: . plannen/voorbereiden van de werkzaamheden, gereed maken van equipment en materia-

    len; . toewijzen van taken aan de toegevoegde medewerkers; . bewaken van een efficint verloop van de werkzaamheden en van efficinte tijds-

    besteding; oplossen van problemen tijdens de uitvoering. - Zorgen dat de opdracht kwalitatief volgens de specificaties verloopt v.w.b. kwaliteit van

    het straalwerk en kwaliteit van het coaten. Beoordelen van de werkuitvoering en werkkwa-liteit op basis van ervaringskennis (het stralen) of door uitvoeren van metingen (de laagdik-te na coaten). Ingrijpen bij en bijsturen van afwijkingen.

    - Toezien op juist gebruik en juiste bediening van de equipment (mobiele gritstraalappara-tuur, stofvrij-straalmachines, vloerstraalmachines, hogedruk-units, vacumzuigmachines, verfcompressoren, hoogwerkers, bobcats).

    - Controleren op het naleven van de veiligheidsvoorschriften aangaande het werken met grit en verf en het werken met apparatuur, alsook v.w.b. de veiligheid op de werkplekken en het dragen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

    - In voorkomende gevallen zelf meewerken bij uitvoerende werkzaamheden, en dan verrich-ten van alle voorkomende taken.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met bedrijfsleider, collega-voorlieden en mede-

    werkers. Geven van aanwijzingen en instructies aan de medewerkers. Specifieke handelingsvereisten - Bedienen/besturen van hoogwerker of bobcat. - Opletten op juiste uitvoering van de werkzaamheden en op veiligheid. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-2; - hogedrukcertificaat.

  • handboek referentiefuncties

    Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het hanteren van slagen/spuitmonden (bij zelf meewerken). - Staand werken, soms op hoogwerker, soms (bij stralen) met bewegingsbelemmerende vei-

    ligheidskleding (bij zelf meewerken). - Hinder van weersomstandigheden bij werken in openlucht. Hinder van stuif en vuil. Soms

    hinder van beschermingsmiddelen bij stralen (bij zelf meewerken). - Kans op letsel door vallen vanaf trappen of steigers.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : VOORLIEDEN/LEIDING FUNCTIE : UITVOERDER FUNCTIENUMMER : F.3 Doel Realiseren van de uitvoering van uiteenlopende reinigingsopdrachten d.m.v. voorbereiding, leiding/aansturing en controle. Organisatie Directe chef : bedrijfsleider/regiomanager Geeft leiding aan : toegewezen medewerkers (5 tot 15) voor de opdracht, eventueel via mee-

    werkende voorlieden Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: industrile reinigingsopdrachten van uiteenlopende aard waarvoor een wis-selend aantal medewerkers benodigd is en verschillende soorten en aantallen installaties, hulpmiddelen of (hogedruk- en/of vacum-) wagens e.d. De opdrachten worden uitgevoerd op steeds wisselende locaties of binnen een vaste locatie van een bedrijf waarmee contracten voor dit soort opdrachten zijn afgesloten. In die situatie kunnen meerdere opdrachten gelijk-tijdig worden uitgevoerd. - Voorbereiden van de uitvoering van de reinigingsopdracht(en) door het vooraf inplannen

    van benodigd materiaal (auto's, installaties, hulpmiddelen), opgeven van benodigde aantal-len en inzetbaarheid van medewerkers aan de planningafdeling. Uitvoeren van werkplek-inspecties volgens de checklist/inspectielijst; beoordelen van werk (on-)mogelijkheden, overleggen met opdrachtgever over afwijkende werkmethoden en instrueren van de mede-werkers (toolbox). Verkrijgen van de benodigde werkvergunningen.

    - Realiseren van de uitvoering van de opdracht(en) binnen de gestelde tijd en kosten (men-sen, materieel). Daartoe toewijzen van taken aan de medewerkers, geven van instructies, houden van toezicht op en controleren van de uitvoering, op de behandeling/bediening van machines en installaties. Zorgdragen voor doelmatige inzet van eigen (en van eventueel in-gehuurde) mensen en materieel. Controleren van werktijden, pauzes, wachturen e.d.

    - Zorgdragen voor naleving van de veiligheidsvoorschriften (t.a.v. veiligheid van werken, veiligheid op de werkplek, dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen). Rapporteren van ongevallen, incidenten en afwijkingen. Uitvoeren van het beleid van de organisatie t.a.v. kwaliteit, ARBO en milieu. Toezien op naleven van de plaatselijke vergunningsbepa-lingen.

    - Zorgen voor tijdige en juiste opdrachtadministratie (tijdregistratie van de medewerkers en materieel). Opstellen van opdrachtrapportages. Verzamelen van gegevens t.b.v. de facture-ring.

    - Verrichten van overige voorkomende werkzaamheden w.o. het opstellen van calculaties of kostenramingen, het behandelen/beoordelen van klachten over de opdrachtuitvoering.

    Communicatie-eisen - Bespreken van werkuitvoering, werkvoorbereiding, bijzonderheden e.d. met de regioma-

    nager, planningafdeling en ook opdrachtgever ter plaatse. Geven van aanwijzingen en in-structies aan de toegewezen medewerkers, overdragen van informatie over opdracht, uit-voering, veiligheid, etc.

  • handboek referentiefuncties

    Specifieke handelingsvereisten - Geen bijzondere. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-2. Bezwarende omstandigheden - Hinder van de voorkomende en per reinigingsopdracht verschillende omstandigheden t.a.v.

    weer, temperatuur, vuil/stof. - Kans op letsel als gevolg van vallen of uitglijden of als gevolg van deelname aan het weg-

    verkeer.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : VOORLIEDEN/LEIDING FUNCTIE : GECERTIFICEERD TOEZICHTHOUDER ASBESTVERWIJDERING FUNCTIENR. : F.4 Doel Leiding geven aan de verwijdering van asbest, met inachtneming van wettelijke voorschriften m.b.t. het minimaliseren van vrijkomende asbestvezels. Organisatie Directe chef : bedrijfsleider. Geeft leiding aan : 2 tot 6 medewerkers opgeleid voor asbestverwijdering. Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: de verwijdering van asbest vindt plaats onder wettelijke regeling en toestem-ming van de arbeidsinspectie. De werkzaamheden worden voorbereid door het bedrijfsbureau en uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een gecertificeerde toezichthouder (theoretisch en praktisch gedeelte). Aandachtspunten zijn de inrichting van de werkruimte/containment (luchtdicht afsluiten, plaatsen van onderdrukmachine, douchecabines, routing e.d.), te hante-ren werkwijzen en instructies, calamiteitenregeling e.d. Het resultaat wordt beoordeeld door een extern laboratorium (aantal vezels in de lucht minder dan wettelijk aantal). - Zorg dragen dat de opdracht conform afspraken en wettelijke voorschriften wordt uitge-

    voerd door het leiden van de werkzaamheden. Daartoe: . plannen/voorbereiden van de werkzaamheden, gereed maken en controleren van equipment

    en materialen; . instrueren van de toegevoegde medewerkers en attenderen op bijzonderheden, risicos; . bewaken van een efficint en veilig verloop van de werkzaamheden, waaronder een tijdige

    aflossing van medewerkers. - Inrichten van de werkplek gericht op realiseren van de veiligheidsvoorschriften en een effi-

    cinte werkwijze. E.e.a. heeft betrekking op het luchtdicht afsluiten van werkruimte, plaat-sen van onderdrukmachine, douchecabines, afvoercontainer e.d., rekening houdend met de specifieke omstandigheden op de werkplek.

    - Zorgen dat de opdracht kwalitatief volgens specificaties verloopt v.w.b. het op een juiste en veilige manier verwijderen en afvoeren van asbest. Uitvoeren van controles, ook binnen de werkruimte. Realiseren van het beoogde resultaat van de werkzaamheden, mede op ba-sis van door extern laboratorium uitgevoerde metingen.

    - Nemen van operationele maatregelen in geval van onvoorziene gebeurtenissen gericht op het voorkomen/minimaliseren van onveilige situaties. Afstemmen van situaties met lei-dinggevende en bedrijfsbureau voor het laten bepalen van noodzakelijke maatregelen. In-schakelen van laboratorium voor het uitvoeren van metingen. Op basis van besluitvorming nemen van aanvullende maatregelen.

    - Bijhouden van logboek en vastleggen van verrichte werkzaamheden, bijzonderheden e.d. - Verrichten van ondersteunende werkzaamheden aan het werkproces, zoals het afvoeren

    van verpakt asbest, meehelpen aan opbouw en afbouw e.d. Communicatie-eisen - Overleggen over werk, werkuitvoering en bijzonderheden met bedrijfsleider en medewer-

    kers, maar ook met opdrachtgever en arbeidsinspectie. Geven van aanwijzingen en instruc-ties aan de medewerkers.

  • handboek referentiefuncties

    Specifieke handelingsvereisten - Hanteren van handgereedschappen en bedienen van apparatuur. - Opletten op juiste uitvoering van de werkzaamheden en op veiligheid. Vereiste certificaten - Veiligheidscertificaat VCA-2; - certificaat DTA (deskundig toezichthouder asbestsloop). Bezwarende omstandigheden . Krachtsuitoefening bij het op- en afbouwen van containment en tillen van zakken met as-

    bestmateriaal. . Soms werken in een gedwongen houding bij het uitvoeren van controles. . Dragen van overdrukmasker en beschermende kleding (volledig isolerend) (minder fre-

    quent). . Kans op letsel door stoten, uitglijden of vallen van ladders/steigers.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : TRANSPORT EN MAGAZIJN FUNCTIE : HEFTRUCKCHAUFFEUR FUNCTIENUMMER : G.1 Doel Verplaatsen van goederen m.b.v. transportmiddelen. Organisatie Directe chef : bedrijfsleider Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: werken in hallen, straalcabines, op buitenterreinen. - Doelmatig laten verlopen van de werkzaamheden door het verplaatsen van te bewerken

    voorwerpen, installaties, constructiedelen etc. met behulp van de vorkheftruck; dit omvat: . lossen vanaf auto's naar de hal; . intern verplaatsen voor resp. na het bewerken in/uit de cabines; . beladen van vrachtauto's na uitvoering van de bewerkingen.

    - Bedienen van de halkranen voor verplaatsing van grote voorwerpen (kleine schepen, ke-tels, buizen etc.). Bevestigen van stroppen/hijs- banden, aangepast aan de takelmogelijkhe-den van het voorwerp.

    - Verplaatsen van kleine schepen van/naar de werfkranen naar/van de hal m.b.v. trekker en aanhangwagen.

    - Opvolgen van de voorschriften voor wat betreft de veiligheid op de werkplekken en de vei-ligheid van werken.

    Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met directe chef en collega's. Specifieke handelingsvereisten - Bedienen van en manoeuvreren met heftruck of trekker. - Aandacht hebben bij het verplaatsen en bij het hijsklaar maken van voorwerpen. Vereiste certificaten - Heftruckcertificaat. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij (incidenteel) handmatig verplaatsen van goederen. - Eenzijdige houding bij het bedienen van de heftruck. - Hinder van temperatuurverschillen (binnen/buiten), hinder van weersomstandigheden (bij

    buiten werken), van stoffend straalmiddel of soms van lawaai. - Kans op letsel tijdens transportwerkzaamheden.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : TRANSPORT EN MAGAZIJN FUNCTIE : MAGAZIJNMEDEWERKER FUNCTIENUMMER : G.2 Doel Beheren, uitgeven en innemen van materialen. Organisatie Directe chef : chef magazijn Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: in magazijn en buitenopslagplaats verzorgen van uitgifte van diverse soorten hulpmiddelen vereist bij industrile reinigingsopdrachten (zoals schoppen, bezems, onbemand technisch materieel als compressoren en pompen, gereedschappen, vuilafvoerbakken, slan-gen, etc. voor hogedruk-reiniging en vacum-techniek) en tevens van uitgifte van bedrijfskle-ding en speciale beschermingsmiddelen bij bepaalde werkzaamheden zoals b.v. hogedruk-spuiten. - Gereed maken van aanvragen voor hulpmiddelen, materialen en machines, volgens gege-

    ven opdrachten, door verzamelen en bijeen brengen ervan. - In ontvangst nemen van terugkomende hulpmiddelen, materialen en machines na uitge-

    voerde opdrachten. Lossen en sorteren van hulpmiddelen en materialen. Inspecteren op be-schadigingen w.o. afpersen van slangen, zonodig schoonmaken, en opbergen. Schoonspui-ten van machines (spuitplaats).

    - Handmatig registreren van uitgegeven en terugontvangen hulpmiddelen, materialen en ma-chines, per opdracht.

    - In ordelijke staat houden van magazijn en buitenopslagplaats. - Opvolgen van de voorschriften v.w.b. de veiligheid op de werkplekken en v.w.b. de veilig-

    heid van werken. Communicatie-eisen - Overleggen over werk en werkuitvoering met collega's. Specifieke handelingsvereisten - Bedienen van en manoeuvreren met heftruck voor het laden/lossen en verplaatsen van ma-

    terieel en machines. Vereiste certificaten - Heftruckcertificaat. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij het handmatig verplaatsen van materialen soms tot 25 kg. - Lopend en staand werken, soms bukkend/reikend. - Hinder van weersomstandigheden (bij buiten werken) en van temperatuursverschillen (bij

    overgang van binnen naar buiten). - Kans op letsel als gevolg van stoten of beknelling van ledematen.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : TECHNISCHE DIENST FUNCTIE : MONTEUR STRAAL-/COATMATERIAAL FUNCTIENUMMER : H.1 Doel Uitvoeren van onderhoud en reparaties aan bedrijfsmiddelen. Organisatie Directe chef : bedrijfsleider Geeft leiding aan : 1 leerling-monteur Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: werken aan vast-opgestelde straalketels, mobiele straalketels, verfpompen (alles met toebehoren), compressoren, rollend materieel (diesel-heftrucks, tractors, bobcats, hoog-werker, busjes), bedrijfsinstallaties (afzuigingen, pompen, straalinstallaties, kranen). Om-vangrijke reparaties, revisies etc. en gespecialiseerd onderhoud worden uitbesteed naar leve-ranciers c.q. dealers. - In bedrijfsgerede staat houden van de produktiemiddelen, door het opheffen van storingen

    en het uitvoeren van reparaties (in de werkplaats of op de werkplekken waar het materieel in gebruik is). Daartoe opsporen van storingsoorzaken, bepalen of directe reparatie nood-zakelijk/mogelijk is, uitvoeren van ("nood")reparaties; vervangen van kapotte onderdelen e.d.; bedrijfsgereed opleveren van het produktiemiddel.

    - Vermijden van stilstand en storingen aan de produktiemiddelen, door het uitvoeren van in-specties en preventief onderhoud. Daartoe: . beoordelen van de staat van slijtage/vervangingsnoodzaak, aan de hand van machinelijs-

    ten; zonodig preventief vervangen van onderdelen; . uitvoeren van periodiek onderhoud aan rollend materieel.

    - Beheren van de werkvoorraad onderdelen (registreren van verbruik, bijbestellen bij leve-rancier, ordelijk houden van de voorraad).

    Communicatie-eisen - Rapporteren van bijzonderheden aan de betrokken voorman. Geven van aanwijzingen en

    instructies aan de toegevoegde leerling-monteur. Specifieke handelingsvereisten - Bewerken van materialen (lassen, boren) met de werkplaatsapparatuur. Gebruiken van

    handgereedschappen. Bezwarende omstandigheden - Krachtsuitoefening bij verplaatsen van materialen, bij (de)montagewerkzaamheden. - Inspannende houding bij het werken op moeilijk toegankelijke plaatsen. - Hinder van temperatuurwisselingen bij buitenwerkzaamheden. Hinder van vet en vuil.

    Dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen. - Kans op letsel door uitschietend gereedschap, of door bekneld raken.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : TECHNISCHE DIENST FUNCTIE : AUTOMONTEUR FUNCTIENUMMER : H.2 Doel In bedrijfsgerede staat houden van de personenvervoermiddelen door het uitvoeren van on-derhoud en reparaties. Organisatie Directe chef : chef werkplaats Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: in de garagewerkplaats worden o.a. onderhoud, reparaties, etc. verricht aan be-drijfs-personenvervoermiddelen als personenauto's (meerdere merken en typen), busjes en bestelwagens (meerdere merken en typen). In principe worden in de garage alle onderhoud, reparaties en revisies verricht, met uitzondering van werkzaamheden aan carrosseriegedeel-ten als gevolg van schades. - Verrichten van periodiek preventief onderhoud aan de daartoe aangeboden en ingeplande

    vervoermiddelen, conform de richtlijnen van de importeur. Raadplegen van checklists en van handboeken per merk/type. Uitvoeren van de voorgeschreven vervangingen (smeer-middelen, aan slijtage onderhevige onderdelen) en van de voorgeschreven controles. Op-merken van afwijkingen en vaststellen van slijtagegraden. Preventief vervangen van on-derdelen n.a.v. de controles. Controleren van afstellingen en herstellen van afwijkingen. Onderzoeken van klachten, opmerkingen, etc. van berijders over afwijkingen.

    - Verhelpen van storingen a.d.h.v. ontvangen meldingen zodanig dat de stagnatie van voer-tuigen minimaal blijft. Daartoe opsporen/lokaliseren van storingen en storingsoorzaak, be-oordelen van de benodigde reparatie en reparatieduur, uitvoeren van reparaties na overleg met de chef v.w.b. omvangrijke en tijdrovende reparaties. Maken van proefritten voor stel-len van diagnose en beproeven na reparatie.

    - Uitvoeren van revisies aan auto's zoals gepland. - Verrichten van diverse demontage-, afstel- en montagehandelingen aan alle voorkomende

    delen van chassis, motor, wielen, vering, stuurinrichting, systemen (transmissie-, rem-, brandstoftoevoer-, uitlaat-, koelsysteem), met gebruikmaking van hulpmiddelen, takels, speciaal gereedschap.

    - Verantwoorden/registreren van bestede tijd en materialenverbruik per voertuig. - Opvolgen van de voorschriften v.w.b. de veiligheid op de werkplek en v.w.b. de veiligheid

    van werken. Communicatie-eisen - Rapporteren/bespreken van bijzonderheden met de chef. Bespreken van problemen, klach-

    ten, etc. met berijders. Specifieke handelingsvereisten - Hanteren van hand- en machinaal gereedschap voor (de)montages. Hanteren van meet-

    gereedschappen voor storingsbepaling en afstellingen.

  • handboek referentiefuncties

    Vereiste certificaten - Benodigde rijbewijzen. Bezwarende omstandigheden - Uitoefenen van kracht bij gebruiken van gereedschap, voor tillen/ verplaatsen van onderde-

    len e.d. - Inspannende houding bij werken onder auto's, soms gebukt/gebogen werken op moeilijke

    toegankelijke plaatsen. - Hinder van werkplaatsgeluiden en -omstandigheden. - Kans op letsel door beknelling of stoten aan scherpe delen of door uitschietend gereed-

    schap.

  • handboek referentiefuncties

    FUNCTIECATEGORIE : TECHNISCHE DIENST FUNCTIE : MONTEUR MATERIEEL FUNCTIENUMMER : H.3 Doel In bedrijfsgerede staat houden van materieel door het uitvoeren van onderhoud en reparaties. Organisatie Directe chef : chef werkplaats Geeft leiding aan : - Verantwoordelijkheidsgebieden + kerntaken Werkgebied: in de garagewerkplaats worden o.a. onderhoud, reparaties, etc. worden verricht aan het rollend bemand materieel (anders dan personenauto's, busjes en bestelwagens) zoals hogedruk-wagens, vacum-wagens, vacupress-wagens, multilift-wagens, mobiele kranen, zo-wel aan de onderbouw (onderstel, motor, transmissie, carrosserie, etc.) als aan de boven-bouw (de specifieke installatie met eigen aandrijvingsmotor, pomp, tank e