EGFR Verslag 6

  • View
    880

  • Download
    2

Embed Size (px)

DESCRIPTION

egfr cish

Text of EGFR Verslag 6

InhoudsopgaveInhoudsopgave............................................................................................................................1 1 Inleiding...................................................................................................................................2 1.1Longcarcinomen.................................................................................................................3 1.2EGFR Protocol...................................................................................................................4 1.3Immunohistochemie...........................................................................................................4 1.4Mutatieanalyse...................................................................................................................5 1.5DISH..................................................................................................................................6 1.5.1CISH ...........................................................................................................................7 1.5.2Centromeer probe........................................................................................................8 1.6Doel en opzet van het onderzoek.......................................................................................8 2 Materiaal en methode.............................................................................................................10 2.1 1 EGFR procedure..........................................................................................................10 2.2 Immunohistochemie........................................................................................................10 2.3 Mutatieanalyse................................................................................................................11 2.4 CISH................................................................................................................................11 3 Resultaten...............................................................................................................................14 3.1Optimalisatie EGFR CISH op paraffinemateriaal............................................................14 3.1.1 Vumc protocol .........................................................................................................14 3.1.2 zymed protocol ........................................................................................................14 3.1.3 Zymed en Zytovision vergelijking...........................................................................15 3.1.4 Zytovision protocol..................................................................................................16 3.2Optimalisatie EGFR CISH op cytologisch materiaal .....................................................17 Digestie pelilyset...............................................................................................................17 signaal...............................................................................................................................17 Digestie 2 dagen fixatie.....................................................................................................17 3.3Patinten materiaal...........................................................................................................18 4 Conclusie en discussie...........................................................................................................18 Literatuur verwijzingen.............................................................................................................19 Bijlage 2 ...................................................................................................................................21 Zymed EGFR CISH protocol....................................................................................................21 Bijlage 3 ...................................................................................................................................22 Zytovision EGFR CISH protocol..........................................................................................22

1

1 InleidingBij recente ontwikkelingen van anti-kanker therapien worden middleen gebruikt die bij voorkeur specifiek inwerken op kankercellen. Receptor eiwitten zijn daarvoor zeer geschikt, op voorwaarde dat deze specifieke eiwitten aanwezig zijn op de tumorcellen. Een voorbeeld van bij deze therapien zijn van protene kinases, in de meeste gevallen tyrosine kinase. Deze spelen een belangrijke rol in het reguleren van de veel celfuncties, zoals celdeling/celcyclus, celoverleving/celdood (apoptose) en DNA reparatie. Tyrosine kinase remmers zijn kleine moleculen, die ervoor zorgen dat de receptoren geen signalen meer kunnen geven doorgeven aan de aan de cel waardoor de functie van de tyrosine kinase verhindert word. (1) Gefitinib/erlotinib is een Epidermal Growth Factor Receptor (EGFR) tyrosine kinase remmer (TKR) die gebruikt wordt bij de behandeling van bepaalde tumoren, waaronder longtumoren. EGFR komt voor in de epitheliale cellen van het lichaam. De EGF receptor behoort tot de tyrosine kinase glycoprotenes. EGFR bestaat uit een buiten de celgelegen gedeelte (extracellulair) waaraan eiwitten zich kunnen binden, een in het membraan gelegen gedeelte, en een in de cel gelegen gedeelte (intracellulair) dat onder andere bestaat uit tyrosine kinase. EGF en TGF binden aan het extracellulaire gedeelte van het EGFR waardoor het intracellulaire tyrosine kinase gedeelte gefosforyleerd wordt. Door deze fosforylatie worden er drie pathways geactiveerd, de AKT pathway, de RAS/ERK pathway en de STAT pathway. Deze pathways geven een signaal Figuur 1: Schematische weergave van de pathways die EGFR activeert.(3) door aan de kern waarin ze zorgen voor gentranscriptie. De AKT pathway remt de apoptose, de RAS/ERK pathway zorgt voor celdeling en de STAT pathway zorgt voor bloedvatvorming en voor de migratie, adhesie en invasie van cellen in het omliggende weefsel.(2) Normaal gesproken wordt het EGFR voor een korte tijd geactiveerd, waardoor deze cellen kort tot deling worden aangezet. Hierna worden de receptoren gerecycled of afgebroken. Een verhoogde EGFR activiteit kan verschillende oorzaken hebben. 1. Een verhoogd aantal EGF receptoren op het celoppervlak als gevolg van een verhoogt aantal EGFR genen in het DNA (gen amplificatie). 2. een gestegen aantal EGFR gen transcripties en translaties, waardoor er een overexpressie ontstaat van mRNA, met als gevolg een verhoogt aantal EGF receptoren. 1. wijziging in turnover. Over dit laatste is weinig bekend. Gefitinib/erlotinib bindt aan het intracellulaire gedeelte van de receptor ,waardoor het intracytoplasmatische domein niet meer gefosforyleerd wordt, hierdoor worden geen signalen meer naar het cytoplasma en de kern doorgeven. Daardoor vindt de activatie van de celproliferatie geremd en de apoptose remming niet plaats. Bij patienten met EGFR amplificatie als het aantal receptoren verhoogd en dit is klinisch geassocieerd met een reactie op de Gefitinib/erlotinib (EGFR TKR) therapie. De respons op deze behandeling komt bij circa 10% van de longcarcinomen, met name adenocarcinomen 2

voor. Vaker is dat bij vrouwen met name van het Oosterse ras, en vrouwen die niet gerookt hebben, Om deze redenen is het belangrijk dat er amplificaties kunnen worden aangetoond.

Figuur 2: Gefitinib/erlotinib zorg ervoor dat de receptoren niet meer gefosforyleerd kunnen worden, hierdoor word geen signaal meer naar het cytoplasma en de kern doorgegeven. Dit zorgt ervoor dat de celproliferatie geremd wordt en dat de apoptose inducerende pathway in gang gezet kan worden. (4)

1.1 LongcarcinomenLongcarcinomen zijn tumoren die ontstaan uit de bedekkende (epitheliale) laag van de longen en bronchin. Deze worden onderverdeeld in twee hoofdgroepen Het kleincellig longcarcinoom Het niet-kleincellig longcarcinoom Ongeveer 20% van de longcarcinomen behoord tot het kleincellige type. Deze worden zo genoemd doordat de cellen zeer klein zijn en weinig cytoplasma bevatten. De groep niet-kleincellige longcarcinoom bestaat uit 3 verschillende typen: plaveiselcelcarcinoom adenocarcinoom grootcellig carcinoom

A

B

C

Figuur 3 A: plaveiselcelcarcinoom 200x B: Adenocarcinoom 200x C: kleincellig carcinoom 200x

3

Het plaveiselcelcarcinoom is het meest voorkomende type van longcarcinomen. Het plaveiselcelcarcinoom ontwikkeld zich vanuit een morfologisch voorstadium plaveisel cellige metaplasie met dysplasie. Het adenocarcinoom heeft soms een morfologisch voorstadium: atypische adenomateuse hyperplasie. Het Adenocarinoom heeft als kenmerk dat het buizen kanvormen en intracytoplasmatische vacuolen. In adenocarcinomen van de long komen EGFR of K-ras mutaties voor in ongeveer 10 en 20-30% van de gevallen. Tumoren waarbij het niet duidelijk is of het een plaveiselcelcarcinoom of een adenocarcinoom is worden ze ingedeeld in de groep grootcellige carcinomen. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de tumor niet kleincellig is en dus behandeld moet worden als een nietkleincellig longcarcinoom. De stamcel van de long is niet bekend.

1.2 EGFR ProtocolIn het VUmc is bij de pathologie een procedure gestart voor EGFR bepalingen op long adenocarcinomen waarmee kan worden bepaald of patinten een EGFR amplificatie hebben waardoor ze behandeld kunnen worden met Gefitinib/erlotinib. Deze bepalingen worden gedaan bij patinten die voldoen aan de volgende criteria: Een vrouwelijke patint die nooit heeft gerookt heeft waarbij voor het eerst een longcarcinoom is geconstateerd Een patint die een recidief heeft van een adenocarcinoom na eerste lijns behandeling. Hierbij worden er een aantal testen gedaan op paraffinecoupes. 1. EGFR eiwit expressie. hierbij wordt gekeken naar het patroon : membraneus en/of cytoplasmatisch en mate van e