DAAN VANDEWALLE & GERDA DENDOOVEN ... Erik Satie (1866-1925) Gymnop£©die nr.1 (1880) Gnossienne nr.2
DAAN VANDEWALLE & GERDA DENDOOVEN ... Erik Satie (1866-1925) Gymnop£©die nr.1 (1880) Gnossienne nr.2
DAAN VANDEWALLE & GERDA DENDOOVEN ... Erik Satie (1866-1925) Gymnop£©die nr.1 (1880) Gnossienne nr.2
DAAN VANDEWALLE & GERDA DENDOOVEN ... Erik Satie (1866-1925) Gymnop£©die nr.1 (1880) Gnossienne nr.2
DAAN VANDEWALLE & GERDA DENDOOVEN ... Erik Satie (1866-1925) Gymnop£©die nr.1 (1880) Gnossienne nr.2

DAAN VANDEWALLE & GERDA DENDOOVEN ... Erik Satie (1866-1925) Gymnop£©die nr.1 (1880) Gnossienne nr.2

  • View
    0

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of DAAN VANDEWALLE & GERDA DENDOOVEN ... Erik Satie (1866-1925) Gymnop£©die nr.1 (1880)...

  • za 12 sep 2020 20.00 Concertzaal

    zo 13 sep 2020 11.00 & 14.00 Concertzaal

    © Is

    a a

    c P

    o n

    se e

    le

    DAAN VANDEWALLE

    & GERDA DENDOOVEN

    Caress

  • Uitvoerders en programma

    Daan Vandewalle: piano Gerda Dendooven: live illustraties

    Frederic Rzewski (1938) De Profundis (voor reciterende pianist) (1992)

    Erik Satie (1866-1925) Gymnopédie nr.1 (1880) Gnossienne nr.2 (1890)

    Claude Debussy (1862-1918) Des pas sur la neige uit Préludes I (1907-1910)

    Erik Satie (1866-1925) Gnossienne nr.3 (1890)

    Igor Stravinsky (1882-1971) Les cinq doigts (1921)

    Robert Schumann (1810-1856) Der Dichter spricht uit Kinderszenen, opus 15 (1838)

    Johann Sebastian Bach (1685-1750) Variatie 25 in g uit Goldbergvariaties, BWV988 (1741)

    Franz Schubert (1797-1828) Andantino in As uit Six Moments Musicaux, D780, opus 94 (1823-28)

    Robert Schumann (1810-1856) Traumerei uit Kinderszenen, opus 15 (1838)

    John Cage (1912-1992) Dream (1948)

    Johannes Brahms (1833-1897) Wals nr.15 uit Sechzehn Walzer, opus 39 (1865)

    Deze voorstelling is een feestevent van The Keys. Met dank aan alle Keys-leden die ons helpen om Brugge als internationale cultuurstad op de kaart te zetten. The-keys.be

    Met de steun van Piano’s Maene Met Nederlandse en Engelse boventiteling Nederlandse vertaling De Profundis © 1971 Gerrit Komrij I Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam

    KLAVIER

    12 &

    1 3

    S E

    P 2

    0 2

    0

    B IO

    G R

    A F

    IE Ë

    N

    Biografieën

    Daan Vandewalle (BE) studeerde bij Claude Coppens (Koninklijk Conservatorium Gent) en bij Alvin Curran (Mills College in Oakland). Als solopianist maakte hij zijn debuut op het Ars Musica-festival in 1992. Inmiddels geniet hij internationale faam als uitvoerder van 20e-eeuwse pianoliteratuur, met een sterke aandacht voor de Amerikaanse experimentele traditie. Zijn repertoire omvat werk van componisten als Ives, Ligeti, Lutoslawski, Rzewski, Curran, Ablinger en Wolff. Als improvisator werkt hij samen met musici als Fred Frith, Barry Guy en Sonic Youth. Vandewalle concerteerde in gerenommeerde concertzalen als het Théâtre du Châtelet (Parijs), Auditorio Nacional de Música (Madrid), Lincoln Center (New York), Carnegie Hall (New York) en op het Prague Spring Festival. Hij doceert piano aan het Conservatorium van Gent.

    Gerda Dendooven (BE) studeerde vrije grafiek aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Gent. Ze werkt als illustrator voor diverse uitgeverijen en tijdschriften, en maakt coverontwerpen voor zowel kinderboeken als romans. Ze werd reeds driemaal bekroond met een Boekenpauw. In 1996 werd ze genomineerd voor de Hans Christian Andersenprijs. Daarnaast is ze ook zelf actief als auteur van verhalen en theaterteksten. Haar stijl is geïnspireerd op de Vlaamse expressionisten en heel herkenbaar door sfeer, compositie, kleurharmonie en kleurvervreemding. Ze maakt regelmatig live beelden bij concerten, zoals bij de opvoering van Peer Gynt door Brussels Philharmonic in het Concertgebouw. Samen met Mauro Pawlovski en Fikry El Azzouzi vormt ze Trio El Azzouzi. Met Elvis Peeters bedacht ze Meneer Papier die in 2021 als animatieserie op Ketnet te zien zal zijn.

    Pianist en vaste Concertgebouwgast Daan Vandewalle nam in de aanloop van de lockdown in één dag 46 pianostukjes op. Die zetten wij onder de naam Caress 46 dagen lang elke dag online. Muzikale zalf voor de ziel in die moeilijke periode. Herbekijk de video’s op concertgebouw.be/caress.

    — 02 —

  • — 05 —

    12 &

    1 3

    S E

    P 2

    0 2

    0

    12 &

    1 3

    S E

    P 2

    0 2

    0

    Caress ‘Handen schudden geen handen meer, strelen geen gezichten meer, maar beroeren wel nog steeds de piano.’ Met deze gevleugelde woorden lanceerde Daan Vandewalle zijn project Caress. Tijdens de lockdown bracht hij 46 dagen lang piano tot in onze huiskamer, van Bach over Chopin en Schubert tot Satie, Stravinsky, Cage en Curran. Aan de basis van zijn project lagen het verbod op fysiek contact met vrienden en dierbaren én op culturele activiteiten. Twee zaken die fundamenteel zijn voor ons welbevinden. Caress was een poging om de hand te reiken aan zoveel mensen die ‘opgesloten’ zaten in hun ‘kot’.

    Met deze concertreeks maakt Daan Vandewalle de cirkel rond. Frederic Rzewski’s De Profundis, een werk voor sprekende pianist, gebaseerd op Oscar Wildes gelijknamige gevangenisgeschriften vervolledigt het programma. Wilde werd in 1895 veroordeeld voor sodomie en zat daarvoor een gevangenisstraf uit van twee jaar in compleet isolement en zonder de mogelijkheid essays, novellen of theaterteksten te schrijven. Brieven schrijven mocht wel. In 1987 kwam Wilde vrij. Een deel van zijn gevangenisgeschriften werd in 1905, vijf jaar na zijn dood gepubliceerd. Pas in 1949 zou de brief in zijn geheel worden uitgegeven.

    De Profundis, letterlijk ‘uit de diepte’, is gericht aan Wildes geliefde Alfred ‘Bosie’ Douglas. Rzewski koos een beperkt aantal fragmenten uit de brief om het verhaal van Wildes spirituele ontwaken in de gevangenis te vertellen. Concrete verwijzingen naar personen of plaatsen werden weggelaten. Slechts twee plaatsnamen worden vernoemd: Reading Gaol, een van de twee gevangenissen waar Wilde verbleef, en Clapham Junction, een tussenstation bij zijn overplaatsing naar Reading Gaol. Dit transport beschrijft hij als een zeer traumatische ervaring. Er is geen concrete verwijzing meer naar Bosie.

    In Rzewski’s compositie verandert Bosie in een naamloze ‘jij’: een man of vrouw zonder gezicht. De luisteraar krijgt de vrijheid om die ‘jij’ zelf een identiteit toe te kennen.

    Dat Rzewski uitgerekend deze tekst als basis nam is niet verwonderlijk. Als sociaal geëngageerde componist klaagde hij al vaak sociale wantoestanden en politieke onderdrukking aan. Zijn titels en teksten geven dan ook geregeld blijk van politieke betrokkenheid. Coming together (1971) en Attica (1972), gebaseerd op een brief van een gevangene, zijn een aanklacht tegen het bloederig neerslaan van een gevangenisopstand in de Attica- gevangenis in New York. Ook zijn Songs of Insurrection (2016) getuigen van zijn maatschappelijk engagement, net als zijn misschien wel bekendste werk The People United Will Never Be Defeated (1975) dat gebaseerd is op een Chileens strijdlied.

    Rzewski schreef heel wat voor piano. De Profundis is waarschijnlijk zijn meest substantiële bijdrage aan het oeuvre van de sprekende pianist. In het werk moet de muzikant immers meer doen dan louter spreken en piano spelen. Het is een bijzonder

    intense en veeleisende compositie: de pianist moet naast vingervlug pianospel ook roepen, fluiten, neuriën, zingen, ademen, blaffen, zuchten en huilen. Daarnaast verwerkt hij ook avant-gardistische elementen in de muziek door te slaan, te kloppen en te krassen op het deksel van de piano. Al die geluiden, versterkt door een microfoon, staan minutieus uitgeschreven op de partituur. Dat is eerder atypisch voor Rzewski, die de muzikant doorgaans veel ruimte laat om te improviseren.

    Op sommige momenten ontstaat de indruk dat er geïmproviseerd wordt, maar niets is minder waar. Zelfs de verschillende soorten ademhalingen staan in detail genoteerd. De componist heeft alles tot in de puntjes vastgelegd. Ook qua opbouw heeft de muziek een strakke structuur. Het werk bestaat uit zestien delen: acht gesproken delen worden afgewisseld met acht interludes.

    Tussen Wildes tekst en Rzewski’s muziek onstaat een buitengewone synergie. Iedere zin wordt begeleid met aandacht voor de betekenis, het ritme en de cadens van de taal. De componist maakt bovendien verschillende klankschilderingen die de emotionele gelaagdheid van de tekst mee moeten kleuren. Zo is er onder meer een beschrijving van Wildes traumatische ervaring in Clapham Junction die ondersteund wordt met suggesties van een triestige wals terwijl referenties naar schemerlicht en het licht dat probeert binnen te breken in zijn donkere cel gedragen worden door trage, bijna fluisterende en mysterieuze harmonieën.

    En ook in de interludes, die fungeren als commentaren op de gesproken delen, lezen we het verhaal in de muziek. Zo is er de zesde interlude (in de partituur aangeduid als a song without words) die volgt op een passage over de aard van het lijden. Daarin laat Rzewski de pianist zuchten in toenemende pijn met een sombere

    begeleiding van melancholische akkoorden. In een andere passage, wanneer Wilde weemoedig herinneringen ophaalt aan zijn vriendschap met Bosie, reageert Rzewski met een reeks ongerijmde (dieren)klanken, kreten en slagen op het instrument en het eigen lichaam. De pianist lijkt even bevangen door een vlaag van waanzin.

    De Profundis is zoals veel werken van Rzewski voor interpretatie vatbaar. Sommigen lezen er een aanklacht in tegen de vervolging van homofilie. Maar voor Rzewski, die gelooft in de emancipatorische rol van muziek, is dit werk bovenal een politiek werk over gevangenschap en opsluiting. Wildes woorden schuren dan ook bijzonder dicht aan tegen de huidige realiteit waarin we gedwongen worden om terug te plooien op onszelf en de waarde van cultuur als een collectieve (en maatschappelijk belangrijke) gebeurtenis nu meer dan ooit duidelijk wordt. Het werk is hoopvol en meteen ook een oproep om onze dagelijkse realiteit te omarmen, er schoonheid en opportuni