Click here to load reader

Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie

  • View
    0

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie

2 NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie
NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie 3
Adviesrapport
Inhoud
1 Samenvattend advies 6
2 Verantwoording 10 2.1 Samenstelling van de auditcommissie 11 2.2 Werkwijze van de commissie 11 2.3 Opbouw van het adviesrapport en opzet van de hoofdstukken 12
3 Beschrijving van de instelling 14 3.1 Algemene gegevens 15 3.2 Profiel van de instelling 15 3.3 Kengetallen per 1-1-2012 15
4 Beoordeling per standaard 16 4.1 Standaard 1: Visie op de kwaliteit van het onderwijs 17 4.2 Standaard 2: Beleid 18 4.3 Standaard 3: Resultaten 22 4.4 Standaard 4: Verbeterbeleid 24 4.5 Standaard 5: Organisatie- en beslissingstructuur 26
5 Adviezen ter verbetering 28
6 Overzicht van het advies 30
Bijlage 1: Samenstelling van de commissie 32
Bijlage 2: Programma’s van de locatiebezoeken 34
Bijlage 3: Overzicht van de bestudeerde documenten 38
Bijlage 4: Lijst met afkortingen 40
Hoofdstuk 1
Samenvattend advies
NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie 7
De commissie oordeelt positief over de kwaliteitszorg van de Gerrit Rietveld Academie. De commissie is van mening dat de Gerrit Rietveld Academie voldoet aan de vijf standaarden van het beoordelingskader van de NVAO voor instellingen.
Visie De kernopdracht van de instelling luidt: “De Gerrit Rietveld Academie wil talentvolle jonge mensen op zo’n manier bege­ leiden dat ze in staat zijn zelfstandig in de beeldende kunst of vormgeving te functioneren. We willen bereiken dat ze op eigen kracht hun werk gaande kunnen houden en tot de artistieke inspirators van hun vakgebied kunnen uitgroeien”. De Gerrit Rietveld Academie heeft de visie op de kwaliteit van haar onderwijs helder en ambitieus geformuleerd. Het uitgangs- punt om de student zich in vrijheid te laten ontwikkelen, en zich een autonome positie te doen verwerven zijn wezens- kenmerken van de kwaliteitsvisie en deze worden volgens de commissie gedragen door zowel de top als de werkvloer van de organisatie alsmede de studenten waarvoor het onderwijs wordt verzorgd. De commissie heeft bij de Gerrit Rietveld Academie deze diepgewortelde kwaliteitscultuur aange- troffen. De commissie heeft er zich over verbaasd dat in de profielkeuze van de Gerrit Rietveld Academie een aantal aspecten van de beroepsoriëntatie een ondergeschikte rol hebben gespeeld, maar heeft tegelijkertijd geconstateerd dat dit een bewuste keuze betreft. Tijdens de audit is de oorspronkelijke vrees dat de organisatie sterk persoonsafhankelijk werkt, met alle risico’s vandien, grotendeels weggenomen.
Beleid De commissie is van mening dat het schriftelijke en monde- linge beleid in lijn is met de uitgangspunten geformuleerd in de visie. De Gerrit Rietveld Academie heeft tal van maat- regelen genomen die bijdragen aan een op de Gerrit Rietveld Academie-filosofie afgestemde beleidscultuur. Het is de commissie opgevallen dat al die maatregelen op een groot draagvlak kunnen rekenen. De coördinatoren en het College van Bestuur, en zeker ook de directeur bedrijfsvoering, slagen er in om binnen de limieten van het zelfgekozen profiel te blijven. Samen spelen zij een belangrijke kaderstellende rol. Het kleinschalige karakter van de organisatie creëert blijkbaar een zo direct contact tussen student en docent en tussen studenten onderling dat daaruit ook een wederzijds besef van
verantwoordelijkheid ontspringt. Eventuele tekortkomingen kunnen daardoor gemakkelijk worden gecompenseerd.
Resultaten De commissie is onder de indruk van het zicht dat de instelling heeft op de bereikte resultaten. De commissie heeft gecon- stateerd dat de Gerrit Rietveld Academie beschikt over een goede mix van formele, informele en externe evaluatie- momenten, waardoor studenten en docenten met enige regel- maat worden geëvalueerd. De instelling wordt bovendien systematisch intern en extern een spiegel voorgehouden over het eindniveau en het onderwijsproces. Een zorg van de commissie, namelijk dat de voordelen van kleinschaligheid teniet zouden worden gedaan door de grote fragmentatie binnen het docentenbestand, kon overtuigend worden wegge- nomen. De stevige vrijheids- en bottom-up filosofie zorgt er in de ogen van de commissie echter voor dat op enkele punten niet snel genoeg actie ondernomen wordt door het College van Bestuur.
Verbeterbeleid De Gerrit Rietveld Academie zet verbeterbeleid niet alleen in bij tegenvallende uitkomsten van onderzoeken of bij klachten, maar ook daar waar dat op basis van deze uitkomsten niet strikt nodig is maar door betrokkenen wel wenselijk wordt gevonden. In het instellingsplan heeft de Gerrit Rietveld Academie prestatieafspraken en andere beleidsvoorstellen geformuleerd. De commissie concludeert dat de gevolgde procedure voor het monitoren en verbeteren van knelpunten aan de eisen voldoet, maar dat het verbeterbeleid weinig pro-actieve aspecten bevat. Door de sterke kwaliteitscultuur en de gevoelde gezamenlijke visie en verantwoordelijkheid worden discussies echter adequaat aangepakt. De instelling blijkt in staat op de drie niveaus (college van bestuur, afdelingen en opleidingen) een groot intern draagvlak te creëren en waar nodig noodzakelijke maatregelen om koers- wijzigingen door te voeren en maatregelen te nemen om dit draagvlak te kunnen blijven garanderen.
Organisatie- en beslissingsstructuur De Gerrit Rietveld Academie kiest voor een organisatie- en beslissingsstructuur die uitgaat van verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het decentrale niveau: op de werkvloer, de werkplaats of het atelier. De kwaliteitszorg van de Gerrit Rietveld Academie is daarmee gestoeld op kleinschaligheid. Daar waar gezamenlijk beleid wordt gemaakt, spelen de directie van beide instituten en de directeur bedrijfsvoering zichtbaar een belangrijke kaderstellende rol. Zij ontwikkelen een groot gedeelte van het beleid en sturen de uitvoering
8 NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie
ervan. De hoofden van afdelingen (binnen de bacheloroplei- dingen) en de opleidingen (binnen de masteropleidingen) zijn primair verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs. Zij zijn verantwoordelijk voor het aantrekken van docenten en het afstemmen van het curriculum op de ontwikkelingen in het vakgebied en op de behoeften en studievoortgang van studenten. De formele beslissingsstructuur vindt de commissie voldoende toereikend om mogelijke problemen te signaleren en aan te pakken. Naast de formele overleggen en organen wordt ook informeel overleg adequaat ingezet om onderwerpen aan de orde te stellen en om draagvlak voor de beleidskeuzes te creëren. De commissie heeft er door de gevoelde zeer sterke kwaliteitscultuur en de mogelijkheden die worden ingezet hiertoe te komen, gezien dat de ‘ruimte’ die er in deze netwerkorganisatie is voor decentraliteit niet tot ‘leegte’ verwordt.
Hoewel de commissie tot een positief oordeel komt, merkt de commissie op dat zij de kritische zelfreflectie van de Gerrit Rietveld Academie te weinig problematiserend vond. Zij verwacht van een zelfreflectie een document, waarin met een kritische blik naar de eigen organisatie wordt gekeken, waar aandacht is voor de problemen en risico’s van de orga- nisatie. Tijdens de gesprekken konden de verschillende geledingen echter wel helder bepaalde problemen benoemen, alsook de manier waarop hiermee is omgegaan. Hierdoor heeft de commissie het volste vertrouwen dat er met een scherpe blik naar het daadwerkelijk reilen en zeilen van de organisatie wordt gekeken en dat de Gerrit Rietveld Academie daad werkelijk over een kwaliteitscultuur beschikt die de instelling ten goede komt.
Den Haag, 8 maart 2013
Namens de commissie ter beoordeling van de Gerrit Rietveld Academie,
drs. Marianne Dunnewijk (voorzitter)
drs. A.N. Koster (secretaris)
Hoofdstuk 2
NVAO Adviesrapport Erasmus Universiteit Rotterdam 11NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie 11
besproken en de documenten, die ter inzage waren gegeven, bestudeerd. Daarnaast zijn vragen en discussiepunten geïnventariseerd alsook voorstellen gedaan voor audit trails. Verder is het programma voor het eerste bezoek aan de instelling besproken en zijn afspraken gemaakt over een taakverdeling van de leden.
Verkennende dag en verdiepende dag De commissie heeft twee bezoeken van in totaal drie dagen gebracht aan de instelling: het eerste bezoek bestond uit een verkennende dag op 16 oktober 2012 en een verdiepende dag op 17 oktober 2012. Op 16 oktober 2012 heeft de commissie aan de hand van de kritische zelfreflectie en de documenten die ter inzage lagen, de instelling verkend. Deze dag werd afgesloten met een gesprek met het instellingsbestuur. Tijdens de tweede dag heeft de commissie in het kader van een zestal audittrails verdiepende gesprekken gevoerd met onder andere het college van bestuur, de decaan en onder- wijsdirecteuren en studenten en docenten uit de vertegen- woordigende organen. Voor het open spreekuur was een aanmelding. Afsluitend is andermaal gesproken met het college van bestuur over de eerste bevindingen van de commissie.
Op woensdag 22 november 2012 heeft de commissie een tweede bezoek gebracht aan de instelling. Eerst is de commissie bijeengekomen en heeft verdere input geleverd voor het conceptadvies. Ook is op deze dag gesproken met de Raad van Toezicht. Ter afronding zijn de uitkomsten van de toetsing in hoofdlijnen teruggekoppeld naar het instellings- bestuur.
Adviesrapport De bevindingen, overwegingen en oordelen van de commissie heeft de secretaris verwerkt in een eerste concept van het uit te brengen rapport. Na uitwisseling van voorstellen voor wijzigingen en aanvullingen heeft de commissie op 25 januari 2013 het onderhavige adviesrapport vastgesteld. Voor een weloverwogen en goed onderbouwd advies zijn de bezoeken aan de instelling een belangrijk instrument geweest.
Feitelijke onjuistheden Bij e-mail van 28 februari 2013 heeft de instelling gewezen op feitelijke onjuistheden die in het definitieve adviesrapport voor het merendeel zijn overgenomen.
2.1 ⁄ Samenstelling van de auditcommissie
De auditcommissie is als volgt samengesteld:
> Marianne Dunnewijk, voorzitter > Hans Adriaansens, lid > Willem Elias, lid > Anton Schuurmans, student-lid > Astrid Koster, secretaris > Nancy Van San, procescoördinator NVAO
In bijlage 1 zijn de CV’s van de commissieleden opgenomen.
2.2 ⁄ Werkwijze van de commissie
2.4.1 ⁄ Werkwijze van de commissie
Bestuurlijk overleg Op 17 april 2012 vond een bestuurlijk overleg plaats tussen de NVAO en de Gerrit Rietveld Academie over de opzet van de instellingstoets Kwaliteitszorg. Gespreksonderwerpen waren inhoudelijke aandachtspunten, voertaal, tijdpad, samen- stelling commissie en presentatie uitkomsten toetsing.
Accreditatieportret Het accreditatieportret dat door de NVAO is opgesteld, is aan de commissie bezorgd op 8 mei 2012. Het document bevat een overzicht van alle uitkomsten van accreditatieaanvragen en aanvragen voor een toets nieuwe opleiding, ingediend door de instelling bij de NVAO in de periode 2003-2011. In totaal gaat het om een 10-tal aanvragen. De data zijn afkomstig uit de NVAO-besluiten en de onderliggende externe beoordelingen (visitatierapporten en paneladviezen) zoals opgenomen in het NVAO-datasysteem. Feitelijke gegevens zijn ter verificatie voorgelegd aan de instelling.
‘Kritische Zelfreflectie’ De ‘Kritische Zelfreflectie’ heeft de commissie ontvangen op 14 september 2012. De commissieleden hebben het docu- ment bestudeerd en van schriftelijk commentaar voorzien aan de hand van het toepasselijke beoordelingskader ter voorbereiding op de eerste commissievergadering.
Voorbereidende vergadering Tijdens de eerste voorbereidende vergadering op 17 september 2012 heeft de commissie de kritische reflectie
Hoofdstuk 2
12 NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie
Het rapport bevat verder vier bijlagen met: (1) informatie over de samenstelling van de commissie, (2) het programma van de locatiebezoeken, (3) een overzicht van de bestudeerde docu- menten en (4) een lijst met afkortingen.
2.4.2 ⁄ Werkwijze van de commissie met betrekking tot de audittrails
Tijdens de tweede, verkennende bezoekdag aan de instelling op 17 oktober 2012 heeft de commissie een zestal audittrails uitgevoerd. In deze audittrails heeft de commissie de volgende diepteonderzoeken gedaan:
1. Toetsbeleid en beoordeling 2. Kleinschaligheid en fragmentering 3. Kaders en ruimte 4. Selectie van docenten en didactisch model 5. Internationalisering 6. Beroepsoriëntatie
Om deze verdiepende audittrails te kunnen uitvoeren heeft de commissie het instellingsbestuur, studenten, docenten en stafdiensten gesproken. Op basis van deze gesprekken heeft de commissie aan het einde van de eerste, verkennende dag de openstaande vragen tot thema’s gebundeld, die als audit- trails tijdens de verdiepende dag nader onderzocht zijn.
2.3 ⁄ Opbouw van het adviesrapport en opzet van de hoofdstukken
Een samenvattend advies is opgenomen in hoofdstuk 1. In de algemene hoofdstukken 2 en 3 wordt in het kort ingegaan op de gevolgde werkwijze en op de instelling zelf. Hoofdstuk 3 bevat algemene informatie over de Gerrit Rietveld Academie plus een aantal kengetallen. Vervolgens geeft de commissie in hoofdstuk 4 haar oordeel over de kwaliteitszorg van de instelling per standaard van het beoordelingskader. Bij elke standaard worden de bevindingen opgesomd en vervolgens de overwegingen van de commissie gegeven. De bevindingen naar aanleiding van de audittrails dienen hierbij steeds als casuïstische evidentie voor de wijze waarop het kwaliteits- zorgsysteem als geheel functioneert binnen de Gerrit Rietveld Academie Het gaat daarbij dus niet om een beoordeling van de in de audittrails betrokken opleidingen of programma’s, maar om bepaalde aspecten op basis waarvan de commissie kan nagaan of de instelling in control is. Het uitgebreide hoofdstuk 4 vormt de onderbouwing van het uiteindelijke advies. Aanbevelingen van de commissie krijgen een aparte plaats in hoofdstuk 5. Het rapport sluit af met een samenvattende tabel van de oordelen over de kwaliteitszorg van de instelling.
NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie 13
Hoofdstuk 3
3.1 ⁄ Algemene gegevens
3.2 ⁄ Profiel van de instelling
Geschiedenis De Gerrit Rietveld Academie kent zijn oorsprong in de fusie in 1924 van drie scholen tot het Instituut voor Kunstnijverheids- onderwijs, kortweg de Kunstnijverheidsschool. Van 1939 tot aan 1960 stond de opleiding sterk onder invloed van de functi- onalistische en maatschappijkritische ideeën van De Stijl en het Bauhaus, mede door de rol van de socialistische architect Mart Stam als directeur van de opleiding. Vanaf de jaren zestig en vooral in de zeventiger jaren groeiden de rol en de invloed van de autonome beeldende kunst en de individuele expressie. Deze invloeden bepalen, in combinatie met een toegepaste gerichtheid en een kritische mentaliteit, nog steeds voor een belangrijk deel het gezicht van de academie. In 1967 verhuisde de school naar het huidige academie- gebouw, ontworpen door architect en meubelontwerper Gerrit Rietveld. Toen in 1968 de school onderdeel werd van het Hoger Beroepsonderwijs en de status kreeg van Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving, werd als eerbetoon aan de kort daarvoor overleden Rietveld de naam veranderd in Gerrit Rietveld Academie.
Heden De Gerrit Rietveld Academie is een zelfstandige hogeschool met circa 1000 studenten. De Rietveld Academie heeft twee bacheloropleidingen, Autonoom Beeldende Kunst en Vorm- geving, waar de 13 verschillende afstudeerrichtingen zijn ondergebracht. De afstudeerrichtingen worden geleid door coördinatoren die verantwoordelijk zijn voor het studiepro- gramma en de dagelijkse gang van zaken. Aan de academie zijn zo’n tweehonderd docenten verbonden. De docenten zijn allen werkzaam in een parttime dienstverband en zijn daar- naast zelfstandig kunstenaar of vormgever. De dagelijkse leiding van de academie is in handen van het College van Bestuur en een drietal directeuren. Gezamenlijk vormen zij het Managementteam; in het Managementteam hebben de voorzitter van het College van Bestuur, de directeur van het Sandberg Instituut (masteropleidingen), de directeur Onder-
wijs bacheloropleidingen en de directeur bedrijfsvoering zitting. Het College van Bestuur wordt ondersteund door een staforganisatie bestaand uit een secretariaat, een tweetal beleidsmedewerkers en de afdelingen Personeelszaken, Financiële Zaken, Facilitaire zaken en Studentenzaken.
3.3 ⁄ Kengetallen per 1-1-2012
Studentenaantallen Totaal aantal studenten
NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie 17
groei van de masteropleidingen en het versterken van de voor- opleidingen. Deze accentverschuiving sluit aan bij de overtui- ging van de instelling dat kleinschaligheid en intensief onderwijs noodzakelijk zijn voor goed kunstonderwijs. Het verkleinen van de bacheloropleidingen maakt het volgens de kritische zelfreflectie mogelijk in kleinere groepen nog meer aandacht aan de student te geven.
De commissie heeft geconstateerd dat het instellingsplan en het daarin opgenomen voornemen om de bacheloropleiding te laten krimpen en de masteropleidingen te laten groeien frictie oplevert binnen de instelling. De commissie vraagt zich in het licht van de veranderde bekostiging voor buitenlandse studenten af of het wel realistisch zal blijken om zoveel masterstudenten te selecteren.
De commissie heeft vastgesteld dat de vijf elementen van de visie van de Gerrit Rietveld Academie op kwaliteit van het onderwijs stuk voor stuk doordacht zijn en het onderwijs aan de Gerrit Rietveld Academie kenmerken. De visie is helder en ambitieus geformuleerd en bovendien is de zelfstudie het product van een rondgang langs de verschillende onderdelen van de Gerrit Rietveld Academie. Hoewel de commissie erg positief is over de visie van de Gerrit Rietveld Academie en van mening is dat deze visie in voldoende mate wordt gedragen door alle verschillende geledingen, had de commissie echter een meer expliciete visie over internationalisering verwacht. Wel leeft bij de Gerrit Rietveld duidelijk de algemeen gedragen opvatting om zich als een Nederlands instituut te profileren. De instelling werkt vanuit de Westerse beschaving en traditie. Mede gelet op de bekostigingswijzigingen van de overheid is het echter van groot belang dat internationaal georiënteerde instituten zoals de Gerrit Rietveld Academie haar stand- punten over buitenlandse studenten expliciteert. De commissie heeft echter geen adequate visie op internationali- sering aangetroffen. In een situatie waarin de instelling in de toekomst mogelijk uit 70% buitenlandse populatie zal bestaan, zou de instelling op zijn minst een visie op de bekos- tiging van buitenlandse studenten moeten hebben, vindt de commissie.
Visie op het ontwikkelen van een kwaliteitscultuur Uit de kritische zelfreflectie blijkt dat het streven naar kwali- teit deel uitmaakt van het dagelijkse werk. Het stellen van doelen, het uitvoeren, evalueren en verbeteren is volgens de instelling de kern van het opleiden van kunstenaars en ontwerpers. De kernopdracht en kernwaarden zijn gezamen- lijk geformuleerd en worden breed gedragen. De blik is zowel
4.1 ⁄ Standaard 1: Visie op de kwaliteit van het onderwijs
De instelling beschikt over een breed gedragen visie op de kwaliteit van haar onderwijs en op het ontwikkelen van een kwaliteitscultuur.
De commissie heeft bij haar onderzoek op basis van deze standaard niet alleen gekeken naar de schriftelijk geformu- leerde visie van de Gerrit Rietveld Academie op de kwaliteit van het onderwijs en de daarbij aansluitende kwaliteits- cultuur, maar ook de ongeschreven aspecten van de visie.
Visie op kwaliteit onderwijs Uit de kritische zelfreflectie blijkt dat de kernopdracht, kern- waarden en visie op kunst en onderwijs van de Gerrit Rietveld Academie in 2000 zijn beschreven. Deze zijn geformuleerd op basis van gesprekken met medewerkers (coördinatoren, docenten en staf) uit verschillende geledingen binnen de instelling. Het is een weerslag van de opvattingen en werk- wijzen die al langere tijd impliciet gehanteerd worden binnen het onderwijs van de Gerrit Rietveld Academie. De kern- opdracht van de instelling luidt: “De Gerrit Rietveld Academie wil talentvolle jonge mensen op zo’n manier begeleiden dat ze in staat zijn zelfstandig in de beeldende kunst of vormgeving te functioneren. We willen bereiken dat ze op eigen kracht hun werk gaande kunnen houden en tot de artistieke inspirators van hun vakgebied kunnen uitgroeien”.
De Gerrit Rietveld Academie heeft de visie op de kwaliteit van haar onderwijs uiteengezet in de kritische zelfreflectie. Samengevat komt de visie op kunst en onderwijs op de volgende vijf punten neer: 1. Autonome en toegepaste kunst vormen één wereld; 2. De wereld van kunst en vormgeving kent een sterke
dynamiek; 3. Onderwijs in de beeldende kunst en vormgeving is relatief
autonoom; 4. De vorming tot kunstenaar begint bij het ontwikkelen van
een houding; 5. Kunst kan het best onderwezen worden door de individuele
kwaliteiten van de student als aangrijpingspunt te kiezen.
Uit het instellingsplan blijkt dat de Gerrit Rietveld Academie in de periode 2012-2016 inzet op zes belangrijke voornemens. Met deze ontwikkelingen investeert de instelling in zaken die het profiel en de visie van de Gerrit Rietveld Academie versterken. Drie voornemens vloeien direct voort uit de sector- nota kunstonderwijs: de krimp van de bacheloropleidingen, de
18 NVAO Adviesrapport Gerrit Rietveld Academie
uitgangspunt om de student zich in vrijheid te laten ontwik- kelen, en zich een autonome positie in de kunstwereld te doen verwerven zijn volgens de commissie wezenskenmerken van de kwaliteitsvisie.
De commissie heeft gezien dat de visie van de Gerrit Rietveld Academie wordt gedragen door zowel de top als de werkvloer van de organisatie alsmede de studenten waarvoor het onder- wijs wordt verzorgd. Volgens de commissie weet de instelling vanuit haar uitgangspunten bij de toelatingsprocedure en de selectiegesprekken met docenten die mensen te selecteren die hen inspireren en de weg tonen. De instelling brengt op deze wijze docenten bij elkaar die toonaangevend zijn in hun vakgebied. Dit resulteert volgens de commissie in een sterke kwaliteitscultuur. De commissie heeft ten slotte de indruk dat de Gerrit Rietveld Academie misschien minder belang hecht aan een formele structuur, maar de sterke informele, dage- lijkse structuur van de ontwikkeling van een visie…