-1- - .Bij parese van de door de Nervus oculomotorius verzorgde Musculus levator palpaebrae is er

  • View
    214

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of -1- - .Bij parese van de door de Nervus oculomotorius verzorgde Musculus levator palpaebrae is er

  • -1-

    _9==0 _G_I_E_H_A_N_D_E=L=I=N=G= ( Suppl .2)

    Voor de ooggeneeskunde zijjn er 5 therapeutische wegen:

    1) Herstel van een optimale lymfeafvoer van het oog.

    2) Betrekking orgaan-oog d.w.z. behandeling van het orgaanom het zieke oog te genezen.

    3) Het Mesenchymreaktievierungsprincipe (MGR) alss basia-

    behandeling van gecompliceerde veelzijdige aandoeningen.Het blijkt bij Voll echter dat de aandoeningen recidi-veren: wij stellen voor om onze basisbehandeling op dekaken te richten.

    4) De odontogene haarden en hun gerichte werking op deoogdelenj dit bij mislukken van andere therapin ofbij recidives, (zie de opmerking bij 3.)

    5) Gebruik van geteste nosoden op de oogmeetpuntem. (dit

    ligt eigenlijk in het verlengde van 3).

    Ad 1). De Lymfeafvoer van het oog.

    a) Lymfeafvoer van de Adnexe van de oogappel.

    b) Lymfeafvoer van de oogappel.c) Retrobulbaire lymfeafvoer.

    Hinweispunten voor de lymfeafvoer van het oog.

    Ly._2a_=_MP^_l2;mfeafvger_van_het_oog..

    Bij ZA van dit punt moeten de volgende p-SMP gemeten worden:1) Oculus pars anterior = DV 21 (voorste deel van het oog)2) Oculus pars posterior - Ga 1 (achterste deel v/h oog)

    Als men weet waar de ziekte zit (voor of achter)dan bedient men zich van de Orbital(=0r. )punten die op het

    secundaire RinggefSsz van het oog liggen.

    MP OOGLENS = Ma 4 (Voll) is als enige een klassiek punt.

    a) MP Lymfeafvoer van het hoofd = DV I6a (lymfonodi cervi-cales profundi)

    b) MP Truncus lymfaticus jugularis = Ma 10bBij enkel ZA van het rechter MP, kan de oorzaakook on het lymfklierengebied' van longen,bron-

    chin en trachea liggen.

    c) MP Ductus, thoracicias = Ly 10b ( slechts links)(cervicale deel)

  • -2-

    De Ductus thoracicus heeft 3 delen t.w.:1) Abdominale = Kri 82) Thoracale =* Krf 8a

    3) Cervicale = Ly 10b (reeds vermeld) links.

    Dan hebben we ook nog:

    MP. Truncus lymfaticus Dexter = Ly 10b (rechts), en dezewordt gevormd door:

    1) Truncus subclavius = Ly 10a2) Truncus broncho = Ma 12b

    3) Truncus lymfaticus jugularis = Ma 10b

    Dus eigenlijk zou punt c) het punt b) moeten zijn

    Nu we dit dus weten voor wat betreft de grotelijnen van lymfeafvoer in het hoofd gaan we verder:

    Bij ZA van het HP. Ly 2a (lymfeafvoer van het oog) test

    men eerst om de primaire ontstekingshaard te traceren:

    a) KMP Lymfatische Rachenring met de 5 tonsillen: Ly 1-2

    voor eventuele ontsteking van 1 of meer tonsillen.b) Ly 2 = lymfeafvoer van boven-en onderkaak voor eventuele

    odontogene beherdung.

    c) Ly 3 = lymfeafvoer neus voor ontsteking van neus- enbijhol ten.

    d) Ly 1-1 = Lymfeafvoer oor voor ontsteking of otogenebeherdung.

    e) Ly 4 b = lymfeafvoer Larynx of Hypopharynx voor ontste-king of beherdung.

    f) Ly 4 = MP. lymfeklier van de long.g) Ly 4a = MP. lymfeafvoer van de slokdarm.

    h) Ma 10b = MP. Truncus lymfaticus jugularis; deze duikt

    alweer op en als deze functie onvoldoende is,dan kan vanwege onvoldoende lymfeafvoer van dediepe halslymfeklieren, zich dat op het oog ver-slechterend uitwerken.

    Na deze serie metingen hebben we dus de lymfeafvoer van het

    hoofd getraceerd en de PRIMAIRE ontstekingshaarden getra-ceerd, waarbij het ons opvalt dat de Truncus lymfaticusjugularis in beide traceringen opduikt.

  • -5-

    WERKRICHTLIJNEN bij ZA van het MP. Lymfonodi cervicalesprofundi.

    De vraag luidt: waar is de ontstekingshaard in het Kopf-of Halsgebied die de ZA aan het MP voor de diepe halslymf-klieren veroorzaakt?

    Er wordt dan dus gemeten:

    I) ontsteking in Kopf-en Gezichtshuid: MP Ramt 32)ontsteking van de neusschelpen=> MP.neus, laterale deel=Di 19

    3) ontsteking van tranenafleidende weg = MP. Or.14

    4) ontsteking van neusbijholten = MP Ly 35) ontsteking van de Racben(keel)= SMP Ma 3b6) ontsteking van de Kehlkopf = MP Lo 8b (Larynx)V) ontstekimg van de bypopharynx = MP Lo 8a

    8) ontsteking van de rachenring = KMP Ly 1-2

    9) ontsteking van de kaken = MP Ly 210) ontsteking van de oren = MP Ly 1-1II) ontsteking van de speekselklieren MP Parotis = Ma 312) MP Glandula Sublingualis Ma 3-313) MP Glandula Submandibularis = Ma 8a

    Bij ontsteking van de Halsorganen is het nood-zakelijk om behalve het MP voor de diepe Halslymfeknopen,

    gelijktijdig ook het MP Tnancus lymfaticus jugularis = Ma 10bna te meten, omdat bij een ontsteking in de Halszone een

    deel van de lymfe door deze laatste afvloeit.Bij slechts rechtszijdige ZA van MP Ma 10b,

    moeten we er aan denken dat de lymfangiospasmus van deTruncus lymfaticus bronchomediastinalis dexter = Ma 12b,

    in de Truncus jugularis verder geleid wordt. Dit treedtalleen op bij de RECHTER Halszijde want LINKS mondt Ma 12b

    uit in de Ductus thora ei cus; pars cervicalis.

    Als men de samenhang tussen ontstekingen in het

    Kopf-Halsgebied en de ZA van de meetpunten van de diepehalslymfeklieren wil aantonen, dan baut men het gevonden

    ontstoken orgaan in zijn MP ab op 50 d.m.v. laagfrekwentegelijkgerichte stroomimpulsen, en kijkt dan of de ZA voorde diepe halslymfeklieren verdwijnt, of hoeveel de ZAverminderd is.

  • -4-

    Als de ZA nog niet verdwenen is, moet er verder naar ont-

    stoken organen in het Kopf-Halsgebied gezocht worden.

    Bij het dan te vinden orgaan moet er weer ab-

    gebaut worden op 50, en vervolgens weer kijken of DV 16 a

    een veranderde meetwaarde heeft.

    Als dan nog niet de ZA van DV I6a verdwenen is,

    dan moet naar een derde orgaan gezocht worden etc., net zo-

    lang tot de ZA van DV I6a verdwenen is.

    Wij tekenen hierbij aan dat allereerst de Kopfherde t.g.v.

    odontonen,tonsillen gemeten en behandeld moeten worden,

    voordat er iets zinnigs te zeggen valt over het verband

    tussen de organen en de diepe halslymfeklieren.

    VRAAG: als de ZA verdwenen is, maar de meetwaarde van DV l6a

    is geen 50, wat dan? Chelatietherapie?

    als er Kopfherde zijn (gebit), laten deze punten zich

    zomaar abbauen? (dit refereert aan hierboven)

    We kunnen stellen dat al datgene wat in het

    vorige te berde gebracht is over lymfe, niet specifiek voor

    het oog is, maar dat het bij het hele onderzoek naar Kopf-

    herde toepasbaar is.

    De O RBI TAL-PUNTEN op de BENIGE ORBITAL-RAND.

    a)Hinweispunt Ly 2a

    b) p-SMP DV 21 voorste abschnitt

    p-SMP G-a 1 achterste abschnittc) Or.1 = MP. N IV

    Or .2 = MP. N VI

    Or.3 = MP. N 111

    Or.4 = MP. Skiera

    Or.4a = MP. Tranendrse

    Or.5 = MP. RETINAOr.6 = MP. Choiroidea

    Or.7 - MP. Makula(gele vlek)

    Or.8 = MP. Corpus vitreumMa 4 = MP. Lens

    YANG IN

    b.

  • -5-YANG

    iGa 1-1 = MP.Nervus opticus 11Or.9 = MP. Corpus eiliare (stralenliehaamiT,/

    met elliairklier)

    Or.10 MP.Iris *},!O r. 11 = MP.Kornea (hoornhuid)Qr.12 = MP .Konjunktiva

    O r. 13 = MP.Palpebra(ooglid)

    Or.14 =MP.Afeleitende tranenwege

    We merken op dat;N IV = Nervus trochleartis

    N VI * Nerveus abdticens

    N 111 Nervus ocralomotoriias infraorbitale.

    meetpunt lens en meetpunt Nervnis opticus 11 op de maag

    en de gal- meridiaan liggen d.w.z. de Sheng- en de Ko van

    de Niermeridiaan, waarmede verklaard is dat het oog zo

    slecht wordt bij een nierblokkade.

    __NERVENMESZpyNTEN_=_VgO=| HET==_=OOG.:=

    A.) Meetpunten van de motorische Nerven voor BEWEGING van

    de oogappel (zie Tafel 5)

    1). MP.Nervus trochlearis (IV) = MP.Or.1

    De Nerv(zenuw) gaat naar de Musculus obliquus superior,

    die abductie d.w.z. naar binnen draaien en Blicksenkung

    van het oog uitvoert.

    Bij Trochlearisparese(verlamming) wordt er om dubbelbeeld

    te vermijden het hoofd scheef gehouden.

    Bij Kongenitale Trochlearisparese begint tegen het eind

    van het tweede levensjaar de Oculaire scheefhals.

    2). MP.Nervus abdmcens (VI) a Or.2

    De Nerv gaat naar de Muskulus reotus lateralis. Deze

    spier beheerst de Abduktion van de Hornhautpoles.

    Bij Abducensverlamming gecompenseerde Kopfhaltung om

    dubbelbeeld uit te schakelen.

  • 3). MP.Nervus oculomotorius 111 = Or.3

    De Nerv inmerviert 4 spieren van de oogappel en n van

    de drie ooglidspieren. De bovenste tak trekt naar de

    Museulus rectus superior met als functie het heffen en

    naar binnen rollen van de bovenste Augenpole, en naar de

    Museulus levator palpebrae superioris met als functie het

    heffen van het bovenste ooglid.

    De onderste tak trekt de Nerv naar de Museulus rectus

    inferior met als functie Blicksenkung en naar buiten rollen

    van de bovenste oogpole, en naar de Museulus rectus media-

    lis met als functie abductie van de hoornhuidpole, en naar

    d!e Museulus obliqmis inferior met als functie bliekheffen,

    abductie en naar buiten rollen.

    Als MP. Ganglion ciliare = Ga 1a beschadigd is,

    heeft KMP Parasympatische Kopfgangli&n Nerv.3 een ZA.

    Deze ZA kan echter ook veroorzaakt zijn door:

    ziekte van Ganglion pterygopalatinum (MP is bekend)

    ziekte van Ganglion oticum = MP.Du 18a

    ziekte van Ganglion submandibulare = MP.Ma 8-3

    De meetpunten van deze GangliSn moeten einzeln(stuk

    voor stuk) gemeten worden.

    Na dit KMP meten we KMP Gehimnerven = Nerv 4

    en als deze een ZA heeft, dan moet meteen MP.Nervus opticuis=

    Ga 1-1 gemeten worden.

    Is daar geen ZA, dan meet men de meetpunten van de vol-

    gende Hirnnerven:

    MP.Nervus trochlearis = Or. 1 Et

    MP.Nervus abducens = Or.2 Tftl

    MP.Nervus oculomotorius = Or.3 3E,MP.Nervus trigeminus V = Ga 3

    MP.Nervus facialis Vil > DV I6a-1

    Daarmede zijn ALLE Hirnnerven die voor het OOG met zijn

    Adnexen(bijbeho